5954 gebeurtenissen

'Gij' in de Bijbel

Zendt een uit u, die uw broeder hale; maar weest gijlieden gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!

VersbegrippenGevangenenSpionerenMensen Die Mensen Sturen

Zo gij vroom zijt, zo zij een uwer broederen gebonden in het huis uwer bewaring; en gaat gij heen, brengt het koren voor den honger uwer huizen.

VersbegrippenGevangenschapMensen Die Zorgen Voor Voedsel

En brengt uw kleinsten broeder tot mij, zo zullen uw woorden waargemaakt worden; en gij zult niet sterven. En zij deden alzo.

VersbegrippenHet Jongste Kind

En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!

VersbegrippenBloed Als Symbool Van SchoolOordeel Over MoordenaarsAndere Mensen Kwaad BerokkenenBoekhouden

En brengt uw kleinsten broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder zal ik u wedergeven, en gij zult in dit land handelen.

VersbegrippenHandelHet Jongste KindSpionerenHerstel Van Mensen

Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!

VersbegrippenMensen TegenIndividuen Die OverlijdenVerlies

Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.

VersbegrippenMeemaken Van VerliesHet GrafLiefde En De WereldVerdrietOuderlijke LiefdeGetroffen Door De DoodGrijsEnige OverlevendenDood Van Anonieme Individuen

Toen sprak Juda tot hem, zeggende: Die man heeft ons op het hoogste betuigd, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat uw broeder met u is.

VersbegrippenNiet Met Mensen

Indien gij onzen broeder met ons zendt, wij zullen aftrekken, en u spijze kopen;

VersbegrippenSamengaan

Maar indien gij hem niet zendt, wij zullen niet aftrekken; want die man heeft tot ons gezegd: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat uw broeder met u is.

VersbegrippenNiet Met Mensen

En Israel zeide: Waarom hebt gij zo kwalijk aan mij gedaan, dat gij dien man te kennen gaaft, of gij nog een broeder hadt?

VersbegrippenMensen Die Kwaad Berokkenen

En zij zeiden: Die man vraagde zeer nauw naar ons, en naar onze maagschap, zeggende: Leeft uw vader nog; hebt gij nog een broeder? Zo gaven wij het hem te kennen, volgens diezelfde woorden; hebben wij juist geweten, dat hij zeggen zou: Brengt uw broeder af?

VersbegrippenStellen Van Bepaalde VragenMensen BeantwoordenDe Toekomst Niet KennenVerder Leven

Toen zeide Juda tot Israel, zijn vader: Zend den jongeling met mij, zo zullen wij ons opmaken en reizen, opdat wij leven en niet sterven, noch wij, noch gij, noch onze kinderkens.

VersbegrippenSamengaanDoor De Mens In Leven Gehouden Worden

Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!

VersbegrippenVeiligheidEeuwig Kwaad

En hij vraagde hun naar hun welstand, en zeide: Is het wel met uw vader, den oude, waarvan gij zeidet? Leeft hij nog?

VersbegrippenVerder Leven

En hij hief zijn ogen op, en zag Benjamin, zijn broeder, den zoon zijner moeder, en zeide: Is dit uw kleinste broeder, waarvan gij tot mij zeidet? Daarna zeide hij: Mijn zoon! God zij u genadig!

VersbegrippenHoffelijkheidGoddelijke GunstGroetenHet Jongste KindMensen ZienMoeders En Zonen

En mijn beker, den zilveren beker, zult gij leggen in den mond van den zak des kleinsten, met het geld van zijn koren. En hij deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had.

VersbegrippenHet Jongste KindOnbepaalde Sommen Geld

Zij zijn ter stad uitgegaan; zij waren niet verre gekomen, als Jozef tot dengene, die over zijn huis was, zeide: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden?

VersbegrippenOndankbaarheidMensen Die Niet Ver Weg ZijnHet Kwaad Voorgoed Betaald Zetten

Is het deze niet, waaruit mijn heer drinkt? en waarbij hij iets zekerlijk waarnemen zal? Gij hebt kwalijk gedaan, wat gij gedaan hebt.

En Jozef zeide tot hen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Weet gij niet, dat zulk een man als ik dat zekerlijk waarnemen zoude?

VersbegrippenWat Doe Jij?

Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!

VersbegrippenGelijkwaardige Mensen

Toen zeidet gij tot uw knechten: Brengt hem af tot mij, dat ik mijn oog op hem sla.

VersbegrippenMensen Zien

Toen zeidet gij tot uw knechten: Indien uw kleinste broeder met u niet afkomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.

VersbegrippenNiet Met Mensen

Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, zo zoudt gij mijn grauwe haren met jammer ten grave doen nederdalen!

VersbegrippenHet GrafSheolGetroffen Door De DoodGrijs

En Jozef zeide tot zijn broederen: Nadert toch tot mij! En zij naderden. Toen zeide hij: Ik ben Jozef, uw broeder, dien gij naar Egypte verkocht hebt.

VersbegrippenDat Ben IkIdentiteit

Maar nu, weest niet bekommerd, en de toorn ontsteke niet in uw ogen, omdat gij mij hierheen verkocht hebt; want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens.

VersbegrippenVoorbeelden Van Getroffen HeiligenDoor God In Leven Gehouden WordenIndividuen Die Anderen ReddenIdentiteitBehoud

Nu dan, gij hebt mij herwaarts niet gezonden, maar God Zelf, Die mij tot Farao's vader gesteld heeft, en tot een heer over zijn ganse huis, en regeerder in het ganse land van Egypte.

VersbegrippenOverwinning Op Het KwaadBestuurdersHeersersPromotieSpirituele VadersGod Stuurde ProfetenVeroorzaakt Door GodGods Voorzienigheid In OmstandighedenIdentiteitIdentiteit In Christus

En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, gij en uw zonen, en de zonen uwer zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat gij hebt.

VersbegrippenKleinkinderenIn Het Land LevenBurenImmigrantenLand

En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet verarmt, gij en uw huis, en alles wat gij hebt!

VersbegrippenOorzaken Van ArmoedeVijf JaarMensen Die ZorgenVermijden Armoede

En boodschapt mijn vader al mijn heerlijkheid in Egypte, en alles wat gij gezien hebt; en haast u, en brengt mijn vader herwaarts af.

VersbegrippenAnderen Opjagen

En neemt uw vader en uw huisgezinnen, en komt tot mij, en ik zal u het beste van Egypteland geven, en gij zult het vette dezes lands eten.

VersbegrippenZwaarlijvigheidVet Van DierenOvervloed In EgypteLand

Gij zijt toch gelast: doet dit, neemt u uit Egypteland wagenen voor uw kinderkens, en voor uw vrouwen, en voert uw vader, en komt.

VersbegrippenWagentjesWagons

En Israel zeide tot Jozef: Dat ik nu sterve, nadat ik uw aangezicht gezien heb, dat gij nog leeft!

VersbegrippenParaatheidOuderlijke LiefdeOntslag Tot De DoodVerder LevenMensen Zien

Zo zult gij zeggen: Uw knechten zijn mannen, die van onze jeugd af tot nu toe met vee omgegaan hebben, zo wij als onze vaders; opdat gij in het land Gosen moogt wonen; want alle schaapherder is de Egyptenaren een gruwel.

VersbegrippenAfkeerWerken Van JongsafaanZij Die Voorraad HaddenMensen HatenBijhouden Voorraad

Egypteland is voor uw aangezicht; doe uw vader en uw broeders in het beste van het land wonen; laat hen in het land Gosen wonen, en zo gij weet, dat er onder hen kloeke mannen zijn, zo zet hen tot veemeesters over hetgeen ik heb.

VersbegrippenVermogenBekwaamheid

Toen zeide Jozef tot het volk: Ziet, ik heb heden u en uw land gekocht voor Farao; ziet, daar is zaad voor u, opdat gij het land bezaait.

VersbegrippenTeeltLetterlijk PlantenZaden PlantenZadenZaad ZaaienZaaien

Doch met de inkomsten zal het geschieden, dat gij aan Farao het vijfde deel zult geven, en de vier delen zullen voor u zijn, tot zaad des velds, en tot uw spijze en van degenen, die in uw huizen zijn, en om te eten voor uw kinderkens.

VersbegrippenLetterlijk Planten

En zij zeiden: Gij hebt ons leven behouden; laat ons genade vinden in de ogen mijns heren, en wij zullen Farao's knechten zijn.

VersbegrippenAfhankelijkheidDoor De Mens In Leven Gehouden WordenGroepen Van SlavenIndividuen Die Anderen Redden

Maar dat ik bij mijn vaderen ligge; hierom zult gij mij uit Egypte voeren, en mij in hun graf begraven. En hij zeide: Ik zal doen naar uw woord!

VersbegrippenGoede KinderenDode Lichamen DragenDe Grot Van MachpelaVerzameld Door Zijn Volk

Maar uw geslacht, dat gij na hen zult gewinnen, zullen uwe zijn; zij zullen naar hunner broederen naam genoemd worden in hun erfdeel.

Komt samen en hoort, gij, zonen van Jakob! en hoort naar Israel, uw vader.

VersbegrippenBesteed Aandacht Aan Mensen!

Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte!

VersbegrippenEerstgeboren ZonenSterke IndividuenMachtige IndividuenFamilie KrachtKrachtUitmuntendheidMenselijke NatuurSterkteWaardigheid

Snelle afloop als der wateren, gij zult de voortreffelijkste niet zijn! want gij hebt uws vaders leger beklommen; toen hebt gij het geschonden; hij heeft mijn bed beklommen!

VersbegrippenWispelturigheidOnbezonnen Mensen

Juda! gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op den nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen.

VersbegrippenBuigenAanbevelingGroetenVijanden OverwinnenZijn Lof Laten ZienSereniteit

Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van de roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan?

VersbegrippenJagenFiguurlijk Gebruik Van LeeuwenLeeuwenJong DierEnergieHurkenZoals Wezen

Mijn vader heeft mij doen zweren, zeggende: Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaan gegraven heb, daar zult gij mij begraven! Nu dan, laat mij toch optrekken, dat ik mijn vader begrave, dan zal ik wederkomen.

VersbegrippenNabijheid Van De DoodDood Komt BinnenkortDe Grot Van Machpela

Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.

VersbegrippenVragen Voor VergiffenisVragenElkaar VergevenAndere Mensen Kwaad BerokkenenGods VergiffenisLiefde En VergiffenisVergevenOngehoorzaamheid

En Jozef deed de zonen van Israel zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!

VersbegrippenBenenTrouw In Menselijke RelatiesLiefde En De WereldOpgravingenGod Die BezoektMensen Die Gebonden Zijn Aan Een Eed

En zeide: Wanneer gij de Hebreinnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!

VersbegrippenKinderenDe Aard Van LijdenKindermoordDoor De Mens In Leven Gehouden WordenDood Van Alle MannenGeboorteIsraëlieten Doden

Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen, en zeide tot haar: Waarom hebt gij deze zaak gedaan, dat gij de knechtjes in het leven behouden hebt?

VersbegrippenDoor De Mens In Leven Gehouden WordenOntbiedende KoningenWaarom Doe Je Dit?

Toen gebood Farao aan al zijn volk, zeggende: Alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen, maar al de dochteren in het leven behouden.

VersbegrippenVoorbeelden Van WreedheidGeboden in OTDoor De Mens In Leven Gehouden WordenDood Van Alle MannenIsraëlieten DodenDe Bevelen Van De Koning

Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?

VersbegrippenElkaar BevechtenTwee Andere Mannen

Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!

VersbegrippenHeersersPogingen Om Mij Te DodenDingen Die Onthuld Worden

En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?

VersbegrippenWerk Is Binnenkort GedaanVaders En Dochter

En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.

VersbegrippenVoorbeelden Van GastvrijheidUitnodigingenGastvrijheidReizigersWaar Zijn Mensen?

Toen zeide God verder tot Mozes: Aldus zult gij tot de kinderen Israels zeggen: De HEERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob, heeft mij tot ulieden gezonden; dat is Mijn Naam eeuwiglijk, en dat is Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht.

VersbegrippenGeneratiesIk Ben De HeerGod Stuurde ProfetenAndere Verwijzingen Naar Gods Naam

En zij zullen uw stem horen; en gij zult gaan, gij en de oudsten van Israel, tot den koning van Egypte, en gijlieden zult tot hem zeggen: De HEERE, de God der Hebreen, is ons ontmoet; zo laat ons nu toch gaan den weg van drie dagen in de woestijn, opdat wij den HEERE, onzen God, offeren!

VersbegrippenGewichten En Maten, AfstandenDrie DagenBijzondere ReizenEen Feest In De WildernisAandacht Aan Mensen Besteden

En Ik zal dit volk genade geven in de ogen der Egyptenaren; en het zal geschieden, wanneer gijlieden uitgaan zult, zo zult gij niet ledig uitgaan.

VersbegrippenGod Als VerlosserMenselijke GunstMet Lege HandenGunstBruggen

Maar elke vrouw zal van haar naburin, en van de waardin haars huizes, eisen zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen; die zult gijlieden op uw zonen, en op uw dochteren leggen, en gij zult Egypte beroven.

VersbegrippenVragenGoudOrnamentenMensen Die Kleren GevenJuwelen

En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren der rivier, en giet ze op het droge; zo zullen de wateren, die gij uit de rivier zult nemen, diezelve zullen tot bloed worden op het droge.

VersbegrippenDe Wonderen Van Mozes En AäronVeranderd In BloedSlecht WaterDroge PlaatsenWater GietenNiet Geloven In TekenenTwee Immateriële DingenDingen Veranderen

Toen zeide Mozes tot de HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.

VersbegrippenExcuusWelsprekendheidDe Betekenis Van MozesStomheidVoorbeelden Van NederigheidZelfvernederingSpraakbeperkingenZenuwachtigheidToespraak

Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.

VersbegrippenBesluiteloosheidAaron, PositieAndere PersonenGod Stuurde Profeten

Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.

VersbegrippenGod Als Een LeraarGod Die LeertGod Zal Met Jou ZijnHet Woord Spreken Dat God Geschonken Heeft

En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.

VersbegrippenWoordvoerdersMannen Als GodenMet De Mond Spreken

Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult.

VersbegrippenUitrusting, FysiekTekenen Van God

En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.

VersbegrippenVrijheid Van De WilGepantserde HartenGod Hardt De MensGevallen En Verlost HartMenselijke MachtAndere Wonderen

En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!

VersbegrippenEerstgeboreneDienstbaarheid En Aanbidding Van GodDood Van De EerstgeboreneGod DodendGod AanbiddenGod Doodde De Mensen

Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!

VersbegrippenVuursteenVoorhuidenMessenScherpteBedekt Met BloedScheiden Van LichaamsdelenZorg Voor VoetenHout En Steen

Toen zeide de koning van Egypte tot hen: Gij, Mozes en Aaron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Gaat heen tot uw lasten.

VersbegrippenZijn/Haar Werk DoenAfleiding

Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, tot het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; laat hen zelven heengaan, en stro voor zichzelven verzamelen.

VersbegrippenSoorten Van Kunst En Ambachten

En het getal der tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen; want zij gaan ledig; daarom roepen zij, zeggende: Laat ons gaan, laat ons onzen God offeren!

VersbegrippenVoorbeelden Van OnderdrukkingAantallen Aan Het VerminderenGeen Korting

Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.

VersbegrippenGeen Korting

Derhalve gingen de ambtlieden der kinderen Israels, en schreeuwden tot Farao, zeggende: Waarom doet gij uw knechten alzo?

VersbegrippenVragenWaarom Doe Je Dit?

Hij dan zeide: Gijlieden gaat ledig, ledig gaat gij; daarom zegt gij: Laat ons gaan, laat ons den HEERE offeren!

VersbegrippenHumor

Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal der tichelstenen leveren.

Toen zagen de ambtlieden der kinderen Israels, dat het kwalijk met hen stond, dewijl men zeide: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen, van het dagwerk op zijn dag.

VersbegrippenGeen KortingVerontrustende Groepen Van Mensen

En zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richte het, dewijl dat gij onzen reuk hebt stinkende gemaakt voor Farao, en voor zijn knechten, gevende een zwaard in hun handen, om ons te doden.

VersbegrippenNeuzenGeurtjesGoedkeuring Om Te Doden

Toen keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden?

VersbegrippenGod Stuurde ProfetenGod Die VerontrustWaarom Doet God Dit?

Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw Naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost. [ (Exodus 5:24) Toen zeide de HEERE tot Mozes: Nu zult gij zien, wat Ik aan Farao doen zal; want door een machtige hand zal hij hen laten trekken, ja, door een machtige hand zal hij hen uit zijn land drijven. ]

VersbegrippenMensen Die Kwaad Berokkenen

Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken laat.

VersbegrippenAaron, Positie

Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor ulieden; zo zult gij tot Aaron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden.

VersbegrippenAaron, PrivilegesSlangenAndere WonderenDingen NeerzettenDingen Veranderen

Ga heen tot Farao in den morgenstond; zie, hij zal uitgaan naar het water toe, zo stel u tegen hem over aan den oever der rivier, en den staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen.

VersbegrippenOchtendWachtenStangenMensen OntmoetenDingen Veranderen

En gij zult tot hem zeggen: de HEERE, de God der Hebreen, heeft mij tot u gezonden, zeggende: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene in de woestijn; doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.

VersbegrippenEen Feest In De WildernisGod Aanbidden

Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden.

VersbegrippenJe Zal Weten Dat Ik De Heer Ben

En indien gij het weigert te laten trekken, zie, zo zal Ik uw ganse landpale met vorsen slaan;

Hij dan zeide: Tegen morgen. En hij zeide: Het zij naar uw woord, opdat gij weet, dat er niemand is, gelijk de HEERE, onze God.

VersbegrippenGod, De HeerDe Uniekheid Van GodMonotheïsmeUniekGods Actie MorgenNiemand Is Zoals GodGods Aard KennenMorgen

Want zo gij Mijn volk niet laat trekken, zie, zo zal Ik een vermenging van ongedierte zenden op u, en op uw knechten, en op uw volk, en in uw huizen; alzo dat de huizen der Egyptenaren met deze vermenging zullen vervuld worden, en ook het aardrijk, waarop zij zijn.

VersbegrippenVliegenInsecten

En Ik zal te dien dage het land Gosen, waarin Mijn volk woont, afzonderen, dat daar geen vermenging van ongedierte zij, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, in het midden dezes lands ben.

VersbegrippenAfkeerVliegenOnderscheidende GodIk Ben De Heer

Want zo gij hen weigert te laten trekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,

Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.

VersbegrippenNiemand Is Zoals GodGods Aard Kennen

Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.

VersbegrippenGod DodendGod Zal De Mensen Doden

Verheft gij uzelven nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten trekken?

VersbegrippenMaaltijd DierenoffersEer Zoeken

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain