'Deed' in de Bijbel
Toen nu Daniel verstond, dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis (hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan), en hij knielde drie tijden 's daags op zijn knieen, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had.
Ik zag, dat de ram met de hoornen tegen het westen stiet, en tegen het noorden, en tegen het zuiden, en geen dieren konden voor zijn aangezicht bestaan, en er was niemand, die uit zijn hand verloste; maar hij deed naar zijn welgevallen, en hij maakte zich groot.
En het heir werd in den afval overgegeven tegen het gedurig offer; en hij wierp de waarheid ter aarde; en deed het, en het gelukte wel.
Toen werd ik, Daniel, zwak, en was enige dagen krank; daarna stond ik op, en deed des konings werk; en ik was ontzet over dit gezicht; maar niemand merkte het.
Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeen over mij, zodat ik geen kracht behoude.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (28)
- Exodus (27)
- Leviticus (17)
- Numberi (11)
- Deuteronomium (3)
- Jozua (13)
- Richteren (14)
- Ruth (1)
- 1 Samuël (8)
- 2 Samuël (11)
- 1 Koningen (27)
- 2 Koningen (51)
- 1 Kronieken (5)
- 2 Kronieken (36)
- Ezra (2)
- Nehemia (5)
- Esther (7)
- Job (5)
- Psalmen (14)
- Hooglied (1)
- Jesaja (5)
- Jeremia (8)
- Ezechiël (15)
- Daniël (6)
- Amos (4)
- Jona (3)