'Het' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:4-Genesis 11:2
- 2.Genesis 11:3-Genesis 21:34
- 3.Genesis 22:1-Genesis 31:14
- 4.Genesis 31:18-Genesis 40:20
- 5.Genesis 41:1-Genesis 47:14
- 6.Genesis 47:15-Exodus 6:7
- 7.Exodus 6:26-Exodus 13:9
- 8.Exodus 13:11-Exodus 20:20
- 9.Exodus 20:21-Exodus 28:42
- 10.Exodus 28:43-Exodus 34:18
- 11.Exodus 34:19-Exodus 40:38
- 12.Leviticus 1:2-Leviticus 6:22
- 13.Leviticus 6:23-Leviticus 11:32
- 14.Leviticus 11:34-Leviticus 16:9
- 15.Leviticus 16:10-Leviticus 23:31
- 16.Leviticus 23:32-Numberi 1:24
- 17.Numberi 1:26-Numberi 7:10
- 18.Numberi 7:85-Numberi 14:5
- 19.Numberi 14:7-Numberi 20:1
- 20.Numberi 20:3-Numberi 27:7
- 21.Numberi 27:11-Numberi 35:14
- 22.Numberi 35:15-Deuteronomium 5:29
- 23.Deuteronomium 5:31-Deuteronomium 15:11
- 24.Deuteronomium 15:12-Deuteronomium 23:22
- 25.Deuteronomium 24:1-Deuteronomium 31:6
- 26.Deuteronomium 31:7-Jozua 5:10
- 27.Jozua 5:11-Jozua 11:3
- 28.Jozua 11:4-Jozua 18:18
- 29.Jozua 18:19-Richteren 1:29
- 30.Richteren 1:30-Richteren 8:35
- 31.Richteren 9:1-Richteren 18:3
- 32.Richteren 18:7-1 Samuël 1:12
- 33.1 Samuël 1:15-1 Samuël 10:5
- 34.1 Samuël 10:7-1 Samuël 16:2
- 35.1 Samuël 16:6-1 Samuël 24:4
- 36.1 Samuël 24:5-2 Samuël 2:32
- 37.2 Samuël 3:1-2 Samuël 13:4
- 38.2 Samuël 13:5-2 Samuël 19:14
- 39.2 Samuël 19:18-1 Koningen 2:39
- 40.1 Koningen 2:41-1 Koningen 8:17
- 41.1 Koningen 8:18-1 Koningen 13:5
- 42.1 Koningen 13:6-1 Koningen 18:17
- 43.1 Koningen 18:19-2 Koningen 2:5
- 44.2 Koningen 2:8-2 Koningen 8:18
- 45.2 Koningen 8:20-2 Koningen 14:12
- 46.2 Koningen 14:14-2 Koningen 21:6
- 47.2 Koningen 21:7-1 Kronieken 6:63
- 48.1 Kronieken 6:65-1 Kronieken 18:11
- 49.1 Kronieken 18:12-1 Kronieken 26:6
- 50.1 Kronieken 26:10-2 Kronieken 6:11
- 51.2 Kronieken 6:12-2 Kronieken 15:9
- 52.2 Kronieken 15:10-2 Kronieken 24:5
- 53.2 Kronieken 24:6-2 Kronieken 31:13
- 54.2 Kronieken 31:14-Ezra 3:5
- 55.Ezra 3:8-Nehemia 2:20
- 56.Nehemia 3:12-Nehemia 11:17
- 57.Nehemia 11:20-Esther 8:5
- 58.Esther 8:6-Job 12:14
- 59.Job 12:22-Job 28:2
- 60.Job 28:3-Job 38:25
- 61.Job 38:26-Psalmen 22:29
- 62.Psalmen 22:30-Psalmen 50:21
- 63.Psalmen 51:6-Psalmen 78:64
- 64.Psalmen 78:66-Psalmen 105:16
- 65.Psalmen 105:23-Psalmen 136:11
- 66.Psalmen 136:14-Spreuken 12:20
- 67.Spreuken 12:23-Spreuken 21:8
- 68.Spreuken 21:9-Prediker 2:13
- 69.Prediker 2:15-Hooglied 8:4
- 70.Hooglied 8:6-Jesaja 10:22
- 71.Jesaja 10:23-Jesaja 24:5
- 72.Jesaja 24:6-Jesaja 34:16
- 73.Jesaja 34:17-Jesaja 45:23
- 74.Jesaja 45:25-Jesaja 63:4
- 75.Jesaja 63:7-Jeremia 7:23
- 76.Jeremia 7:24-Jeremia 17:12
- 77.Jeremia 17:15-Jeremia 26:23
- 78.Jeremia 27:1-Jeremia 34:20
- 79.Jeremia 34:21-Jeremia 44:1
- 80.Jeremia 44:2-Jeremia 51:27
- 81.Jeremia 51:28-Ezechiël 3:11
- 82.Ezechiël 3:13-Ezechiël 12:10
- 83.Ezechiël 12:12-Ezechiël 20:31
- 84.Ezechiël 20:38-Ezechiël 27:32
- 85.Ezechiël 27:34-Ezechiël 34:27
- 86.Ezechiël 34:28-Ezechiël 40:38
- 87.Ezechiël 40:39-Ezechiël 45:16
- 88.Ezechiël 45:17-Daniël 3:26
- 89.Daniël 3:27-Daniël 11:5
- 90.Daniël 11:6-Hosea 14:4
- 91.Joël 1:1-Obadja 1:10
- 92.Obadja 1:11-Habakuk 2:6
- 93.Habakuk 2:8-Zacharia 4:3
- 94.Zacharia 4:6-Zacharia 14:21
- 95.Maleachi 1:1-Mattheüs 9:24
- 96.Mattheüs 9:25-Mattheüs 15:3
- 97.Mattheüs 15:5-Mattheüs 25:1
- 98.Mattheüs 25:14-Markus 4:26
- 99.Markus 4:27-Markus 10:27
- 100.Markus 10:30-Lukas 1:21
- 101.Lukas 1:23-Lukas 8:8
- 102.Lukas 8:10-Lukas 13:20
- 103.Lukas 13:21-Lukas 22:2
- 104.Lukas 22:3-Johannes 3:5
- 105.Johannes 3:6-Johannes 10:25
- 106.Johannes 10:28-Johannes 19:19
- 107.Johannes 19:20-Handelingen 5:33
- 108.Handelingen 5:34-Handelingen 13:29
- 109.Handelingen 13:31-Handelingen 23:6
- 110.Handelingen 23:8-Romeinen 4:11
- 111.Romeinen 4:14-Romeinen 13:5
- 112.Romeinen 13:11-1 Corinthiërs 12:6
- 113.1 Corinthiërs 12:8-2 Corinthiër 8:11
- 114.2 Corinthiër 8:16-Efeziërs 3:12
- 115.Efeziërs 3:15-1 Thessalonicenzen 2:13
- 116.1 Thessalonicenzen 2:16-Hebreeën 6:4
- 117.Hebreeën 6:5-Hebreeën 13:7
- 118.Hebreeën 13:9-1 Johannes 2:8
- 119.1 Johannes 2:9-Openbaring 9:4
- 120.Openbaring 9:7-Openbaring 22:13
- 121.Openbaring 22:16-Openbaring 22:19
Aaron nu en zijn zonen zullen die aanhebben, als zij in de tent der samenkomst gaan, of als zij tot het altaar treden zullen, om in het heilige te dienen; opdat zij geen ongerechtigheid dragen en sterven. Dit zal een eeuwige inzetting zijn, voor hem, en zijn zaad na hem.
Dit nu is de zaak, die gij hun doen zult, om hen te heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen: neem een var, het jong eens runds, en twee volkomen rammen;
En gij zult hen met den gordel omgorden, namelijk Aaron en zijn zonen; en gij zult hun de mutsen opbinden, opdat zij het priesterambt hebben tot een eeuwige inzetting. Voorts zult gij de hand van Aaron vullen, en de hand zijner zonen.
En gij zult den var nabij brengen voor de tent der samenkomst; en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd van den var leggen.
En gij zult den var slachten voor het aangezicht des HEEREN, voor de deur van de tent der samenkomst.
Daarna zult gij van het bloed des vars nemen, en met uw vinger op de hoornen des altaars doen; en al het bloed zult gij uitgieten aan den bodem des altaars.
Gij zult ook al het vet nemen, hetwelk het ingewand bedekt, en het net over de lever, en beide nieren en het vet, dat aan dezelve is, en gij zult ze aansteken op het altaar.
Maar het vlees des vars, en zijn vel, en zijn drek, zult gij met vuur verbranden, buiten het leger; het is een zondoffer.
Daarna zult gij den ene ram nemen, en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd des rams leggen;
En gij zult den ram slachten, en gij zult zijn bloed nemen, en rondom op het altaar sprengen.
Alzo zult gij den gehelen ram aansteken op het altaar; het is een brandoffer den HEERE, tot een liefelijken reuk, het is een vuuroffer den HEERE.
En gij zult den ram slachten, en van zijn bloed nemen, en doen het op het rechter oorlapje van Aaron, en op het rechteroorlapje van zijn zonen, desgelijks op den duim hunner rechterhand, en op den groten teen huns rechtervoets; en dat bloed zult gij op het altaar sprengen, rondom heen.
Dan zult gij nemen van het bloed, dat op het altaar is, en van de zalfolie, en gij zult op Aaron en op zijn klederen sprengen, en op zijn zonen en op de klederen zijner zonen met hem; opdat hij geheiligd zij, en zijn klederen, ook zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.
Daarna zult gij van den ram nemen het vet mitsgaders den staart, ook het vet, dat het ingewand bedekt, en het net der lever en de beide nieren, met het vet, dat aan dezelve is, en den rechterschouder; want het is een ram der vulofferen;
En een broodbol, en een koek geolied brood, en een vlade, uit den korf der ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN zijn zal;
En leg ze alle op de handen van Aaron, en op de handen zijner zonen, en beweeg ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN.
Neem ze daarna van hun hand, en steek ze aan op het altaar, op het brandoffer, tot een liefelijken reuk voor het aangezicht des HEEREN; het is een vuuroffer den HEERE.
En neem de borst van den ram der vulofferen, die van Aaron is, en beweeg hem ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; en het zal u ten dele zijn.
En het zal voor Aaron en zijn zonen zijn tot een eeuwige inzetting vanwege de kinderen Israels; want het is een hefoffer; en het hefoffer vanwege de kinderen Israels zal zijn van hun dankofferen; hun hefoffer zal voor den HEERE zijn.
Zeven dagen zal hij ze aantrekken, die uit zijn zonen in zijn plaats priester zal worden, die in de tent der samenkomst gaan zal, om in het heilige te dienen.
Aaron nu en zijn zonen zullen het vlees van dezen ram eten, en het brood, dat in den korf zal zijn, bij de deur van de tent der samenkomst.
En indien er wat overblijven zal van het vlees der vulofferen, of van dit brood, tot aan den morgen, zo zult gij het overgeblevene met vuur verbranden; het zal niet gegeten worden, want het is heilig.
Gij zult ook des daags een var des zondoffers bereiden, tot de verzoeningen, en gij zult het altaar ontzondigen, mits doende de verzoening over hetzelve; en gij zult het zalven, om het te heiligen.
Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.
Dit nu is het, wat gij op het altaar bereiden zult: twee lammeren, die eenjarig zijn, des daags, geduriglijk.
Het ene lam zult gij des morgens bereiden; maar het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden.
Met een tiende deel meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin gestoten olie; en tot drankoffer een vierde deel van een hin wijn, tot het ene lam.
Het andere lam nu zult gij bereiden tussen de twee avonden; gij zult daarmede doen gelijk met het morgenspijsoffer, en gelijk met het drankoffer deszelven, tot een liefelijken reuk; het is een vuuroffer den HEERE.
Het zal een geduriglijk brandoffer zijn bij uw geslachten, aan de deur van de tent der samenkomst, voor het aangezicht des HEEREN; aldaar zal Ik met ulieden komen, dat Ik aldaar met u spreke.
En Ik zal de tent der samenkomst heiligen, mitsgaders het altaar; Ik zal ook Aaron en zijn zonen heiligen, opdat zij Mij het priesterambt bedienen.
En Ik zal in het midden der kinderen Israels wonen, en Ik zal hun tot een God zijn.
En zij zullen weten, dat Ik de HEERE hun God ben, Die hen uit Egypteland uitgevoerd heb, opdat Ik in het midden van hen wonen zou; Ik ben de HEERE, hun God.
Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.
Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.
En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.
Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.
En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.
En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.
En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!
Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.
De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN geeft om voor uw zielen verzoening te doen.
Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.
Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;
Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;
En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.
En de tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;
En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.
Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.
Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.
En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.
En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.
Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.
En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.
Namelijk de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis, en het verzoendeksel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap der tent;
En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;
Ook des brandoffers altaar, met al zijn gereedschap; en het wasvat met zijn voet;
En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;
Ook de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom; naar alles, wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken.
Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.
Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op de sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.
Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aaron.
En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen.
Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.
En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk!
Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt?
Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen.
Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israel, Uw knechten, aan welke Gij bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid.
Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd.
Toen nu Jozua des volks stem hoorde, als het juichte, zo zeide hij tot Mozes: Er is een krijgsgeschrei in het leger.
Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.
En het geschiedde, als hij aan het leger naderde, en het kalf, en de reien zag, dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en dezelve beneden aan den berg verbrak.
En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israels drinken.
Toen zeide Aaron: De toorn mijns heren ontsteke niet! gij kent dit volk, dat het in den boze ligt.
Toen zeide ik tot hen: Wie goud heeft, die rukke het af, en geve het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er uit gekomen.
Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, (want Aaron had het ontbloot tot verkleining onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan),
En hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!
En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op dien dag, omtrent drie duizend man.
En het geschiedde des anderen daags, dat Mozes tot het volk zeide: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; doch nu, ik zal tot den HEERE opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde.
Voorts sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, trek op van hier, gij en het volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, naar het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: Aan uw zaad zal Ik het geven;
Naar het land, dat van melk en honig is vloeiende; want Ik zal in het midden van u niet optrekken; want gij zijt een hardnekkig volk; dat Ik u op dezen weg niet vertere.
Toen het volk dit kwade woord hoorde, zo droegen zij leed; en niemand van hen deed zijn versiersel aan zich.
En de HEERE had tot Mozes gezegd: Zeg tot de kinderen Israels: Gij zijt een hardnekkig volk; in een ogenblik zou Ik in het midden van ulieden optrekken, en zou u vernielen; doch nu, legt uw sieraad van u af, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal.
En Mozes nam de tent, en spande ze zich buiten het leger, ver van het leger afwijkende; en hij noemde ze de Tent der samenkomst. En het geschiedde, dat al wie den HEERE zocht, uitging tot de tent der samenkomst, die buiten het leger was.
En het geschiedde, wanneer Mozes uitging naar de tent, stond al het volk op, en een ieder stelde zich in de deur zijner tent; en zij zagen Mozes na, totdat hij de tent ingegaan was.
En het geschiedde, als Mozes de tent ingegaan was, zo kwam de wolkkolom nederwaarts, en stond in de deur der tent, en Hij sprak met Mozes.
Als het volk de wolkkolom zag staan in de deur der tent, zo stond al het volk op, en zij bogen zich, een ieder in de deur zijner tent.
En de HEERE sprak tot Mozes aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt; daarna keerde hij weder tot het leger; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, de jongeling, week niet uit het midden der tent.
Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat? Alzo zullen wij afgezonderd worden, ik en Uw volk, van alle volk, dat op den aardbodem is.
En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn.
En niemand zal met u opklimmen; dat er ook niemand gezien worde op den gansen berg; ook het kleine vee, noch runderen zullen tegenover dezen berg niet weiden.
Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.
Mozes nu haastte zich en neigde het hoofd ter aarde, en hij boog zich.
En hij zeide: Heere! indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo ga nu de Heere in het midden van ons, want dit is een hardnekkig volk; doch vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde, en neem ons aan tot een erfdeel!
Toen zeide Hij: Zie, Ik maak een verbond; voor uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des HEEREN werk zien zal, dat het schrikkelijk is, hetwelk Ik met u doe.
Wacht u, dat gij toch geen verbond maakt met den inwoners des lands, waarin gij komen zult; dat hij misschien niet tot een strik worde in het midden van u.
Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, ter gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:4-Genesis 11:2
- 2.Genesis 11:3-Genesis 21:34
- 3.Genesis 22:1-Genesis 31:14
- 4.Genesis 31:18-Genesis 40:20
- 5.Genesis 41:1-Genesis 47:14
- 6.Genesis 47:15-Exodus 6:7
- 7.Exodus 6:26-Exodus 13:9
- 8.Exodus 13:11-Exodus 20:20
- 9.Exodus 20:21-Exodus 28:42
- 10.Exodus 28:43-Exodus 34:18
- 11.Exodus 34:19-Exodus 40:38
- 12.Leviticus 1:2-Leviticus 6:22
- 13.Leviticus 6:23-Leviticus 11:32
- 14.Leviticus 11:34-Leviticus 16:9
- 15.Leviticus 16:10-Leviticus 23:31
- 16.Leviticus 23:32-Numberi 1:24
- 17.Numberi 1:26-Numberi 7:10
- 18.Numberi 7:85-Numberi 14:5
- 19.Numberi 14:7-Numberi 20:1
- 20.Numberi 20:3-Numberi 27:7
- 21.Numberi 27:11-Numberi 35:14
- 22.Numberi 35:15-Deuteronomium 5:29
- 23.Deuteronomium 5:31-Deuteronomium 15:11
- 24.Deuteronomium 15:12-Deuteronomium 23:22
- 25.Deuteronomium 24:1-Deuteronomium 31:6
- 26.Deuteronomium 31:7-Jozua 5:10
- 27.Jozua 5:11-Jozua 11:3
- 28.Jozua 11:4-Jozua 18:18
- 29.Jozua 18:19-Richteren 1:29
- 30.Richteren 1:30-Richteren 8:35
- 31.Richteren 9:1-Richteren 18:3
- 32.Richteren 18:7-1 Samuël 1:12
- 33.1 Samuël 1:15-1 Samuël 10:5
- 34.1 Samuël 10:7-1 Samuël 16:2
- 35.1 Samuël 16:6-1 Samuël 24:4
- 36.1 Samuël 24:5-2 Samuël 2:32
- 37.2 Samuël 3:1-2 Samuël 13:4
- 38.2 Samuël 13:5-2 Samuël 19:14
- 39.2 Samuël 19:18-1 Koningen 2:39
- 40.1 Koningen 2:41-1 Koningen 8:17
- 41.1 Koningen 8:18-1 Koningen 13:5
- 42.1 Koningen 13:6-1 Koningen 18:17
- 43.1 Koningen 18:19-2 Koningen 2:5
- 44.2 Koningen 2:8-2 Koningen 8:18
- 45.2 Koningen 8:20-2 Koningen 14:12
- 46.2 Koningen 14:14-2 Koningen 21:6
- 47.2 Koningen 21:7-1 Kronieken 6:63
- 48.1 Kronieken 6:65-1 Kronieken 18:11
- 49.1 Kronieken 18:12-1 Kronieken 26:6
- 50.1 Kronieken 26:10-2 Kronieken 6:11
- 51.2 Kronieken 6:12-2 Kronieken 15:9
- 52.2 Kronieken 15:10-2 Kronieken 24:5
- 53.2 Kronieken 24:6-2 Kronieken 31:13
- 54.2 Kronieken 31:14-Ezra 3:5
- 55.Ezra 3:8-Nehemia 2:20
- 56.Nehemia 3:12-Nehemia 11:17
- 57.Nehemia 11:20-Esther 8:5
- 58.Esther 8:6-Job 12:14
- 59.Job 12:22-Job 28:2
- 60.Job 28:3-Job 38:25
- 61.Job 38:26-Psalmen 22:29
- 62.Psalmen 22:30-Psalmen 50:21
- 63.Psalmen 51:6-Psalmen 78:64
- 64.Psalmen 78:66-Psalmen 105:16
- 65.Psalmen 105:23-Psalmen 136:11
- 66.Psalmen 136:14-Spreuken 12:20
- 67.Spreuken 12:23-Spreuken 21:8
- 68.Spreuken 21:9-Prediker 2:13
- 69.Prediker 2:15-Hooglied 8:4
- 70.Hooglied 8:6-Jesaja 10:22
- 71.Jesaja 10:23-Jesaja 24:5
- 72.Jesaja 24:6-Jesaja 34:16
- 73.Jesaja 34:17-Jesaja 45:23
- 74.Jesaja 45:25-Jesaja 63:4
- 75.Jesaja 63:7-Jeremia 7:23
- 76.Jeremia 7:24-Jeremia 17:12
- 77.Jeremia 17:15-Jeremia 26:23
- 78.Jeremia 27:1-Jeremia 34:20
- 79.Jeremia 34:21-Jeremia 44:1
- 80.Jeremia 44:2-Jeremia 51:27
- 81.Jeremia 51:28-Ezechiël 3:11
- 82.Ezechiël 3:13-Ezechiël 12:10
- 83.Ezechiël 12:12-Ezechiël 20:31
- 84.Ezechiël 20:38-Ezechiël 27:32
- 85.Ezechiël 27:34-Ezechiël 34:27
- 86.Ezechiël 34:28-Ezechiël 40:38
- 87.Ezechiël 40:39-Ezechiël 45:16
- 88.Ezechiël 45:17-Daniël 3:26
- 89.Daniël 3:27-Daniël 11:5
- 90.Daniël 11:6-Hosea 14:4
- 91.Joël 1:1-Obadja 1:10
- 92.Obadja 1:11-Habakuk 2:6
- 93.Habakuk 2:8-Zacharia 4:3
- 94.Zacharia 4:6-Zacharia 14:21
- 95.Maleachi 1:1-Mattheüs 9:24
- 96.Mattheüs 9:25-Mattheüs 15:3
- 97.Mattheüs 15:5-Mattheüs 25:1
- 98.Mattheüs 25:14-Markus 4:26
- 99.Markus 4:27-Markus 10:27
- 100.Markus 10:30-Lukas 1:21
- 101.Lukas 1:23-Lukas 8:8
- 102.Lukas 8:10-Lukas 13:20
- 103.Lukas 13:21-Lukas 22:2
- 104.Lukas 22:3-Johannes 3:5
- 105.Johannes 3:6-Johannes 10:25
- 106.Johannes 10:28-Johannes 19:19
- 107.Johannes 19:20-Handelingen 5:33
- 108.Handelingen 5:34-Handelingen 13:29
- 109.Handelingen 13:31-Handelingen 23:6
- 110.Handelingen 23:8-Romeinen 4:11
- 111.Romeinen 4:14-Romeinen 13:5
- 112.Romeinen 13:11-1 Corinthiërs 12:6
- 113.1 Corinthiërs 12:8-2 Corinthiër 8:11
- 114.2 Corinthiër 8:16-Efeziërs 3:12
- 115.Efeziërs 3:15-1 Thessalonicenzen 2:13
- 116.1 Thessalonicenzen 2:16-Hebreeën 6:4
- 117.Hebreeën 6:5-Hebreeën 13:7
- 118.Hebreeën 13:9-1 Johannes 2:8
- 119.1 Johannes 2:9-Openbaring 9:4
- 120.Openbaring 9:7-Openbaring 22:13
- 121.Openbaring 22:16-Openbaring 22:19
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (546)
- Exodus (554)
- Leviticus (493)
- Numberi (519)
- Deuteronomium (434)
- Jozua (343)
- Richteren (274)
- Ruth (33)
- 1 Samuël (376)
- 2 Samuël (294)
- 1 Koningen (424)
- 2 Koningen (381)
- 1 Kronieken (279)
- 2 Kronieken (436)
- Ezra (96)
- Nehemia (149)
- Esther (89)
- Job (319)
- Psalmen (494)
- Spreuken (254)
- Prediker (91)
- Hooglied (24)
- Jesaja (522)
- Jeremia (614)
- Klaagliederen (41)
- Ezechiël (677)
- Daniël (180)
- Hosea (64)
- Joël (28)
- Amos (69)
- Obadja (9)
- Jona (25)
- Micha (42)
- Nahum (18)
- Habakuk (25)
- Zefanja (27)
- Haggaï (38)
- Zacharia (119)
- Maleachi (25)
- Mattheüs (333)
- Markus (238)
- Lukas (377)
- Johannes (264)
- Handelingen (322)
- Romeinen (162)
- 1 Corinthiërs (131)
- 2 Corinthiër (78)
- Galaten (53)
- Efeziërs (41)
- Filippenzen (32)
- Colossenzen (35)
- 1 Thessalonicenzen (19)
- 2 Thessalonicenzen (8)
- 1 Timotheüs (27)
- 2 Timotheüs (18)
- Titus (11)
- Filémon (2)
- Hebreeën (129)
- Jakobus (32)
- 1 Petrus (36)
- 2 Petrus (22)
- 1 Johannes (28)
- 2 Johannes (2)
- 3 Johannes (3)
- Judas (9)
- Openbaring (166)
Verwante onderwerpen
- 40 Tot 50 jaar
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Aanvaarden Van Christus
- Aard Van Evangelisatie
- Abraham
- Afkeer
- Afleiding
- Afwerpen
- Alcohol
- Alles Gebeurt Voor Een Reden
- Altaar Van De Heer
- Altaren Bouwen
- Alwetende God
- Amen
- Andere Goden
- Angst Voor Andere Mensen
- Antwoord
- Babylon
- Beantwoorde Beloften
- Bedden
- Beeld
- Begin
- Begrip
- Belang
- Beleden Zonde
- Bergen
- Beroepen
- Beslissingen Nemen
- Beslissingen Nemen
- Besprenkelen
- Bestraffing Door God
- Bewaarders
- Beweringen
- Bezittingen
- Beëindiging
- Bijzondere Dingen
- Blij Zijn En Van Het Leven Genieten
- Blijven Geloven
- Bloed
- Bloed Sprenkelen
- Bossen
- Boten
- Bouw
- Bovenop Het Dak
- Brandhout
- Brood
- Buigen
- Buiging
- Buitenaardse Wezens
- Buitengaan
- Cederhout
- Christus
- Conflict Oplossen
- Dag Van De HEER
- Dageraad
- De Aanwezigheid Van God
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van Eeuwig Leven
- De Aard Van Geloof
- De Aard Van God Kennen
- De Aard Van Menselijke Wijsheid
- De Aard Van Onderdrukking
- De Aard Van Zonde
- De Aarde Verzorgen
- De Betekenis Van Mozes
- De Bijbel Lezen
- De Bron Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Doden
- De Dood Van Christus
- De Eerste Tempel
- De Functie Van Priesters In De Tijd Van OT
- De Gerechtigheid Van God
- De Komst Van Het Koninkrijk Van God
- De Kracht Van God
- De Kracht Van Woorden
- De Legale Aspecten Van Bestraffing
- De Maan
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- De Namen Voor Christus
- De Oorsprong Van Het Kwaad
- De Openbaring Van God
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Rol Van Vrouwen
- De Soevereiniteit Van God
- De Toekomst
- De Wereld
- De Zee
- De Zon
- Deelname In Christus
- Delen
- Delen In Christus
- Dertig
- Dienaren Van De Heer
- Doden Zal Gebeuren
- Doelen
- Dood
- Dood Van Een Kind
- Dood Van Geliefde
- Doodstraf
- Door De Mens In Leven Gehouden Worden
- Duisternis
- Een Goede Dag Hebben
- Een Nieuwe Dag
- Een Nieuwe Start
- Eenzaamheid
- Eeuwig Leven
- Eeuwigheid
- Eigendom, Huizen
- Einde Van Dagen
- Eindigen
- Eindtijd
- Engelen Die Gods Werk Doen
- Ethiek En Gratie
- Evangelisatie
- Evangeliseren
- Evangeliseren
- Feesten
- Focus
- Funderingen
- Gasten
- Gebaren
- Geboden in OT
- Gedood Worden Door Het Zwaard
- Geesten
- Geheimhouding
- Gehoorzaamheid
- Geld Aan De Kerk Geven
- Geld Sparen
- Geld Zegeningen
- Geldmiddelen
- Geloof Als De Basis Van Redding
- Geloof Hebben
- Geloof In God
- Geloof kjv
- Geluid
- Generaties
- Genieten Van Het Leven
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Gered Worden
- Gereedschap
- Geruchten
- Geschiedenis
- Geurtjes
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevangenen
- Gevolgen
- Gevolgen Van Twijfel
- Gezicht Van God
- Gezondheid En Genezen
- Gideon
- God Als Rechter
- God Behagen
- God Dodend
- God Gaf Het Land
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Tegen
- God Verandert Slechte Dingen In Goed
- God Verheft De Mens
- God Verschijnt In Vuur
- God, De Eeuwige
- God, De Heer
- God, Levend En Zelfvoorzienend
- Goddelijk Hart
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Plan
- Gods Plan
- Gods Plan Voor Ons
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Schepping
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Woord Is Rechtvaardig
- Gods Zwaard
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Graan
- Gras
- Grenzen
- Gretigheid
- Gunst
- Haar
- Hand Van God
- Handicaps
- Hardheid Van Hart
- Haren
- Harpen
- Hart En De Heilige Geest
- Hebzucht
- Hebzucht
- Heersers
- Heiligdom
- Heiligdommen
- Heiligheid, Afzonderlijk Voor God
- Herfst
- Herstel
- Het Bloed Van Jezus
- Het Brein
- Het Bronzen Altaar Opzetten
- Het Doel Van God
- Het Einde Van De Wereld
- Het Evangelie Verspreiden
- Het Graf
- Het Instituut Priesters In De Tijd Van OT
- Het Juiste Doen
- Het Koninkrijk Binnengaan
- Het Kruis
- Het Lichaam
- Het Nieuw Verbond
- Het Schrift Lezen
- Het Verbond Breken
- Het Woord Van God
- Historische Boeken
- Homohuwelijk
- Honderd
- Hoofden
- Hoop En Geloof
- Horen
- Huilen
- Huisdieren
- Huizen
- Identiteit Van Evangelisatie
- Ijver
- Ijzer
- Immigranten
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Ingang Tot Het Koninkrijk Van God
- Israël Op De Vlucht
- Jacob De Patriarch
- Jaren
- Je Lichaam Verzorgen
- Jona
- Juk
- Kanker Genezen
- Karakter Van Het Kwaad
- Kleur
- Koken
- Koningen Van Juda
- Kookpot
- Korte Tijd Voor Actie
- Kwellingen
- Laatste Dagen
- Laatste Dingen
- Laatste Oordeel
- Lammeren
- Land
- Leven Voor Het Materiële
- Leven Zoeken
- Levensdoel
- Lichaam
- Lichamelijke Zwakte
- Liefde En De Wereld
- Lijst van koningen van Israël
- Linnen
- Lippen
- Lof
- Maand
- Menselijk Belang Van Wijsheid
- Menselijk Hart
- Menselijke En Goddelijke Heerschappij
- Menselijke Macht
- Mensen Uit Je Leven Verwijderen
- Mensen Verbranden
- Mensenetende Dieren
- Meren
- Messiaanse Profetieën
- Ministerie
- Missie Van Israël
- Monden
- Morgen
- Motieven
- Munstelsel
- Muren
- Naar De Hemel Gaan
- Naar De Kerk Gaan
- Naar Een Nieuwe Plek Gaan
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Namen En Titels Voor De Kerk
- Natuurlijk Leven
- Natuurlijke Rampen
- Nederigheid
- Nederlaag
- Neuzen
- Niet Sterven
- Ochtend
- Offer Op Het Bronzen Altaar
- Offeringen Doden
- Offers Verbranden
- Olie
- Onbepaalde Sommen Geld
- Ondersteuning
- Ongelovigen Beschreven Als
- Ontmoediging
- Ontrouw Aan God
- Ontrouw Tegenover God
- Oordeel
- Oorzaken Van Lijden
- Oost
- Opgefriste God
- Opslaan
- Ovens
- Overwinnen
- Paaslam
- Perfecte Offers
- Pijn En Verraad
- Plechtigheden
- Poorten
- Positief Blijven
- Praktische Zaken Omtrent Het Gebed
- Prediking
- Priesters Die Verzoenen
- Proces
- Rechtbanken Van De Tempel
- Rechtvaardig Door Geloof
- Redding
- Regen
- Reine Kledij
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Relaties Opbouwen
- Rest
- Richting
- Rivieren
- Rivieren En Stromen
- Roken
- Ruimte
- Saul
- Schaamte Over Slecht Gedrag
- Schapen
- Schat
- Schilden
- School
- Schreeuwen
- Schrijven
- Sex
- Sexuele Immoraliteit
- Sociale Ethiek
- Soorten Muziekinstrumenten
- Spiritueel Licht
- Spirituele Armoede
- Staan
- Stad
- Stemmen
- Sterk Blijven En Niet Opgeven
- Sterk Eindigen
- Stilte
- Stof
- Straf
- Strijdwagens
- Succes En Hard Werk
- Symbolen
- Taal
- Tafels
- Tekenen En Wonderen Van Het Evangelie
- Tekenen Van De Tijd
- Tekenen Van Het Einde Der Tijden
- Tekort Aan Andere Dingen Dan Voedsel
- Tenten
- Testen
- Theofanie
- Tien Dingen
- Tien Mensen
- Tienden En Offers
- Tijd Van Vrede
- Toekomst
- Trompet
- Troon
- Trouw Tot God
- Types
- Types Van Christus
- Types Van Heilige Geest
- Uitpikken
- Vals Vertrouwen
- Valse Goden
- Vanuit Het Noorden
- Vennootschap
- Verandering En Groei
- Verbintenis Tot God
- Verboden Voedsel
- Verbond
- Verdergaan
- Verdriet
- Verjonging
- Verkennen
- Verlies
- Verlies Van Een Geliefde
- Verloren Zijn
- Verspreiden
- Versterkingen
- Vertrouw In Relaties
- Vervulling
- Verwezenlijkingen
- Verzoening
- Verzoening
- Verzoening
- Vet Van Offers
- Viering
- Vijanden Van Israël En Juda
- Vis
- Visie
- Vlees Eten
- Vleesoffers
- Vleugels
- Voedsel
- Voedsel Voor Priesters Beschreven
- Voeten
- Vogels
- Volg De Geboden
- Voorbeelden Van Aanmoediging
- Voorbeelden Van Geloof
- Voorbij Jordanië
- Voorbode
- Voorspelling Eindtijd
- Voorspellingen Over Christus
- Voortdurend
- Vreemdelingen
- Vrije Wil
- Vroeg Opstaan
- Vruchtbaar Zijn
- Vuur
- Waarde
- Waardigheid
- Wedstrijd
- Weed
- Wegen
- Weken
- Werken Voor De Heer
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Winst
- Woord Van God
- Wormen
- Zaad Zaaien
- Zaaien
- Zaden
- Zaden Planten
- Zand En Grind
- Zee
- Zegeningen En Voorspoed
- Zeilen
- Zelfbeeld
- Zeuren
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Zich Verloren Voelen
- Ziektes
- Zij Die Van Israël Moeten Worden Afgesneden
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zilver
- Zitten
- Zon
- Zonde Veroorzaakt Dood
- Zorgen
- Zwaarden