'God' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:1-Genesis 22:12
- 2.Genesis 24:3-Exodus 5:8
- 3.Exodus 6:1-Numberi 23:4
- 4.Numberi 23:8-Deuteronomium 9:16
- 5.Deuteronomium 10:9-Deuteronomium 24:18
- 6.Deuteronomium 24:19-Jozua 24:1
- 7.Jozua 24:2-1 Samuël 30:15
- 8.2 Samuël 2:27-2 Koningen 1:6
- 9.2 Koningen 1:16-2 Kronieken 11:16
- 10.2 Kronieken 13:5-Ezra 6:21
- 11.Ezra 7:6-Job 21:22
- 12.Job 22:12-Psalmen 38:21
- 13.Psalmen 40:5-Psalmen 64:7
- 14.Psalmen 65:1-Psalmen 84:8
- 15.Psalmen 84:9-Jesaja 7:13
- 16.Jesaja 8:10-Jeremia 11:4
- 17.Jeremia 13:12-Daniël 2:37
- 18.Daniël 2:44-Habakuk 3:18
- 19.Zefanja 2:7-Lukas 18:11
- 20.Lukas 18:13-Handelingen 10:2
- 21.Handelingen 10:4-Romeinen 8:3
- 22.Romeinen 8:7-2 Corinthiër 1:3
- 23.2 Corinthiër 1:4-Colossenzen 1:25
- 24.Colossenzen 1:27-Hebreeën 7:19
- 25.Hebreeën 7:25-1 Johannes 5:20
- 26.2 Johannes 1:3-Openbaring 22:19
Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester. (1a) De lofzang is in stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden.
Vreselijke dingen zult Gij ons in gerechtigheid antwoorden, o God onzes heils! o Vertrouwen aller einden der aarde, en der verre gelegenen aan de zee!
Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.
Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.
Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;
Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.
Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.
Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.
Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. (1a) God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.
De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.
De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.
De aarde geeft haar gewas; God, onze God, zal ons zegenen.
[ (Psalms 67:8) God zal ons zegenen; en alle einden der aarde zullen Hem vrezen. ]
Een psalm, een lied van David, voor den opperzangmeester. (1a) God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.
Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.
Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre.
O God! toen Gij voor het aangezicht Uws volks uittoogt, toen Gij daarhenen tradt in de woestijn; Sela.
Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.
Uw hoop woonde daarin; Gij bereiddet ze door Uw goedheid voor den ellendige, o God!
Waarom springt gij op, gij bultige bergen? Deze berg heeft God begeerd tot Zijn woning; ook zal er de HEERE wonen in eeuwigheid.
Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!
Geloofd zij de HEERE; dag bij dag overlaadt Hij ons. Die God is onze Zaligheid. Sela.
Die God is ons een God van volkomene Zaligheid; en bij den HEERE, den Heere, zijn uitkomsten tegen den dood.
Voorzeker zal God den kop Zijner vijanden verslaan, den harigen schedel desgenen, die in zijn schulden wandelt.
O God! zij hebben Uw gangen gezien, de gangen mijns Gods, mijns Konings, in het heiligdom.
Looft God in de gemeenten, den Heere, gij, die zijt uit den springader van Israel!
Uw God heeft uw sterkte geboden; sterk, o God, wat Gij aan ons gewrocht hebt!
Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.
[ (Psalms 68:36) O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God! ]
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Schoschannim. (1a) Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel.
Ik ben vermoeid van mijn roepen, mijn keel is ontstoken, mijn ogen zijn bezweken, daar ik ben hopende op mijn God.
O God! Gij weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.
Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels!
Maar mij aangaande, mijn gebed is tot U, o HEERE; er is een tijd des welbehagens, o God! door de grootheid Uwer goedertierenheid; verhoor mij door de getrouwheid Uws heils.
Doch ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een hoog vertrek.
De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven.
Want God zal Sion verlossen, en de steden van Juda bouwen; en aldaar zullen zij wonen, en haar erfelijk bezitten;
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken. (1a) Haast U, o God, om mij te verlossen, o HEERE, tot mijn hulp.
Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: God zij groot gemaakt!
[ (Psalms 70:6) Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet! ]
Mijn God, bevrijd mij van de hand des goddelozen, van de hand desgenen, die verkeerdelijk handelt, en des opgeblazenen.
Zeggende: God heeft hem verlaten; jaagt na, en grijpt hem, want er is geen verlosser.
O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.
O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.
Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.
Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte; Gij, Die grote dingen gedaan hebt; o God! wie is U gelijk?
Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!
Voor Salomo. O God! geef den koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid den zoon des konings.
Geloofd zij de HEERE God, de God Israels, Die alleen wonderen doet.
Een psalm van Asaf. Immers is God Israel goed, dengenen, die rein van harte zijn.
Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij den Allerhoogste?
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op den Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.
Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?
Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?
Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.
Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den gansen dag.
Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf. (1a) Wij loven U, o God; wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.
Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.
En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal den God Jakobs psalmzingen.
Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. (1a) God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israel.
Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.
Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.
Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen;
Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun. (1a) Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.
Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.
Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.
O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?
Gij zijt die God, Die wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.
De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.
En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
En zij verzochten God in hun hart, begerende spijs naar hun lust.
En zij spraken tegen God, zij zeiden: Zou God een tafel kunnen toerichten in de woestijn?
Omdat zij in God niet geloofden, en op Zijn heil niet vertrouwden.
Als Hij hen doodde, zo vraagden zij naar Hem, en keerden weder, en zochten God vroeg;
En gedachten, dat God hun Rotssteen was, en God, de Allerhoogste, hun Verlosser.
Want zij kwamen alweder, en verzochten God, en stelden den Heilige Israels een perk.
Maar zij verzochten en verbitterden God, den Allerhoogste, en onderhielden Zijn getuigenissen niet.
God hoorde het en werd verbolgen, en versmaadde Israel zeer.
Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben den tempel Uwer heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.
Help ons, o God onzes heils! ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en doe verzoening over onze zonden, om Uws Naams wil.
Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat de wraak des vergoten bloeds Uwer knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden.
O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden.
O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?
O God der heirscharen! breng ons weder, en laat Uw aangezicht lichten; zo zullen wij verlost worden.
O God der heirscharen! keer toch weder; aanschouw uit den hemel, en zie, en bezoek dezen wijnstok,
[ (Psalms 80:20) O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. ]
Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf. (1a) Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht den God van Jakob.
Want dit is een inzetting in Israel, een recht van den God Jakobs.
Er zal onder u geen uitlands god wezen, en gij zult u voor geen vreemden god nederbuigen.
Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.
Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden;
Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.
Een lied, een psalm van Asaf. (1a) O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!
Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.
Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des HEEREN; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot den levenden God.
Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God!
Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.
HEERE, God der heirscharen! hoor mijn gebed; neem het ter oren, o God van Jakob! Sela.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:1-Genesis 22:12
- 2.Genesis 24:3-Exodus 5:8
- 3.Exodus 6:1-Numberi 23:4
- 4.Numberi 23:8-Deuteronomium 9:16
- 5.Deuteronomium 10:9-Deuteronomium 24:18
- 6.Deuteronomium 24:19-Jozua 24:1
- 7.Jozua 24:2-1 Samuël 30:15
- 8.2 Samuël 2:27-2 Koningen 1:6
- 9.2 Koningen 1:16-2 Kronieken 11:16
- 10.2 Kronieken 13:5-Ezra 6:21
- 11.Ezra 7:6-Job 21:22
- 12.Job 22:12-Psalmen 38:21
- 13.Psalmen 40:5-Psalmen 64:7
- 14.Psalmen 65:1-Psalmen 84:8
- 15.Psalmen 84:9-Jesaja 7:13
- 16.Jesaja 8:10-Jeremia 11:4
- 17.Jeremia 13:12-Daniël 2:37
- 18.Daniël 2:44-Habakuk 3:18
- 19.Zefanja 2:7-Lukas 18:11
- 20.Lukas 18:13-Handelingen 10:2
- 21.Handelingen 10:4-Romeinen 8:3
- 22.Romeinen 8:7-2 Corinthiër 1:3
- 23.2 Corinthiër 1:4-Colossenzen 1:25
- 24.Colossenzen 1:27-Hebreeën 7:19
- 25.Hebreeën 7:25-1 Johannes 5:20
- 26.2 Johannes 1:3-Openbaring 22:19
Verwante onderwerpen
- Alwetende God
- Bedankt
- Dank
- Dankbaar Zijn
- De Eenheid Van God
- De Gerechtigheid Van God
- De Heer Is God
- De Heer [Jahweh] Is God
- De Invloed Van God Kennen
- De Kracht Van God
- De Vader
- Genade Voor Jou
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Is Met Jou