7427 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Die' in de Bijbel

En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.

VersbegrippenVertrekkenTien DierenGoede Dingen Geven

Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.

VersbegrippenDrankjesContainer Voor WaterVoedsel VragenMan Die Water SchenktEen Teken ZoekenGod Die Anderen BenoemtGeven In Het Huwelijk

En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.

VersbegrippenMooiAfwezigheid Van SexDe Schoonheid Van VrouwenSchoonheid Van De Natuur

Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.

VersbegrippenContainer Voor WaterIndividuen Die LopenVoedsel VragenMan Die Water Schenkt

En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.

VersbegrippenArmbandenNeuzenOrnamentenRingenGouden OrnamentenJuwelenTwee SieradenHelft Van De DingenGewichten Van Goud

En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.

VersbegrippenDat Ben Ik

En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de HEERE heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen.

VersbegrippenReisVriendelijkheidGod heeft GeleidZegen De Heer!God Toonde Zijn Liefdevolle Vriendelijkheid

En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren.

VersbegrippenRennen Met NieuwsToegewijde Moeders

En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot die man naar buiten tot de fontein.

VersbegrippenIndividuen Die Lopen

En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein.

VersbegrippenJuwelenGenoemde Zusters

Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren.

VersbegrippenBaden Voor ReinigingGastenKribbesStroWaterVoetenwassingDingen Die Gestript WordenHuizen BinnengaanDieren VoedenMan Die Water SchenktReine VoetenZorg Voor Voeten

Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;

VersbegrippenContainer Voor WaterWater OphalenMan Die Water Schenkt

En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.

VersbegrippenWater OphalenMan Die Water SchenktGod Die Anderen BenoemtGeven In Het HuwelijkGoddelijke Vrouwen

En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde den HEERE, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.

VersbegrippenHet Hoofd Buigen Voor GodGod heeft GeleidGezegend Zij God!

En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.

VersbegrippenMenselijke VrijgevigheidBruidschatVerlovingGoudGewoonten In Verband Met Het HuwelijkOrnamentenHuwelijk, De BruidCosmeticaGeschenkenMensen Die Kleren GevenJuwelenJuwelen

Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer!

VersbegrippenVrijetijd En VrijetijdsbestedingEten En DrinkenMensen Die Mensen Sturen

En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.

VersbegrippenKamelenOp Kamelen RijdenJonge Vrouwen

En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.

VersbegrippenBedektSluiersMensen OntmoetenWie Is Dit?De Jurk Van De Bruid

En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.

VersbegrippenVertellen Wat Mensen Deden

Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.

VersbegrippenTroepen Die Weggestuurd Worden

En er was honger in dat land, behalve den eerste honger, die in de dagen van Abraham geweest was; daarom toog Izak tot Abimelech, de koning der Filistijnen, naar Gerar.

VersbegrippenVoorbeelden Van HongersnoodOptreden Van God In OTTijden Van Mensen

En als de mannen van die plaats hem vraagden van zijn huisvrouw, zeide hij: Zij is mijn zuster; want hij vreesde te zeggen, mijn huisvrouw; opdat mij misschien, zeide hij, de mannen dezer plaats niet doden, om Rebekka; want zij was schoon van aangezicht.

VersbegrippenVoorbeelden Van BedrogTwijfelaarsStellen Van Bepaalde VragenOnjuiste VoorstellingAndere EchtgenotesMooie Vrouwen

En die man werd groot, ja, hij werd doorgaans groter, totdat hij zeer groot geworden was.

VersbegrippenGroei In RijkdomRijke MensenRijkdom En Voorspoed

En al de putten, die de knechten van zijn vader, in de dagen van zijn vader Abraham, gegraven hadden, die stopten de Filistijnen, en vulden dezelve met aarde.

VersbegrippenUitgravingBronnen StoppenTijden Van Mensen

Als nu Izak wedergekeerd was, groef hij die waterputten op, die zij ten tijde van Abraham, zijn vader, gegraven, en die de Filistijnen na Abrahams dood toegestopt hadden; en hij noemde derzelver namen naar de namen, waarmede zijn vader die genoemd had.

VersbegrippenBronnen StoppenMensen Die Dingen BenoemenTijden Van Mensen

En de herders van Gerar twistten met Izaks herders, zeggende: Dit water hoort ons toe! Daarom noemde hij de naam van die put Esek, omdat zij met hem gekeven hadden.

VersbegrippenSlechte DienarenVoorbeelden Van OneerlijkheidMensen Die Andere Dingen BezittenMensen Die Dingen BenoemenBijhouden Voorraad

En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.

VersbegrippenSmaakVoedsel VragenSmakelijkVoor De DoodVan Andere Dingen HoudenMensen Die Zegenen

Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.

VersbegrippenGeitenSoorten DierenSmakelijkTwee DierenVan Andere Dingen Houden

Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.

VersbegrippenAnderen KledenFijne Kledij

Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen.

VersbegrippenStemmenContact Met MensenDingen HerkennenValsspelers

Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.

VersbegrippenSmakelijkMensen Die ZegenenHertKoken

Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.

VersbegrippenBevenIndividuen Die BevenWie Is Dit?Mensen Die Zegenen

Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden; want zij was een herderin.

VersbegrippenTerwijl We PratenZij Die Voorraad Hadden

En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijner zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, en omhelsde hem, en kuste hem, en bracht hem tot zijn huis. En hij vertelde Laban al deze dingen.

VersbegrippenMensen Die KussenWapensKussendIndividuen Die LopenGenoemde Zusters

Vervul de week van deze; dan zullen wij u ook die geven, voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaren bij mij dienen zult.

VersbegrippenOnderhandelingWekenZeven JaarIndividuen DienenGeven In Het HuwelijkHet Werk Van De Mens Dat Voltooid IsBijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk

Toen ontstak Jakobs toorn tegen Rachel, en hij zeide: Ben ik dan in plaats van God, Die de vrucht des buiks van u geweerd heeft?

VersbegrippenOnvruchtbare VrouwenRedenen Voor OnvruchtbaarheidMannen Als GodenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

Toen nu Lea zag, dat zij ophield van baren, nam zij ook haar dienstmaagd Zilpa, en gaf die aan Jakob tot een vrouw.

VersbegrippenConcubinesBeëindigingGeven In Het Huwelijk

En Ruben ging in de dagen van de tarweoogst, en hij vond Dudaim in het veld, en hij bracht die tot zijn moeder Lea. Toen zeide Rachel tot Lea: Geef mij toch van uws zoons Dudaim.

VersbegrippenTarwe

Geef mijn vrouwen, en mijn kinderen, om welke ik u gediend heb, dat ik vertrek; want gij weet mijn dienst, die ik u gediend heb.

VersbegrippenMensen Met Algemene KennisIndividuen Dienen

Toen nam zich Jakob roeden van groen populierenhout, en van hazelaar, en van kastanjen; en hij schilde daarin witte strepen, ontblotende het wit, hetwelk aan die roeden was.

VersbegrippenAmandelenWitBomenPolenVillenZwart En Wit

En hij legde deze roeden, die hij geschild had, in de goten, en in de drinkbakken van het water, waar de kudde kwam drinken, tegenover de kudde; en zij werden verhit, als zij kwamen om te drinken.

VersbegrippenParende DierenContainer Voor WaterPolenVillen

En die man brak gans zeer uit in menigte, en hij had vele kudden, en dienstmaagden, en dienstknechten, en kemelen, en ezelen.

VersbegrippenOvervloed, MaterieelGrootsheidSchapenGroei In RijkdomGroepen Van SlavenMassa's EzelsSchapen BezittenRijke MensenRijkdom En Voorspoed

En het geschiedde ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in den droom; en ziet, de bokken, die de kudden beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig.

VersbegrippenParende DierenDierlijke VoortplantingOnzuivere WezensZwart En Wit

En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.

VersbegrippenGod Ziet Hun EllendeOnzuivere WezensZwart En WitGod Stuurde Zijn Zoon

Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.

VersbegrippenOlieMonumentenIk Ben GodDingen Zalven

Want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.

VersbegrippenRijk WordenBezittingen Nemen

En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij gewonnen had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izak, zijn vader, naar het land Kanaan.

VersbegrippenRijden

Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.

VersbegrippenMisdadigersHuishoud GodenSchapenStelenOorzaken Van LijdenSchapen ScherenGod Overvallen

Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.

VersbegrippenHuishoud GodenMensen Die NeerzittenZoeken Voor Concrete DingenNiet VindenVerborgenStandbeelden

Toen antwoordde Laban en zeide tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet, dat is mijn; en wat zoude ik aan deze mijn dochteren heden doen? of aan haar zonen, die zij gebaard hebben?

VersbegrippenMensen Die Andere Dingen Bezitten

Toen nam Jakob een steen, en hij verhoogde die, tot een opgericht teken.

VersbegrippenMonumentenGedenkstenen

Voorts zeide Jakob: O, God mijns vaders Abrahams, en God mijns vaders Izaks, o HEERE! Die tot mij gezegd hebt: Keer weder tot uw land, en tot uw maagschap, en Ik zal wel bij u doen!

VersbegrippenGod Doet GoedTerugkeren Naar Hun LandGenoemde Personen Die BadenGrootvaders

Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt; want ik ben met mijn staf over deze Jordaan gegaan, en nu ben ik tot twee heiren geworden!

VersbegrippenVriendelijkheidNederigheidPersoneelVoorbeelden Van NederigheidTwee GroepenRivier OverstekenWandelen Met Een StafGod Toonde Zijn Liefdevolle Vriendelijkheid

En hij gaf die in de hand zijner knechten, elke kudde bijzonder; en hij zeide tot zijn knechten: Gaat gijlieden door, voor mijn aangezicht, en stelt ruimte tussen kudde en tussen kudde.

VersbegrippenSamenkomst Van WezensGatenVooraan

En hij gebood ook den tweede, ook den derde, ook allen, die de kudden nagingen, zeggende: Naar ditzelfde woord zult gij spreken tot Ezau, als gij hem vinden zult.

VersbegrippenLeefregels Van De Mens

En hij nam ze, en deed hen over die beek trekken; en hij deed overtrekken hetgeen hij had.

Daarom eten de kinderen Israels de verrukte zenuw niet, die op het gewricht der heup is, tot op dezen dag, omdat Hij het gewricht van Jakobs heup aangeroerd had, aan de verrukte zenuw.

VersbegrippenLichamelijke ZwakteDijenAanraken Om Te KwetsenVerboden VoedselStatuten Tot De Dag Van VandaagSpieren

Daarna hief hij zijn ogen op, en zag die vrouwen en die kinderen, en zeide: Wie zijn deze bij u? En hij zeide: De kinderen, die God aan uw knecht genadiglijk verleend heeft.

VersbegrippenSlechte OudersHoudingen Tegenover KinderenHeiligheid Van Het LevenKinderen, Een Geschenk Van GodWie Is Dit?Geschenken Van GodAndere Geschenken Van GodMensen Zien

Neem toch mijn zegen, die u tegemoet gebracht is, dewijl het God mij genadiglijk verleend heeft, en dewijl ik alles heb; en hij hield bij hem aan, zodat hij het nam.

VersbegrippenOvervloedGezegend Door God

En Dina, de dochter van Lea, die zij Jakob gebaard had, ging uit, om de dochteren van dat land te bezien.

VersbegrippenBezoekenMensen Die Bezoeken

En zij zeiden tot hen: Wij zullen deze zaak niet kunnen doen, dat wij onze zuster aan een man geven zouden, die de voorhuid heeft; want dat ware ons een schande.

VersbegrippenVoorhuidenNiet Besneden ZijnOnmogelijk Voor MensenGenoemde ZustersNiet Mogelijk Om Andere Dingen Te Doen

Hun vee, en hun bezitting, en al hun beesten, zullen die niet onze zijn? Alleen laat ons hun te wille zijn, en zij zullen met ons wonen.

VersbegrippenIn Het Land LevenBezit Nemen

En zij hoorden naar Hemor, en naar Sichem, zijn zoon, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen; en zij werden besneden, al wat mannelijk was, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen.

VersbegrippenHet Sluiten Van Een OvereenkomstZaken Doen Aan De PoortInstemming

Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau.

VersbegrippenVluchtelingenOptreden Van God In OTHerdenkingGoddelijke SpraakPlaatsen Van AanbiddingAltaren BouwenGod VerschijntBethel Het Huis Van GodIn Het Land Leven

Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen;

VersbegrippenVoorbeelden Van FamiliesHoofden Van De FamilieRein, Spiritueel GebruikHervormingAfgodenWerkgevers, Goede VoorbeeldenVreemde DingenVeranderen KledijReine KledijAndere Goden VerzakenJezelf Veranderen

En laat ons ons opmaken, en optrekken naar Beth-El; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, die ik gewandeld heb.

VersbegrippenNoodGod BeantwoordtGod Was Met JouGod Met Specifieke Mensen

Toen gaven zij Jakob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom, die bij Sichem is.

VersbegrippenOorringenOrnamentenRingenVreemde DingenEikenVerborgen DingenAndere Goden VerzakenJuwelen

En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Jakob niet achterna jaagden.

VersbegrippenVoorbeelden Van Goddelijke BeschermingTerreur Van GodTerrorisme

En hij bouwde aldaar een altaar, en noemde die plaats El Beth-El; want God was hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood.

VersbegrippenVluchtelingenAltaren BouwenGod VerschijntAltaren

Toen voer God van hem op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had.

VersbegrippenGod Staat OpGod Spreekt

En Jakob stelde een opgericht teken op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had, een stenen opgericht teken; en hij stortte daarop drankoffer, en goot olie daarover.

VersbegrippenAanbod DrankPlechtighedenOlieGietenMonumentenGedenkstenenStenen Als MonumentenDingen ZalvenAanbieden Van Granen En Plengoffers

En de zonen van Zilpa, Lea's dienstmaagd: Gad en Aser. Deze zijn de zonen van Jakob, die hem geboren zijn in Paddan-Aram.

En Aholibama baarde Jehus, en Jaelam, en Korah. Dit zijn de zonen van Ezau, die hem geboren zijn in het land Kanaan.

Ezau nu had genomen zijn vrouwen, en zijn zonen, en zijn dochters, en al de zielen zijns huizes, en zijn vee, en al zijn beesten, en al zijn bezitting, die hij in het land Kanaan geworven had, en was vertrokken naar een ander land, van het aangezicht van zijn broeder Jakob.

VersbegrippenGewichten En Maten, AfstandenMensen Die Afscheid Nemen

En dit zijn de zonen van Zibeon: Aja en Ana, hij is die Ana, die de muilen in de woestijn gevonden heeft, toen hij de ezels van zijn vader Zibeon weidde.

VersbegrippenMuilezelsZij Die Voorraad Hadden

En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.

VersbegrippenHeersers Van Edom

En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.

VersbegrippenNederlaagVreemde KoningenHeersers Van Edom

Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan.

VersbegrippenHerder Als Beroep

En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!

Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.

VersbegrippenAfwerpenHerstel Van MensenIndividuen Die Anderen Redden

Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.

VersbegrippenHandelaarsZilverHandelHandelPrijs Gezet Op IndividuenHandel Van Metalen

Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.

VersbegrippenSoorten KledingOpgroeienZichzelf KledenMensen Die StrippenAan De Poort ZittenVermommingenDe Wegen GebruikenOnderscheidende KledingGeven In Het Huwelijk

Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.

VersbegrippenZegelsPersoneelOpvattingTouwen

En hij vraagde de lieden van haar plaats, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan den weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest.

VersbegrippenWaar Zijn Mensen?Hoeren

En hij keerde weder tot Juda, en zeide: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest.

VersbegrippenNergens Te Vinden

Jozef nu werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao, een overste der trawanten, een Egyptisch man, kocht hem uit de hand der Ismaelieten, die hem derwaarts afgevoerd hadden.

VersbegrippenKapiteinenGraadHandelDe Onrechtvaardige Woede Van De MensVoorbeelden Van Gods Genade

En het geschiedde, als zijn heer de woorden zijner huisvrouw hoorde, die zij tot hem sprak, zeggende: Naar deze zelfde woorden heeft mij uw knecht gedaan, zo ontstak zijn toorn.

VersbegrippenGevangenenVertellen Wat Mensen DedenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

En de overste van het gevangenhuis gaf al de gevangenen, die in het gevangenhuis waren, in Jozefs hand; en al wat zij daar deden, deed hij.

VersbegrippenVoorbeelden Van VerantwoordelijkheidGevangenisbewaardersToevertrouwendZijn/Haar Werk DoenGevangenis

Zij droomden nu beiden een droom, elk zijn droom, in een nacht, elk naar de uitlegging zijns drooms, de schenker en de bakker, die des konings van Egypte waren, die gevangen waren in het gevangenhuis.

VersbegrippenNachtelijke Visioenen

Toen vraagde hij de hovelingen van Farao, die bij hem waren in hechtenis van het huis zijns heren, zeggende: Waarom zijn uw aangezichten heden kwalijk gesteld?

VersbegrippenStellen Van Bepaalde VragenAndere Verdrietige Mensen

En zij zeiden tot hem: Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge. En Jozef zeide tot hen: Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.

VersbegrippenDromenNiemand BeschikbaarDromen Vertellen

En Farao's beker was in mijn hand; en ik nam die druiven, en drukte ze uit in Farao's beker, en ik gaf den beker op Farao's hand.

VersbegrippenDruk UitoefenenWijn Verschaffen

En in den opperste korf was van alle spijze van Farao, die bakkerswerk is; en het gevogelte at dezelve uit de korf, van boven mijn hoofd.

VersbegrippenVogels EtenHet Eten Van DierenBovenkant Van Dingen

En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier.

VersbegrippenZeven DierenRivieroeversDunne LichamenRivier Nijl

En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao.

VersbegrippenVette DierenHet Eten Van DierenDunne Lichamen

En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.

VersbegrippenWaarzeggerij Beoefend DoorOchtendRusteloosheidDe Aard Van Menselijke WijsheidTovenaarsWijze MannenOntbiedende KoningenNiemand BeschikbaarDromen Vertellen

En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.

VersbegrippenDe Bron Van Menselijke WijsheidOntdekkingenInterpretatie Van DromenDromen InterpreterenNiemand Beschikbaar

En die ranke en lelijke koeien aten die eerste zeven vette koeien op;

VersbegrippenZeven DierenVette DierenHet Eten Van Dieren

Public domain