174 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Beth' in de Bijbel

Toen gingen de zonen der profeten, die te Beth-El waren, tot Elisa uit, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.

VersbegrippenVragenSchool Van ProfetenStilteScholenZonen Van De ProfetenVandaagMensen Met Algemene KennisAndere Mensen NemenAssertiviteit

En hij ging van daar op naar Beth-El. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem, en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op!

VersbegrippenKaalheidHandicapsOnvolwassenheidWegenStadSpottenVoorbeelden Van Goddeloze KinderenOntrouw Aan GodMinachting Voor De OuderenLeeftijdsdiscriminatieKinderenPlezierHumorLastig Vallen

En hij maakte zich op, en toog heen en ging naar Samaria; en zijnde te Beth-Heked der herderen, op den weg,

VersbegrippenZij Die Voorraad Hadden

Toen zeide hij: Grijpt hen levend. En zij grepen hen levend; en zij sloegen hen bij den bornput van Beth-Heked, twee en veertig mannen, en hij liet niet een van hen over.

VersbegrippenVeertigGanse Families DodenTijdens Het Leven

Maar van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed, na te volgen, week Jehu niet af, te weten, van de gouden kalveren, die te Beth-El en die te Dan waren.

VersbegrippenGouden Kalveren

Doch Amazia hoorde niet; daarom toog Joas, de koning van Israel, op, zodat hij en Amazia, de koning van Juda, elkanders aangezicht zagen te Beth-Semes, dat in Juda is.

VersbegrippenConfrontatieLijst van koningen van IsraëlMensen Die Hun Eigen Soort Aanvallen

En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Ahazia, te Beth-Semes, en kwam te Jeruzalem; en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.

VersbegrippenPoortenStormrammenMurenVernietiging Van JeruzalemVernietiging Van De Muur Van JeruzalemGenoemde PoortenLijst van koningen van Israël

In de dagen Pekah, den koning van Israel, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrie, en nam Ijon in, en Abel-Beth-maacha, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrie.

VersbegrippenBallingschap In AssyriëLegers Tegen IsraëlVerbanning van Israël naar AssyriëSteden VeroverenLijst van koningen van Israël

Zo kwam een uit de priesteren, die zij van Samaria weggevoerd hadden, en woonde te Beth-El; en hij leerde hun, hoe zij den HEERE vrezen zouden.

En de koning gebood den hogepriester Hilkia, en den priesteren der tweede ordening, en den dorpelbewaarders, dat zij uit den tempel des HEEREN alle gereedschap, dat voor Baal, en voor het beeld van het bos, en voor al het heir des hemels gemaakt was, uitbrengen zouden; en hij verbrandde dat buiten Jeruzalem in de velden van Kidron, en liet het stof daarvan naar Beth-El dragen.

VersbegrippenAstrologieVerbranden Van AfgoderijAs Van VernederingAsherah Dienen

Daartoe ook het altaar, dat te Beth-El was, en de hoogte, die Jerobeam, de zoon van Nebat, dewelke Israel zondigen deed, gemaakt had; te zamen dat altaar en die hoogte brak hij af; ja, hij verbrandde de hoogte, hij vergruisde ze tot stof, en hij verbrandde het bos.

VersbegrippenMalenHeidense Altaren

Verder zeide hij: Wat is dat voor een grafteken, dat ik zie? En de lieden der stad zeiden tot hem: Het is het graf van den man Gods, die uit Juda kwam, en deze dingen, die gij tegen dit altaar van Beth-El gedaan hebt, uitgeroepen heeft.

VersbegrippenBegraven Van De Naamlozen

Daartoe nam Josia ook weg al de huizen der hoogten, die in de steden van Samaria waren, die de koningen van Israel gemaakt hadden, om den HEERE tot toorn te verwekken; en hij deed dezelve naar al de daden, die hij te Beth-El gedaan had.

VersbegrippenSamaritanenHereniging

De kinderen van Sammai nu waren Maon; en Maon was de vader van Beth-Zur.

Salma, de vader der Bethlehemieten; Haref, de vader van Beth-Gader.

De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.

Eston nu gewon Beth-rafa, en Pasea, en Tehinna, den vader van Ir-nahas; dit zijn de mannen van Recha.

En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

En Asan en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden.

En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,

Zijn dochter nu was Seera, die bouwde het lage en het hoge Beth-horon, en Uzzen-Seera.

VersbegrippenBouwers

En hun bezitting en hun woning was Beth-El, en haar onderhorige plaatsen; en tegen het oosten Naaran, en tegen het westen Gezer en haar onderhorige plaatsen; en Sichem en haar onderhorige plaatsen, tot Gaza toe, en haar onderhorige plaatsen.

En aan de zijden der kinderen van Manasse was Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, Thaanach en haar onderhorige plaatsen, Megiddo en haar onderhorige plaatsen, Dor en haar onderhorige plaatsen. In deze hebben de kinderen van Jozef, den zoon van Israel, gewoond.

VersbegrippenMegiddoGrenzen

Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;

VersbegrippenVersterkingenPoorten

En Beth-Zur, en Socho, en Adullam,

En Abia jaagde Jerobeam achterna, en nam van hem de steden, Beth-El met haar onderhorige plaatsen, en Jesana met haar onderhorige plaatsen, en Efron met haar onderhorige plaatsen.

Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.

VersbegrippenDrieduizend En MeerTwaalf Wezens

Zo toog Joas, de koning van Israel, op, en hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkanders aangezichten te Beth-Semes, dat in Juda is.

VersbegrippenTwaalf Wezens

En Joas, de koning van Israel, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Joahaz, te Beth-Semes; en hij bracht hem te Jeruzalem, en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraim tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.

VersbegrippenPoortenStormrammenGenoemde PoortenTwaalf Wezens

Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.

De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

VersbegrippenAi, De StadTweehonderd En Meer

De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.

VersbegrippenGenoemde Poorten

Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.

VersbegrippenTombesHelft Van DistrictenHelden

De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

VersbegrippenVeertig

De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;

VersbegrippenHonderd En Enkelen

En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,

Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.

VersbegrippenOpscheppen, LegitiemZelfvertrouwenKarakter Van HeiligenOpscheppen In GodOpscheppenNederigheidZielNederig

Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

VersbegrippenLofWijze En Methodes Van LovenLof Moet Aangeboden Worden VoorNamen En Titels Voor De KerkPrijs De Heer!We Danken God

Vlucht met hopen, gij kinderen van Benjamin! uit het midden van Jeruzalem, en blaast de bazuin te Thekoa, en heft een vuurteken op te Beth-Cherem; want er kijkt een kwaad uit van het noorden, en een grote breuk.

VersbegrippenVeiligheidTrompetBakensVanuit Het NoordenTrompetten Voor De StrijdNatuurlijke Rampen

En hij zal de opgerichte beelden van Beth-Semes, hetwelk in Egypteland is, verbreken; en hij zal de huizen der goden van Egypte met vuur verbranden.

VersbegrippenDe ZonGedenkstenenVerbranden Van AfgoderijGebroken DingenAanbidden Van De Zon

En Moab zal beschaamd worden vanwege Kamos, gelijk als het huis Israels beschaamd is geworden vanwege Beth-El, hunlieder vertrouwen.

VersbegrippenSchaamte Over Afgoderij

En over Dibon, en over Nebo, en over Beth-Diblathaim,

En over Kirjathaim, en over Beth-Gamul, en over Beth-Meon,

Beth. Zij weent steeds des nachts, en haar tranen lopen over haar kinnebakken; zij heeft geen trooster onder al haar liefhebbers; al haar vrienden hebben trouwelooslijk met haar gehandeld, zij zijn haar tot vijanden geworden.

VersbegrippenKakenVerraadNachtGevoelens Van Afwijzing Door GodHuilenTroost Tijdens SmartMensen OverhandigenFalende VriendschapGeen ComfortMensen Die Rouwen Om Catastrofe

Beth. De Heere heeft al de woningen Jakobs verslonden, en heeft ze niet verschoond; Hij heeft de vastigheden der dochter van Juda afgebroken in Zijn verbolgenheid, Hij heeft gemaakt, dat zij de aarde raken; Hij heeft het koninkrijk en deszelfs vorsten ontheiligd.

VersbegrippenDe Houding Van God Tegenover WreedheidVersterkingenVestingenDe Gevolgen Van De Toorn Van GodJacob De PatriarchVernietiging Van bolwerkenSlikkenMensen Die Verontreinigd WordenNiet Spaarzaam Zijn

Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.

VersbegrippenHuidGebroken BenenMenselijke HuidSchade Aan Het Lichaam

Beth. Hij heeft tegen mij gebouwd, en Hij heeft mij met galle en moeite omringd.

VersbegrippenZware TakenNaties die Israël aanvallen

Beth. Hij heeft mij gezet in duistere plaatsen, als degenen, die over lang dood zijn.

VersbegrippenStaat Van De Doden

Beth. De kostelijke kinderen Sions, tegen fijn goud geschat, hoe zijn zij nu gelijk gerekend aan de aarden flessen, het werk van de handen eens pottenbakkers!

VersbegrippenKleiPottenbakkerDingen Zoals GoudGoede MensenPrijs Van De MensenWelke Waarde Heeft De Mens?WaardeGewicht

Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;

VersbegrippenSteden Onder Vuur

Zo gij, o Israel! wilt hoereren, dat immers Juda niet schuldig worde; komt gij toch niet te Gilgal, en gaat niet op naar Beth-Aven, en zweert niet: Zo waarachtig als de HEERE leeft.

VersbegrippenSpirituele HoererijGeen Eden ZwerenSchuldig BevondenDe Grote ProstitueeOntrouw

Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!

VersbegrippenGebroken HorensTrompetSoorten MuziekinstrumentenTrompetten Voor Signalering

De inwoners van Samaria zullen verschrikt zijn over het kalf van Beth-Aven; want zijn volk zal over hetzelve treuren, mitsgaders zijn Chemarim (die zich over hetzelve verheugden), over zijn heerlijkheid, omdat zij van hetzelve is weggevaren.

VersbegrippenEnkelsHet Instituut Priesters In De Tijd Van OTGouden KalverenAngst Voor Andere DingenRouwen Met SpijtDe Aard Van AfgoderijDe Eer Verliezen

Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord worden, gelijk Salman Beth-Arbel verstoorde ten dage des krijgs; de moeder werd er verpletterd met de zonen.

VersbegrippenVoorbeelden Van WreedheidVersterkingenMensen Die Verscheurd WordenVernietiging Van bolwerken

Alzo heeft Beth-El ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israels koning is in den dageraad ten enenmale uitgeroeid.

VersbegrippenDageraadKoningen DodenDageraad

Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen den Engel, en overmocht Hem; hij weende en smeekte Hem. Te Beth-El vond hij Hem, en aldaar sprak Hij met ons;

VersbegrippenSoldatenGod Als Een KrijgerZijn Naam Is De Heer

En Ik zal den grendel van Damaskus verbreken, en zal uitroeien den inwoner van Bikeat-Aven, en dien, die den scepter houdt, uit Beth-Eden; en het volk van Syrie zal gevankelijk weggevoerd worden naar Kir, zegt de HEERE.

VersbegrippenVoorspelling, Methodes In OTStafEdenVerbannen VreemdelingenGod DodendGod Zal De Mensen DodenSloten En StavenGod Doodt IndividuenSyriëDamascus

Dat Ik, ten dage als Ik Israels overtredingen over hem bezoeken zal, ook bezoeking zal doen over de altaren van Beth-El; en de hoornen des altaars zullen worden afgehouwen, en ter aarde vallen.

VersbegrippenGebroken HorensGods Oordeel Over ZondeGebroken HorensDingen Vallen

Komt te Beth-El, en overtreedt te Gilgal; maakt des overtredens veel, en brengt uw offers des morgens, uw tienden om de drie dagen!

VersbegrippenDe Noodzaak Van RechtvaardigingOffer In OTHeiligdommenBreuken, Een TiendeTiendenEenmaal Per DagTwee Keer Per WeekDoorgaan Met ZondeDe Tiende Inbrengen

Maar zoekt Beth-El niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-Seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-El zal worden tot niet.

VersbegrippenNutteloze DingenZoeken Voor Concrete DingenVerbanning In VoouitzichtBier

Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in Beth-El;

VersbegrippenLeven ZoekenNiet Uitdovend

Toen zond Amazia, de priester te Beth-El, tot Jerobeam, den koning van Israel, zeggende: Amos heeft een verbintenis tegen u gemaakt, in het midden van het huis Israels; het land zal al zijn woorden niet kunnen verdragen.

VersbegrippenVoorbeelden Van Valse BeschuldigingenSamenzweringenVormen Van VervolgingBeschuldigingen, Valse VoorbeeldenOndraaglijke DingenSamenzwering

Maar te Beth-El zult gij voortaan niet meer profeteren; want dat is des konings heiligdom, en dat is het huis des koninkrijks.

VersbegrippenVerzwegen Voorspelling

Ga door, gij inwoneres van Safir! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen.

VersbegrippenNaakte SchaamteBuitengaan

En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen:

VersbegrippenTwee DiscipelenChristus Die StuurtBewegingen Van Discipelen

En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,

VersbegrippenTwee DiscipelenBewegingen Van Discipelen

En het geschiedde, als Hij nabij Beth-fage en Bethanie gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond,

VersbegrippenTwee DiscipelenBewegingen Van Discipelen

Public domain