5 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Ahío' in de Bijbel

En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen, en haalden ze uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel is; en Uza en Ahio, zonen van Abinadab, leidden den nieuwen wagen.

VersbegrippenWagentjesOngebruikt

Toen zij hem nu uit het huis van Abinadab, dat op den heuvel is, met de ark Gods, wegvoerden, zo ging Ahio voor de ark henen.

En Gedor, en Ahio, en Zecher.

En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen uit het huis van Abinadab. Uza nu en Ahio leidden den wagen.

VersbegrippenWagentjesOngebruikt

Zoekresultaten op Versies

Alle versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain