'Gij' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:16-Genesis 24:42
- 2.Genesis 24:44-Genesis 42:15
- 3.Genesis 42:16-Exodus 9:17
- 4.Exodus 9:19-Exodus 22:26
- 5.Exodus 22:28-Exodus 28:30
- 6.Exodus 28:31-Exodus 40:10
- 7.Exodus 40:11-Leviticus 19:31
- 8.Leviticus 19:32-Leviticus 26:25
- 9.Leviticus 26:26-Numberi 16:30
- 10.Numberi 17:2-Numberi 33:53
- 11.Numberi 33:54-Deuteronomium 5:31
- 12.Deuteronomium 5:32-Deuteronomium 12:14
- 13.Deuteronomium 12:15-Deuteronomium 17:12
- 14.Deuteronomium 17:14-Deuteronomium 26:10
- 15.Deuteronomium 26:11-Deuteronomium 32:18
- 16.Deuteronomium 32:43-Richteren 5:10
- 17.Richteren 5:12-Ruth 1:15
- 18.Ruth 1:16-1 Samuël 17:45
- 19.1 Samuël 17:56-2 Samuël 5:19
- 20.2 Samuël 5:23-2 Samuël 22:29
- 21.2 Samuël 22:36-1 Koningen 18:14
- 22.1 Koningen 18:17-2 Koningen 17:39
- 23.2 Koningen 18:14-2 Kronieken 12:5
- 24.2 Kronieken 13:8-Nehemia 9:7
- 25.Nehemia 9:8-Job 13:25
- 26.Job 13:26-Job 39:1
- 27.Job 39:4-Psalmen 30:2
- 28.Psalmen 30:3-Psalmen 60:1
- 29.Psalmen 60:2-Psalmen 85:6
- 30.Psalmen 86:2-Psalmen 114:7
- 31.Psalmen 115:9-Spreuken 7:4
- 32.Spreuken 8:5-Jesaja 1:29
- 33.Jesaja 1:30-Jesaja 37:29
- 34.Jesaja 38:1-Jesaja 54:6
- 35.Jesaja 54:11-Jeremia 4:10
- 36.Jeremia 4:14-Jeremia 23:36
- 37.Jeremia 23:37-Jeremia 40:14
- 38.Jeremia 40:16-Ezechiël 3:5
- 39.Ezechiël 3:6-Ezechiël 16:48
- 40.Ezechiël 16:51-Ezechiël 29:5
- 41.Ezechiël 29:7-Ezechiël 45:1
- 42.Ezechiël 45:3-Joël 3:5
- 43.Joël 3:6-Zefanja 2:12
- 44.Zefanja 3:7-Mattheüs 6:26
- 45.Mattheüs 6:28-Mattheüs 19:19
- 46.Mattheüs 19:21-Mattheüs 26:65
- 47.Mattheüs 26:69-Markus 13:29
- 48.Markus 13:33-Lukas 9:57
- 49.Lukas 9:60-Lukas 19:21
- 50.Lukas 19:22-Johannes 5:42
- 51.Johannes 5:43-Johannes 13:13
- 52.Johannes 13:14-Johannes 20:31
- 53.Johannes 21:5-Handelingen 18:15
- 54.Handelingen 19:2-Romeinen 13:6
- 55.Romeinen 13:7-1 Corinthiërs 15:36
- 56.1 Corinthiërs 15:37-Efeziërs 3:4
- 57.Efeziërs 3:13-1 Thessalonicenzen 2:13
- 58.1 Thessalonicenzen 2:14-Hebreeën 13:19
- 59.Hebreeën 13:21-3 Johannes 1:12
- 60.Judas 1:3-Openbaring 22:9
Gij hebt het land geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.
Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.
Maar nu hebt Gij dengenen, die U vrezen, een banier gegeven, om die op te werpen, vanwege de waarheid. Sela.
Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen! juich over mij, o gij Palestina!
Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?
[ (Psalms 60:13) Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is ijdelheid. ]
Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.
Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.
Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;
Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur.
Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.
Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.
[ (Psalms 62:13) En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk. ]
Een psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda. (1a) O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water.
Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.
Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen, die verzoent Gij.
Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis.
Vreselijke dingen zult Gij ons in gerechtigheid antwoorden, o God onzes heils! o Vertrouwen aller einden der aarde, en der verre gelegenen aan de zee!
En die op de einden wonen, vrezen voor Uw tekenen; Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.
Gij bezoekt het land, en hebbende het begerig gemaakt, verrijkt Gij het grotelijks; de rivier Gods is vol waters; wanneer Gij het alzo bereid hebt, maakt Gij hunlieder koren gereed.
Gij maakt zijn omgeploegde aarde dronken; Gij doet ze dalen in zijn voren; Gij maakt het week door de druppelen; Gij zegent zijn uitspruitsel.
Gij kroont het jaar Uwer goedheid; en Uw voetstappen druipen van vettigheid.
Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!
Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.
Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.
Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;
Gij hadt ons in het net gebracht; Gij hadt een engen band om onze lenden gelegd;
Gij hadt den mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen; maar Gij hebt ons uitgevoerd in een overvloeiende verversing.
Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.
De natien zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natien op de aarde die zult Gij leiden. Sela.
Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.
O God! toen Gij voor het aangezicht Uws volks uittoogt, toen Gij daarhenen tradt in de woestijn; Sela.
Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.
Uw hoop woonde daarin; Gij bereiddet ze door Uw goedheid voor den ellendige, o God!
Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud.
Waarom springt gij op, gij bultige bergen? Deze berg heeft God begeerd tot Zijn woning; ook zal er de HEERE wonen in eeuwigheid.
Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!
Opdat gij uw voet, ja, de tong uwer honden, moogt steken in het bloed van de vijanden, van een iegelijk van hen.
Looft God in de gemeenten, den Heere, gij, die zijt uit den springader van Israel!
Uw God heeft uw sterkte geboden; sterk, o God, wat Gij aan ons gewrocht hebt!
Gij koninkrijken der aarde, zingt Gode; psalmzingt den Heere! Sela.
[ (Psalms 68:36) O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God! ]
O God! Gij weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.
Gij weet mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn voor U.
Want zij vervolgen, dien Gij geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uwer verwonden.
De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven.
[ (Psalms 70:6) Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet! ]
Wees mij tot een Rotssteen, om daarin te wonen, om geduriglijk daarin te gaan; Gij hebt bevel gegeven, om mij te verlossen, want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg.
Want Gij zijt mijn Verwachting, Heere, HEERE! mijn Vertrouwen van mijn jeugd aan.
Op U heb ik gesteund van den buik aan; van mijner moeders ingewand aan zijt Gij mijn Uithelper; mijn lof is geduriglijk van U.
Ik ben velen als een wonder geweest; doch Gij zijt mijn sterke Toevlucht.
O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.
Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte; Gij, Die grote dingen gedaan hebt; o God! wie is U gelijk?
Gij, Die mij veel benauwdheden en kwaden hebt doen zien, zult mij weder levend maken, en zult mij weder ophalen uit de afgronden der aarde.
Gij zult mijn grootheid vermeerderen, en mij rondom vertroosten.
Mijn lippen zullen juichen, wanneer ik U zal psalmzingen, en mijn ziel, die Gij verlost hebt.
Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen.
Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.
Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;
Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.
Want ziet, die verre van U zijn, zullen vergaan; Gij roeit uit, al wie van U afhoereert.
Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?
Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt.
Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.
Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken.
Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen.
Gij hebt een fontein en beek gekliefd; Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd.
De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid.
Gij hebt al de palen der aarde gesteld; zomer en winter, die hebt Gij geformeerd.
Gij zijt doorluchtiger en heerlijker dan de roofbergen.
Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van den tijd Uws toorns af?
Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,
Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.
Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen;
Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.
Gij zijt die God, Die wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.
Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela.
[ (Psalms 77:21) Gij leiddet Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aaron. ]
Hoe lang, HEERE? Zult Gij eeuwiglijk toornen? Zal Uw ijver als vuur branden?
O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?
Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.
Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich.
Gij hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht, hebt de heidenen verdreven, en hebt denzelven geplant;
Gij hebt de plaats voor hem bereid, en zijn wortelen doen inwortelen, zodat hij het land vervuld heeft.
Waarom hebt Gij zijn muren doorgebroken, zodat allen, die den weg voorbijgaan, hem plukken?
En den stam, dien Uw rechterhand geplant heeft, en dat om den zoon, dien Gij U gesterkt hebt!
Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt.
In de benauwdheid riept gij, en Ik hielp u uit; Ik antwoordde u uit de schuilplaats des donders; Ik beproefde u aan de wateren van Meriba. Sela.
Mijn volk, zeide Ik hoor toe, en Ik zal onder u betuigen, Israel, of gij naar Mij hoordet!
Er zal onder u geen uitlands god wezen, en gij zult u voor geen vreemden god nederbuigen.
Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;
Nochtans zult gij sterven als een mens; en als een van de vorsten zult gij vallen.
Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.
[ (Psalms 83:19) Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde. ]
Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (1a) Gij zijt Uw lande gunstig geweest, HEERE! de gevangenis van Jakob hebt Gij gewend.
De misdaad Uws volks hebt Gij weggenomen; Gij hebt al hun zonden bedekt. Sela.
Gij hebt weggenomen al Uw verbolgenheid; Gij hebt U gewend van de hittigheid Uws toorns.
Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?
Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:16-Genesis 24:42
- 2.Genesis 24:44-Genesis 42:15
- 3.Genesis 42:16-Exodus 9:17
- 4.Exodus 9:19-Exodus 22:26
- 5.Exodus 22:28-Exodus 28:30
- 6.Exodus 28:31-Exodus 40:10
- 7.Exodus 40:11-Leviticus 19:31
- 8.Leviticus 19:32-Leviticus 26:25
- 9.Leviticus 26:26-Numberi 16:30
- 10.Numberi 17:2-Numberi 33:53
- 11.Numberi 33:54-Deuteronomium 5:31
- 12.Deuteronomium 5:32-Deuteronomium 12:14
- 13.Deuteronomium 12:15-Deuteronomium 17:12
- 14.Deuteronomium 17:14-Deuteronomium 26:10
- 15.Deuteronomium 26:11-Deuteronomium 32:18
- 16.Deuteronomium 32:43-Richteren 5:10
- 17.Richteren 5:12-Ruth 1:15
- 18.Ruth 1:16-1 Samuël 17:45
- 19.1 Samuël 17:56-2 Samuël 5:19
- 20.2 Samuël 5:23-2 Samuël 22:29
- 21.2 Samuël 22:36-1 Koningen 18:14
- 22.1 Koningen 18:17-2 Koningen 17:39
- 23.2 Koningen 18:14-2 Kronieken 12:5
- 24.2 Kronieken 13:8-Nehemia 9:7
- 25.Nehemia 9:8-Job 13:25
- 26.Job 13:26-Job 39:1
- 27.Job 39:4-Psalmen 30:2
- 28.Psalmen 30:3-Psalmen 60:1
- 29.Psalmen 60:2-Psalmen 85:6
- 30.Psalmen 86:2-Psalmen 114:7
- 31.Psalmen 115:9-Spreuken 7:4
- 32.Spreuken 8:5-Jesaja 1:29
- 33.Jesaja 1:30-Jesaja 37:29
- 34.Jesaja 38:1-Jesaja 54:6
- 35.Jesaja 54:11-Jeremia 4:10
- 36.Jeremia 4:14-Jeremia 23:36
- 37.Jeremia 23:37-Jeremia 40:14
- 38.Jeremia 40:16-Ezechiël 3:5
- 39.Ezechiël 3:6-Ezechiël 16:48
- 40.Ezechiël 16:51-Ezechiël 29:5
- 41.Ezechiël 29:7-Ezechiël 45:1
- 42.Ezechiël 45:3-Joël 3:5
- 43.Joël 3:6-Zefanja 2:12
- 44.Zefanja 3:7-Mattheüs 6:26
- 45.Mattheüs 6:28-Mattheüs 19:19
- 46.Mattheüs 19:21-Mattheüs 26:65
- 47.Mattheüs 26:69-Markus 13:29
- 48.Markus 13:33-Lukas 9:57
- 49.Lukas 9:60-Lukas 19:21
- 50.Lukas 19:22-Johannes 5:42
- 51.Johannes 5:43-Johannes 13:13
- 52.Johannes 13:14-Johannes 20:31
- 53.Johannes 21:5-Handelingen 18:15
- 54.Handelingen 19:2-Romeinen 13:6
- 55.Romeinen 13:7-1 Corinthiërs 15:36
- 56.1 Corinthiërs 15:37-Efeziërs 3:4
- 57.Efeziërs 3:13-1 Thessalonicenzen 2:13
- 58.1 Thessalonicenzen 2:14-Hebreeën 13:19
- 59.Hebreeën 13:21-3 Johannes 1:12
- 60.Judas 1:3-Openbaring 22:9
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (250)
- Exodus (355)
- Leviticus (202)
- Numberi (214)
- Deuteronomium (489)
- Jozua (81)
- Richteren (104)
- Ruth (30)
- 1 Samuël (150)
- 2 Samuël (132)
- 1 Koningen (132)
- 2 Koningen (88)
- 1 Kronieken (42)
- 2 Kronieken (94)
- Ezra (17)
- Nehemia (49)
- Esther (5)
- Job (182)
- Psalmen (455)
- Spreuken (71)
- Prediker (22)
- Hooglied (27)
- Jesaja (268)
- Jeremia (309)
- Klaagliederen (26)
- Ezechiël (321)
- Daniël (55)
- Hosea (20)
- Joël (13)
- Amos (26)
- Obadja (8)
- Jona (9)
- Micha (27)
- Nahum (4)
- Habakuk (18)
- Zefanja (9)
- Zacharia (25)
- Maleachi (25)
- Mattheüs (262)
- Markus (113)
- Lukas (231)
- Johannes (249)
- Handelingen (146)
- Romeinen (62)
- 1 Corinthiërs (89)
- 2 Corinthiër (45)
- Galaten (36)
- Efeziërs (41)
- Filippenzen (21)
- Colossenzen (37)
- 1 Thessalonicenzen (34)
- 2 Thessalonicenzen (9)
- 1 Timotheüs (10)
- 2 Timotheüs (13)
- Titus (3)
- Filémon (6)
- Hebreeën (40)
- Jakobus (34)
- 1 Petrus (31)
- 2 Petrus (10)
- 1 Johannes (18)
- 2 Johannes (1)
- 3 Johannes (5)
- Judas (3)
- Openbaring (51)
Verwante onderwerpen
- Alwetende God
- Andere Goden
- Anderen Behandelen
- Anderen Vergeven
- Beantwoorde Beloften
- Bedelaars
- Beweringen
- Buitenaardse Wezens
- Christus Die De Waarheid Spreekt
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van God Kennen
- De Betekenis Van Mozes
- De Heer Is God
- De Kennis Van Christus Over De Mens
- De Namen Voor Christus
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Soevereiniteit Van God
- De Vader
- Deelname In Christus
- Dochters
- Fouten
- Geen Arbeid Op Feestdagen
- Gehoorzaamheid
- Geloven In Jezelf
- Genade
- God Als Verlosser
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Is Met Jou
- God, De Heer
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Goed Terugspelen
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Gretigheid
- Hand Van God
- Hart En De Heilige Geest
- Het Vaderschap Van God
- Hypocrisie
- Ik Ben De Heer
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Je Woord Houden
- Lauw
- Liefde Voor God
- Luisteren
- Mensen Van God In OT
- Mindfulness
- Monotheïsme
- Nabijheid Van De Dood
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Niemand Anders Is God
- Niet Sterven
- Ontbering
- Ontmoediging
- Ontrouw Aan God
- Over De Discipelen Van Christus Zullen Lijden
- Persoonlijke Ethiek
- Psalmen Interjecties
- Rekeningen Vereffenen
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rivieren
- Roeping
- Satan
- Sociale Ethiek
- Staan
- Stilte
- Tienden En Offers
- Vals Vertrouwen
- Van Jezelf Houden
- Verbintenis Tot God
- Verenigingen Van Kwaad
- Verlatenheid
- Volg De Geboden
- Volg De Geboden Van Christus
- Vreemdelingen
- Vrees God!
- Vriendelijkheid
- Waarom Doe Je Dit?
- Wat Doe Jij?
- Wet, De Tien Geboden
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Wie Is Jezus?
- Woord Van God
- Zeven Dagen
- Zich Zorgen Maken
- Zich Zorgen Maken Over De Toekomst