'Des' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:14-Genesis 26:4
- 2.Genesis 26:25-Exodus 13:12
- 3.Exodus 13:13-Exodus 30:24
- 4.Exodus 30:28-Leviticus 3:7
- 5.Leviticus 3:11-Leviticus 14:18
- 6.Leviticus 14:23-Numberi 2:18
- 7.Numberi 2:25-Numberi 14:14
- 8.Numberi 14:17-Numberi 31:30
- 9.Numberi 31:35-Deuteronomium 13:9
- 10.Deuteronomium 13:15-Deuteronomium 33:16
- 11.Deuteronomium 33:17-Jozua 19:47
- 12.Jozua 19:50-Richteren 15:14
- 13.Richteren 15:19-1 Samuël 14:34
- 14.1 Samuël 14:38-2 Samuël 6:15
- 15.2 Samuël 6:16-1 Koningen 1:51
- 16.1 Koningen 2:3-1 Koningen 15:26
- 17.1 Koningen 15:29-2 Koningen 10:8
- 18.2 Koningen 10:9-2 Koningen 22:10
- 19.2 Koningen 22:11-1 Kronieken 21:29
- 20.1 Kronieken 21:30-2 Kronieken 9:11
- 21.2 Kronieken 9:16-2 Kronieken 28:7
- 22.2 Kronieken 28:9-Ezra 3:2
- 23.Ezra 3:3-Nehemia 12:38
- 24.Nehemia 12:46-Job 5:20
- 25.Job 5:23-Psalmen 8:7
- 26.Psalmen 8:8-Psalmen 58:10
- 27.Psalmen 59:2-Psalmen 113:3
- 28.Psalmen 114:7-Spreuken 10:20
- 29.Spreuken 10:21-Spreuken 21:20
- 30.Spreuken 21:25-Jesaja 4:6
- 31.Jesaja 5:8-Jesaja 34:10
- 32.Jesaja 34:16-Jesaja 66:16
- 33.Jesaja 66:20-Jeremia 21:10
- 34.Jeremia 21:11-Jeremia 35:12
- 35.Jeremia 36:2-Jeremia 51:50
- 36.Jeremia 51:51-Ezechiël 17:1
- 37.Ezechiël 17:5-Ezechiël 37:15
- 38.Ezechiël 37:26-Daniël 4:21
- 39.Daniël 4:22-Amos 4:4
- 40.Amos 5:18-Zacharia 8:7
- 41.Zacharia 8:9-Mattheüs 19:28
- 42.Mattheüs 20:1-Markus 13:27
- 43.Markus 13:35-Lukas 19:37
- 44.Lukas 19:38-Handelingen 3:15
- 45.Handelingen 3:19-Handelingen 28:23
- 46.Romeinen 1:5-2 Corinthiër 5:11
- 47.2 Corinthiër 6:16-2 Timotheüs 2:21
- 48.2 Timotheüs 2:24-Judas 1:16
- 49.Openbaring 1:10-Openbaring 22:19
Beef, gij aarde! voor het aangezicht des Heeren, voor het aangezicht van den God Jakobs;
Hunlieder afgoden zijn zilver en goud, het werk van des mensen handen;
Aangaande den hemel, de hemel is des HEEREN; maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven.
De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.
Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE! bevrijd mijn ziel.
Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen der levenden.
Ik zal den beker der verlossingen opnemen, en den Naam des HEEREN aanroepen.
Kostelijk is in de ogen des HEEREN de dood Zijner gunstgenoten.
Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.
In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!
Alle heidenen hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.
Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.
Zij hadden mij omringd als bijen; zij zijn uitgeblust als een doornenvuur; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.
In de tenten der rechtvaardigen is een stem des gejuichs en des heils; de rechterhand des HEEREN doet krachtige daden.
De rechterhand des HEEREN is verhoogd; de rechterhand des HEEREN doet krachtige daden.
Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEEREN vertellen.
Dit is de poort des HEEREN, door dewelke de rechtvaardigen zullen ingaan.
De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.
Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN.
Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.
Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.
HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.
Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.
Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.
Waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis Israels, om den Naam des HEEREN te danken.
Want daar zijn de stoelen des gerichts gezet, de stoelen van het huis van David.
Om des huizes des HEEREN, onzes Gods wil, zal ik het goede voor u zoeken.
Onze ziel is veel te zat des spots der weelderigen, der verachting der hovaardigen.
Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.
En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.
Een lied Hammaaloth. Ziet, looft den HEERE, alle gij knechten des HEEREN! gij, die allen nacht in het huis des HEEREN staat.
Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!
Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?
En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot.
Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;
Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.
O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij!
Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.
De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.
Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.
Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.
Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren.
De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.
Onze beenderen zijn verstrooid aan den mond des grafs, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.
Bewaar mij voor het geweld des striks, dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers der ongerechtigheid.
O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?
Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.
Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is.
Hij heeft geen lust aan de sterkte des paards; Hij heeft geen welgevallen aan de benen des mans.
Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.
Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;
De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des HEEREN niet hebben verkoren.
Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.
Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.
Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren.
Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden;
Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;
Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding;
Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.
Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.
De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen.
Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.
Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.
Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.
Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.
Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;
Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;
Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid;
Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.
De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.
Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;
Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef;
Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte;
Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.
Want door Mij zullen uw dagen vermenigvuldigen, en de jaren des levens zullen u toegedaan worden.
De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.
Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddelozen zal verrotten.
De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.
De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
Des rijken goed is een stad zijner sterkte; de armoede der geringen is hun verstoring.
Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.
De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:14-Genesis 26:4
- 2.Genesis 26:25-Exodus 13:12
- 3.Exodus 13:13-Exodus 30:24
- 4.Exodus 30:28-Leviticus 3:7
- 5.Leviticus 3:11-Leviticus 14:18
- 6.Leviticus 14:23-Numberi 2:18
- 7.Numberi 2:25-Numberi 14:14
- 8.Numberi 14:17-Numberi 31:30
- 9.Numberi 31:35-Deuteronomium 13:9
- 10.Deuteronomium 13:15-Deuteronomium 33:16
- 11.Deuteronomium 33:17-Jozua 19:47
- 12.Jozua 19:50-Richteren 15:14
- 13.Richteren 15:19-1 Samuël 14:34
- 14.1 Samuël 14:38-2 Samuël 6:15
- 15.2 Samuël 6:16-1 Koningen 1:51
- 16.1 Koningen 2:3-1 Koningen 15:26
- 17.1 Koningen 15:29-2 Koningen 10:8
- 18.2 Koningen 10:9-2 Koningen 22:10
- 19.2 Koningen 22:11-1 Kronieken 21:29
- 20.1 Kronieken 21:30-2 Kronieken 9:11
- 21.2 Kronieken 9:16-2 Kronieken 28:7
- 22.2 Kronieken 28:9-Ezra 3:2
- 23.Ezra 3:3-Nehemia 12:38
- 24.Nehemia 12:46-Job 5:20
- 25.Job 5:23-Psalmen 8:7
- 26.Psalmen 8:8-Psalmen 58:10
- 27.Psalmen 59:2-Psalmen 113:3
- 28.Psalmen 114:7-Spreuken 10:20
- 29.Spreuken 10:21-Spreuken 21:20
- 30.Spreuken 21:25-Jesaja 4:6
- 31.Jesaja 5:8-Jesaja 34:10
- 32.Jesaja 34:16-Jesaja 66:16
- 33.Jesaja 66:20-Jeremia 21:10
- 34.Jeremia 21:11-Jeremia 35:12
- 35.Jeremia 36:2-Jeremia 51:50
- 36.Jeremia 51:51-Ezechiël 17:1
- 37.Ezechiël 17:5-Ezechiël 37:15
- 38.Ezechiël 37:26-Daniël 4:21
- 39.Daniël 4:22-Amos 4:4
- 40.Amos 5:18-Zacharia 8:7
- 41.Zacharia 8:9-Mattheüs 19:28
- 42.Mattheüs 20:1-Markus 13:27
- 43.Markus 13:35-Lukas 19:37
- 44.Lukas 19:38-Handelingen 3:15
- 45.Handelingen 3:19-Handelingen 28:23
- 46.Romeinen 1:5-2 Corinthiër 5:11
- 47.2 Corinthiër 6:16-2 Timotheüs 2:21
- 48.2 Timotheüs 2:24-Judas 1:16
- 49.Openbaring 1:10-Openbaring 22:19
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (163)
- Exodus (225)
- Leviticus (208)
- Numberi (233)
- Deuteronomium (177)
- Jozua (119)
- Richteren (98)
- Ruth (5)
- 1 Samuël (154)
- 2 Samuël (106)
- 1 Koningen (173)
- 2 Koningen (178)
- 1 Kronieken (119)
- 2 Kronieken (233)
- Ezra (56)
- Nehemia (57)
- Esther (79)
- Job (109)
- Psalmen (267)
- Spreuken (176)
- Prediker (40)
- Hooglied (8)
- Jesaja (218)
- Jeremia (313)
- Klaagliederen (22)
- Ezechiël (224)
- Daniël (91)
- Hosea (23)
- Joël (19)
- Amos (20)
- Obadja (2)
- Jona (10)
- Micha (17)
- Nahum (3)
- Habakuk (9)
- Zefanja (16)
- Zacharia (55)
- Maleachi (14)
- Mattheüs (116)
- Markus (64)
- Lukas (111)
- Johannes (54)
- Handelingen (116)
- Romeinen (49)
- 1 Corinthiërs (37)
- 2 Corinthiër (26)
- Galaten (14)
- Efeziërs (17)
- Filippenzen (13)
- Colossenzen (11)
- 1 Thessalonicenzen (11)
- 2 Thessalonicenzen (7)
- 1 Timotheüs (12)
- 2 Timotheüs (6)
- Titus (3)
- Filémon (1)
- Hebreeën (46)
- Jakobus (16)
- 1 Petrus (14)
- 2 Petrus (6)
- 1 Johannes (7)
- 2 Johannes (1)
- Judas (3)
- Openbaring (73)
Verwante onderwerpen
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Altaar Van De Heer
- Altaren Bouwen
- Bediening Van De Zoon Van De Mensheid
- Beroepen
- Beslissingen Nemen
- De Betekenis Van Mozes
- De Daad Van Openen
- De Glorie Van God
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- Genoemde Profeten Van De Heer
- God Dodend
- God Verschijnt In Vuur
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Stem