1308 gebeurtenissen

'Hand' in de Bijbel

Alzo verreisden wij van de rivier Ahava, op den twaalfden der eerste maand, om te gaan naar Jeruzalem; en de hand onzes Gods was over ons, en redde ons van de hand des vijands, en desgenen, die ons lagen legde op den weg.

VersbegrippenWoonwagensHand Van GodWegenVoorbeelden Van Goddelijke BeschermingGods HandGod Redt Van De VijandenGods Handen Op MensenVijandelijke Aanvallen

Op den vierden dag nu werd gewogen het zilver, en het goud, en de vaten, in het huis onzes Gods, aan de hand van Meremoth, den zoon van Uria, den priester, en met hem Eleazar, de zoon van Pinehas; en met hem Jozabad, de zoon van Jesua, en Noadja, de zoon van Binnui, de Levieten.

VersbegrippenDe Vierde Dag Van De WeekDag 4

Want zij hebben van hun dochteren genomen voor zichzelven en voor hun zonen, zodat zich vermengd hebben het heilig zaad met de volken dezer landen; ja, de hand der vorsten en overheden is de eerste geweest in deze overtreding.

VersbegrippenMensen Mengen

Van de dagen onzer vaderen af zijn wij in grote schuld tot op dezen dag; en wij zijn om onze ongerechtigheden overgegeven, wij, onze koningen en onze priesters, in de hand van de koningen der landen, in zwaard, in gevangenis, en in roof, en in schaamte des aangezichts, gelijk het is te dezen dage.

VersbegrippenStraf Voor OnrechtvaardigheidVernedering

En zij gaven hun hand, dat zij hun vrouwen zouden doen uitgaan; en schuldig zijnde, offerden zij een ram van de kudde voor hun schuld.

VersbegrippenGarantieSchuldofferBeloftesRammenDierenoffers Tegen OvertredingWerkelijke Scheidingen

Zij zijn toch Uw knechten en Uw volk, dat Gij verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand.

VersbegrippenGod Als VerlosserDe Kracht Van GodHand Van GodVerlossing In Het Dagelijks LevenDienaren Van De Heer

Ook een brief aan Asaf, den bewaarder van den lusthof, denwelken de koning heeft, dat hij mij hout geve om te zolderen de poorten van het paleis, dat aan het huis is, en tot de stadsmuur, en tot het huis, waar ik intrekken zal. En de koning gaf ze mij, naar de goede hand mijns Gods over mij.

VersbegrippenStralenVersterkingenBossenCitadelsGenade In OTHand Van GodGods HandGods Handen Op Mensen

En ik gaf hun te kennen de hand mijns Gods, Die goed over mij geweest was, als ook de woorden des konings, die hij tot mij gesproken had. Toen zeiden zij: Laat ons op zijn, dat wij bouwen; en zij sterkten hun handen ten goede.

VersbegrippenBeginGods HandGods Handen Op MensenWederopbouw van JeruzalemBouwWederopbouw

En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.

En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.

Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.

VersbegrippenEdelenOpzichters

En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.

VersbegrippenBestuurdersDe Aard Van Menselijke AutoriteitVoorbij De Rivier

Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.

VersbegrippenMetaalwerkersParfumGoudsmedenDe Muren Van Jeruzalem Bouwen

En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.

VersbegrippenHeersersHelft Van Districten

Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.

En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.

VersbegrippenMeisjesHelft Van Districten

Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.

VersbegrippenHelft Van Districten

Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.

VersbegrippenTrappenArsenaalDe Hoek

Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.

VersbegrippenLastenBouwWederopbouw

Toen zond Sanballat tot mij op dezelfde wijze, ten vijfden male, zijn jongen, met een open brief in zijn hand.

VersbegrippenBrievenBreuken, Een VijfdeVijfdeDingen Manifesteren

En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand;

VersbegrippenSoorten TakkenOlijvenGebladerteMirte

En Gij hebt Uw heiligen sabbat bekend gemaakt; en Gij hebt hun geboden, en inzettingen en een wet bevolen, door de hand van Uw knecht Mozes.

VersbegrippenDienaren Van De HeerHeilige TijdenSabbat IngesteldGods Onthulde DingenDe Wet Gegeven Door Mozes

En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hun honger, en hun water uit de steenrots voortgebracht voor hun dorst; en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uw hand ophieft, dat Gij het hun zoudt geven.

VersbegrippenSoorten BroodHand Van GodMannaDorstGod Voorziet WaterGod Gaf Het Land

Alzo zijn de kinderen daarin gekomen, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaanieten, voor hun aangezicht ten ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmede te doen naar hun welgevallen.

VersbegrippenVoorbeelden Van OorlogZij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven

Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben; maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uw grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.

VersbegrippenDe Houding Van God Tegenover WreedheidBeantwoord GebedReddingVerlossersGod Redt Van De VijandenGod Besteedde Aandacht Aan HenGod Beantwoordde Gebed

Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt.

VersbegrippenHet Medeleven Van GodVerlatenheidOpstand Van IsraëlHerhalenGod Besteedde Aandacht Aan Hen

Die hielden zich aan hun broederen, hun voortreffelijken, en kwamen in den vloek en in den eed, dat zij zouden wandelen in de wet Gods, die gegeven is door de hand van den knecht Gods, Mozes; en dat zij zouden houden, en dat zij zouden doen al de geboden des HEEREN, onzes Heeren, en Zijn rechten en Zijn inzettingen;

VersbegrippenVerbintenis Tot GodMenselijke BeloftesDienaren Van De HeerDe Vloek Van De WetLatere Verbonden Met GodMensen Die Gebonden Zijn Aan Een EedDe Wet Gegeven Door Mozes

En Petahja, de zoon van Mesezabeel, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was aan des konings hand, in alle zaken tot het volk.

En ik stelde tot schatmeesters over de schatten, Selemja, den priester, en Zadok, den schrijver, en Pedaja, uit de Levieten; en aan hun hand Hanan, den zoon van Zakkur, den zoon van Matthanja; want zij werden getrouw geacht, en hun werd opgelegd aan hun broederen uit te delen.

VersbegrippenGoede DienarenTrouwSchatkistenWinkels Voor Eten

Zo betuigde ik tegen hen, en zeide tot hen: Waarom vernacht gijlieden tegenover den muur? Zo gij het weder doet, zal ik de hand aan u slaan. Van dien tijd af kwamen zij niet op den sabbat.

En de koning bestelle toezieners in al de landschappen zijns koninkrijks, dat zij vergaderen alle jonge dochters, maagden, schoon van aangezicht, tot den burg Susan, tot het huis der vrouwen, onder de hand van Hegai, des konings kamerling, bewaarder der vrouwen; en men geve haar haar versierselen.

VersbegrippenZwakke Vrouwen

Het geschiedde nu, toen het woord des konings en zijn wet ruchtbaar was, en toen vele jonge dochters samenvergaderd werden op den burg Susan, onder de hand van Hegai, werd Esther ook genomen in des konings huis, onder de hand van Hegai, den bewaarder der vrouwen.

Des avonds ging zij daarin, en des morgens ging zij weder naar het tweede huis der vrouwen, onder de hand van Saasgaz, den kamerling des konings, bewaarder der bijwijven, zij kwam niet weder tot den koning, ten ware de koning lust tot haar had, en zij bij name geroepen werd.

VersbegrippenIn De OchtendAnderen Die Oproepen

In die dagen, als Mordechai in de poort des konings zat, werden Bigthan en Theres, twee kamerlingen des konings van de dorpelwachters, zeer toornig, en zij zochten de hand te slaan aan den koning Ahasveros.

VersbegrippenAan De Poort ZittenPogingen Om Bepaalde Mensen Te Doden

Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen.

VersbegrippenWraakzuchtJoden Onder DreigingIsraëlieten DodenIdentiteit

Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.

De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.

VersbegrippenMaand 12Israëlieten Doden

En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan.

VersbegrippenHeilige Dingen Aanraken

En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros.

VersbegrippenPortiersPogingen Om Bepaalde Mensen Te DodenSamenzwering

En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!

Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.

VersbegrippenJoden Onder DreigingMensen Die Opgehangen Worden

En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;

VersbegrippenMuilezelsHet Bericht VerzegelenOp Paarden Rijden

Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.

VersbegrippenAngst Voor Andere Mensen

En de Joden, die te Susan waren, vergaderden ook op den veertienden dag der maand Adar, en zij doodden te Susan driehonderd mannen; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdMaand 12Driehonderd En MeerAantal Vreemdelingen Gedood

De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig DuizendJoden Onder DreigingMensen HatenAantal Vreemdelingen Gedood

Maar toch strek nu Uw hand uit, en tast aan alles, wat hij heeft; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen?

VersbegrippenDe Oorsprong Van Het KwaadHand Van GodHet Werk Van SatanAanraken Om Te KwetsenWondesGod Vervloeken

Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!

VersbegrippenDe Oorsprong Van Het KwaadZiektesValse BeschuldigingenSchade Aan Het LichaamAanraken Om Te KwetsenWondesGod Vervloeken

Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.

VersbegrippenGods Houding Tegenover OnderdrukkingBoksenGod Redt Van De VijandenGod Helpt De Armen

En dat het Gode beliefde, dat Hij mij verbrijzelde, Zijn hand losliet, en een einde met mij maakte!

VersbegrippenVerlangen Naar De DoodVerplettert

Of bevrijdt mij van de hand des verdrukkers, en verlost mij van de hand der tirannen?

VersbegrippenNiemand Kan Redden

Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen ook in de hand hunner overtreding geworpen.

VersbegrippenZonde Kleeft Aan De Zondaar

Zie, God zal den oprechte niet verwerpen; Hij vat ook de boosdoeners niet bij de hand;

VersbegrippenVerstotenenKwaadwilligenGod Die Niet VerzaaktPleidooi Van Onschuld

De aarde wordt gegeven in de hand des goddelozen; Hij overdekt het aangezicht harer rechteren; zo niet, wie is Hij dan?

VersbegrippenWie Is God?Voorspoed Van Het Kwaad

Er is geen scheidsman tussen ons, die zijn hand op ons beiden leggen mocht.

VersbegrippenArbitrage

Het is Uw wetenschap, dat ik niet goddeloos ben; nochtans is er niemand, die uit Uw hand verlosse.

VersbegrippenPleidooi Van Onschuld

Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.

VersbegrippenTentenZonde VerzakenVastberadenheidOnrecht

De tenten der verwoesters hebben rust, en die Gode tergen, hebben verzekerdheden, om hetgene God met Zijn hand toebrengt.

VersbegrippenVeiligheidTentenDuidelijk OnrechtDe Goddelozen GedijenDieven

Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet?

VersbegrippenBeschrijving Van Goddelijke AngstWat Doet God?Wijsheid

Waarom zou ik mijn vlees in mijn tanden nemen, en mijn ziel in mijn hand stellen?

VersbegrippenSchade Aan Het LichaamRisico

Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

VersbegrippenGods HandGods Handen Bij TegenstandZij Bang Van God

Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag; hij weet, dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis.

VersbegrippenHopeloosheidSoorten VogelsVoedsel ZoekenDe Duisternis BuitenKomende HongersnoodDuisternis BuitenHongersnood Zal KomenAutonomie

Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.

Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde.

VersbegrippenGarantieHanden Schudden

Als zijn genoegzaamheid zal vol zijn, zal hem bang zijn; alle hand des ellendigen zal over hem komen.

VersbegrippenNoodKomende HongersnoodHongersnood Zal Komen

Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.

VersbegrippenIngehouden Betoog

Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.

VersbegrippenRaadgeversDe Raad Van De Mens

Ik zal ulieden leren van de hand Gods; wat bij den Almachtige is, zal ik niet verhelen.

VersbegrippenGods HandDe Weg Van God Onderwijzen

En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.

Hij legt zijn hand aan de keiachtige rots, hij keert de bergen van den wortel om.

VersbegrippenVuursteenMineralenWortelsVerwijderde BergenOndersteboven Keren

De oversten hielden de woorden in, en leiden de hand op hun mond.

VersbegrippenIndividuen Die Niet Spreken

Mijn heerlijkheid was nieuw bij mij, en mijn boog veranderde zich in mijn hand.

VersbegrippenBogen En Pijlen, Symbolen Van KrachtIllustraties Van Bogen En PijlenVernieuwing

Gij zijt veranderd in een wrede tegen mij; door de sterkte Uwer hand wederstaat Gij mij hatelijk.

VersbegrippenGevolgen Van TwijfelStriktheid

Maar Hij zal tot een aardhoop de hand niet uitsteken; is er bij henlieden geschrei in zijn verdrukking?

VersbegrippenGebrokenheidRampenOm Hulp Roepen

Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;

VersbegrippenDe Aard Van OnderdrukkingHanden Opheffen

Zo ik blijde ben geweest, omdat mijn vermogen groot was, en omdat mijn hand geweldig veel verkregen had;

VersbegrippenGevaren Van RijkdomTevreden Met RijkdomRijkdom En Voorspoed

En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;

VersbegrippenKus Van KwaadKussendEerbied

Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn.

In een ogenblik sterven zij; zelfs ter middernacht wordt een volk geschud, dat het doorga; en de machtige wordt weggenomen zonder hand.

VersbegrippenMiddernachtPlotselinge Dood

Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?

VersbegrippenAan God Geven

Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat Hij kenne al de lieden Zijns werks.

VersbegrippenMannen Aan Het WerkHet Weer Van De Laatste DagenHet Weer

Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]

VersbegrippenBloed DrinkenLijken Eten

Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters? [ (Job 40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden? ] [ (Job 40:26) Zult gij zijn huid met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd? ] [ (Job 40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer. ] [ (Job 40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden? ]

VersbegrippenValPiercingsVerbindend Als Dieren

Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees.

VersbegrippenWezenHoudingen Tegenover ArmoedeZorgenSympathieVerdrietTroost Tijdens SmartGods Pad KiezenGod HelptEerherstel

Met Uw hand van de lieden, o HEERE! van de lieden, die van de wereld zijn, welker deel in dit leven is, welker buik Gij vervult met Uw verborgen schat; de kinderen worden verzadigd, en zij laten hun overschot hun kinderkens achter.

VersbegrippenSpirituele OndervoedingOnbeperktBaby'sZuinigZonde Van De VadersGebrek Aan HeiligheidFutiliteit Van Wereldse Ambitie

Voor den opperzangmeester, een psalm van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul. (1a) Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

VersbegrippenAanbidding Van GodHoudingen Van LiefdeLiefde Voor GodGod Onze KrachtZij Die Van God HoudenKrachtLiefde En KrachtKracht En Liefde

En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.

VersbegrippenVoetenOvervloed, MaterieelRuime PlekHet Niet In Iemands Handen GevenRuimte

De voet der hovaardigen kome niet over mij, en de hand der goddelozen doe mij niet omzwerven.

VersbegrippenVoetenExcommunicatieTrotse MensenArrogantie

Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.

VersbegrippenStruikelenHulp Van GodGod OndersteuntOndersteuningOverweldigd ZijnOverweldigd

Maar de HEERE laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij geoordeeld wordt.

VersbegrippenGod Die Niet VerzaaktGeen VeroordelingPaden

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain