'Gelijk' in de Bijbel
- 1.Genesis 7:9-Leviticus 4:35
- 2.Leviticus 5:13-Deuteronomium 6:16
- 3.Deuteronomium 6:19-Richteren 2:15
- 4.Richteren 2:22-1 Koningen 11:38
- 5.1 Koningen 12:12-Nehemia 10:36
- 6.Nehemia 13:26-Spreuken 7:22
- 7.Spreuken 7:23-Jesaja 29:7
- 8.Jesaja 29:8-Jeremia 49:19
- 9.Jeremia 50:15-Obadja 1:15
- 10.Obadja 1:16-Lukas 1:2
- 11.Lukas 1:55-Romeinen 3:10
- 12.Romeinen 4:6-Colossenzen 4:1
- 13.Colossenzen 4:4-Openbaring 16:13
- 14.Openbaring 18:6-Openbaring 22:12
Heeft niet Salomo, de koning van Israel, daarin gezondigd, hoewel er onder vele heidenen geen koning was, gelijk hij, en hij zijn God lief was, en God hem ten koning over gans Israel gesteld had? Ook hem deden de vreemde vrouwen zondigen.
Esther nu had haar maagschap en haar volk niet te kennen gegeven, gelijk als Mordechai haar geboden had; want Esther deed het bevel van Mordechai, gelijk als toen zij bij hem opgevoed werd.
Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.
Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.
En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad.
En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.
Maar gelijk als ik gezien heb: die ondeugd ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelve.
Maar de mens wordt tot moeite geboren; gelijk de spranken der vurige kolen zich verheffen tot vliegen.
Des daags ontmoeten zij de duisternis, en gelijk des nachts tasten zij in de middag.
Gij zult in ouderdom ten grave komen, gelijk de korenhoop te zijner tijd opgevoerd wordt.
Gelijk de dienstknecht hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon;
Zij zijn voorbijgevaren met jachtschepen; gelijk een arend naar het aas toevliegt.
Want zij verheft zich; gelijk een felle leeuw jaagt Gij mij; Gij keert weder en stelt U wonderlijk tegen mij.
Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?
Gelijk gijlieden het weet, weet ik het ook; ik zwicht niet voor u.
Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken? Zult gij met Hem spotten, gelijk men met een mens spot?
Uw gedachtenissen zijn gelijk as, uw hoogten als hoogten van leem.
Hij zal van den reuk der wateren weder uitspruiten, en zal een tak maken, gelijk een plant.
Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.
Och, mocht men rechten voor een man met God, gelijk een kind des mensen voor zijn vriend.
Daarom is mijn oog door verdriet verdonkerd, en al mijn ledematen zijn gelijk een schaduw.
Zal hij, gelijk zijn drek, in eeuwigheid vergaan; die hem gezien hadden, zullen zeggen: Waar is hij?
Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt;
Zij zijn een weinig tijds verheven, daarna is er niemand van hen; zij worden nedergedrukt; gelijk alle anderen worden zij besloten; en gelijk de top ener aar worden zij afgesneden.
Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.
Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.
Och, of ik ware, gelijk in de vorige maanden, gelijk in de dagen, toen God mij bewaarde!
Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;
Want zij wachtten naar mij, gelijk naar den regen, en sperden hun mond open, als naar den spaden regen.
Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as.
Zo ik, gelijk Adam, mijn overtredingen bedekt heb, door eigenliefde mijn misdaad verbergende!
Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten.
Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt.
Wat man is er, gelijk Job? Hij drinkt de bespotting in als water;
Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.
Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij?
Dat zij veranderd zou worden gelijk zegelleem, en zij gesteld worden als een kleed?
Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen?
Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.
Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters? [ (Job 40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden? ] [ (Job 40:26) Zult gij zijn huid met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd? ] [ (Job 40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer. ] [ (Job 40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden? ]
Zijn hart is vast gelijk een steen; ja, vast gelijk een deel van den ondersten molensteen.
Hij doet de diepte zieden gelijk een pot; hij stelt de zee als een apothekerskokerij.
Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.
Daarom neemt nu voor ulieden zeven varren en zeven rammen, en gaat henen tot Mijn knecht Job, en offert brandoffer voor ulieden, en laat Mijn knecht Job voor ulieden bidden; want zekerlijk, Ik zal zijn aangezicht aannemen, opdat Ik aan ulieden niet doe naar uw dwaasheid; want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.
Toen gingen Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet, henen, en deden, gelijk als de HEERE tot hen gesproken had; en de HEERE nam het aangezicht van Job aan.
De goddeloze, gelijk hij zijn neus omhoog steekt, onderzoekt niet; al zijn gedachten zijn, dat er geen God is.
Hij legt lagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lagen, om den ellendige te roven; hij rooft den ellendige, als hij hem trekt in zijn net.
Hij is gelijk als een leeuw, die begeert te roven, en als een jonge leeuw, zittende in verborgen plaatsen.
Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en Hij stelt mij op mijn hoogten.
Weest niet gelijk een paard, gelijk een muilezel, hetwelk geen verstand heeft, welks muil men breidelt met toom en gebit, opdat het tot u niet genake.
Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons; gelijk als wij op U hopen.
Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.
Hoor, HEERE! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders.
Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (1a) Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
Gelijk zij het zagen, alzo waren zij verwonderd; zij werden verschrikt, zij haastten weg.
Gelijk wij gehoord hadden, alzo hebben wij gezien in de stad des HEEREN der heirscharen, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid. Sela.
Gelijk Uw Naam is, o God! alzo is Uw roem tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol van gerechtigheid.
De mens nochtans, die in waarde is, blijft niet; hij wordt gelijk als de beesten, die vergaan.
[ (Psalms 49:21) De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan. ]
Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.
Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;
Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.
Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte; Gij, Die grote dingen gedaan hebt; o God! wie is U gelijk?
O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
En zij weken terug, en handelden trouwelooslijk, gelijk hun vaders; zij zijn omgekeerd, als een bedriegelijke boog.
Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;
Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.
En de zangers, gelijk de speellieden, mitsgaders al mijn fonteinen, zullen binnen u zijn.
Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand.
Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?
Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.
Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel is getrouw. Sela.
Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;
Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten.
Verhardt uw hart niet, gelijk te Meriba, gelijk ten dage van Massa in de woestijn;
Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen.
Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.
De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij.
Ik ga heen gelijk een schaduw, wanneer zij zich neigt; ik worde omgedreven als een sprinkhaan.
Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.
Dat die hen maken hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.
Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE, onze God, totdat Hij ons genadig zij.
Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.
O HEERE! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden.
Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zodanig zijn de zonen der jeugd.
Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.
Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aaron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.
Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.
Dat die ze maken, hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.
Onze beenderen zijn verstrooid aan den mond des grafs, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.
Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.
De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.
Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;
Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;
Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.
Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.
Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 7:9-Leviticus 4:35
- 2.Leviticus 5:13-Deuteronomium 6:16
- 3.Deuteronomium 6:19-Richteren 2:15
- 4.Richteren 2:22-1 Koningen 11:38
- 5.1 Koningen 12:12-Nehemia 10:36
- 6.Nehemia 13:26-Spreuken 7:22
- 7.Spreuken 7:23-Jesaja 29:7
- 8.Jesaja 29:8-Jeremia 49:19
- 9.Jeremia 50:15-Obadja 1:15
- 10.Obadja 1:16-Lukas 1:2
- 11.Lukas 1:55-Romeinen 3:10
- 12.Romeinen 4:6-Colossenzen 4:1
- 13.Colossenzen 4:4-Openbaring 16:13
- 14.Openbaring 18:6-Openbaring 22:12
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (33)
- Exodus (61)
- Leviticus (36)
- Numberi (46)
- Deuteronomium (76)
- Jozua (45)
- Richteren (24)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (28)
- 2 Samuël (19)
- 1 Koningen (48)
- 2 Koningen (29)
- 1 Kronieken (13)
- 2 Kronieken (33)
- Ezra (5)
- Nehemia (3)
- Esther (3)
- Job (43)
- Psalmen (48)
- Spreuken (27)
- Prediker (14)
- Hooglied (8)
- Jesaja (104)
- Jeremia (60)
- Klaagliederen (6)
- Ezechiël (47)
- Daniël (18)
- Hosea (12)
- Joël (1)
- Amos (6)
- Obadja (3)
- Jona (1)
- Micha (4)
- Nahum (2)
- Habakuk (2)
- Zefanja (1)
- Zacharia (17)
- Maleachi (1)
- Mattheüs (52)
- Markus (18)
- Lukas (42)
- Johannes (23)
- Handelingen (29)
- Romeinen (35)
- 1 Corinthiërs (25)
- 2 Corinthiër (18)
- Galaten (4)
- Efeziërs (13)
- Filippenzen (6)
- Colossenzen (7)
- 1 Thessalonicenzen (20)
- 2 Thessalonicenzen (2)
- 1 Timotheüs (1)
- 2 Timotheüs (3)
- Titus (2)
- Filémon (1)
- Hebreeën (18)
- Jakobus (3)
- 1 Petrus (4)
- 2 Petrus (5)
- 1 Johannes (10)
- 2 Johannes (2)
- 3 Johannes (3)
- Judas (1)
- Openbaring (31)
Verwante onderwerpen
- Alle Zonden Die Gelijk Zijn
- Alles Is Mogelijk
- Boogschutters Naar Gods Gelijkenis
- Dagelijkse Genade
- Dagelijkse Plicht
- Gelijk Lot
- Gelijkaardige Zaken
- Gelijke Straf
- Gelijken
- Gelijkenis
- Gelijkenis Met Christus
- Gelijkenis Met Dingen
- Gelijkenis Met God
- Gelijkenis Met God De Vader
- Gelijkenis Met Mensen
- Gelijkheid
- Gelijkheid In Betaling
- Gelijkheid In Redding
- Gelijkheid Met God
- Gelijkwaardige Mensen
- Mannen Gelijk Aan Dieren
- Mensen Die Mogelijk Kwaad Doen
- Mensen Zijn Allemaal Gelijk
- Mogelijk Voor God
- Mogelijk Voor Mensen
- Mogelijke Dood
- Mogelijkheden
- Mogelijkheden Voor God
- Mogelijkheden Voor Mensen
- Mogelijkheid
- Niet Mogelijk Om Andere Dingen Te Doen
- Niet Mogelijk Om Op Te Staan
- Niet Te Vergelijken
- Onmogelijk
- Onmogelijk Te Begrijpen
- Onmogelijk Te Beschadigen
- Onmogelijk Te Redden
- Onmogelijk Uit Te Drijven
- Onmogelijk Voor God
- Onmogelijk Voor Mensen
- Onmogelijke Geboorte
- Rassengelijkheid
- Redding Is Mogelijk Voor Iedereen
- Redding, Onmogelijk Opscheppen
- Stijgen
- Tekenen Van Mogelijke Bezetenheid Van Demonen
- Vergelijken
- Vergelijkende Maatregelen
- Vergelijkingen
- Verlossing In Het Dagelijks Leven