'Die' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:7-Genesis 24:7
- 2.Genesis 24:10-Genesis 41:20
- 3.Genesis 41:24-Exodus 10:2
- 4.Exodus 10:8-Exodus 30:38
- 5.Exodus 31:6-Leviticus 9:6
- 6.Leviticus 9:15-Leviticus 16:26
- 7.Leviticus 16:28-Numberi 1:4
- 8.Numberi 1:5-Numberi 15:39
- 9.Numberi 15:41-Numberi 32:11
- 10.Numberi 32:21-Deuteronomium 6:14
- 11.Deuteronomium 6:17-Deuteronomium 17:8
- 12.Deuteronomium 17:9-Deuteronomium 28:57
- 13.Deuteronomium 28:58-Jozua 9:27
- 14.Jozua 10:6-Richteren 1:33
- 15.Richteren 2:7-Richteren 17:2
- 16.Richteren 17:4-1 Samuël 4:17
- 17.1 Samuël 4:20-1 Samuël 22:7
- 18.1 Samuël 22:8-2 Samuël 7:9
- 19.2 Samuël 7:13-2 Samuël 24:13
- 20.2 Samuël 24:16-1 Koningen 10:11
- 21.1 Koningen 10:19-1 Koningen 21:26
- 22.1 Koningen 22:13-2 Koningen 14:15
- 23.2 Koningen 14:21-2 Koningen 25:13
- 24.2 Koningen 25:16-1 Kronieken 22:15
- 25.1 Kronieken 23:5-2 Kronieken 14:6
- 26.2 Kronieken 15:5-2 Kronieken 32:14
- 27.2 Kronieken 32:17-Ezra 10:17
- 28.Ezra 10:18-Esther 5:2
- 29.Esther 6:2-Job 29:12
- 30.Job 29:13-Psalmen 22:29
- 31.Psalmen 23:4-Psalmen 61:5
- 32.Psalmen 63:9-Psalmen 92:13
- 33.Psalmen 94:9-Psalmen 119:165
- 34.Psalmen 120:6-Spreuken 6:26
- 35.Spreuken 6:29-Spreuken 18:22
- 36.Spreuken 18:24-Spreuken 28:22
- 37.Spreuken 28:23-Hooglied 4:5
- 38.Hooglied 4:15-Jesaja 23:17
- 39.Jesaja 23:18-Jesaja 41:24
- 40.Jesaja 41:26-Jesaja 58:12
- 41.Jesaja 58:13-Jeremia 10:16
- 42.Jeremia 10:19-Jeremia 23:39
- 43.Jeremia 23:40-Jeremia 34:19
- 44.Jeremia 34:20-Jeremia 48:44
- 45.Jeremia 48:45-Ezechiël 5:6
- 46.Ezechiël 5:7-Ezechiël 20:12
- 47.Ezechiël 20:14-Ezechiël 35:7
- 48.Ezechiël 35:10-Daniël 2:30
- 49.Daniël 2:34-Daniël 11:39
- 50.Daniël 11:43-Micha 1:4
- 51.Micha 2:1-Zacharia 1:8
- 52.Zacharia 1:9-Mattheüs 5:10
- 53.Mattheüs 5:12-Mattheüs 15:1
- 54.Mattheüs 15:4-Mattheüs 26:46
- 55.Mattheüs 26:48-Markus 9:40
- 56.Markus 9:42-Lukas 3:16
- 57.Lukas 3:19-Lukas 11:4
- 58.Lukas 11:7-Lukas 20:28
- 59.Lukas 20:30-Johannes 5:11
- 60.Johannes 5:12-Johannes 11:42
- 61.Johannes 11:45-Handelingen 2:5
- 62.Handelingen 2:7-Handelingen 10:44
- 63.Handelingen 10:45-Handelingen 21:23
- 64.Handelingen 21:25-Romeinen 7:2
- 65.Romeinen 7:4-1 Corinthiërs 2:11
- 66.1 Corinthiërs 2:12-1 Corinthiërs 15:29
- 67.1 Corinthiërs 15:57-Galaten 2:9
- 68.Galaten 2:12-Colossenzen 1:8
- 69.Colossenzen 1:12-1 Timotheüs 6:2
- 70.1 Timotheüs 6:3-Hebreeën 7:11
- 71.Hebreeën 7:16-1 Petrus 1:13
- 72.1 Petrus 1:14-1 Johannes 4:8
- 73.1 Johannes 4:16-Openbaring 6:8
- 74.Openbaring 6:9-Openbaring 19:18
- 75.Openbaring 19:19-Openbaring 22:20
En die Hem verried, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.
En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.
Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.
Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?
Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.
En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?
En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener.
En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.
En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.
Daarom is die akker genaamd de akker des bloeds, tot op den huidigen dag.
Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus?
Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden.
En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter hand; en vallende op hun knieen voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!
En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden,
En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis.
En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.
En sommigen van die daar stonden, zulks horende, zeiden: Deze roept Elias.
En terstond een van hen toe lopende, nam een spons, en die met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken.
En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt;
En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon!
En aldaar waren vele vrouwen, van verre aanschouwende, die Jezus gevolgd waren van Galilea, om Hem te dienen.
En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was.
Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.
En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.
Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.
En al het Joodse land ging tot hem uit, en die van Jeruzalem; en werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden.
En hij predikte, zeggende: Na mij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben, nederbukkende, den riem Zijner schoenen te ontbinden.
Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren.
En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?
En Hij zeide tot den mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden.
En van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan; en die van omtrent Tyrus en Sidon, een grote menigte, gehoord hebbende, hoe grote dingen Hij deed, kwamen tot Hem.
Want Hij had er velen genezen, alzo dat Hem al degenen, die enige kwalen hadden, overvielen, opdat zij Hem mochten aanraken.
En Hij klom op den berg, en riep tot Zich, die Hij wilde; en zij kwamen tot Hem.
En als degenen, die Hem bestonden, dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen.
En de Schriftgeleerden, die van Jeruzalem afgekomen waren, zeiden: Hij heeft Beelzebul, en door den overste der duivelen werpt Hij de duivelen uit.
Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen den Heiligen Geest, die heeft geen vergeving in der eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.
En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders.
Want zo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.
En het andere viel in de goede aarde, en gaf vrucht, die opging en wies; en het ene droeg dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.
En Hij zeide tot hen: Wie oren heeft om te horen, die hore.
En als Hij nu alleen was, vraagden Hem degenen, die omtrent Hem waren, met de twaalven, naar de gelijkenis.
En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen;
En dezen zijn, die bij den weg bezaaid worden, waarin het Woord gezaaid wordt; en als zij het gehoord hebben, zo komt de satan terstond, en neemt het Woord weg, hetwelk in hun harten gezaaid was.
En dezen zijn desgelijks, die op de steenachtige plaatsen bezaaid worden; welke, als zij het Woord gehoord hebben, terstond hetzelve met vreugde ontvangen;
En dezen zijn, die in de doornen bezaaid worden, namelijk degenen, die het Woord horen;
En dezen zijn, die in de goede aarde bezaaid zijn, welke het Woord horen en aannemen, en dragen vruchten, het ene dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud.
En Hij zeide tot hen: Ziet, wat gij hoort. Met wat maat gij meet, zal u gemeten worden, en u, die hoort, zal meer toegelegd worden.
Namelijk bij een mosterdzaad, hetwelk, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het minste is van al de zaden, die op de aarde zijn.
En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.
En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was.
En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.
En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen.
En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.
En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,
En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.
En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?
En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had.
En kwam in het huis des oversten der synagoge; en zag de beroerte en degenen, die zeer weenden en huilden.
En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.
En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.
Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.
En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.
En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.
En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.
En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.
En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.
En tot Hem vergaderden de Farizeen, en sommigen der Schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren;
En van de markt komende, eten zij niet, tenzij dat zij eerst gewassen zijn. En vele andere dingen zijn er, die zij aangenomen hebben te houden, als namelijk de wassingen der drinkbekers, en kannen, en koperen vaten, en bedden.
Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen;
Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.
Maar gijlieden zegt: Zo een mens tot vader of moeder zegt: Het is korban (dat is te zeggen, een gave), zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen, die voldoet.
Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.
Er is niets van buiten den mens in hem ingaande, hetwelk hem kan ontreinigen; maar de dingen, die van hem uitgaan, die zijn het, welke den mens ontreinigen.
En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde.
En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had, zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen.
Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij liet hen gaan.
Maar Hij, Zich omkerende, en Zijn discipelen aanziende, bestrafte Petrus, zeggende: Ga heen, achter Mijn, satanas, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
En tot Zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen, zeide Hij tot hen: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.
Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, en om des Evangelies wil, die zal hetzelve behouden.
En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is.
En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!
En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft.
En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.
En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.
Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.
En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.
Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:7-Genesis 24:7
- 2.Genesis 24:10-Genesis 41:20
- 3.Genesis 41:24-Exodus 10:2
- 4.Exodus 10:8-Exodus 30:38
- 5.Exodus 31:6-Leviticus 9:6
- 6.Leviticus 9:15-Leviticus 16:26
- 7.Leviticus 16:28-Numberi 1:4
- 8.Numberi 1:5-Numberi 15:39
- 9.Numberi 15:41-Numberi 32:11
- 10.Numberi 32:21-Deuteronomium 6:14
- 11.Deuteronomium 6:17-Deuteronomium 17:8
- 12.Deuteronomium 17:9-Deuteronomium 28:57
- 13.Deuteronomium 28:58-Jozua 9:27
- 14.Jozua 10:6-Richteren 1:33
- 15.Richteren 2:7-Richteren 17:2
- 16.Richteren 17:4-1 Samuël 4:17
- 17.1 Samuël 4:20-1 Samuël 22:7
- 18.1 Samuël 22:8-2 Samuël 7:9
- 19.2 Samuël 7:13-2 Samuël 24:13
- 20.2 Samuël 24:16-1 Koningen 10:11
- 21.1 Koningen 10:19-1 Koningen 21:26
- 22.1 Koningen 22:13-2 Koningen 14:15
- 23.2 Koningen 14:21-2 Koningen 25:13
- 24.2 Koningen 25:16-1 Kronieken 22:15
- 25.1 Kronieken 23:5-2 Kronieken 14:6
- 26.2 Kronieken 15:5-2 Kronieken 32:14
- 27.2 Kronieken 32:17-Ezra 10:17
- 28.Ezra 10:18-Esther 5:2
- 29.Esther 6:2-Job 29:12
- 30.Job 29:13-Psalmen 22:29
- 31.Psalmen 23:4-Psalmen 61:5
- 32.Psalmen 63:9-Psalmen 92:13
- 33.Psalmen 94:9-Psalmen 119:165
- 34.Psalmen 120:6-Spreuken 6:26
- 35.Spreuken 6:29-Spreuken 18:22
- 36.Spreuken 18:24-Spreuken 28:22
- 37.Spreuken 28:23-Hooglied 4:5
- 38.Hooglied 4:15-Jesaja 23:17
- 39.Jesaja 23:18-Jesaja 41:24
- 40.Jesaja 41:26-Jesaja 58:12
- 41.Jesaja 58:13-Jeremia 10:16
- 42.Jeremia 10:19-Jeremia 23:39
- 43.Jeremia 23:40-Jeremia 34:19
- 44.Jeremia 34:20-Jeremia 48:44
- 45.Jeremia 48:45-Ezechiël 5:6
- 46.Ezechiël 5:7-Ezechiël 20:12
- 47.Ezechiël 20:14-Ezechiël 35:7
- 48.Ezechiël 35:10-Daniël 2:30
- 49.Daniël 2:34-Daniël 11:39
- 50.Daniël 11:43-Micha 1:4
- 51.Micha 2:1-Zacharia 1:8
- 52.Zacharia 1:9-Mattheüs 5:10
- 53.Mattheüs 5:12-Mattheüs 15:1
- 54.Mattheüs 15:4-Mattheüs 26:46
- 55.Mattheüs 26:48-Markus 9:40
- 56.Markus 9:42-Lukas 3:16
- 57.Lukas 3:19-Lukas 11:4
- 58.Lukas 11:7-Lukas 20:28
- 59.Lukas 20:30-Johannes 5:11
- 60.Johannes 5:12-Johannes 11:42
- 61.Johannes 11:45-Handelingen 2:5
- 62.Handelingen 2:7-Handelingen 10:44
- 63.Handelingen 10:45-Handelingen 21:23
- 64.Handelingen 21:25-Romeinen 7:2
- 65.Romeinen 7:4-1 Corinthiërs 2:11
- 66.1 Corinthiërs 2:12-1 Corinthiërs 15:29
- 67.1 Corinthiërs 15:57-Galaten 2:9
- 68.Galaten 2:12-Colossenzen 1:8
- 69.Colossenzen 1:12-1 Timotheüs 6:2
- 70.1 Timotheüs 6:3-Hebreeën 7:11
- 71.Hebreeën 7:16-1 Petrus 1:13
- 72.1 Petrus 1:14-1 Johannes 4:8
- 73.1 Johannes 4:16-Openbaring 6:8
- 74.Openbaring 6:9-Openbaring 19:18
- 75.Openbaring 19:19-Openbaring 22:20
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (264)
- Exodus (180)
- Leviticus (254)
- Numberi (227)
- Deuteronomium (323)
- Jozua (146)
- Richteren (157)
- Ruth (22)
- 1 Samuël (190)
- 2 Samuël (139)
- 1 Koningen (205)
- 2 Koningen (197)
- 1 Kronieken (116)
- 2 Kronieken (221)
- Ezra (60)
- Nehemia (74)
- Esther (49)
- Job (115)
- Psalmen (442)
- Spreuken (246)
- Prediker (59)
- Hooglied (29)
- Jesaja (334)
- Jeremia (397)
- Klaagliederen (26)
- Ezechiël (314)
- Daniël (121)
- Hosea (29)
- Joël (11)
- Amos (39)
- Obadja (4)
- Jona (9)
- Micha (23)
- Nahum (13)
- Habakuk (11)
- Zefanja (12)
- Haggaï (38)
- Zacharia (77)
- Maleachi (14)
- Mattheüs (237)
- Markus (149)
- Lukas (280)
- Johannes (233)
- Handelingen (261)
- Romeinen (141)
- 1 Corinthiërs (119)
- 2 Corinthiër (75)
- Galaten (53)
- Efeziërs (39)
- Filippenzen (22)
- Colossenzen (34)
- 1 Thessalonicenzen (23)
- 2 Thessalonicenzen (15)
- 1 Timotheüs (39)
- 2 Timotheüs (28)
- Titus (15)
- Filémon (2)
- Hebreeën (106)
- Jakobus (34)
- 1 Petrus (54)
- 2 Petrus (20)
- 1 Johannes (51)
- 2 Johannes (6)
- 3 Johannes (4)
- Judas (12)
- Openbaring (188)
Verwante onderwerpen
- Aanbeveling
- Aanmoedigingen In Lijden
- Aanvaarden Van Christus
- Aard En Gevolgen Van Ongeloof
- Achterklap
- Afkeer
- Afwijzing Van God
- Alcohol
- Alwetende God
- Amen
- Andere Goden
- Andere Vertrouwen
- Babylon
- Beantwoorde Beloften
- Begin
- Beleden Zonde
- Beste Vrienden
- Bestraffing Door God
- Bewakers
- Brieven
- Christus Die De Waarheid Spreekt
- Communicatie
- Competitie
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van Eeuwig Leven
- De Aard Van Geloof
- De Bron Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Doden
- De Eenheid Van God
- De Eerste Tempel
- De Gerechtigheid Van God
- De Goedheid Van God
- De Namen Voor Christus
- De Rijken
- De Vader
- De Waarheid Vertellen
- De Wederkomst
- De Wet Van Mozes
- De Zon
- Deelname In Christus
- Degene Die Christus Gestuurd Heeft
- Degenen In Nood Helpen
- Dienaren Van De Heer
- Doelen
- Doodstraf
- Doop Van De Heilige Geest
- Duisternis
- Een Plek Voor Gods Naam
- Eenzaamheid
- Eerbied En Zegening
- Eeuwig Leven
- Engelen Die Gods Werk Doen
- Ethiek En Gratie
- Familie En Vrienden
- Fouten
- Geesten
- Geld Aan De Kerk Geven
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Gered Door Geloof
- Gevechten
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God, Levend En Zelfvoorzienend
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Waarheid
- Goud
- Haat
- Haat
- Hand Van God
- Handicaps
- Hebzucht
- Heersers
- Heiligen
- Hemel, Bevrijdde Gemeenschap
- Het Belang Van Vertrouwen
- Het Laatste Oordeel
- Het Vaderschap Van God
- Het Woord Van God
- Historische Boeken
- Hoe Zal De Hemel Eruit Zien?
- Homosexueel Zijn
- Hoop In God
- Horen
- Houden Van Iedereen
- Huizen
- Iemand Missen
- Iemand Verliezen
- Ik Ben De Heer
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Karakter Van Het Kwaad
- Korte Tijd Tot Het Einde
- Kwellingen
- Laatste Dingen
- Lichaam
- Liefde Vinden
- Liefde Voor God
- Lijders
- Lof
- Menigtes
- Messiaanse Profetieën
- Ministerie
- Misbruik
- Misbruik Van Liefde
- Moeders En Zonen
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Nederlaag
- Nood Aan Gods Begeleiding
- Oneerbiedigheid
- Ongelovigen Beschreven Als
- Onrein Tot De Avond
- Ontrouw
- Ontvankelijkheid
- Onze Vader In De Hemel
- Oorlog
- Over De Discipelen Van Christus Zullen Lijden
- Overwinnen
- Overwinning Op Het Kwaad
- Overwinning Over Spirituele Krachten
- Passie
- Persoonlijke Ethiek
- Poorten
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rentmeesterschap Over Geld
- Resultaten Van Angst Van God
- Rivieren
- Schaamte Over Slecht Gedrag
- Sexuele Immoraliteit
- Slaven Van God
- Staan
- Straf
- Tafels
- Tekenen En Wonderen Van Het Evangelie
- Terechtwijzing
- Toedienen
- Toekomst
- Troon
- Trouw Tot God
- Types
- Types Van Christus
- Vals Vertrouwen
- Valse Religie
- Verbintenis Tot God
- Verenigingen Van Kwaad
- Verlossing
- Vervolging
- Verzoening
- Vijandelijke Aanvallen
- Vijanden In Spirituele Oorlog
- Vloeken
- Volg De Geboden
- Voorspelling
- Voorspellingen Over Christus
- Vreemdelingen
- Vreemdelingen Inbegrepen In De Wet
- Vriendelijkheid
- Vriendelijkheid
- Vruchten Van Gerechtigheid
- Wee De Goddelozen
- Woord Van God
- Zee
- Zegen De Heer!
- Zegeningen Van God
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Zonde Veroorzaakt Dood
- Homosexuelen