8422 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Den' in de Bijbel

Toen werd het volk van Israel verdeeld in twee helften; de helft des volks volgde Tibni, den zoon van Ginath, om hem koning te maken; en de helft volgde Omri.

VersbegrippenBreuken, Een HalfTwee GroepenKoningen MakenHelft Van GroepenLijst van koningen van Israël

Maar het volk, dat Omri volgde, was sterker dan het volk, dat Tibni, den zoon van Ginath, volgde; en Tibni stierf, en Omri regeerde.

In het een en dertigste jaar van Asa, den koning van Juda, werd Omri koning over Israel, en regeerde twaalf jaren; te Thirza regeerde hij zes jaren.

VersbegrippenZes JaarTien Tot Veertien Jaar

En hij kocht den berg Samaria van Semer, voor twee talenten zilvers, en bebouwde den berg; en noemde den naam der stad, die hij bouwde, naar den naam van Semer, den heer des bergs, Samaria.

VersbegrippenBouwenMunstelsel

En hij wandelde in alle wegen van Jerobeam, den zoon van Nebat, en in zijn zonden, waarmede hij Israel had doen zondigen, verwekkende den HEERE, den God Israels, tot toorn, door hun ijdelheden.

VersbegrippenSlechte Koningen NabootsenGod Tegen Afgoderij

En Achab, de zoon van Omri, werd koning over Israel, in het acht en dertigste jaar van Asa, den koning van Juda; en Achab, de zoon van Omri, regeerde over Israel, te Samaria, twee en twintig jaren.

Versbegrippen20 Tot 30 Jaar

En Achab, den zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, meer dan allen, die voor hem geweest waren.

VersbegrippenGedragJezebel

En het geschiedde (was het een lichte zaak, dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat?), dat hij nog ter vrouwe nam Izebel, de dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniers, en heenging, en diende Baal, en boog zich voor hem.

VersbegrippenBeperkingen Omtrent Het HuwelijkPolygamieDienstbaarheid En Aanbidding Van GodSlechte Koningen NabootsenOnbelangrijke MensenJezebel

Ook maakte Achab een bos, zodat Achab nog meer deed, om den HEERE, den God Israels, tot toorn te verwekken, dan alle koningen van Israel, die voor hem geweest waren.

VersbegrippenValse GodenAsherah DienenJezebel

In zijn dagen bouwde Hiel, de Betheliet, Jericho; op Abiram, zijn eerstgeborenen zoon heeft hij haar gegrondvest, en op Segub, zijn jongsten zoon, heeft hij haar poorten gesteld; naar het woord des HEEREN, dat Hij door den dienst van Jozua, den zoon van Nun, gesproken had.

VersbegrippenFunderingenEerstgeboreneZonde Van De VadersPoortenVervulde Voorspelling In OTOffer In OTDood Van De EerstgeboreneHet Jongste KindStichting Van NatiesPoorten Van De StadWederopbouw Van Genoemde StedenWoorden Aan Individuen Vervuld

Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.

VersbegrippenVoorspellingen Van EliaBehulpzaamVervulde Voorspelling In OTTonnenOvervloed Voor De ArmenWeedKookpot

Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.

VersbegrippenBloemGoddelijke VoorradenTonnenOvervloed Voor De ArmenKokenKookpot

En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?

VersbegrippenHuilen Tot GodGeheim GebedGod DodendGod Doodt IndividuenTragedie

En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.

VersbegrippenPersoonlijk ContactOmarmenDrie Keer HandelenGenoemde Personen Die BadenTragedie

En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.

VersbegrippenRegenGoddelijke RichtingGod Stuurde RegenMensen Bekend GemaaktGod Controleert De Regen

En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende.

VersbegrippenGroei In GeloofOfficierenPaleizenIndividuen Die God VrezenOntbiedende Koningen

Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?

VersbegrippenWandelenMensen HerkennenIs Het Echt?

En het mocht geschieden, wanneer ik van u zou weggegaan zijn, dat de Geest des HEEREN u wegnam, ik weet niet waarheen; en ik kwam, om dat Achab aan te zeggen, en hij vond u niet, zo zou hij mij doden; ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.

VersbegrippenJeugdGoede Voorbeelden Van KinderenVoorbeelden Van Goddelijke AngstBegeleiding Van De Heilige GeestToegewijd Zijn Aan De JeugdGod Draagt MensenIndividuen Die God Vrezen

Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.

VersbegrippenValse GodenSchool Van ProfetenTafelsConstructie IsraëlVier- Tot VijfhonderdVier- En VijfhonderdVolgelingen Van BaalProfeten Van Andere GodenAsherah DienenJezebel

Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.

Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen.

VersbegrippenVersneden DierenBrandhoutDingen KiezenTwee Dieren

Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.

VersbegrippenGod AanroepenVuur Van De HemelGod Zal AntwoordenGods Zaken OnderscheidenGod Beantwoordde GebedenAntwoorden

En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan.

VersbegrippenDingen KiezenVolgelingen Van BaalProfeten Van Andere GodenVoorrang Geven Aan GodCompetitieJezebel

En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.

VersbegrippenSpringenDansOchtendaanbiddingOchtendReligieMensen Die SpringenAnderen Die Niet Antwoorden

En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.

VersbegrippenGod Als GeestUurHumorIronieDe Aard Van SpotSpirituele SlaapPlezierAfleidingOntwakenGrappen MakenVakantie

En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.

VersbegrippenGroevenGewichten En Maten, DroogAndere Inhoudsmaten

En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.

VersbegrippenTonnenVersneden DierenHet In Orde MakenVier SchepenBrandhout

Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.

VersbegrippenAard Van VastenNummer VeertigVeertig DagenMeer Dan Een MaandVaste Voor Langere Periodes

En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;

VersbegrippenPasserenWindTypes Van Heilige GeestStormenGeen Wind

En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?

VersbegrippenMantelsMantelsBuitenkledijWat Doe Jij?

En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.

VersbegrippenVoorbeelden Van TrouwGretigheidLevens Van ProfetenAfwijzing Van GodVernietiging Van De TempelProfeten DodenGods Dingen VerzakenEnige OverlevendenEnkel 1 PersoonHet Verbond Breken

Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.

VersbegrippenZalving Van KoningenWisselen Van LeidersKoningen Maken

Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

VersbegrippenBoerenMantelsHet Lichaam BedekkenJukTeeltPloegenBuitenkledijPloegerTwaalf Dieren

Daarom zeide hij tot de boden van Benhadad: Zegt mijn heer den koning: Alles, waarom gij in het eerst tot uw knecht gezonden hebt, zal ik doen; maar deze zaak kan ik niet doen. Zo gingen de boden heen en brachten hem bescheid weder.

En ziet, een profeet trad tot Achab, den koning van Israel, en zeide: Zo zegt de HEERE: Hebt gij gezien al deze grote menigte? Zie, Ik zal ze heden in uw hand geven, opdat gij weet, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenDe Basis Van ZekerheidVeel StrijdersKennis Over GodDe Rol Van ProfetenAnonieme Profeten Van De HeerLijst van koningen van IsraëlZij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven

En Achab zeide: Door wie? En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Door de jongens van de oversten der landschappen. En hij zeide: Wie zal den strijd aanbinden? En hij zeide: Gij.

VersbegrippenCommandantOfficierenWie Is De Doener?Eerste Om Te Vechten

En zij togen uit op den middag. Benhadad nu dronk zich dronken in de tenten, hij en de koningen, de twee en dertig koningen, die hem hielpen.

VersbegrippenOnthouding Van DrinkenMiddagTentenVoorbeelden Van DronkenschapDertig En Nog IetsDronken PersonenFeesten

Toen trad die profeet tot den koning van Israel, en zeide tot hem: Ga heen, sterk u; en bemerk, en zie, wat gij doen zult; want met de wederkomst des jaars zal de koning van Syrie tegen u optrekken.

VersbegrippenVoorspelling, Methodes In OTVoorspellenKracht Van MensenAnonieme Profeten Van De HeerWees Sterk!Tijd Van Het JaarSyrië

Want de knechten van den koning van Syrie hadden tot hem gezegd: Hun goden zijn berggoden, daarom zijn zij sterker geweest dan wij; maar zeker, laat ons tegen hen op het effen veld strijden, zo wij niet sterker zijn dan zij!

VersbegrippenReligieBijgeloofZijn Eigen Goden DienenSyrië

En de man Gods trad toe, en sprak tot den koning van Israel, en zeide: Zo zegt de HEERE: Daarom dat de Syriers gezegd hebben: De HEERE is een God der bergen, en Hij is niet een God der laagten; zo zal Ik al deze grote menigte in uw hand geven, opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenBijgeloofOntrouw Aan GodAnonieme Profeten Van De HeerMan Van GodZij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven

En dezen waren gelegerd tegenover die, zeven dagen; het geschiedde nu op den zevenden dag, dat de strijd aanging; en de kinderen Israels sloegen van de Syriers honderd duizend voetvolks op een dag.

VersbegrippenWekenHonderdduizend En MeerDe Zevende Dag Van De WeekZeven DagenDag 7Vijanden BevechtenAantal Vreemdelingen GedoodSyriëGeloofwaardigheid

Toen zeiden de knechten tot hem: Zie toch, wij hebben gehoord, dat de koningen van het huis Israels goedertierene koningen zijn; laat ons toch zakken om onze lenden leggen, en koorden om onze hoofden, en uitgaan tot den koning van Israel; mogelijk zal hij uw ziel in het leven behouden.

VersbegrippenTouwenJute En AsMensen Die Genade TonenHumor

Toen gordden zij zakken om hun lenden, en koorden om hun hoofden, en kwamen tot den koning van Israel, en zeiden: Uw knecht Benhadad zegt: Laat toch mijn ziel leven. En hij zeide: Leeft hij dan nog? Hij is mijn broeder.

VersbegrippenTaillesFamilieledenVerder Leven

De mannen nu namen naarstiglijk waar, en vatten het haastelijk, of het van hem ware, en zeiden: Uw broeder Benhadad leeft. En hij zeide: Komt, brengt hem. Toen kwam Benhadad tot hem uit, en hij deed hem op den wagen klimmen.

VersbegrippenStrijdwagens

Toen ging de profeet heen, en stond voor den koning op den weg; en hij verstelde zich met as boven zijn ogen.

VersbegrippenWegenStaanWachtenVermommingenBeschadigde Ogen

En het geschiedde, als de koning voorbijging, dat hij tot den koning riep, en zeide: Uw knecht was uitgegaan in het midden des strijds; en zie, een man was afgeweken, en bracht tot mij een man, en zeide: Bewaar dezen man, indien hij enigszins gemist wordt, zo zal uw ziel in de plaats zijner ziel zijn, of gij zult een talent zilvers opwegen.

VersbegrippenMunstelselGelijke StrafBoete Als StrafIemand MissenTalenten

En hij zeide tot hem: Zo zegt de HEERE: Omdat gij den man, dien Ik verbannen heb, uit de hand hebt laten gaan, zo zal uw ziel in de plaats van zijn ziel zijn, en uw volk in de plaats van zijn volk.

VersbegrippenDe Rol Van ProfetenVervangingVoorbestemde PersonenVernietigingGelijke StrafMensen Die Bevrijd Worden Door Mensen

Het geschiedde nu na deze dingen, alzo Naboth, en Jizreeliet, een wijngaard had, die te Jizreel was, bij het paleis van Achab, den koning van Samaria.

VersbegrippenPaleizenSamaritanenLijst van koningen van Israël

En hij sprak tot haar: Omdat ik tot Naboth, den Jizreeliet, gesproken en hem gezegd heb: Geef mij uw wijngaard om geld, of, zo het u behaagt, zal ik u een wijngaard in zijn plaats geven; maar hij heeft gezegd: Ik zal u mijn wijngaard niet geven.

Toen zeide Izebel, zijn huisvrouw, tot hem: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israel regeren? Sta op, eet brood, en uw hart zij vrolijk; ik zal u den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, geven.

VersbegrippenVoorbeelden Van OneerlijkheidVerleidsterEten, Drinken En VierenOefeningJezebel

Zij dan schreef brieven in den naam van Achab, en verzegelde ze met zijn signet; en zond de brieven tot de oudsten en tot de edelen, die in zijn stad waren, wonende met Naboth.

VersbegrippenBrievenEdelenZegelsJezebel

En zet tegenover hem twee mannen, zonen Belials, die tegen hem getuigen, zeggende: Gij hebt God en den koning gezegend; en voert hem uit, en stenigt hem, dat hij sterve.

VersbegrippenSociale EthiekVormen Van VervolgingSatan Als De Vijand Van GodTwee GetuigenTwee GetuigenGod VervloekenGenoemde Individuen Doden

Toen kwamen de twee mannen, zonen Belials, en zetten zich tegenover hem; en de mannen Belials getuigden tegen hem, tegen Naboth, voor het volk, zeggende: Naboth heeft God en den koning gezegend. En zij voerden hem buiten de stad, en stenigden hem met stenen, dat hij stierf.

VersbegrippenMisdadigersTwee GetuigenTwee GetuigenGod VervloekenGenoemde Individuen Doden

Het geschiedde nu, toen Izebel hoorde, dat Naboth gestenigd en dood was, dat Izebel tot Achab zeide: Sta op, bezit den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, erfelijk, dien hij u weigerde om geld te geven; want Naboth leeft niet, maar is dood.

VersbegrippenLijden Van Jezus ChristusJezebel

En het geschiedde, als Achab hoorde, dat Naboth dood was, dat Achab opstond, om naar den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, af te gaan, om dien erfelijk te bezitten.

VersbegrippenConfiscatie

Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, den Thisbiet, zeggende:

VersbegrippenJezebel

Maak u op, ga henen af, Achab, den koning van Israel, tegemoet, die in Samaria is; zie hij is in den wijngaard van Naboth, waarhenen hij afgegaan is, om dien erfelijk te bezitten.

VersbegrippenGoddelijke RichtingLijst van koningen van IsraëlBezittingen Nemen

Zie, Ik zal kwaad over u brengen, en uw nakomelingen wegdoen; en Ik zal van Achab uitroeien, wat mannelijk is, mitsgaders den beslotene en verlatene in Israel.

VersbegrippenPlassenDood Van Alle MannenSlaaf Of Vrij

En Ik zal uw huis maken gelijk het huis van Jerobeam, den zoon van Nebat, en gelijk het huis van Baesa, den zoon van Ahia; om de terging, waarmede gij Mij getergd hebt, en dat gij Israel hebt doen zondigen.

VersbegrippenHet Lijden Van GodVerschoppelingenZoals Slechte Mensen

Verder ook over Izebel sprak de HEERE, zeggende: De honden zullen Izebel eten, aan den voorwal van Jizreel.

VersbegrippenLijken EtenJezebel

Het geschiedde nu, als Achab deze woorden hoorde, dat hij zijn klederen scheurde, en een zak om zijn vlees legde, en vastte; hij lag ook neder in den zak, en ging langzaam.

VersbegrippenScheuren Van KledingGebarenDoekSoorten Van AscetismeSpijtVoorbeelden Van BerouwJute En AsKwellingen Van De GoddelozenVeroordeling Van ZondeZij Die Kledij VerscheurdenDepressie

En het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, den Thisbiet, zeggende:

Maar het geschiedde in het derde jaar, als Josafat, de koning van Juda, tot den koning van Israel afgekomen was,

VersbegrippenBezoeken

Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.

Daarna zeide hij tot Josafat: Zult gij met mij trekken in den strijd naar Ramoth in Gilead? En Josafat zeide tot den koning van Israel: Zo zal ik zijn gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.

VersbegrippenNationalismeSamen VechtenMensen Zijn Allemaal GelijkVerwerven Van PaardenLijst van koningen van IsraëlDe Naties Aangevallen

Verder zeide Josafat tot den koning van Israel: Vraag toch als heden naar het woord des HEEREN.

VersbegrippenRaadgeversOntvangen Van Gods Advies

Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!

VersbegrippenWrokHaatVormen Van VervolgingIndividuen HatenGenoemde Profeten Van De HeerValse Vrienden

Toen riep de koning van Israel een kamerling, en hij zeide: Haal haastelijk Micha, den zoon van Jimla.

VersbegrippenGenoemde Profeten Van De Heer

De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.

VersbegrippenBoodschapperSlechte Mensen NabootstenGoede Woorden

Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.

VersbegrippenDoor Iemand Bij De Hand Genomen Worden

En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?

VersbegrippenBezweringGods Woord Is Waar

Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter hand en aan Zijn linkerhand.

VersbegrippenJubelende EngelenGod ZienZittenStaanTroonWoord Van GodDe Hemel, Gods TroonLeger Van GodDe Legers Van De HemelHemelse Visie

En hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. En Hij zeide: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.

VersbegrippenLiegenNamen En Titels Voor SatanGeestwezensMisleidende GodVerleidelijkSterk WaanideeLiegen En BedrogLiegen

Nu dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven; en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.

VersbegrippenOverwinning Op Het KwaadMisleidende GodLiegen En Bedrog

De koning van Israel nu zeide: Neem Micha, en breng hem weder tot Amon, den overste der stad, en tot Joas, den zoon des konings;

VersbegrippenHeersers

En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen; maar gij, trek uw klederen aan. Alzo verstelde zich de koning van Israel, en kwam in den strijd.

VersbegrippenGewadenVermommingenOnderscheidende Kleding

De koning nu van Syrie had geboden aan de oversten der wagenen, van welke hij twee en dertig had, zeggende: Gij zult noch kleinen noch groten bestrijden, maar den koning van Israel alleen.

VersbegrippenDertig En Nog IetsKleinheidSyrië

Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.

VersbegrippenBorstplaatGebruik Van Bogen En PijlenHarnasVoorbeelden Van Dood Van De GoddelozenMannen Getroffen Door BoogschuttersKansWapenuitrustingLongen

En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriers; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens.

VersbegrippenOorzaken Van LijdenBedekt Met BloedAndere Ondersteuning

Alzo stierf de koning, en werd naar Samaria gebracht; en zij begroeven den koning te Samaria.

VersbegrippenOvereten

Als men nu den wagen in den vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, waar de hoeren wiesen, naar het woord des HEEREN,, dat Hij gesproken had.

VersbegrippenHondenBaden Voor VerfrissingTaalWoord Van GodPoelenMensenetende DierenBloed DrinkenReine Objecten

Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel.

En Josafat maakte vrede met den koning van Israel.

VersbegrippenHistorische Boeken

Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en regeerde twee jaren over Israel.

VersbegrippenDe Noden Van KinderenKinderen, Voorbeelden Van Slecht OuderschapVoorbeelden Van MoedersVerantwoordelijkheden Van MoedersSlechte Koningen NabootsenJezebel

En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde in den weg van zijn vader, en in den weg van zijn moeder, en in den weg van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed. [ (I Kings 22:54) En hij diende Baal, en boog zich voor hem, en vertoornde den HEERE, den God Israels, naar alles, wat zijn vader gedaan had. ]

VersbegrippenAanbidding Van Baäl, GeschiedenisOnervarenheidGod Tergen

En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.

VersbegrippenHandicapsBeëlzebubHelenHuizenOorzaken Van LijdenMensen Die Van Een Hoogte VallenDe Bovenste Kamers

Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?

VersbegrippenBoodschapperGoddelijke Richting

Daarom nu zegt de HEERE alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.

VersbegrippenNabijheid Van De DoodDood Komt Binnenkort

En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.

VersbegrippenVervulde Voorspelling In OTWoord Van GodNabijheid Van De DoodDood Komt Binnenkort

Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.

VersbegrippenDe Jaren VijftigDood Door De Aanwezigheid Van GodVuur Van De HemelMan Van God

En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen.

VersbegrippenDe Jaren VijftigDood Door De Aanwezigheid Van GodVuur Van De HemelMan Van GodHumor

Zie, het vuur is van den hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; maar nu, laat mijn ziel dierbaar zijn in uw ogen!

VersbegrippenDoor De Mens In Leven Gehouden WordenDood Door De Aanwezigheid Van GodVuur Van De Hemel

Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.

VersbegrippenMan Die TenondergaatWees Niet Bang Van MensenEngelenactiviteiten Onder Gelovigen

En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israel is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.

VersbegrippenZonder GebedNabijheid Van De DoodDood Komt Binnenkort

Alzo stierf hij, naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon.

VersbegrippenWoord Van GodKoningen Van Het Noordelijk KoninkrijkLijst van koningen van IsraëlWoorden Aan Individuen Vervuld

Hij hief ook Elia's mantel op, die van hem afgevallen was, en keerde weder, en stond aan den oever van de Jordaan.

En hij nam den mantel van Elia, die van hem afgevallen was, en sloeg het water, en zeide: Waar is de HEERE, de God van Elia? Ja, Dezelve? En hij sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld, en Elisa ging er door.

VersbegrippenGod Van De VadersDe Wonderen Van ElishaVerdeling Van WaterenVerdeeld WaterWaar Is God?

Public domain