'Deed' in de Bijbel
Want al Zijn rechten waren voor mij, en Zijn inzettingen deed ik niet van mij weg.
Hij kliefde de zee, en deed er hen doorgaan; en de wateren deed Hij staan als een hoop.
Want Hij bracht stromen voort uit de steenrots, en deed de wateren afdalen als rivieren.
En deed het vallen in het midden zijns legers, rondom zijn woningen.
Dies deed Hij hun dagen vergaan in ijdelheid, en hun jaren in verschrikking.
En Hij verdreef voor hun aangezicht de heidenen, en deed hen vallen in het snoer hunner erfenis, en deed de stammen Israels in hun tenten wonen.
En Hij sloeg Zijn wederpartijders aan het achterste; Hij deed hun eeuwige smaadheid aan.
Van achter de zogende schapen deed Hij hem komen, om te weiden Jakob, Zijn volk, en Israel, Zijn erfenis.
De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser der volken liet hem los.
En Hij deed Zijn volk zeer wassen, en maakte het machtiger dan Zijn tegenpartijders.
Zij baden, en Hij deed kwakkelen komen, en Hij verzadigde hen met hemels brood.
En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.
De aarde deed zich open, en verslond Dathan, en overdekte de vergadering van Abiram.
En zij hebben den HEERE tot toorn verwekt met hun daden, zodat de plaag een inbreuk onder hen deed.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (28)
- Exodus (27)
- Leviticus (17)
- Numberi (11)
- Deuteronomium (3)
- Jozua (13)
- Richteren (14)
- Ruth (1)
- 1 Samuël (8)
- 2 Samuël (11)
- 1 Koningen (27)
- 2 Koningen (51)
- 1 Kronieken (5)
- 2 Kronieken (36)
- Ezra (2)
- Nehemia (5)
- Esther (7)
- Job (5)
- Psalmen (14)
- Hooglied (1)
- Jesaja (5)
- Jeremia (8)
- Ezechiël (15)
- Daniël (6)
- Amos (4)
- Jona (3)