4 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Heersen' in de Bijbel

En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.

VersbegrippenNatuurlijke DuisternisLicht In De WereldLicht En DonkerGod Ziet Gans De AardeProvisie Van De DagProvisie Van NachtHet Perfecte Van De Schepping

Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.

VersbegrippenAanvaarding, HemelsAanvaarding, Van GodAbel En KaïnDeurenOorzaken Van ZondeHurkenKwade VerlangensDe Aantocht Van ZondeAanvaardingHet Juiste DoenGlimlachen

En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.

VersbegrippenNekRusteloosheidJukAfhankelijkheidIndividuen DienenMensen Die Anderen VrijlatenOverheersing

Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.

VersbegrippenIndividuen HatenOverheersing

Public domain