18916 gebeurtenissen in 1 vertaling

'De' in de Bijbel

En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem.

VersbegrippenBenenMensen Verbranden

Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom,

Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.

VersbegrippenVerpletteren

En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;

VersbegrippenRestSamaritanen

Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.

Want zij gaven het den werkmeesters en de bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda verdorven hadden.

VersbegrippenBouwenTrouwTimmerluiMetselaarsHoutbewerking

En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.

VersbegrippenTrouwInstrumentalisten

Zij waren ook over de lastdragers, en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden; want uit de Levieten waren schrijvers, en ambtlieden, en poortiers.

VersbegrippenSecretaris

En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes.

VersbegrippenBoekhouden

En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek.

En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij;

En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten.

Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings.

VersbegrippenSchriftgeleerden

Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde.

VersbegrippenScheuren Van Kleding

En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende:

Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.

VersbegrippenRestWoord Van God

Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar.

VersbegrippenTweede Ding

En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft:

Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.

Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord;

Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.

VersbegrippenHardheid Van HartNederigheidGewadenVoorbeelden Van Nederigheid

Toen zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.

En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.

VersbegrippenLezen

En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.

VersbegrippenReligie

En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen.

VersbegrippenOvereenkomst Voor GodGarantie

En hij stelde de priesteren op hun wachten; en hij sterkte hen tot den dienst van het huis des HEEREN.

VersbegrippenVoorbeelden Van AanmoedigingPriesters

En hij zeide tot de Levieten, die gans Israel onderwezen, die den HEERE heilig waren: Zet de heilige ark in het huis, hetwelk Salomo, de zoon van David, de koning van Israel, gebouwd heeft; gij hebt geen last op de schouderen; dient nu den HEERE, uw God, en Zijn volk Israel;

VersbegrippenGebeurtenissen Ark Des VerbondsHeiligheid, Afzonderlijk Voor GodHet Doel Van HeiligheidSoorten Priesters In De Tijd Van NTDe Ark In De TempelDe Ark Des Verbonds

En bereidt u naar de huizen uwer vaderen, naar uw verdelingen, naar het voorschrift van David, den koning van Israel, en naar de beschrijving van zijn zoon Salomo;

VersbegrippenSchrijven

En staat in het heiligdom, naar de onderscheiding der vaderlijke huizen, voor uw broederen, het volk, en naar de afdeling van de vaderlijke huizen der Levieten;

VersbegrippenVerdeling

En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt dat voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes.

VersbegrippenPaaslam

Ook gaven zijn vorsten tot een vrijwillig offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkia, en Zacharia, en Jehiel, de oversten van het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend en zeshonderd klein vee, en driehonderd runderen.

VersbegrippenTweeduizendDriehonderd En Meer

Daartoe Chonanja, en Semaja, en Nethaneel, zijn broeders, mitsgaders Hasabja, en Jeiel, en Jozabad, de oversten der Levieten, gaven den Levieten tot paasofferen, vijf duizend klein vee en vijfhonderd runderen.

VersbegrippenHoofdenVier- Tot VijfhonderdVijfduizendVier- En Vijfhonderd

Alzo werd de dienst toebereid; en de priesteren stonden in hun standplaats, en de Levieten in hun verdelingen, naar het gebod des konings.

Daarna slachtte men het pascha, en de priesters sprengden het bloed uit hun handen, en de Levieten trokken de huiden af.

VersbegrippenPaaslamBesprenkelenVillen

En zij namen het brandoffer daar af, opdat zij die naar de verdelingen der vaderlijke huizen, aan het volk geven mochten, om den HEERE te offeren, gelijk geschreven is in het boek van Mozes; en alzo met de runderen.

En zij kookten het pascha bij het vuur, naar het recht; maar de andere heilige dingen kookten zij in potten, en in ketels, en in pannen; en zij deelden het haastelijk onder al het volk.

VersbegrippenPaaslamVieren Met Een BanketKetels

Daarna bereidden zij ook voor zichzelven en voor de priesteren; want de priesters, de zonen van Aaron, waren tot aan den nacht in het offeren der brandofferen en des vets; daarom bereidden de Levieten voor zichzelven, en voor de priesteren, de zonen van Aaron.

En de zangers, de zonen van Asaf, waren in hun standplaats, naar het gebod van David, en Asaf, en Heman, en Jeduthun, den ziener des konings, mitsgaders de poortiers aan elke poort; zij behoefden niet te wijken van hun dienst, overmits hun broeders, de Levieten, voor hen bereidden.

VersbegrippenPoortwachtersMuziekMuzikantenZangersZienersZingenPortiers

Alzo werd de ganse dienst des HEEREN op denzelfden dag beschikt, om pascha te houden, en brandofferen op het altaar des HEEREN te offeren, naar het gebod van den koning Josia.

VersbegrippenAltaar Van De Heer

En de kinderen Israels, die er gevonden werden, hielden het pascha ter zelfder tijd, en het feest der ongezuurde broden, zeven dagen.

VersbegrippenFeestenWeken

Daar was ook geen pascha als dat in Israel gehouden, van de dagen van Samuel, den profeet, af; en geen koningen van Israel hadden zulk een pascha gehouden, gelijk dat Josia hield met de priesters en de Levieten, en gans Juda en Israel, dat er gevonden werd, en de inwoners van Jeruzalem.

Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet.

VersbegrippenRijkenRivieren En StromenRivier Eufraat

Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God; maar hij kwam om te strijden in het dal Megiddo.

En de schutters schoten den koning Josia. Toen zeide de koning tot zijn knechten: Voert mij weg, want ik ben zeer gewond.

VersbegrippenMannen Getroffen Door Boogschutters

En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia.

En Jeremia maakte een klaaglied over Josia; desgelijks alle zangers en zangeressen spraken in hun klaagliederen van Josia, tot op dezen dag; want zij gaven ze tot een inzetting in Israel; en ziet, zij zijn geschreven in de klaagliederen.

VersbegrippenUitdrukking Van VerliesWeeklagenLiederenTraditiesSchrijvenBoekenRouwendenVerjaardag

Het overige nu der geschiedenissen van Josia, en zijn goeddadigheden, naar dat geschreven is in de wet des HEEREN;

VersbegrippenVoorbeelden Van TrouwTrouw

Zijn geschiedenissen dan, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en van Juda.

Want de koning van Egypte zette hem af te Jeruzalem; en hij legde het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds.

VersbegrippenMunstelselVijanden Van Israël En JudaRijkenGoudBelastenTalenten

En de koning van Egypte maakte zijn broeder Eljakim koning over Juda en Jeruzalem, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar zijn broeder Joahaz nam Necho, en bracht hem in Egypte.

Vijf en twintig jaren was Jojakim oud, als hij koning werd, en regeerde elf jaren te Jeruzalem; en hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, zijns Gods.

VersbegrippenTien Tot Veertien JaarLeeftijd Wanneer Gekroond

Nebukadnezar, de koning van Babel, toog tegen hem op, en bond hem met twee koperen ketenen, om hem te voeren naar Babel.

VersbegrippenBronzen Ketenen

Nebukadnezar bracht ook van de vaten van het huis des HEEREN naar Babel, en stelde ze in zijn tempel te Babel.

Het overige nu van de geschiedenissen van Jojakim, en zijn gruwelen, die hij deed, en wat aan hem gevonden werd, ziet, dat is geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda; en Jojachin, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.

Acht jaren was Jojachin oud, als hij koning werd, en regeerde drie maanden en tien dagen te Jeruzalem, en deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN.

En met de wederkomst des jaars zond de koning Nebukadnezar henen, en liet hem naar Babel halen, met de kostelijke vaten van het huis des HEEREN; en hij maakte zijn broeder Zedekia koning over Juda en Jeruzalem.

VersbegrippenHeiligschennis

En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, zijns Gods; hij verootmoedigde zich niet voor het aangezicht van den profeet Jeremia, sprekende uit den mond des HEEREN.

VersbegrippenWoord Van God

En de HEERE, de God hunner vaderen, zond tot hen, door de hand Zijner boden, vroeg op zijnde, om die te zenden; want Hij verschoonde Zijn volk en Zijn woning.

VersbegrippenHet Lijden Van GodBemiddelaarAfwijzing Van GodGoddelijke Spraak

Maar zij spotten met de boden Gods, en verachtten Zijn woorden; zij verleidden zichzelven tegen Zijn profeten; totdat de grimmigheid des HEEREN tegen Zijn volk opging, dat er geen helen aan was.

VersbegrippenMisbruik Van Gods MensenMinachtingSpotHet Gevolg Van De Afwijzing Van GodAfwijzing Van GodWrok Tegenover GodZonde En De Aard Van GodAfwijzen Van Spirituele InstructiesOntrouw Aan GodSpottersPlezierDienend LeiderschapProfetenActeren

Want Hij deed tegen hen opkomen den koning der Chaldeen, die hun jongelingen met het zwaard in het huis huns heiligdoms doodde, en hij verschoonde de jongelingen niet, noch de maagden, de oudsten noch de stokouden; Hij gaf hen allen in zijn hand.

VersbegrippenKoningenVervulde Voorspelling In OTLegers Tegen IsraëlBrutaliteit

En alle vaten van het huis Gods, de grote en de kleine, en de schatten van het huis des HEEREN, en de schatten des konings en zijner vorsten, dit alles voerde hij naar Babel.

VersbegrippenEerbetoonHeilige KommenHeilige Schalen

En zij verbrandden het huis Gods, en zij braken den muur van Jeruzalem af, en al de paleizen daarvan verbrandden zij met vuur, verdervende ook alle kostelijke vaten derzelve.

VersbegrippenVersterkingenStormrammenPaleizenMurenVuurzeeVernietiging Van De Muur Van Jeruzalem

Opdat het woord des HEEREN vervuld wierd, door den mond van Jeremia, totdat het land aan zijn sabbatten een welgevallen had; het rustte al de dagen der verwoesting, totdat de zeventig jaren vervuld waren.

VersbegrippenVervulde Voorspelling In OTZeventig70 Tot 80 Jaar

Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, door den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:

VersbegrippenMenselijke WilMenselijk Hart

Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is; wie is onder ulieden van al Zijn volk? De HEERE, zijn God, zij met hem, en hij trekke op.

VersbegrippenDe Geschiedenis Van JeruzalemKoninkrijkenDe Tweede TempelGod Is Met Jou

In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:

VersbegrippenMenselijke WilBekendmakingenDrangWoorden Aan Individuen VervuldDe Eerste Tempel

Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is.

VersbegrippenKoninkrijkenDe Tweede TempelVerantwoordelijkheid

Wie is onder ulieden van al Zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwe het huis des HEEREN, des Gods van Israel; Hij is de God, Die te Jeruzalem woont.

VersbegrippenGod Is Met Jou

En al wie achterblijven zou in enige plaatsen, waar hij als vreemdeling verkeert, dien zullen de lieden zijner plaats bevorderlijk zijn met zilver, en met goud, en met have, en met beesten; benevens een vrijwillige gave, voor het huis Gods, Die te Jeruzalem woont.

VersbegrippenVerzamelingenAan De Anderen GevenVrije Wil

Toen maakten zich op de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, en de priesteren en de Levieten, benevens een iegelijk, wiens geest God verwekte, dat zij optrokken om te bouwen het huis des HEEREN, die te Jeruzalem woont.

VersbegrippenHuis Van GodHet Instituut Priesters In De Tijd Van OTStammen Van IsraëlDrangNaar Een Nieuwe Plek GaanJeruzalem

Ook bracht de koning Kores uit, de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had uitgevoerd, en had gesteld in het huis zijns gods.

VersbegrippenHeilige KommenHeilige SchalenVerwijderd Tempelgereedschap

En Kores, de koning van Perzie, bracht ze uit door de hand van Mithredath, den schatmeester, die ze aan Sesbazar, den vorst van Juda, toetelde.

VersbegrippenBestuurdersPrinsenSchatbewaarder

Alle vaten van goud en van zilver waren vijf duizend en vierhonderd; deze alle voerde Sesbazar op, met degenen, die van de gevangenis opgevoerd werden, van Babel naar Jeruzalem.

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonVijfduizendZij Die Uit Ballingschap Terugkwamen

Dit zijn de kinderen van dat landschap, die optogen uit de gevangenis, van de weggevoerden, die Nebukadnezar, koning van Babel, weggevoerd had naar Babel, die naar Jeruzalem en Juda zijn wedergekeerd, een iegelijk naar zijn stad;

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonJudaïsmeProvinciesBallingschap van Juda naar BabylonZij Die Uit Ballingschap Terugkwamen

De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

VersbegrippenTweeduizend

De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En Meer

De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

VersbegrippenTweeduizend

De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig.

Versbegrippen666Zes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

VersbegrippenTweeduizend

De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdVier- En Vijfhonderd

De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

VersbegrippenNummer NegentigNegentig

De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En Meer

De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

VersbegrippenTweehonderd En Meer

De kinderen van Gibbar, vijf en negentig.

VersbegrippenNummer NegentigNegentig

De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Netofa, zes en vijftig.

VersbegrippenDe Jaren Vijftig

De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

VersbegrippenVeertig

De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

VersbegrippenAi, De StadTweehonderd En Meer

Public domain