8422 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Den' in de Bijbel

De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE.

VersbegrippenAbsolute WaarheidTrouw In Menselijke RelatiesStroKafMisleidende DromenNiet Verwante DingenSpreken Als Van God

En aangaande den profeet, of den priester, of het volk, dat zeggen zal: Des HEEREN last; dat Ik bezoeking zal doen over dien man en over zijn huis.

VersbegrippenBeweringenValse Vrienden

Maar des HEEREN last zult gij niet meer gedenken; want een iegelijk zal zijn eigen woord een last zijn, dewijl gij verkeert de woorden van den levenden God, den HEERE der heirscharen, onzen God.

VersbegrippenGod, Levend En Zelfvoorzienend

Aldus zult gij zeggen tot den profeet: Wat heeft u de HEERE geantwoord en wat heeft de HEERE gesproken?

VersbegrippenGod Beantwoordt

De HEERE deed mij zien, en ziet, er waren twee vijgenkorven, gezet voor den tempel des HEEREN; nadat Nebukadrezar, koning van Babel, gevankelijk had weggevoerd Jechonia, den zoon van Jojakim, den koning van Juda, mitsgaders de vorsten van Juda, en de timmerlieden, en de smeden van Jeruzalem, en hen te Babel gebracht had.

VersbegrippenBabylon, Israël Verbannen NaarTimmerluiVakluiSmedenVerbannen KoningenTwee Plantaardige Producten

In den enen korf waren zeer goede vijgen, als de eerste rijpe vijgen zijn; maar in den anderen korf waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden.

VersbegrippenSlechte Dingen

En gelijk de boze vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden (want aldus zegt de HEERE), alzo zal Ik maken Zedekia, den koning van Juda, mitsgaders zijn vorsten, en het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven, en die in Egypteland wonen;

VersbegrippenOverlevenden Van IsraëlSlechte Dingen

En Ik zal onder hen zenden het zwaard, den honger en de pestilentie, totdat zij verteerd zullen zijn uit het land, dat Ik hun en hun vaderen gegeven had.

VersbegrippenPlagenHongersnood Komende Van GodGod Gaf Het LandGod Zal Zijn Mensen Doden

Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.

VersbegrippenLuisterenWoord Van God20 Tot 30 JaarZij Die Vroeg OpstondenHerhaaldelijk Zeggen

Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.

VersbegrippenProfetieën Van BabylonVerantwoordelijkheden Van VerkiezingBurgerlijke AutoriteitenGezag Van Menselijke InstellingenDe Aard Van BedieningOorlog Als Gods OordeelSissendGod Zal Zijn Mensen DodenHorror Veroorzaken

En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.

VersbegrippenLand Als Goddelijk Geschenk70 Tot 80 JaarKoningen Dienen

Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.

VersbegrippenProfetieën Van Babylon70 Tot 80 Jaar

Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;

VersbegrippenDrankjes, FiguurlijkWijnDe Komende Dag Van Gods Toorn

En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;

VersbegrippenDrankjes, FiguurlijkGod Maakt Dronken

Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;

VersbegrippenDienend Leiderschap

En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;

VersbegrippenGemengde MenigteOverlevenden Van Naties

Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;

En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.

VersbegrippenHeidense Heersers

En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.

En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!

En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.

VersbegrippenVuilnisOnbegraven LichamenOntlastingGod DodendGeen BegrafenissenGod DoodtNiet RouwenGebrek Aan Een Juiste Begrafenis

In het begin des koninkrijks van Jojakim, den zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord van den HEERE, zeggende:

Zo geschiedde het, als Jeremia geeindigd had te spreken alles, wat de HEERE geboden had tot al het volk te spreken, dat de priesters en de profeten en al het volk hem grepen, zeggende: Gij zult den dood sterven!

VersbegrippenVoorbeelden Van Valse BeschuldigingenDe Aard Van VervolgingLaatste WoordenOngelovige ProfetenDoden Zal Gebeuren

Waarom hebt gij in den Naam des HEEREN geprofeteerd, zeggende: Dit huis zal worden als Silo, en deze stad zal woest worden, dat er niemand wone? En het ganse volk werd vergaderd tegen Jeremia, in het huis des HEEREN.

VersbegrippenLege StedenHet huis Van God In Silo

Nu dan, maakt uw wegen en uw handelingen goed, en gehoorzaamt de stem des HEEREN, uws Gods; zo zal het den HEERE berouwen over het kwaad, dat Hij tegen u gesproken heeft.

VersbegrippenVerbintenis Tot GodBekering Van GodGeest, Van GodHervormingGehoorzaamheid Aan GodGod Verandert Van GedachtenMensen Die Van Gedacht VeranderenGods PlanBeslissingen NemenGods PlanGod Verandert Slechte Dingen In Goed

Toen zeiden de vorsten en al het volk tot de priesteren en tot de profeten: Aan dezen man is geen oordeel des doods, want hij heeft tot ons gesproken in den Naam des HEEREN, onzes Gods.

Hebben ook Hizkia, de koning van Juda, en gans Juda hem ooit gedood? Vreesde hij niet den HEERE, en smeekte des HEEREN aangezicht, zodat het den HEERE berouwde over het kwaad, dat Hij tegen hen gesproken had? Wij dan doen een groot kwaad tegen onze zielen.

VersbegrippenGod Verandert Van GedachtenDe Gunst Van God Zoeken

Er was ook een man, die in den Naam des HEEREN profeteerde, Uria, de zoon van Semaja, van Kirjath-Jearim; die profeteerde tegen deze stad en tegen dit land, naar al de woorden van Jeremia.

VersbegrippenGenoemde Profeten Van De Heer

Maar de koning Jojakim zond mannen naar Egypte, Elnathan, den zoon van Achbor, en andere mannen met hem, in Egypte;

Die voerden Uria uit Egypte, en brachten hem tot den koning Jojakim, en hij sloeg hem met het zwaard, en hij wierp zijn dood lichaam in de graven van de kinderen des volks.

VersbegrippenBegraafplaatsOntoereikende Begrafenissen

Maar de hand van Ahikam, den zoon van Safan, was met Jeremia, dat men hem niet overgaf in de hand des volk, om hem te doden.

In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

VersbegrippenJaren Van Zedekia

En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.

VersbegrippenAfgezantBezoekenUitgestuurde Boodschappers

Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.

VersbegrippenSchepping Van De AardeWapensNatuurGoddelijke KrachtDe Schepping Van De MensGeschenken Van GodGod Toonde Zijn KrachtAndere Geschenken Van GodWat Heeft God Nog Geschapen?

En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.

VersbegrippenVerantwoordelijkheden Van VerkiezingBurgerlijke AutoriteitenGezag Van Menselijke InstellingenDe Aard Van BedieningHeersersDienaren Van De HeerWilde Beesten OnderworpenGeschenken Van GodAndere Geschenken Van God

En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.

VersbegrippenPlagenJukHongersnood Komende Van God

Gijlieden dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.

VersbegrippenLuisterenMediumsWaarzeggerijOccultismeWaarzeggerijMisleidende DromenAanklagen Van Valse ProfetenVermijden Van TovenarijLuister Niet!TovenarijDromen En Valse ProfetenMagie

Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.

VersbegrippenZichzelf In Leven HoudenKoningen Dienen

Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.

VersbegrippenPestGod DodendHongersnood DoodtGod Doodt

Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid.

VersbegrippenOngelovige ProfetenAanklagen Van Valse ProfetenLuister Niet!

Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?

VersbegrippenZichzelf In Leven HoudenKoningen DienenDienenOvergave

Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.

VersbegrippenBezittingen Naar Babylon BrengenWoord Van GodOngelovige ProfetenProfeten

Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem;

VersbegrippenEdelenVerbannen KoningenKoningen Van Juda

Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.

VersbegrippenBezittingen Naar Babylon BrengenGod Die BezoektDingen Herstellen

Ook zal Ik Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, en allen, die gevankelijk weggevoerd zijn van Juda, die te Babel gekomen zijn, tot deze plaats wederbrengen, spreekt de HEERE; want Ik zal het juk des konings van Babel verbreken.

Toen sprak de profeet Jeremia tot den profeet Hananja, voor de ogen der priesteren, en voor de ogen des gansen volks, die in het huis des HEEREN stonden;

VersbegrippenStaanGenoemde Profeten Van De Heer

Toen nam de profeet Hananja het juk van den hals van den profeet Jeremia, en verbrak het.

VersbegrippenConfrontatieDe Ketenen Verbreken

En Hananja sprak voor de ogen des gansen volks, zeggende: Zo zegt de HEERE: Alzo zal Ik verbreken het juk van Nebukadnezar, den koning van Babel, in nog twee volle jaren, van den hals al der volken. En de profeet Jeremia ging zijns weegs.

VersbegrippenTwee Jaar

Doch des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia (nadat de profeet Hananja het juk van den hals van den profeet Jeremia verbroken had), zeggende:

Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ik heb een ijzeren juk gedaan aan den hals van al deze volken, om Nebukadnezar, den koning van Babel, te dienen, en zij zullen hem dienen; ja, Ik heb hem ook het gedierte des velds gegeven.

VersbegrippenWilde Beesten OnderworpenKoningen DienenGods Juk

En de profeet Jeremia zeide tot den profeet Hananja: Hoor nu, Hananja! de HEERE heeft u niet gezonden, maar gij hebt gemaakt, dat dit volk op leugen vertrouwt.

VersbegrippenOvertuigingValse ProfetenAgenten Van SatanGebrek Aan VertrouwenMisleidende Dingen VertrouwenGod Die Niet StuurtProfeten Die Niet Gestuurd Werden

Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal u wegwerpen van den aardbodem; dit jaar zult gij sterven, omdat gij een afval gesproken hebt tegen den HEERE.

VersbegrippenOpstand Tegen GodNabijheid Van De DoodDe Dood NadertOpstand Tegen GodOpstand

Door de hand van Elasa, den zoon van Safan, en Gemarja, den zoon van Hilkia, die Zedekia, de koning van Juda, naar Babel zond, tot Nebukadnezar, den koning van Babel, zeggende:

Daarom zegt de HEERE alzo van den koning, die op Davids troon zit, en van al het volk, dat in deze stad woont, te weten, uw broederen, die met u niet zijn uitgegaan in de gevangenis;

VersbegrippenTroonDe Dynastie Van David

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal het zwaard, den honger en de pestilentie onder hen zenden; en Ik zal ze maken als de afschuwelijke vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden.

VersbegrippenHongersnood Komende Van GodSlechte Dingen

En Ik zal ze achterna jagen met het zwaard, met den honger en met de pestilentie; en Ik zal ze overgeven tot een beroering, allen koninkrijken der aarde, tot een vloek, en tot een schrik, en tot een aanfluiting, en tot een smaadheid, onder al de volken, waar Ik ze henengedreven zal hebben;

VersbegrippenSissendHongersnood Komende Van GodHorror Veroorzaken

Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, van Achab, zoon van Kolaja, en van Zedekia, zoon van Maaseja, die ulieden in Mijn Naam valselijk profeteren: Ziet, Ik zal hen geven in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze voor uw ogen slaan.

VersbegrippenAgenten Van SatanProfeten DodenGod Zal Nederlaag VeroorzakenGenoemde Profeten Van De Heer

Tot Semaja nu, den Nechelamiet, zult gij spreken, zeggende:

Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Omdat gij brieven in uw naam gezonden hebt tot al het volk, dat te Jeruzalem is, en tot Zefanja, den zoon van Maaseja, den priester, en tot al de priesteren, zeggende:

De HEERE heeft u tot priester gesteld, in plaats van den priester Jojada, dat gij opzieners zoudt zijn in des HEEREN huis over allen man, die onzinnig is, en zich voor een profeet uitgeeft, dat gij dien stelt in de gevangenis en in den stok.

VersbegrippenGekkenAfgezette PriestersOverdaadAls Gek Beschouwd Worden

Nu dan, waarom hebt gij Jeremia, den Anathothiet, niet gescholden, die zich bij ulieden voor een profeet uitgeeft?

Zefanja nu, de priester, had dezen brief gelezen voor de oren van den profeet Jeremia.

VersbegrippenGeletterdheidAndere Zaken Lezen

Zend henen tot allen, die gevankelijk weggevoerd zijn, zeggende: Zo zegt de HEERE van Semaja, den Nechelamiet: Omdat Semaja ulieden geprofeteerd heeft, daar Ik hem niet gezonden heb, en heeft gemaakt, dat gij op leugen vertrouwt;

VersbegrippenMisleidende Dingen VertrouwenGod Die Niet StuurtProfeten Die Niet Gestuurd WerdenValse Apostels, Profeten En Leraars

Daarom zegt de HEERE alzo: Ziet, Ik zal bezoeking doen over Semaja, den Nechelamiet, en over zijn zaad; hij zal niemand hebben, die in het midden dezes volks wone, en zal het goede niet zien, dat Ik Mijn volke doen zal, spreekt de HEERE; want hij heeft een afval gesproken tegen den HEERE.

VersbegrippenOpstand Tegen GodValse Apostels, Profeten En Leraars

Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israels! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.

VersbegrippenDansDansenVreugde Van IsraëlVrijetijd En VrijetijdsbestedingSoorten MuziekinstrumentenMaagdWederopbouw van JeruzalemdrumsWederopbouwMaagdelijkheid

Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!

VersbegrippenDichtbij God KomenWachterIn De Bergen TrekkenJeruzalem In Het Duizendjarig Koninkrijk

Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.

VersbegrippenDe Tuin Van EdenNatuurlijke TuinTuinbouwWaterirrigatieVreugde Als Menselijke ErvaringWijnKuddesMetaforisch BewaterenMensen Die Zorgen

Dan zal zich de jonkvrouw verblijden in den rei, daartoe de jongelingen en ouden te zamen; want Ik zal hunlieder rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.

VersbegrippenGetroffen HeiligenRouw In Vreugde VeranderdDansenZorgenHerstelde VreugdeGod Zal Troosten

Richt u merktekenen op, stel u spitse pilaren, zet uw hart op de baan, op den weg, dien gij gewandeld hebt; keer weder, o jonkvrouw Israels, keer weder tot deze uw steden!

VersbegrippenSnelwegTerugkeren Naar Hun LandSnelwegenWegversperringenMaagdelijkheid

Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de HEERE heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen.

VersbegrippenNieuwe DingenAfvalligheid IN OTChristus, Het Zaad VanKompassenZwakke VrouwenVoor Mensen HandelenAfvalligheidAfvalligenVrouwZwerven

En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.

VersbegrippenDe Aard Van BekeringHet Nieuw VerbondGod ErvarenDe Aard Van ZekerheidGod BenaderenGroot En KleinGod Zal VergevenDe Weg Van God Onderwijzen

Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze stad den HEERE zal herbouwd worden, van den toren Hananeel af tot aan de Hoekpoort.

VersbegrippenTorensGenoemde PoortenWederopbouw van JeruzalemWederopbouw

En het meetsnoer zal wijders nevens dezelve uitgaan tot aan den heuvel Gareb, en zich naar Goath omwenden.

VersbegrippenMeetstok

En het ganse dal der dode lichamen en der as, en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan den hoek van de Paardenpoort tegen het oosten, zal den HEERE een heiligheid zijn; er zal niets weder uitgerukt, noch afgebroken worden in eeuwigheid.

VersbegrippenGenoemde PoortenHeilig LandJeruzalem In Het Duizendjarig Koninkrijk

Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.

VersbegrippenJaren Van Zedekia

En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.

VersbegrippenWeegschaal Voor ZakenWegenHandtekeningenGetuige Zijn VanBalansGewicht

En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;

VersbegrippenVastgoed

En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.

VersbegrippenDe JodenJudaïsmeSchriftgeleerdenVastgoedHandtekeningen

Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.

VersbegrippenKleiEen Lange Tijd Blijven

Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:

Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!

VersbegrippenZonde Van De VadersKinderen, Verantwoordelijkheden Jegens OudersDe Zonde Van OudersZonde Van De VadersGod Als Een KrijgerZijn Naam Is De HeerDe MachtigeGod Toonde Zijn Liefdevolle Vriendelijkheid

Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.

VersbegrippenAanvallenWerkelijke Aanvallen Op JeruzalemGod Zal Nederlaag Veroorzaken

Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.

VersbegrippenGod Zal Nederlaag Veroorzaken

Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;

VersbegrippenVernietiging Van Jeruzalem

En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.

VersbegrippenAfkeerValse GodenKindofferHoge PlaatsenAfwezigheid Van DenkenHeiligdommenValleien

En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;

VersbegrippenGod Zal Nederlaag Veroorzaken

En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.

VersbegrippenEerbied En ZegeningEerbied En Gods AardEerbied Voor GodOvervloedige VredeGod Doet GoedGoedheid

De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.

VersbegrippenBruidegomGewoonten In Verband Met Het HuwelijkNaties HerstellenDank AanbiedenStemmenLof Moet Aangeboden Worden VoorBlijdschapGodzijdank!Blijdschap

Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.

VersbegrippenGods Verbond Met DavidTroonSaul En DavidDe Dynastie Van DavidGods Verbond Is Voor Altijd

Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.

VersbegrippenUitvoeren Offer In NTKoninklijk Priesterschap

Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;

VersbegrippenProvisie Van Dag En NachtRespecterende BeloftesZonneschijnDe MaanVeranderende SeizoenenVerbond

Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:

VersbegrippenKoninkrijkenWerkelijke Aanvallen Op Jeruzalem

Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.

VersbegrippenJeruzalem VerbrandenGod Zal Nederlaag Veroorzaken

En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem.

Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.

VersbegrippenVerbrekers Van VerbondBurgerlijke VrijheidVerbondsrelatiesVrijheid

Public domain