'Een' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:6-Genesis 19:38
- 2.Genesis 20:3-Genesis 30:20
- 3.Genesis 30:21-Genesis 42:32
- 4.Genesis 42:33-Exodus 10:22
- 5.Exodus 10:23-Exodus 22:19
- 6.Exodus 22:25-Exodus 32:5
- 7.Exodus 32:8-Leviticus 3:5
- 8.Leviticus 3:6-Leviticus 13:10
- 9.Leviticus 13:11-Leviticus 21:21
- 10.Leviticus 21:23-Numberi 2:17
- 11.Numberi 2:28-Numberi 9:15
- 12.Numberi 9:16-Numberi 21:14
- 13.Numberi 21:28-Numberi 32:5
- 14.Numberi 32:14-Deuteronomium 15:12
- 15.Deuteronomium 15:15-Deuteronomium 26:14
- 16.Deuteronomium 26:15-Jozua 12:6
- 17.Jozua 12:7-Richteren 5:30
- 18.Richteren 6:8-Richteren 17:7
- 19.Richteren 17:9-1 Samuël 6:3
- 20.1 Samuël 6:7-1 Samuël 17:34
- 21.1 Samuël 17:36-2 Samuël 2:17
- 22.2 Samuël 2:18-2 Samuël 16:22
- 23.2 Samuël 17:8-1 Koningen 3:6
- 24.1 Koningen 3:7-1 Koningen 14:6
- 25.1 Koningen 14:7-2 Koningen 4:16
- 26.2 Koningen 4:17-2 Koningen 17:21
- 27.2 Koningen 17:27-1 Kronieken 21:6
- 28.1 Kronieken 21:10-2 Kronieken 16:3
- 29.2 Kronieken 16:8-Ezra 1:4
- 30.Ezra 1:5-Nehemia 13:5
- 31.Nehemia 13:7-Job 11:12
- 32.Job 12:3-Job 31:18
- 33.Job 31:23-Psalmen 18:26
- 34.Psalmen 18:29-Psalmen 48:6
- 35.Psalmen 48:7-Psalmen 77:13
- 36.Psalmen 77:20-Psalmen 105:21
- 37.Psalmen 105:31-Psalmen 142:3
- 38.Psalmen 143:1-Spreuken 12:27
- 39.Spreuken 13:1-Spreuken 20:16
- 40.Spreuken 20:19-Spreuken 28:15
- 41.Spreuken 28:16-Prediker 8:12
- 42.Prediker 8:13-Jesaja 7:21
- 43.Jesaja 7:22-Jesaja 24:20
- 44.Jesaja 24:22-Jesaja 38:13
- 45.Jesaja 38:14-Jesaja 54:8
- 46.Jesaja 55:3-Jeremia 3:3
- 47.Jeremia 3:14-Jeremia 13:24
- 48.Jeremia 14:8-Jeremia 26:3
- 49.Jeremia 26:6-Jeremia 46:28
- 50.Jeremia 47:2-Klaagliederen 3:52
- 51.Klaagliederen 3:53-Ezechiël 16:5
- 52.Ezechiël 16:8-Ezechiël 27:7
- 53.Ezechiël 27:15-Ezechiël 40:8
- 54.Ezechiël 40:12-Daniël 2:28
- 55.Daniël 2:31-Daniël 11:31
- 56.Daniël 11:34-Joël 2:17
- 57.Joël 2:19-Micha 3:9
- 58.Micha 3:12-Zacharia 1:8
- 59.Zacharia 1:14-Mattheüs 5:14
- 60.Mattheüs 5:15-Mattheüs 17:27
- 61.Mattheüs 18:2-Mattheüs 27:29
- 62.Mattheüs 27:32-Markus 10:37
- 63.Markus 10:45-Lukas 3:8
- 64.Lukas 3:22-Lukas 11:14
- 65.Lukas 11:16-Lukas 19:15
- 66.Lukas 19:20-Johannes 4:46
- 67.Johannes 5:1-Johannes 18:18
- 68.Johannes 18:22-Handelingen 9:26
- 69.Handelingen 9:33-Handelingen 21:16
- 70.Handelingen 21:23-Romeinen 5:15
- 71.Romeinen 5:16-1 Corinthiërs 9:11
- 72.1 Corinthiërs 9:20-2 Corinthiër 11:16
- 73.2 Corinthiër 11:24-Colossenzen 4:6
- 74.Colossenzen 4:11-Hebreeën 2:11
- 75.Hebreeën 2:17-Jakobus 2:23
- 76.Jakobus 2:24-Openbaring 1:13
- 77.Openbaring 1:14-Openbaring 16:21
- 78.Openbaring 17:1-Openbaring 22:18
Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.
Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten.
En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.
Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;
Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?
En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.
En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.
Mirjam nu sprak, en Aaron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen.
En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken.
Laat zij toch niet zijn als een dode, van wiens vlees, als hij uit zijns moeders lijf uitgaat, de helft wel verteerd is!
Zend u mannen uit: die het land Kanaan verspieden, hetwelk Ik den kinderen Israels geven zal; van elken stam zijner vaderen zult gijlieden een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen.
Daarna kwamen zij tot het dal Eskol, en sneden van daar een rank af met een tros wijndruiven, dien zij droegen met tweeen, op een draagstok; ook van de granaatappelen en van de vijgen.
Behalve dat het een sterk volk is, hetwelk in dat land woont, en de steden zijn vast, en zeer groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak gezien.
Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen Israels, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hetzelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte.
En zij zeiden de een tot den ander: Laat ons een hoofd opwerpen, en wederkeren naar Egypte!
En zij spraken tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Het land, door hetwelk wij getrokken zijn, om hetzelve te verspieden, is een uitermate goed land.
Indien de HEERE een welgevallen aan ons heeft, zo zal Hij ons in dat land brengen, en zal ons dat geven; een land, hetwelk van melk en honig is vloeiende.
Ik zal het met pestilentie slaan, en Ik zal het verstoten; en Ik zal u tot een groter en sterker volk maken, dan dit is.
En zij zullen zeggen tot de inwoners van dit land, die gehoord hebben, dat Gij, HEERE! in het midden van dit volk zijt; dat Gij HEERE! oog aan oog gezien wordt, dat Uw wolk over hen staat, en Gij in een wolkkolom voor hun aangezicht gaat des daags, en in een vuurkolom des nachts.
En zoudt Gij dit volk als een enigen man doden, zo zouden de heidenen, die Uw gerucht gehoord hebben, spreken, zeggende:
Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten.
En die mannen, die Mozes gezonden had, om het land te verspieden, en wedergekomen zijnde, de ganse vergadering tegen hem hadden doen murmureren, een kwaad gerucht over dat land voortbrengende;
Diezelfde mannen, die een kwaad gerucht van dat land voortgebracht hadden, stierven door een plaag, voor het aangezicht des HEEREN.
En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;
Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.
En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.
Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.
En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den HEERE.
En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE;
Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.
En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
Alle inboorling zal deze dingen alzo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijken reuk den HEERE.
Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den HEERE; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
Zo zal het geschieden, als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.
De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
Van de eerstelingen uws deegs zult gij den HEERE een hefoffer geven, bij uw geslachten.
Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den HEERE, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.
En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israels, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den HEERE, en hun zondoffer, voor het aangezicht des HEEREN, over hun afdwaling.
En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.
Als nu de kinderen Israels in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag.
Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten.
Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!
Is het te weinig, dat gij ons uit een land, van melk en honig vloeiende, hebt opgevoerd, om ons te doden in de woestijn, dat gij ook uzelven ten enenmaal over ons tot een overheer maakt?
Ook hebt gij ons niet gebracht in een land, dat van melk en honig vloeit, noch ons akkers en wijngaarden ten erfdeel gegeven. Zult gij de ogen dezer mannen uitgraven? Wij zullen niet opkomen!
Toen ontstak Mozes zeer, en hij zeide tot den HEERE: Zie hun offer niet aan! Ik heb niet een ezel van hen genomen, en niet een van hen kwaad gedaan.
En neemt een ieder zijn wierookvat, en legt reukwerk daarin, en brengt voor het aangezicht des HEEREN, een ieder zijn wierookvat, tweehonderd en vijftig wierookvaten; ook gij, en Aaron, een ieder zijn wierookvat.
Zo namen zij een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarin; en zij stonden voor de deur van de tent der samenkomst, ook Mozes en Aaron.
Scheidt u af uit het midden van deze vergadering, en Ik zal hen als in een ogenblik verteren!
Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God der geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult Gij U over deze ganse vergadering grotelijks vertoornen?
Indien deze zullen sterven, gelijk alle mensen sterven, en over hen een bezoeking zal gedaan worden, naar aller mensen bezoeking, zo heeft mij de HEERE niet gezonden.
Daartoe ging een vuur uit van den HEERE, en verteerde die tweehonderd en vijftig mannen, die reukwerk offerden.
Te weten de wierookvaten van dezen, die tegen hun zielen gezondigd hebben; dat men uitgerekte platen daarvan make, tot een overdeksel voor het altaar; want zij hebben ze gebracht voor het aangezicht des HEEREN, daarom zijn zij heilig; en zij zullen den kinderen Israels tot een teken zijn.
En Eleazar, de priester, nam de koperen wierookvaten, die de verbranden gebracht hadden, en zij rekten ze uit tot een overtreksel voor het altaar;
Maak u op uit het midden van deze vergadering, en Ik zal hen verteren, als in een ogenblik! Toen vielen zij op hun aangezichten.
En Mozes zeide tot Aaron: Neem het wierookvat, en doe vuur daarin van het altaar, en leg reukwerk daarop, haastelijk gaande tot de vergadering, doe over hen verzoening; want een grote toorn is van voor het aangezicht des HEEREN uitgegaan, de plaag heeft aangevangen.
Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.
Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.
Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.
Maar zij zullen u bijgevoegd worden, en de wacht van de tent der samenkomst waarnemen, en allen dienst der tent; en een vreemde zal tot u niet naderen.
Want Ik, zie, Ik heb uw broederen, de Levieten, uit het midden der kinderen Israels genomen; zij zijn ulieden een gave, gegeven den HEERE, om den dienst van de tent der samenkomst te bedienen.
Maar gij, en uw zonen met u, zult ulieder priesterambt waarnemen in alle zaken des altaars, en in hetgeen van binnen den voorhang is, dat zult gijlieden bedienen; uw priesterambt geve Ik u tot een dienst van een geschenk; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
Voorts sprak de HEERE tot Aaron: En Ik, zie, Ik heb u gegeven de wacht Mijner hefofferen, met alle heilige dingen van de kinderen Israels heb Ik ze u gegeven, om der zalving wil, en aan uw zonen, tot een eeuwige inzetting.
Dit zult gij hebben van de heiligheid der heiligheden, uit het vuur: al hun offeranden, met al hun spijsoffer, en met al hun zondoffer, en met al hun schuldoffer, dat zij Mij zullen wedergeven; het zal u en uw zonen een heiligheid der heiligheden zijn.
Aan het allerheiligste zult gij dat eten; al wat mannelijk is zal dat eten; het zal u een heiligheid zijn.
Ook zal dit het uwe zijn: het hefoffer hunner gave, met alle beweegofferen der kinderen Israels; Ik heb ze aan u gegeven, en aan uw zonen, en aan uw dochteren met u, tot een eeuwige inzetting; al wie in uw huis rein is, zal dat eten.
Die nu onder dezelve gelost zullen worden, zult gij van een maand oud lossen, naar uw schatting, voor het geld van vijf sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms, die is twintig gera.
Maar het eerstgeborene van een koe, of het eerstgeborene van een schaap, of het eerstgeborene van een geit zult gij niet lossen, zij zijn heilig; hun bloed zult gij sprengen op het altaar, en hun ver zult gij aansteken, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
Alle hefofferen der heilige dingen, die de kinderen Israels den HEERE zullen offeren, heb Ik aan u gegeven, en aan uw zonen, en aan uw dochteren met u, tot een eeuwige inzetting; het zal een eeuwig zoutverbond zijn, voor het aangezicht des HEEREN, voor u en voor uw zaad met u.
Maar de Levieten, die zullen bedienen den dienst van de tent der samenkomst, en die zullen hun ongerechtigheid dragen; het zal een eeuwige inzetting zijn voor uw geslachten; en in het midden van de kinderen Israels zullen zij geen erfenis erven.
Want de tienden der kinderen Israels, die zij den HEERE tot een hefoffer zullen offeren, heb Ik aan de Levieten tot een erfenis gegeven; daarom heb Ik tot hen gezegd: Zij zullen in het midden van de kinderen Israels geen erfenis erven.
Gij zult ook tot de Levieten spreken, en tot hen zeggen: Wanneer gij van de kinderen Israels de tienden zult ontvangen hebben, die Ik u voor uw erfenis van henlieden gegeven heb, zo zult gij daarvan een hefoffer des HEEREN offeren, de tienden van die tienden;
Alzo zult gij ook een hefoffer des HEEREN offeren van al uw tienden, die gij van de kinderen Israels zult hebben ontvangen; en gij zult daarvan des HEEREN hefoffer geven aan den priester Aaron.
Gij zult dan tot hen zeggen: Als gij deszelfs beste daarvan offert, zo zal het den Levieten toegerekend worden als een inkomen des dorsvloers, en als een inkomen des perskuips.
En gij zult dat eten in alle plaatsen, gij en uw huis; want het is ulieden een loon voor uw dienst in de tent der samenkomst.
Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is.
En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.
En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn.
Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn.
Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem.
Dit is de wet, wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent: al wie in die tent ingaat, en al wie in die tent is, zal zeven dagen onrein zijn.
En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn.
Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat.
En een rein man zal hysop nemen, en in dat water dopen, en sprengen het aan die tent, en op al het gereedschap, en aan de zielen, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, of een graf aangeroerd heeft.
Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige inzetting. En die het water der afzondering sprengt, zal zijn klederen wassen; ook wie het water der afzondering aanroert, die zal onrein zijn tot aan den avond.
Toen riepen wij tot den HEERE, en Hij hoorde onze stem, en Hij zond een Engel, en Hij leidde ons uit Egypte; en ziet, wij zijn te Kades, en stad aan het uiterste uwer landpale.
Doch hij zeide: Gij zult niet doortrekken! En Edom is hem tegemoet uitgetrokken, met een zwaar volk, en met een sterke hand.
Toen beloofde Israel den HEERE een gelofte, en zeide: Indien Gij dit volk geheel in mijn hand geeft, zo zal ik hun steden verbannen.
En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.
En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.
(Daarom wordt gezegd in het boek van de oorlogen des HEEREN: Tegen Waheb, in een wervelwind, en tegen de beken Arnon,
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:6-Genesis 19:38
- 2.Genesis 20:3-Genesis 30:20
- 3.Genesis 30:21-Genesis 42:32
- 4.Genesis 42:33-Exodus 10:22
- 5.Exodus 10:23-Exodus 22:19
- 6.Exodus 22:25-Exodus 32:5
- 7.Exodus 32:8-Leviticus 3:5
- 8.Leviticus 3:6-Leviticus 13:10
- 9.Leviticus 13:11-Leviticus 21:21
- 10.Leviticus 21:23-Numberi 2:17
- 11.Numberi 2:28-Numberi 9:15
- 12.Numberi 9:16-Numberi 21:14
- 13.Numberi 21:28-Numberi 32:5
- 14.Numberi 32:14-Deuteronomium 15:12
- 15.Deuteronomium 15:15-Deuteronomium 26:14
- 16.Deuteronomium 26:15-Jozua 12:6
- 17.Jozua 12:7-Richteren 5:30
- 18.Richteren 6:8-Richteren 17:7
- 19.Richteren 17:9-1 Samuël 6:3
- 20.1 Samuël 6:7-1 Samuël 17:34
- 21.1 Samuël 17:36-2 Samuël 2:17
- 22.2 Samuël 2:18-2 Samuël 16:22
- 23.2 Samuël 17:8-1 Koningen 3:6
- 24.1 Koningen 3:7-1 Koningen 14:6
- 25.1 Koningen 14:7-2 Koningen 4:16
- 26.2 Koningen 4:17-2 Koningen 17:21
- 27.2 Koningen 17:27-1 Kronieken 21:6
- 28.1 Kronieken 21:10-2 Kronieken 16:3
- 29.2 Kronieken 16:8-Ezra 1:4
- 30.Ezra 1:5-Nehemia 13:5
- 31.Nehemia 13:7-Job 11:12
- 32.Job 12:3-Job 31:18
- 33.Job 31:23-Psalmen 18:26
- 34.Psalmen 18:29-Psalmen 48:6
- 35.Psalmen 48:7-Psalmen 77:13
- 36.Psalmen 77:20-Psalmen 105:21
- 37.Psalmen 105:31-Psalmen 142:3
- 38.Psalmen 143:1-Spreuken 12:27
- 39.Spreuken 13:1-Spreuken 20:16
- 40.Spreuken 20:19-Spreuken 28:15
- 41.Spreuken 28:16-Prediker 8:12
- 42.Prediker 8:13-Jesaja 7:21
- 43.Jesaja 7:22-Jesaja 24:20
- 44.Jesaja 24:22-Jesaja 38:13
- 45.Jesaja 38:14-Jesaja 54:8
- 46.Jesaja 55:3-Jeremia 3:3
- 47.Jeremia 3:14-Jeremia 13:24
- 48.Jeremia 14:8-Jeremia 26:3
- 49.Jeremia 26:6-Jeremia 46:28
- 50.Jeremia 47:2-Klaagliederen 3:52
- 51.Klaagliederen 3:53-Ezechiël 16:5
- 52.Ezechiël 16:8-Ezechiël 27:7
- 53.Ezechiël 27:15-Ezechiël 40:8
- 54.Ezechiël 40:12-Daniël 2:28
- 55.Daniël 2:31-Daniël 11:31
- 56.Daniël 11:34-Joël 2:17
- 57.Joël 2:19-Micha 3:9
- 58.Micha 3:12-Zacharia 1:8
- 59.Zacharia 1:14-Mattheüs 5:14
- 60.Mattheüs 5:15-Mattheüs 17:27
- 61.Mattheüs 18:2-Mattheüs 27:29
- 62.Mattheüs 27:32-Markus 10:37
- 63.Markus 10:45-Lukas 3:8
- 64.Lukas 3:22-Lukas 11:14
- 65.Lukas 11:16-Lukas 19:15
- 66.Lukas 19:20-Johannes 4:46
- 67.Johannes 5:1-Johannes 18:18
- 68.Johannes 18:22-Handelingen 9:26
- 69.Handelingen 9:33-Handelingen 21:16
- 70.Handelingen 21:23-Romeinen 5:15
- 71.Romeinen 5:16-1 Corinthiërs 9:11
- 72.1 Corinthiërs 9:20-2 Corinthiër 11:16
- 73.2 Corinthiër 11:24-Colossenzen 4:6
- 74.Colossenzen 4:11-Hebreeën 2:11
- 75.Hebreeën 2:17-Jakobus 2:23
- 76.Jakobus 2:24-Openbaring 1:13
- 77.Openbaring 1:14-Openbaring 16:21
- 78.Openbaring 17:1-Openbaring 22:18
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (349)
- Exodus (329)
- Leviticus (316)
- Numberi (329)
- Deuteronomium (231)
- Jozua (116)
- Richteren (171)
- Ruth (25)
- 1 Samuël (225)
- 2 Samuël (189)
- 1 Koningen (194)
- 2 Koningen (171)
- 1 Kronieken (93)
- 2 Kronieken (159)
- Ezra (40)
- Nehemia (67)
- Esther (39)
- Job (213)
- Psalmen (460)
- Spreuken (327)
- Prediker (80)
- Hooglied (39)
- Jesaja (418)
- Jeremia (399)
- Klaagliederen (32)
- Ezechiël (379)
- Daniël (116)
- Hosea (76)
- Joël (28)
- Amos (50)
- Obadja (7)
- Jona (17)
- Micha (36)
- Nahum (12)
- Habakuk (13)
- Zefanja (16)
- Haggaï (38)
- Zacharia (67)
- Maleachi (21)
- Mattheüs (224)
- Markus (154)
- Lukas (301)
- Johannes (157)
- Handelingen (238)
- Romeinen (88)
- 1 Corinthiërs (120)
- 2 Corinthiër (42)
- Galaten (33)
- Efeziërs (25)
- Filippenzen (18)
- Colossenzen (15)
- 1 Thessalonicenzen (12)
- 2 Thessalonicenzen (9)
- 1 Timotheüs (36)
- 2 Timotheüs (18)
- Titus (7)
- Filémon (6)
- Hebreeën (91)
- Jakobus (40)
- 1 Petrus (30)
- 2 Petrus (13)
- 1 Johannes (27)
- 2 Johannes (4)
- Judas (2)
- Openbaring (145)
Verwante onderwerpen
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Afkeer
- Afkeer Van God
- Alcohol
- Alleenstaande Zijn
- Altaren Bouwen
- Archeologie
- Babylon
- Balans
- Beroepen
- Beste Vrienden
- De Aard Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Glorie Van God
- De Invloed Van God Kennen
- De Kracht Van God
- De Namen Voor Christus
- De Openbaring Van God
- De Ouders Verlaten Voor De Echtgenoot
- De Rijken
- De Schoonheid Van Vrouwen
- De tong
- Deelname In Christus
- Dieren Op Specifieke Leeftijden
- Dieven
- Doodstraf
- Dwazen
- Echtgenoot En Vrouw
- Een Goede Echtgenoot
- Een Goede Vrouw
- Een Korte Tijd
- Een Materiële Zaak
- Een Vrouw Van God Zijn
- Eenheid Is Het Doel Van God
- Eenheid Tussen Gods Mensen
- Eenzaamheid
- Eigendom, Huizen
- Engelen Die Gods Werk Doen
- Ephah [Tien Omers]
- Fysieke Slaap
- Geesten
- Geiten
- Geiten Offeren
- Geld Aan De Kerk Geven
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Gereedschap
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevolgen Van Dwaasheid
- Gewaden
- Gewicht
- Gewichten En Maten, Afstanden
- Gewichten En Maten, Droog
- Gewoonten In Verband Met Het Huwelijk
- Gezegdes
- God Behagen
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God, De Eeuwige
- God, De Rots
- Gods Bescherming
- Gods Hand
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Grappen Maken
- Gretigheid
- Groepen Van Slaven
- Haar
- Hand Van God
- Handicaps
- Haren
- Heiligdom
- Hert
- Het Lichaam
- Hoofden
- Huizen
- Huwelijk
- Huwelijk Kjv
- Huwelijk Tussen Man En Vrouw
- Ijzer
- Ik Zal Hun God Zijn
- Insecten
- Intimiteit
- Jagen
- Jouw Familie Beschermen
- Juiste Maatregelen
- Kanker
- Karakter Van Het Kwaad
- Kenmerken Van Dwazen
- Kleding
- Kleur
- Korte Tijd Tot Het Einde
- Korte Tijd Voor Actie
- Kracht Van God
- Lammeren
- Leger
- Lichaam
- Liederen
- Liefde Voor Elkaar
- Liegen
- Liegen En Bedrog
- Linnen
- Lippen
- Man En Vrouw
- Mannelijke Dieren
- Menigtes
- Menselijk Hart
- Messiaanse Profetieën
- Misbruik Van Liefde
- Munstelsel
- Muren
- Muziek
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Olie Op Offers
- Onderdak
- Ongelovigen Beschreven Als
- Ontrouw
- Oorlog
- Opgefriste God
- Opstand
- Orkanen
- Perfecte Offers
- Redding
- Regenboog
- Rest
- Rivieren
- Samenwerken
- Samenzweringen
- Satan
- Schapen En Geiten
- Schat
- Schrijven
- Sex
- Sex Voor Het Huwelijk
- Slaven Van God
- Slavernij
- Soorten Vogels
- Spiritueel Licht
- Stemmen
- Stormen
- Symbolen
- Taal
- Tekenen En Wonderen Van Het Evangelie
- Tenten
- Theofanie
- Toekomst
- Toevluchtsoord
- Troon
- Twee Dieren
- Types Van Christus
- Types Van Heilige Geest
- Val
- Vals Vertrouwen
- Vee Offeren
- Verbondsrelaties
- Verordeningen
- Versterkingen
- Verzoening
- Vleugels
- Vliegen
- Voedsel
- Voeten
- Vogels
- Voorspellingen Over Christus
- Vreemdelingen
- Vrienden
- Vriendschap En Vertrouwen
- Vriendschap Kjv
- Vrouw
- Vrouw
- Vrouwen
- Waardevolle Stenen
- Weduwes
- Wegen
- Wijn
- Winst
- Zeuren
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Zeven Dingen
- Zitten
- Zoals Wezen
- Zonde Veroorzaakt Dood