18916 gebeurtenissen in 1 vertaling

'De' in de Bijbel

Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.

VersbegrippenMoeders Van Koningen

En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.

VersbegrippenDwaasheidVrouwen Overdragen

Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.

VersbegrippenKoninginnenRespect Voor MensenTroonJuiste Kant

Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.

VersbegrippenKleinheid

En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden.

Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.

VersbegrippenBroersHet Koninkrijk Van Anderen

En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!

VersbegrippenMenselijke Beloftes

En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, Die mij bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op den troon van mijn vader David, en Die mij een huis gemaakt heeft, gelijk als Hij gesproken had; voorzeker, Adonia zal heden gedood worden!

VersbegrippenHet Karakter Van Salomo

En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.

VersbegrippenMoord

En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.

VersbegrippenLijden En OntberingDe Ark In JeruzalemDe Dood Verdienen

Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.

VersbegrippenGebroken HorensSamenzwering

En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.

VersbegrippenDoodstraf

En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.

VersbegrippenBuitengaan

En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.

VersbegrippenOnschuldig BloedAfwerpenGenoemde Individuen Doden

Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.

VersbegrippenGod Draait Het Kwaad TerugGod Zal Het EisenOnwetendheid Van Feiten

En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.

VersbegrippenZwaardenIn De Wildernis LevenGenoemde Individuen Doden

En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.

VersbegrippenHet Karakter Van SalomoWisselen Van Leiders

Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.

VersbegrippenHuizen Bouwen

Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.

VersbegrippenRivier Oversteken

En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen.

VersbegrippenInstemming

Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb.

VersbegrippenInstemmingOntbiedende KoningenMensen Die Gebonden Zijn Aan Een Eed

Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.

VersbegrippenMenselijk HartMenselijk IntellectGod Draait Het Kwaad TerugGod Zal Het Eisen

En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.

VersbegrippenGeboden in OTGenoemde Individuen DodenHet Koninkrijk Van Salomo

En Salomo verzwagerde zich met Farao, den koning van Egypte; en nam de dochter van Farao, en bracht ze in de stad Davids totdat hij voleind zou hebben het bouwen van zijn huis en het huis des HEEREN, en den muur van Jeruzalem rondom.

VersbegrippenDochtersVersterkingenAlliantiesStadBouwenDe Geschiedenis Van JeruzalemKoningenPolygamieHet Karakter Van SalomoHet Leven Van SalomoMurenDe Muren Van Jeruzalem BouwenRelaties Opbouwen

Alleenlijk offerde het volk op de hoogten, want geen huis was den Naam des HEEREN gebouwd, tot die dagen toe.

VersbegrippenOfferen Op De Hoge Plaatsen

En Salomo had den HEERE lief, wandelende in de inzettingen van zijn vader David; alleenlijk offerde hij en rookte op de hoogten.

VersbegrippenWierook Tijdens De MisZij Die Van God HoudenOfferen Op De Hoge Plaatsen

En de koning ging naar Gibeon, om aldaar te offeren, omdat die hoogte groot was; duizend brandofferen offerde Salomo op dat altaar.

VersbegrippenMenselijke VrijgevigheidOfferandesPelgrimstochtOffer In OTDuizend DierenOffer Op Het Bronzen Altaar

Te Gibeon verscheen de HEERE aan Salomo in een droom des nachts en God zeide: Begeer wat Ik u geven zal.

VersbegrippenCommunicatieNachtGod VerschijntGedurende Een NachtGod Beantwoordt Gebed

Nu dan, HEERE, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan.

VersbegrippenOnervarenheidNederigheidVereisten Voor PredikantenJeugdKinderlijkheidDwaze MensenZoals KinderenBuitengaan En BinnenkomenDienend LeiderschapVerantwoordelijkheden Van Vaders

En Uw knecht is in het midden van Uw volk, dat Gij verkoren hebt, een groot volk, hetwelk niet kan geteld noch gerekend worden, vanwege de menigte.

VersbegrippenPrivileges Van VerkiezingZegeningen Aan AbrahamMensen Van God In OTOntelbaarVelen In Israël

Die zaak nu was goed in de ogen des HEEREN, dat Salomo deze zaak begeerd had.

VersbegrippenGod BehagenGod Beantwoordde Gebed

En God zeide tot hem: Daarom dat gij deze zaak begeerd hebt, en niet begeerd hebt, voor u vele dagen, noch voor u begeerd hebt rijkdom, noch begeerd hebt de ziel uwer vijanden; maar hebt begeerd verstand voor u, om gerichtszaken te horen;

VersbegrippenRijk WordenOnderscheidingsvermogenNatuurlijke Rampen

Zelfs ook wat gij niet begeerd hebt, heb Ik u gegeven, beide rijkdom en eer; dat uws gelijke niemand onder de koningen al uw dagen zijn zal.

VersbegrippenOvervloedHoudingen Tegenover GeldHet HedenBron Van EerRijke Mensen

En Salomo waakte op, en ziet, het was een droom. En hij kwam te Jeruzalem, en stond voor de ark des verbonds des HEEREN, en offerde brandofferen, en bereidde dankofferen, en maakte een maaltijd voor al zijn knechten.

VersbegrippenFeestenVoorbeelden Van BankettenVrijetijd En VrijetijdsbestedingDe Ark In De TempelDe Ark Des Verbonds

En de ene vrouw zeide: Och, mijn heer. Ik en deze vrouw wonen in een huis; en ik heb bij haar in dat huis gebaard.

En ik stond in de morgen op, om mijn zoon te zogen, en zie, hij was dood; maar ik lette in den morgen op hem, en zie, het was mijn zoon niet, dien ik gebaard had.

VersbegrippenOchtendVerpleegkundigenWie Is Dit?Niet De EneDood Van Een KindZusterschap

Toen zeide de andere vrouw: Neen, maar die levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon; gene daarentegen zeide: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Alzo spraken zij voor het aangezicht des konings.

VersbegrippenTegensprekenDood Van Een Kind

Toen zeide de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, die leeft, maar uw zoon is het, die dood is; en die zegt: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende mijn zoon.

VersbegrippenTegenspreken

Verder zeide de koning: Haalt mij een zwaard; en zij brachten een zwaard voor het aangezicht des konings.

Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het.

VersbegrippenUiten Van GenegenheidMoederliefdeLiefde En De WereldMenselijke GenadeIngewandenHelft Van LichamenMensen Die Genade TonenDe Liefde Van Moeders Voor Haar KinderenEen Baby VerwachtenBaby

Toen antwoordde de koning, en zeide: Geeft aan die het levende kind, den doodt het geenszins; die is zijn moeder.

VersbegrippenDe Liefde Van Moeders Voor Haar KinderenDood Van Een Moeder

En geheel Israel hoorde dat oordeel, dat de koning geoordeeld had, en vreesde voor het aangezicht des konings; want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen.

VersbegrippenDe Wijsheid Van GodAnderen BeoordelenSlimheidMenselijk Belang Van WijsheidAngst Van Individuen

Alzo was de koning Salomo koning over gans Israel.

VersbegrippenGraad

En deze waren de vorsten, die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was opperambtman.

Elihoref, en Ahia, de zoon van Sisa, waren schrijvers; Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.

VersbegrippenSchriftgeleerdenSecretarisRecorders

En Benaja, de zoon van Jojada, was over het heir; en Zadok en Abjathar waren priesters.

En Azaria, de zoon van Nathan, was over de bestelmeesters; en Zabud, de zoon van Nathan, was overambtman, des konings vriend.

VersbegrippenRaadgeversOfficierenGraad

En Ahisar was hofmeester; en Adoniram, de zoon van Abda, was over de schatting.

VersbegrippenOfficierenPaleizenGedwongen Arbeid

En dit zijn hun namen: de zoon van Hur was in het gebergte van Efraim.

De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan.

De zoon van Hesed in Arubboth; hij had daartoe Socho en het ganse land Hefer.

De zoon van Abinadab had de ganse landstreek van Dor; deze had Tafath, de dochter van Salomo, tot een vrouw.

VersbegrippenGenoemde Vrouwen

Baana, de zoon van Ahilud, had Taanach, en Megiddo, en het ganse Beth-Sean, hetwelk is bij Zartana, beneden van Jizreel, van Beth-Sean aan tot Abel-Mehola, tot op gene zijde van Jokmeam.

De zoon van Geber was te Ramoth in Gilead; hij had de dorpen van Jair, den zoon van Manasse, die in Gilead zijn; ook had hij de streek van Argob, welke is in Basan, zestig grote steden, met muren en koperen grendelen.

VersbegrippenVestingenStadGrootsheidBronsDe Jaren ZestigSteden in IsraëlOmmuurde StedenBronzen PoortenGrootmoeders

Abinadab, de zoon van Iddo, was te Mahanaim.

Baana, de zoon van Husai, was in Aser en in Aloth.

Josafath, de zoon van Paruah, in Issaschar.

Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

Geber, de zoon van Uri, was in het land Gilead, het land van Sihon, den koning der Amorieten, en van Og, den koning van Basan, en hij was de enige bestelmeester, die in dat land was.

VersbegrippenBestuurders

Juda nu en Israel waren velen, als zand, dat aan de zee is in menigte, etende, en drinkende, en blijde zijnde.

VersbegrippenBlijdschapZandStammen Van IsraëlVelen In IsraëlZand En GrindEten, Drinken En Vieren

En Salomo was heersende over al de koninkrijken, van de rivier tot het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte; die brachten geschenken, en dienden Salomo al de dagen zijns levens.

VersbegrippenGrenzenGraanofferKoninkrijkenRivieren En StromenHet Karakter Van SalomoBelastenEerbetoonZij Onderworpen Aan MensenZo Ver Als De Eufraat

De spijze nu van Salomo was voor een dag, dertig kor meelbloem, en zestig kor meel;

VersbegrippenGewichten En Maten, Droog

Tien vette runderen, en twintig weiderunderen, en honderd schapen; uitgenomen de herten, en reeen, en buffelen, en gemeste vogelen.

VersbegrippenHoofdenKribbesTien DierenTwintigHonderdVee EtenHerten Enz.Hert

En Juda en Israel woonden zeker, een iegelijk onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, van Dan tot Ber-seba, al de dagen van Salomo.

VersbegrippenVijgenboomUitnodigingenVeiligheidWijnstokken

Die bestelmeesters nu, een ieder op zijn maand, verzorgden den koning Salomo, en al degenen, die tot de tafel van den koning Salomo naderden; zij lieten geen ding ontbreken.

VersbegrippenBestuurdersTafels

De gerst nu en het stro voor de paarden, en voor de snelle kemelen, brachten zij aan de plaats, waar hij was, een iegelijk naar zijn last.

VersbegrippenGraanDieren Voeden

En de wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van al die van het oosten, en dan alle wijsheid der Egyptenaren;

VersbegrippenDe Bron Van Menselijke WijsheidOvertreffen

Ja, hij was wijzer dan alle mensen; dan Ethan, de Ezrahiet, en Heman, en Chalcol, en Darda, de zonen van Mahol; en zijn naam was onder alle heidenen rondom.

VersbegrippenRoem

Hij sprak ook van de bomen, van den cederboom af, die op den Libanon is, tot op den hysop, die aan den wand uitwast; hij sprak ook van het vee, en van het gevogelte, en van de kruipende dieren, en van de vissen.

VersbegrippenCederHysopPlantenDe Relatie Tussen Dier En MensSchoonheid Van De NatuurVisHuisdieren

En van alle volken kwamen er, om de wijsheid van Salomo te horen, van alle koningen der aarde, die van zijn wijsheid gehoord hadden.

VersbegrippenAlle LandenKoningen En Wijsheid

En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.

VersbegrippenGoede VriendenAfgezantVoorbeelden Van VriendschapZalving Van Koningen

Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.

VersbegrippenHet Vermogen Van DavidVoetenbankenVoetenHet Onvermogen Van Mensen Om God Te DienenSalomo's TempelMensen OverwinnenKlaar Voor De OorlogEen Plek Voor Gods Naam

Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.

VersbegrippenLand Als Goddelijk GeschenkFysieke RustTijd Van VredeRustVijandelijke Aanvallen

En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.

VersbegrippenEigendom, HuizenTroonSalomo's TempelEen Plek Voor Gods Naam

Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.

VersbegrippenOnderhandelingWerkomstandigheden Van DienarenVaardigheidSalarissenHandelBomen VellenCederhout

En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!

VersbegrippenMenselijk Belang Van WijsheidVreugde In Gods WoordGezegend Zij God!

Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.

VersbegrippenVlotten

De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.

VersbegrippenVerbondsrelatiesWettelijke OvereenkomstenVerbrekers Van VerbondAlliantiesDe Aard Van Menselijke WijsheidTrouwTijd Van Vrede

En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.

VersbegrippenDertigduizend En MeerGedwongen Arbeid

Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.

VersbegrippenOpzichtersDrieduizend En Meer

Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.

VersbegrippenFunderingenBouwenHuizenFunderingen Van Gebouwen

En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.

VersbegrippenTimmerluiBouwenHuizenImmigrantenVakmanschapBouw

Het geschiedde nu in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen Israels uit Egypte, in het vierde jaar van het koninkrijk van Salomo over Israel, in de maand Ziv (deze is de tweede maand), dat hij het huis des HEEREN bouwde.

VersbegrippenBeginKoningenMaandEigendom, HuizenHet Leven Van SalomoTypes Van ChristusKalendersMaand 2100 Jaar En MeerStarten Met BouwenDe Eerste Tempel

En dat huis, hetwelk de koning Salomo den HEERE bouwde, was van zestig ellen in zijn lengte, en van twintig in zijn breedte, en van dertig ellen in zijn hoogte.

VersbegrippenBreedteBouwenHoogteAfmetingen Van GebouwenVrijmetselarij

En het voorhuis, vooraan den tempel van dat huis, was in zijn lengte van twintig ellen, naar de breedte van het huis, tien ellen in zijn breedte, vooraan het huis.

VersbegrippenVeranda'sAfmetingen Van Kamers

En rondom aan den wand van het huis bouwde hij kameren, aan de wanden van het huis rondom, beide van den tempel en van de aanspraakplaats. Alzo maakte hij zijkameren rondom.

VersbegrippenStructuur

De onderste kamer was van vijf ellen in haar breedte, en de middelste van zes ellen in haar breedte, en de derde van zeven ellen in haar breedte; want hij had aan het huis rondom buitenwaarts inkortingen gemaakt, opdat zij zich niet hielden in de wanden van het huis.

VersbegrippenAfmetingen Van Kamers

De deur der middelste zijkamer was aan de rechterzijde van het huis; en door wenteltrappen ging men tot de middelste zijkamer, en van de middelste tot de derde.

VersbegrippenTrappenJuiste KantStappen

Hij bouwde ook de kameren aan het ganse huis, van vijf ellen in haar hoogte; en hij voegde ze vast aan dat huis met cederenhout.

VersbegrippenHoogteDekkenAfmetingen Van KamersCederhoutStructuur

Ook bouwde hij de wanden van het huis van binnen met cederen planken; van den vloer des huizes tot aan het dak der wanden, beschoot hij ze van binnen met hout; en overdekte den vloer van het huis met dennen planken.

VersbegrippenCederhout

Daartoe bouwde hij twintig ellen met cederen planken aan de zijden van het huis, van den vloer af tot de wanden; dit bouwde hij Hem van binnen tot een aanspraakplaats, tot het heilige der heiligen.

VersbegrippenDe Meest Heilige PlaatsAfmetingen Van KamersCederhout

Dat huis nu was van veertig ellen, namelijk de tempel, die vooraan was.

VersbegrippenAfmetingen Van Kamers

En de aanspraakplaats bereidde hij inwaarts in het huis, om de ark des verbonds des HEEREN daar te zetten.

VersbegrippenDe Meest Heilige PlaatsHeiligdomDe Ark In De Tempel

En de aanspraakplaats vooraan was van twintig ellen in lengte, en van twintig ellen in breedte, en van twintig ellen in haar hoogte, en hij overtoog ze met gesloten goud; ook overtoog hij het cederen altaar.

VersbegrippenBlokjesAfmetingen Van KamersOmhuld In HoutCederhout

En Salomo overtoog het huis van binnen met gesloten goud; en hij toog voor de aanspraakplaats een voorhang henen door met gouden ketenen, en overtoog dien met goud.

VersbegrippenKetenenGouden KettingenOmhuld In GoudGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

Alzo overtoog hij het ganse huis met goud, totdat het ganse huis volmaakt was; daartoe overtoog hij met goud het gehele altaar, dat voor de aanspraakplaats was.

VersbegrippenDe Meest Heilige PlaatsOmhuld In Goud

In de aanspraakplaats nu maakte hij twee cherubs van olieachtig hout; elks hoogte was tien ellen.

VersbegrippenHoutAfmetingen Van TempelmeubilairTwee EngelsAfgebeelde Cherubijn

Public domain