'Als' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:2-Genesis 30:42
- 2.Genesis 31:2-Exodus 2:15
- 3.Exodus 2:23-Exodus 40:32
- 4.Exodus 40:36-Leviticus 19:33
- 5.Leviticus 19:34-Numberi 14:28
- 6.Numberi 15:14-Deuteronomium 4:5
- 7.Deuteronomium 4:7-Deuteronomium 28:49
- 8.Deuteronomium 28:62-Richteren 2:4
- 9.Richteren 2:6-Richteren 20:39
- 10.Richteren 20:40-1 Samuël 20:41
- 11.1 Samuël 21:6-2 Samuël 11:27
- 12.2 Samuël 12:1-1 Koningen 5:17
- 13.1 Koningen 6:7-2 Koningen 3:14
- 14.2 Koningen 3:15-2 Koningen 25:20
- 15.2 Koningen 25:27-2 Kronieken 20:29
- 16.2 Kronieken 20:31-Nehemia 10:31
- 17.Nehemia 10:38-Job 27:9
- 18.Job 27:16-Psalmen 35:14
- 19.Psalmen 35:15-Psalmen 89:10
- 20.Psalmen 89:29-Spreuken 6:30
- 21.Spreuken 7:2-Hooglied 6:4
- 22.Hooglied 6:5-Jesaja 32:2
- 23.Jesaja 32:7-Jeremia 4:4
- 24.Jeremia 4:13-Jeremia 31:23
- 25.Jeremia 31:28-Klaagliederen 1:20
- 26.Klaagliederen 1:21-Ezechiël 16:53
- 27.Ezechiël 16:54-Ezechiël 37:28
- 28.Ezechiël 38:8-Hosea 8:1
- 29.Hosea 8:12-Habakuk 1:13
- 30.Habakuk 1:14-Mattheüs 15:10
- 31.Mattheüs 15:36-Markus 6:53
- 32.Markus 6:54-Lukas 9:29
- 33.Lukas 9:33-Lukas 23:53
- 34.Lukas 24:4-Handelingen 7:30
- 35.Handelingen 7:31-Handelingen 20:2
- 36.Handelingen 20:3-Romeinen 7:9
- 37.Romeinen 7:21-Galaten 3:10
- 38.Galaten 3:16-Hebreeën 9:19
- 39.Hebreeën 10:8-Openbaring 9:7
- 40.Openbaring 9:8-Openbaring 22:5
Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen.
Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;
Het is voor den zot als spel, schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.
Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.
Als de goddeloze mens sterft, vergaat zijn verwachting; zelfs is de allersterkste hoop vergaan.
Een stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen; en als de goddelozen vergaan, is er gejuich.
Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.
Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.
Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.
Een kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen.
Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.
Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel.
De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is wel gebaand.
De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.
Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.
De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.
In het licht van des konings aangezicht is leven; en zijn welgevallen is als een wolk des spaden regens.
Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.
Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.
De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.
Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.
Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.
Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.
Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.
Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.
De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.
De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.
Het is kwaad, het is kwaad! zal de koper zeggen; maar als hij weggegaan is, dan zal hij zich beroemen.
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.
Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt.
Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden.
Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.
Als men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.
De rechtvaardige let verstandelijk op des goddelozen huis, als God de goddelozen in het kwaad stort.
Het offer der goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer, als zij het met een schandelijk voornemen brengen!
Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.
Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.
Als gij aangezeten zult zijn om met een heerser te eten, zo zult gij scherpelijk letten op dengene, die voor uw aangezicht is.
Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.
En mijn nieren zullen van vreugde opspringen, als uw lippen billijkheden spreken zullen.
Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.
Ook loert zij als een rover; en zij vermenigvuldigt de trouwelozen onder de mensen.
Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat;
In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.
Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
Verblijd u niet als uw vijand valt; en als hij nederstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen;
Zeg niet: Gelijk als hij mij gedaan heeft, zo zal ik hem doen; ik zal een ieder vergelden naar zijn werk.
Als ik dat aanschouwde, nam ik het ter harte; ik zag het, en nam onderwijzing aan;
Zo zal uw armoede u overkomen, als een wandelaar, en uw velerlei gebrek als een gewapend man.
Vaar niet haastelijk voort om te twisten, opdat gij misschien in het laatste daarvan niet wat doet, als uw naaste u zou mogen beschaamd hebben.
Een rede, op zijn pas gesproken, is als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen.
Een trouw gezant is dengenen, die hem zenden, als de koude der sneeuw ten dage des oogstes; want hij verkwikt zijns heren ziel.
Een man, die zichzelven beroemt over een valse gift, is als wolken en wind, waar geen regen bij is.
Het vertrouwen op een trouweloze, ten dage der benauwdheid, is als een gebroken tand en verstuikte voet.
Een goede tijding uit een ver land is als koud water op een vermoeide ziel.
Als er geen hout is, gaat het vuur uit; en als er geen oorblazer is, wordt het gekijf gestild.
De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.
Brandende lippen, en een boos hart, zijn als een potscherf met schuim van zilver overtogen.
Als hij met zijn stem smeekt, geloof hem niet, want zeven gruwelen zijn in zijn hart.
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.
Als het gras zich openbaart, en de grasscheuten gezien worden, laat de kruiden der bergen verzameld worden.
De goddelozen vlieden, waar geen vervolger is; maar elk rechtvaardige is moedig, als een jonge leeuw.
Als de rechtvaardigen opspringen van vreugde, is er grote heerlijkheid; maar als de goddelozen opkomen, wordt de mens nauw gezocht.
Als de goddelozen opkomen, verbergt zich de mens; maar als zij omkomen, vermenigvuldigen de rechtvaardigen.
Als de rechtvaardigen groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de goddeloze heerst, zucht het volk.
Als de goddelozen velen worden, wordt de overtreding veel; maar de rechtvaardigen zullen hun val aanzien.
Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot; maar welgelukzalig is hij, die de wet bewaart.
Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een zoon willen zijn.
Om een knecht, als hij regeert; en een dwaas, als hij van brood verzadigd is;
Om een hatelijke vrouw, als zij getrouwd wordt; en een dienstmaagd, als zij erfgenaam is van haar vrouw.
He. Zij is als de schepen eens koopmans; zij doet haar brood van verre komen.
Vau. En zij staat op, als het nog nacht is, en geeft haar huis spijze, en haar dienstmaagden het bescheiden deel.
Nun. Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands.
Ik zeide in mijn hart van de positie der mensenkinderen, dat God hen zal verklaren, en dat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn aan zichzelven.
Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes. [ (Ecclesiastes 4:17) Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven; want zij weten niet, dat zij kwaad doen. ]
Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en hij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen.
Want wie weet, wat goed is voor den mens in dit leven, gedurende het getal der dagen van het leven zijner ijdelheid, welke hij doorbrengt als een schaduw? Want wie kan den mens aanzeggen, wat na hem wezen zal onder de zon?
Als ik mijn hart begaf, om wijsheid te weten, en om aan te zien de bezigheid, die op de aarde geschiedt, dat men ook, des daags of des nachts, den slaap niet ziet met zijne ogen;
Alle ding wedervaart hun, gelijk aan alle anderen; enerlei wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze, den goede en den reine, als den onreine; zo dien, die offert, als dien, die niet offert; gelijk den goede, alzo ook den zondaar, dien, die zweert, gelijk dien, die den eed vreest.
Als de geest des heersers tegen u oprijst, verlaat uw plaats niet; want het is medicijn, het stilt grote zonden.
Er is nog een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, als een dwaling, die van het aangezicht des oversten voortkomt.
Ik heb knechten te paard gezien, en vorsten, gaande als knechten op de aarde.
Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde; en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen.
En de twee deuren naar de straat zullen gesloten worden, als er is een nederig geluid der maling, en hij opstaat op de stem van het vogeltje, en al de zangeressen nedergebogen zullen worden.
En dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.
Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?
Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen; ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er onder, en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.
Wie is zij, die daar opkomt uit de woestijn, als rookpilaren, berookt met mirre en wierook, en met allerlei poeder des kruideniers?
Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.
Uw tanden zijn als een kudde schapen, die geschoren zijn, die uit de wasstede opkomen; die al te zamen tweelingen voortbrengen, en geen onder hen is jongeloos.
Uw lippen zijn als een scharlaken snoer, en uw spraak is liefelijk; de slaap uws hoofds is als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
Uw hals is als Davids toren, die gebouwd is tot ophanging van wapentuig, waar duizend rondassen aan hangen, altemaal zijnde schilden der helden.
Uw lippen, o bruid! druppen van honigzeem; honig en melk is onder uw tong, en de reuk uwer klederen is als de reuk van Libanon.
Zijn hoofd is van het fijnste goud, van het dichtste goud; Zijn haarlokken zijn gekruld, zwart als een raaf.
Zijn ogen zijn als der duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes der ringen.
Zijn wangen zijn als een bed van specerijen, als welriekende torentjes; Zijn lippen zijn als lelien, druppende van vloeiende mirre.
Zijn handen zijn als gouden ringen, gevuld met turkoois; Zijn buik is als blinkend elpenbeen, overtogen met saffieren.
Zijn schenkelen zijn als marmeren pilaren, gegrond op voeten van het dichtste goud; Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen.
Gij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:2-Genesis 30:42
- 2.Genesis 31:2-Exodus 2:15
- 3.Exodus 2:23-Exodus 40:32
- 4.Exodus 40:36-Leviticus 19:33
- 5.Leviticus 19:34-Numberi 14:28
- 6.Numberi 15:14-Deuteronomium 4:5
- 7.Deuteronomium 4:7-Deuteronomium 28:49
- 8.Deuteronomium 28:62-Richteren 2:4
- 9.Richteren 2:6-Richteren 20:39
- 10.Richteren 20:40-1 Samuël 20:41
- 11.1 Samuël 21:6-2 Samuël 11:27
- 12.2 Samuël 12:1-1 Koningen 5:17
- 13.1 Koningen 6:7-2 Koningen 3:14
- 14.2 Koningen 3:15-2 Koningen 25:20
- 15.2 Koningen 25:27-2 Kronieken 20:29
- 16.2 Kronieken 20:31-Nehemia 10:31
- 17.Nehemia 10:38-Job 27:9
- 18.Job 27:16-Psalmen 35:14
- 19.Psalmen 35:15-Psalmen 89:10
- 20.Psalmen 89:29-Spreuken 6:30
- 21.Spreuken 7:2-Hooglied 6:4
- 22.Hooglied 6:5-Jesaja 32:2
- 23.Jesaja 32:7-Jeremia 4:4
- 24.Jeremia 4:13-Jeremia 31:23
- 25.Jeremia 31:28-Klaagliederen 1:20
- 26.Klaagliederen 1:21-Ezechiël 16:53
- 27.Ezechiël 16:54-Ezechiël 37:28
- 28.Ezechiël 38:8-Hosea 8:1
- 29.Hosea 8:12-Habakuk 1:13
- 30.Habakuk 1:14-Mattheüs 15:10
- 31.Mattheüs 15:36-Markus 6:53
- 32.Markus 6:54-Lukas 9:29
- 33.Lukas 9:33-Lukas 23:53
- 34.Lukas 24:4-Handelingen 7:30
- 35.Handelingen 7:31-Handelingen 20:2
- 36.Handelingen 20:3-Romeinen 7:9
- 37.Romeinen 7:21-Galaten 3:10
- 38.Galaten 3:16-Hebreeën 9:19
- 39.Hebreeën 10:8-Openbaring 9:7
- 40.Openbaring 9:8-Openbaring 22:5