'Het' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:4-Genesis 11:2
- 2.Genesis 11:3-Genesis 21:34
- 3.Genesis 22:1-Genesis 31:14
- 4.Genesis 31:18-Genesis 40:20
- 5.Genesis 41:1-Genesis 47:14
- 6.Genesis 47:15-Exodus 6:7
- 7.Exodus 6:26-Exodus 13:9
- 8.Exodus 13:11-Exodus 20:20
- 9.Exodus 20:21-Exodus 28:42
- 10.Exodus 28:43-Exodus 34:18
- 11.Exodus 34:19-Exodus 40:38
- 12.Leviticus 1:2-Leviticus 6:22
- 13.Leviticus 6:23-Leviticus 11:32
- 14.Leviticus 11:34-Leviticus 16:9
- 15.Leviticus 16:10-Leviticus 23:31
- 16.Leviticus 23:32-Numberi 1:24
- 17.Numberi 1:26-Numberi 7:10
- 18.Numberi 7:85-Numberi 14:5
- 19.Numberi 14:7-Numberi 20:1
- 20.Numberi 20:3-Numberi 27:7
- 21.Numberi 27:11-Numberi 35:14
- 22.Numberi 35:15-Deuteronomium 5:29
- 23.Deuteronomium 5:31-Deuteronomium 15:11
- 24.Deuteronomium 15:12-Deuteronomium 23:22
- 25.Deuteronomium 24:1-Deuteronomium 31:6
- 26.Deuteronomium 31:7-Jozua 5:10
- 27.Jozua 5:11-Jozua 11:3
- 28.Jozua 11:4-Jozua 18:18
- 29.Jozua 18:19-Richteren 1:29
- 30.Richteren 1:30-Richteren 8:35
- 31.Richteren 9:1-Richteren 18:3
- 32.Richteren 18:7-1 Samuël 1:12
- 33.1 Samuël 1:15-1 Samuël 10:5
- 34.1 Samuël 10:7-1 Samuël 16:2
- 35.1 Samuël 16:6-1 Samuël 24:4
- 36.1 Samuël 24:5-2 Samuël 2:32
- 37.2 Samuël 3:1-2 Samuël 13:4
- 38.2 Samuël 13:5-2 Samuël 19:14
- 39.2 Samuël 19:18-1 Koningen 2:39
- 40.1 Koningen 2:41-1 Koningen 8:17
- 41.1 Koningen 8:18-1 Koningen 13:5
- 42.1 Koningen 13:6-1 Koningen 18:17
- 43.1 Koningen 18:19-2 Koningen 2:5
- 44.2 Koningen 2:8-2 Koningen 8:18
- 45.2 Koningen 8:20-2 Koningen 14:12
- 46.2 Koningen 14:14-2 Koningen 21:6
- 47.2 Koningen 21:7-1 Kronieken 6:63
- 48.1 Kronieken 6:65-1 Kronieken 18:11
- 49.1 Kronieken 18:12-1 Kronieken 26:6
- 50.1 Kronieken 26:10-2 Kronieken 6:11
- 51.2 Kronieken 6:12-2 Kronieken 15:9
- 52.2 Kronieken 15:10-2 Kronieken 24:5
- 53.2 Kronieken 24:6-2 Kronieken 31:13
- 54.2 Kronieken 31:14-Ezra 3:5
- 55.Ezra 3:8-Nehemia 2:20
- 56.Nehemia 3:12-Nehemia 11:17
- 57.Nehemia 11:20-Esther 8:5
- 58.Esther 8:6-Job 12:14
- 59.Job 12:22-Job 28:2
- 60.Job 28:3-Job 38:25
- 61.Job 38:26-Psalmen 22:29
- 62.Psalmen 22:30-Psalmen 50:21
- 63.Psalmen 51:6-Psalmen 78:64
- 64.Psalmen 78:66-Psalmen 105:16
- 65.Psalmen 105:23-Psalmen 136:11
- 66.Psalmen 136:14-Spreuken 12:20
- 67.Spreuken 12:23-Spreuken 21:8
- 68.Spreuken 21:9-Prediker 2:13
- 69.Prediker 2:15-Hooglied 8:4
- 70.Hooglied 8:6-Jesaja 10:22
- 71.Jesaja 10:23-Jesaja 24:5
- 72.Jesaja 24:6-Jesaja 34:16
- 73.Jesaja 34:17-Jesaja 45:23
- 74.Jesaja 45:25-Jesaja 63:4
- 75.Jesaja 63:7-Jeremia 7:23
- 76.Jeremia 7:24-Jeremia 17:12
- 77.Jeremia 17:15-Jeremia 26:23
- 78.Jeremia 27:1-Jeremia 34:20
- 79.Jeremia 34:21-Jeremia 44:1
- 80.Jeremia 44:2-Jeremia 51:27
- 81.Jeremia 51:28-Ezechiël 3:11
- 82.Ezechiël 3:13-Ezechiël 12:10
- 83.Ezechiël 12:12-Ezechiël 20:31
- 84.Ezechiël 20:38-Ezechiël 27:32
- 85.Ezechiël 27:34-Ezechiël 34:27
- 86.Ezechiël 34:28-Ezechiël 40:38
- 87.Ezechiël 40:39-Ezechiël 45:16
- 88.Ezechiël 45:17-Daniël 3:26
- 89.Daniël 3:27-Daniël 11:5
- 90.Daniël 11:6-Hosea 14:4
- 91.Joël 1:1-Obadja 1:10
- 92.Obadja 1:11-Habakuk 2:6
- 93.Habakuk 2:8-Zacharia 4:3
- 94.Zacharia 4:6-Zacharia 14:21
- 95.Maleachi 1:1-Mattheüs 9:24
- 96.Mattheüs 9:25-Mattheüs 15:3
- 97.Mattheüs 15:5-Mattheüs 25:1
- 98.Mattheüs 25:14-Markus 4:26
- 99.Markus 4:27-Markus 10:27
- 100.Markus 10:30-Lukas 1:21
- 101.Lukas 1:23-Lukas 8:8
- 102.Lukas 8:10-Lukas 13:20
- 103.Lukas 13:21-Lukas 22:2
- 104.Lukas 22:3-Johannes 3:5
- 105.Johannes 3:6-Johannes 10:25
- 106.Johannes 10:28-Johannes 19:19
- 107.Johannes 19:20-Handelingen 5:33
- 108.Handelingen 5:34-Handelingen 13:29
- 109.Handelingen 13:31-Handelingen 23:6
- 110.Handelingen 23:8-Romeinen 4:11
- 111.Romeinen 4:14-Romeinen 13:5
- 112.Romeinen 13:11-1 Corinthiërs 12:6
- 113.1 Corinthiërs 12:8-2 Corinthiër 8:11
- 114.2 Corinthiër 8:16-Efeziërs 3:12
- 115.Efeziërs 3:15-1 Thessalonicenzen 2:13
- 116.1 Thessalonicenzen 2:16-Hebreeën 6:4
- 117.Hebreeën 6:5-Hebreeën 13:7
- 118.Hebreeën 13:9-1 Johannes 2:8
- 119.1 Johannes 2:9-Openbaring 9:4
- 120.Openbaring 9:7-Openbaring 22:13
- 121.Openbaring 22:16-Openbaring 22:19
Ook sloeg Abisai, de zoon van Zeruja, de Edomieten in het Zoutdal, achttien duizend.
Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het heir; en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier;
En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.
Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas; want zijn vader heeft weldadigheid aan mij gedaan. Daarom zond David boden, om hem te troosten over zijn vader. Toen de knechten van David in het land der kinderen Ammons tot Hanun kwamen, om hem te troosten,
Zo zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Zijn niet zijn knechten tot u gekomen, om te doorzoeken, en om om te keren, en om het land te verspieden?
Toen het David hoorde, zo zond hij Joab en het ganse heir met de helden.
Als de kinderen Ammons uitgetogen waren, zo stelden zij de slagorde voor de poort der stad; maar de koningen, die gekomen waren, die waren bijzonder in het veld.
En het overige des volks gaf hij in de hand van zijn broeder Abisai, en zij stelden hen in orde tegen de kinderen Ammons aan.
Toen naderde Joab en het volk, dat bij hem was, ten strijde voor het aangezicht der Syriers; en zij vloden voor zijn aangezicht.
Toen de kinderen Ammons zagen, dat de Syriers vloden, zo vloden zij ook voor het aangezicht van Abisai, zijn broeder, en zij kwamen in de stad; en Joab kwam te Jeruzalem.
Als de Syriers zagen, dat zij voor het aangezicht van Israel geslagen waren, zo zonden zij boden, en brachten de Syriers uit, die aan gene zijde der rivier woonden; en Sofach, de krijgsoverste van Hadar-ezer, toog voor hun aangezicht heen.
Toen het David werd aangezegd, zo vergaderde hij gans Israel, en hij toog over de Jordaan, en hij kwam tot hen, en hij stelde de slagorde tegen hen. Als David de slagorde tegen de Syriers gesteld had, zo streden zij met hem.
Doch de Syriers vloden voor het aangezicht van Israel, en David versloeg van de Syriers zeven duizend wagenen, en veertig duizend mannen te voet; daartoe doodde hij Sofach, den krijgsoverste.
Toen de knechten van Hadar-ezer zagen, dat zij geslagen waren, voor het aangezicht van Israel, zo maakten zij vrede met David, en dienden hem; en de Syriers wilden de kinderen Ammons niet meer verlossen.
Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze.
Hij voerde ook al het volk uit, dat daarin was, en hij zaagde ze met de zaag, en met ijzeren dorswagens, en met bijlen; en alzo deed David aan al de steden der kinderen Ammons. Toen keerde David wederom met al het volk naar Jeruzalem.
En het geschiedde daarna, als de krijg met de Filistijnen te Gezer opstond, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden ten ondergebracht.
Toen zeide Joab: De HEERE doe tot Zijn volk, gelijk zij nu zijn, honderdmaal meer; zijn zij niet allen, o mijn heer koning, mijn heer tot knechten? Waarom verzoekt mijn heer dit? Waarom zou het Israel tot schuld worden?
Doch het woord des konings nam de overhand tegen Joab; derhalve toog Joab uit, en hij doorwandelde gans Israel; daarna kwam hij weder te Jeruzalem.
En Joab gaf David de som van het gestelde volk; en gans Israel was elfhonderd duizend man, die het zwaard uittrokken, en Juda vierhonderd duizend, en zeventig duizend man, die het zwaard uittrokken.
Of drie jaren honger, of drie maanden verteerd te worden voor het aangezicht uwer wederpartij, en dat het zwaard uwer vijanden u achterhale; of drie dagen het zwaard des HEEREN, dat is, de pestilentie in het land, en een verdervenden engel des HEEREN in al de landpalen van Israel? Zo zie nu toe, wat antwoord ik Dien zal wedergeven, Die mij gezonden heeft.
En God zond een engel naar Jeruzalem, om die te verderven; en als hij haar verdierf, zag het de HEERE, en het berouwde Hem over dat kwaad; en Hij zeide tot den verdervenden engel: Het is genoeg, trek nu uw hand af. De engel des HEEREN nu stond bij den dorsvloer van Ornan, den Jebusiet.
En David zeide tot God: Ben ik het niet, die gezegd heb, dat men het volk tellen zou? Ja, ik zelf ben het, die gezondigd en zeer kwalijk gehandeld heb; maar deze schapen, wat hebben die gedaan? O HEERE, mijn God, dat toch Uw hand tegen mij, en tegen het huis mijns vaders zij, maar niet tegen Uw volk ter plage.
Zo ging dan David op naar het woord van Gad, dat hij in den Naam des HEEREN gesproken had.
En David kwam tot Ornan; en Ornan zag toe, en zag David; zo ging hij uit den dorsvloer, en boog zich neder voor David, met het aangezicht ter aarde.
En David zeide tot Ornan: Geef mij de plaats des dorsvloers, dat ik op dezelve den HEERE een altaar bouwe; geef ze mij voor het volle geld, opdat deze plage opgehouden worde van over het volk.
Toen zeide Ornan tot David: Neem ze maar henen, en mijn heer de koning doe wat goed is in zijn ogen; zie, ik geef deze runderen tot brandofferen, en deze sleden tot hout, en de tarwe tot spijsoffer; ik geef het al.
En de koning David zeide tot Ornan: Neen, maar ik zal het zekerlijk kopen voor het volle geld; want ik zal voor den HEERE niet nemen wat uw is, dat ik een brandoffer om niet offere.
Toen bouwde David aldaar den HEERE een altaar, en hij offerde brandofferen en dankofferen. Als hij den HEERE aanriep, zo antwoordde Hij hem door vuur uit den hemel, op het brandofferaltaar.
Want de tabernakel des HEEREN, dien Mozes in de woestijn gemaakt had, en het altaar des brandoffers, was te dier tijd op de hoogte te Gibeon.
David nu kon niet heengaan voor hetzelve, om God te zoeken; want hij was verschrikt voor het zwaard van den engel des HEEREN.
En David zeide: Hier zal het huis Gods des HEEREN zijn, en hier zal het altaar des brandoffers voor Israel zijn.
En David zeide, dat men vergaderen zou de vreemdelingen, die in het land Israels waren; en hij bestelde steenhouwers, om uit te houwen stenen, welke men behouwen zou, om het huis Gods te bouwen.
Want David zeide: Mijn zoon Salomo is een jongeling en teder; en het huis, dat men den HEERE bouwen zal, zal men ten hoogste groot maken, tot een Naam en tot heerlijkheid in alle landen; ik zal hem nu voorraad bereiden. Alzo bereidde David voorraad in menigte voor zijn dood.
En David zeide tot Salomo: Mijn zoon, wat mij aangaat, het was in mijn hart den Naam des HEEREN, mijns Gods, een huis te bouwen;
Doch het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende: Gij hebt bloed in menigte vergoten, want gij hebt grote krijgen gevoerd; gij zult Mijn Naam geen huis bouwen, dewijl gij veel bloeds op de aarde voor Mijn aangezicht vergoten hebt.
Nu, mijn zoon, de HEERE zal met u zijn, en gij zult voorspoedig zijn, en zult het huis des HEEREN, uws Gods, bouwen, gelijk als Hij van u gesproken heeft.
Zie daar, ik heb in mijn verdrukking voor het huis des HEEREN bereid honderd duizend talenten gouds, en duizend maal duizend talenten zilvers; en des kopers en des ijzers is geen gewicht, want het is er in menigte; ik heb ook hout en stenen bereid; doe gij er nog meer bij.
Ook zijn er bij u in menigte, die het werk kunnen doen, houwers, en werkmeesters in steen en hout, en allerlei wijze lieden in allerlei werk.
Des gouds, des zilvers, en des kopers, en des ijzers is geen getal; maak u op, en doe het, en de HEERE zal met u zijn.
Is niet de HEERE, uw God, met ulieden, en heeft u rust gegeven rondom henen? Want Hij heeft de inwoners des lands in mijn hand gegeven, en dit land is onderworpen geworden voor het aangezicht des HEEREN, envoor het aangezicht Zijns volks.
Zo begeeft dan nu uw hart en uw ziel, om te zoeken den HEERE, uw God, en maakt u op, en bouwt het heiligdom Gods des HEEREN; dat men de ark des verbonds des HEEREN en de heilige vaten Gods in dit huis brenge, dat den Naam des HEEREN zal gebouwd worden.
Uit dezen waren er vier en twintig duizend om het werk van het huis des HEEREN aan te drijven; en zes duizend ambtlieden en rechters;
De kinderen van Ladan waren dezen: Jehiel, het hoofd, en Zetham, en Joel; drie.
En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.
De kinderen van Amram waren Aaron en Mozes. Aaron nu werd afgezonderd, dat hij heiligde de allerheiligste dingen, hij en zijn zonen, tot in eeuwigheid, om te roken voor het aangezicht des HEEREN, om Hem te dienen en om in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.
De kinderen van Eliezer nu waren dezen: Rehabja het hoofd; en Eliezer had geen andere kinderen, maar de kinderen van Rehabja vermeerderden ten hoogste.
Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.
Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.
Dit zijn de kinderen van Levi, naar het huis hunner vaderen, de hoofden der vaderen, naar hun gerekenden in het getal der namen naar hun hoofden, doende het werk van den dienst van het huis des HEEREN van twintig jaren oud en daarboven.
Omdat hun standplaats was aan de hand der zonen van Aaron in den dienst van het huis des HEEREN, over de voorhoven, en over de kameren, en over de reiniging van alle heilige dingen, en het werk van den dienst van het huis Gods;
Te weten tot het brood der toerichting, en tot de meelbloem ten spijsoffer, en tot ongezuurde vladen, en tot de pannen, en tot het gerooste, en tot alle mate en afmeting;
En tot al het offeren der brandofferen des HEEREN, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht des HEEREN;
En dat zij de wacht van de tent der samenkomst zouden waarnemen, en de wacht des heiligdoms, en de wacht der zonen van Aaron, hun broederen, in den dienst van het huis des HEEREN.
Maar Nadab stierf, en Abihu, voor het aangezicht huns vaders, en zij hadden geen kinderen. En Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt.
En Semaja, de zoon van Nethaneel, de schrijver, uit de Levieten, schreef hen op, voor het aangezicht des konings, en van de vorsten, en van den priester Zadok, en van Achimelech, den zoon van Abjathar, en van de hoofden der vaderen onder de priesters en onder de Levieten; een vaderlijk huis werd genomen voor Eleazer, en desgelijks werd genomen voor Ithamar.
Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,
Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,
Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,
Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel,
Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,
Het drie en twintigste voor Delaja, het vier en twintigste voor Maazja.
Het ambt van dezen in hun dienst was te gaan in het huis des HEEREN, naar hun ordening door de hand van Aaron, huns vaders; gelijk als hem de HEERE, de God Israels, geboden had.
Aangaande Rehabja: van de kinderen van Rehabja was Jissia het hoofd.
En zij wierpen ook loten, nevens hun broederen, de zonen van Aaron, voor het aangezicht van den koning David, en Zadok, en Achimelech, en van de hoofden der vaderen onder de priesteren en onder de Levieten; het hoofd der vaderen tegen zijn kleinsten broeder.
En David, mitsgaders de oversten des heirs, scheidde af tot den dienst, van de kinderen van Asaf, en van Heman, en van Jeduthun, die met harpen, met luiten en met cimbalen profeteren zouden; en die onder hen geteld werden, waren mannen, bekwaam tot het werk van hun dienst.
Dezen waren altemaal aan de handen huns vaders gesteld tot het gezang van het huis des HEEREN, op cimbalen, luiten, en harpen, tot den dienst van het huis Gods, aan de handen van den koning, van Asaf, Jeduthun, en van Heman.
En hun getal met hun broederen, die geleerd waren in het gezang des HEEREN, allen meesters, was tweehonderd acht en tachtig.
Het eerste lot nu ging uit voor Asaf, namelijk voor Jozef. Het tweede voor Gedalja; hij en zijn broederen, en zijn zonen, waren twaalf.
Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het dertiende voor Subael; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het veertiende voor Mattithja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.
Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.
Het een en twintigste voor Hothir; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het twee en twintigste voor Giddalti; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het drie en twintigste voor Mahazioth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Het vier en twintigste voor Romamthi-Ezer; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:4-Genesis 11:2
- 2.Genesis 11:3-Genesis 21:34
- 3.Genesis 22:1-Genesis 31:14
- 4.Genesis 31:18-Genesis 40:20
- 5.Genesis 41:1-Genesis 47:14
- 6.Genesis 47:15-Exodus 6:7
- 7.Exodus 6:26-Exodus 13:9
- 8.Exodus 13:11-Exodus 20:20
- 9.Exodus 20:21-Exodus 28:42
- 10.Exodus 28:43-Exodus 34:18
- 11.Exodus 34:19-Exodus 40:38
- 12.Leviticus 1:2-Leviticus 6:22
- 13.Leviticus 6:23-Leviticus 11:32
- 14.Leviticus 11:34-Leviticus 16:9
- 15.Leviticus 16:10-Leviticus 23:31
- 16.Leviticus 23:32-Numberi 1:24
- 17.Numberi 1:26-Numberi 7:10
- 18.Numberi 7:85-Numberi 14:5
- 19.Numberi 14:7-Numberi 20:1
- 20.Numberi 20:3-Numberi 27:7
- 21.Numberi 27:11-Numberi 35:14
- 22.Numberi 35:15-Deuteronomium 5:29
- 23.Deuteronomium 5:31-Deuteronomium 15:11
- 24.Deuteronomium 15:12-Deuteronomium 23:22
- 25.Deuteronomium 24:1-Deuteronomium 31:6
- 26.Deuteronomium 31:7-Jozua 5:10
- 27.Jozua 5:11-Jozua 11:3
- 28.Jozua 11:4-Jozua 18:18
- 29.Jozua 18:19-Richteren 1:29
- 30.Richteren 1:30-Richteren 8:35
- 31.Richteren 9:1-Richteren 18:3
- 32.Richteren 18:7-1 Samuël 1:12
- 33.1 Samuël 1:15-1 Samuël 10:5
- 34.1 Samuël 10:7-1 Samuël 16:2
- 35.1 Samuël 16:6-1 Samuël 24:4
- 36.1 Samuël 24:5-2 Samuël 2:32
- 37.2 Samuël 3:1-2 Samuël 13:4
- 38.2 Samuël 13:5-2 Samuël 19:14
- 39.2 Samuël 19:18-1 Koningen 2:39
- 40.1 Koningen 2:41-1 Koningen 8:17
- 41.1 Koningen 8:18-1 Koningen 13:5
- 42.1 Koningen 13:6-1 Koningen 18:17
- 43.1 Koningen 18:19-2 Koningen 2:5
- 44.2 Koningen 2:8-2 Koningen 8:18
- 45.2 Koningen 8:20-2 Koningen 14:12
- 46.2 Koningen 14:14-2 Koningen 21:6
- 47.2 Koningen 21:7-1 Kronieken 6:63
- 48.1 Kronieken 6:65-1 Kronieken 18:11
- 49.1 Kronieken 18:12-1 Kronieken 26:6
- 50.1 Kronieken 26:10-2 Kronieken 6:11
- 51.2 Kronieken 6:12-2 Kronieken 15:9
- 52.2 Kronieken 15:10-2 Kronieken 24:5
- 53.2 Kronieken 24:6-2 Kronieken 31:13
- 54.2 Kronieken 31:14-Ezra 3:5
- 55.Ezra 3:8-Nehemia 2:20
- 56.Nehemia 3:12-Nehemia 11:17
- 57.Nehemia 11:20-Esther 8:5
- 58.Esther 8:6-Job 12:14
- 59.Job 12:22-Job 28:2
- 60.Job 28:3-Job 38:25
- 61.Job 38:26-Psalmen 22:29
- 62.Psalmen 22:30-Psalmen 50:21
- 63.Psalmen 51:6-Psalmen 78:64
- 64.Psalmen 78:66-Psalmen 105:16
- 65.Psalmen 105:23-Psalmen 136:11
- 66.Psalmen 136:14-Spreuken 12:20
- 67.Spreuken 12:23-Spreuken 21:8
- 68.Spreuken 21:9-Prediker 2:13
- 69.Prediker 2:15-Hooglied 8:4
- 70.Hooglied 8:6-Jesaja 10:22
- 71.Jesaja 10:23-Jesaja 24:5
- 72.Jesaja 24:6-Jesaja 34:16
- 73.Jesaja 34:17-Jesaja 45:23
- 74.Jesaja 45:25-Jesaja 63:4
- 75.Jesaja 63:7-Jeremia 7:23
- 76.Jeremia 7:24-Jeremia 17:12
- 77.Jeremia 17:15-Jeremia 26:23
- 78.Jeremia 27:1-Jeremia 34:20
- 79.Jeremia 34:21-Jeremia 44:1
- 80.Jeremia 44:2-Jeremia 51:27
- 81.Jeremia 51:28-Ezechiël 3:11
- 82.Ezechiël 3:13-Ezechiël 12:10
- 83.Ezechiël 12:12-Ezechiël 20:31
- 84.Ezechiël 20:38-Ezechiël 27:32
- 85.Ezechiël 27:34-Ezechiël 34:27
- 86.Ezechiël 34:28-Ezechiël 40:38
- 87.Ezechiël 40:39-Ezechiël 45:16
- 88.Ezechiël 45:17-Daniël 3:26
- 89.Daniël 3:27-Daniël 11:5
- 90.Daniël 11:6-Hosea 14:4
- 91.Joël 1:1-Obadja 1:10
- 92.Obadja 1:11-Habakuk 2:6
- 93.Habakuk 2:8-Zacharia 4:3
- 94.Zacharia 4:6-Zacharia 14:21
- 95.Maleachi 1:1-Mattheüs 9:24
- 96.Mattheüs 9:25-Mattheüs 15:3
- 97.Mattheüs 15:5-Mattheüs 25:1
- 98.Mattheüs 25:14-Markus 4:26
- 99.Markus 4:27-Markus 10:27
- 100.Markus 10:30-Lukas 1:21
- 101.Lukas 1:23-Lukas 8:8
- 102.Lukas 8:10-Lukas 13:20
- 103.Lukas 13:21-Lukas 22:2
- 104.Lukas 22:3-Johannes 3:5
- 105.Johannes 3:6-Johannes 10:25
- 106.Johannes 10:28-Johannes 19:19
- 107.Johannes 19:20-Handelingen 5:33
- 108.Handelingen 5:34-Handelingen 13:29
- 109.Handelingen 13:31-Handelingen 23:6
- 110.Handelingen 23:8-Romeinen 4:11
- 111.Romeinen 4:14-Romeinen 13:5
- 112.Romeinen 13:11-1 Corinthiërs 12:6
- 113.1 Corinthiërs 12:8-2 Corinthiër 8:11
- 114.2 Corinthiër 8:16-Efeziërs 3:12
- 115.Efeziërs 3:15-1 Thessalonicenzen 2:13
- 116.1 Thessalonicenzen 2:16-Hebreeën 6:4
- 117.Hebreeën 6:5-Hebreeën 13:7
- 118.Hebreeën 13:9-1 Johannes 2:8
- 119.1 Johannes 2:9-Openbaring 9:4
- 120.Openbaring 9:7-Openbaring 22:13
- 121.Openbaring 22:16-Openbaring 22:19
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (546)
- Exodus (554)
- Leviticus (493)
- Numberi (519)
- Deuteronomium (434)
- Jozua (343)
- Richteren (274)
- Ruth (33)
- 1 Samuël (376)
- 2 Samuël (294)
- 1 Koningen (424)
- 2 Koningen (381)
- 1 Kronieken (279)
- 2 Kronieken (436)
- Ezra (96)
- Nehemia (149)
- Esther (89)
- Job (319)
- Psalmen (494)
- Spreuken (254)
- Prediker (91)
- Hooglied (24)
- Jesaja (522)
- Jeremia (614)
- Klaagliederen (41)
- Ezechiël (677)
- Daniël (180)
- Hosea (64)
- Joël (28)
- Amos (69)
- Obadja (9)
- Jona (25)
- Micha (42)
- Nahum (18)
- Habakuk (25)
- Zefanja (27)
- Haggaï (38)
- Zacharia (119)
- Maleachi (25)
- Mattheüs (333)
- Markus (238)
- Lukas (377)
- Johannes (264)
- Handelingen (322)
- Romeinen (162)
- 1 Corinthiërs (131)
- 2 Corinthiër (78)
- Galaten (53)
- Efeziërs (41)
- Filippenzen (32)
- Colossenzen (35)
- 1 Thessalonicenzen (19)
- 2 Thessalonicenzen (8)
- 1 Timotheüs (27)
- 2 Timotheüs (18)
- Titus (11)
- Filémon (2)
- Hebreeën (129)
- Jakobus (32)
- 1 Petrus (36)
- 2 Petrus (22)
- 1 Johannes (28)
- 2 Johannes (2)
- 3 Johannes (3)
- Judas (9)
- Openbaring (166)
Verwante onderwerpen
- 40 Tot 50 jaar
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Aanvaarden Van Christus
- Aard Van Evangelisatie
- Abraham
- Afkeer
- Afleiding
- Afwerpen
- Alcohol
- Alles Gebeurt Voor Een Reden
- Altaar Van De Heer
- Altaren Bouwen
- Alwetende God
- Amen
- Andere Goden
- Angst Voor Andere Mensen
- Antwoord
- Babylon
- Beantwoorde Beloften
- Bedden
- Beeld
- Begin
- Begrip
- Belang
- Beleden Zonde
- Bergen
- Beroepen
- Beslissingen Nemen
- Beslissingen Nemen
- Besprenkelen
- Bestraffing Door God
- Bewaarders
- Beweringen
- Bezittingen
- Beëindiging
- Bijzondere Dingen
- Blij Zijn En Van Het Leven Genieten
- Blijven Geloven
- Bloed
- Bloed Sprenkelen
- Bossen
- Boten
- Bouw
- Bovenop Het Dak
- Brandhout
- Brood
- Buigen
- Buiging
- Buitenaardse Wezens
- Buitengaan
- Cederhout
- Christus
- Conflict Oplossen
- Dag Van De HEER
- Dageraad
- De Aanwezigheid Van God
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van Eeuwig Leven
- De Aard Van Geloof
- De Aard Van God Kennen
- De Aard Van Menselijke Wijsheid
- De Aard Van Onderdrukking
- De Aard Van Zonde
- De Aarde Verzorgen
- De Betekenis Van Mozes
- De Bijbel Lezen
- De Bron Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Doden
- De Dood Van Christus
- De Eerste Tempel
- De Functie Van Priesters In De Tijd Van OT
- De Gerechtigheid Van God
- De Komst Van Het Koninkrijk Van God
- De Kracht Van God
- De Kracht Van Woorden
- De Legale Aspecten Van Bestraffing
- De Maan
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- De Namen Voor Christus
- De Oorsprong Van Het Kwaad
- De Openbaring Van God
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Rol Van Vrouwen
- De Soevereiniteit Van God
- De Toekomst
- De Wereld
- De Zee
- De Zon
- Deelname In Christus
- Delen
- Delen In Christus
- Dertig
- Dienaren Van De Heer
- Doden Zal Gebeuren
- Doelen
- Dood
- Dood Van Een Kind
- Dood Van Geliefde
- Doodstraf
- Door De Mens In Leven Gehouden Worden
- Duisternis
- Een Goede Dag Hebben
- Een Nieuwe Dag
- Een Nieuwe Start
- Eenzaamheid
- Eeuwig Leven
- Eeuwigheid
- Eigendom, Huizen
- Einde Van Dagen
- Eindigen
- Eindtijd
- Engelen Die Gods Werk Doen
- Ethiek En Gratie
- Evangelisatie
- Evangeliseren
- Evangeliseren
- Feesten
- Focus
- Funderingen
- Gasten
- Gebaren
- Geboden in OT
- Gedood Worden Door Het Zwaard
- Geesten
- Geheimhouding
- Gehoorzaamheid
- Geld Aan De Kerk Geven
- Geld Sparen
- Geld Zegeningen
- Geldmiddelen
- Geloof Als De Basis Van Redding
- Geloof Hebben
- Geloof In God
- Geloof kjv
- Geluid
- Generaties
- Genieten Van Het Leven
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Gered Worden
- Gereedschap
- Geruchten
- Geschiedenis
- Geurtjes
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevangenen
- Gevolgen
- Gevolgen Van Twijfel
- Gezicht Van God
- Gezondheid En Genezen
- Gideon
- God Als Rechter
- God Behagen
- God Dodend
- God Gaf Het Land
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Tegen
- God Verandert Slechte Dingen In Goed
- God Verheft De Mens
- God Verschijnt In Vuur
- God, De Eeuwige
- God, De Heer
- God, Levend En Zelfvoorzienend
- Goddelijk Hart
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Plan
- Gods Plan
- Gods Plan Voor Ons
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Schepping
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Woord Is Rechtvaardig
- Gods Zwaard
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Graan
- Gras
- Grenzen
- Gretigheid
- Gunst
- Haar
- Hand Van God
- Handicaps
- Hardheid Van Hart
- Haren
- Harpen
- Hart En De Heilige Geest
- Hebzucht
- Hebzucht
- Heersers
- Heiligdom
- Heiligdommen
- Heiligheid, Afzonderlijk Voor God
- Herfst
- Herstel
- Het Bloed Van Jezus
- Het Brein
- Het Bronzen Altaar Opzetten
- Het Doel Van God
- Het Einde Van De Wereld
- Het Evangelie Verspreiden
- Het Graf
- Het Instituut Priesters In De Tijd Van OT
- Het Juiste Doen
- Het Koninkrijk Binnengaan
- Het Kruis
- Het Lichaam
- Het Nieuw Verbond
- Het Schrift Lezen
- Het Verbond Breken
- Het Woord Van God
- Historische Boeken
- Homohuwelijk
- Honderd
- Hoofden
- Hoop En Geloof
- Horen
- Huilen
- Huisdieren
- Huizen
- Identiteit Van Evangelisatie
- Ijver
- Ijzer
- Immigranten
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Ingang Tot Het Koninkrijk Van God
- Israël Op De Vlucht
- Jacob De Patriarch
- Jaren
- Je Lichaam Verzorgen
- Jona
- Juk
- Kanker Genezen
- Karakter Van Het Kwaad
- Kleur
- Koken
- Koningen Van Juda
- Kookpot
- Korte Tijd Voor Actie
- Kwellingen
- Laatste Dagen
- Laatste Dingen
- Laatste Oordeel
- Lammeren
- Land
- Leven Voor Het Materiële
- Leven Zoeken
- Levensdoel
- Lichaam
- Lichamelijke Zwakte
- Liefde En De Wereld
- Lijst van koningen van Israël
- Linnen
- Lippen
- Lof
- Maand
- Menselijk Belang Van Wijsheid
- Menselijk Hart
- Menselijke En Goddelijke Heerschappij
- Menselijke Macht
- Mensen Uit Je Leven Verwijderen
- Mensen Verbranden
- Mensenetende Dieren
- Meren
- Messiaanse Profetieën
- Ministerie
- Missie Van Israël
- Monden
- Morgen
- Motieven
- Munstelsel
- Muren
- Naar De Hemel Gaan
- Naar De Kerk Gaan
- Naar Een Nieuwe Plek Gaan
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Namen En Titels Voor De Kerk
- Natuurlijk Leven
- Natuurlijke Rampen
- Nederigheid
- Nederlaag
- Neuzen
- Niet Sterven
- Ochtend
- Offer Op Het Bronzen Altaar
- Offeringen Doden
- Offers Verbranden
- Olie
- Onbepaalde Sommen Geld
- Ondersteuning
- Ongelovigen Beschreven Als
- Ontmoediging
- Ontrouw Aan God
- Ontrouw Tegenover God
- Oordeel
- Oorzaken Van Lijden
- Oost
- Opgefriste God
- Opslaan
- Ovens
- Overwinnen
- Paaslam
- Perfecte Offers
- Pijn En Verraad
- Plechtigheden
- Poorten
- Positief Blijven
- Praktische Zaken Omtrent Het Gebed
- Prediking
- Priesters Die Verzoenen
- Proces
- Rechtbanken Van De Tempel
- Rechtvaardig Door Geloof
- Redding
- Regen
- Reine Kledij
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Relaties Opbouwen
- Rest
- Richting
- Rivieren
- Rivieren En Stromen
- Roken
- Ruimte
- Saul
- Schaamte Over Slecht Gedrag
- Schapen
- Schat
- Schilden
- School
- Schreeuwen
- Schrijven
- Sex
- Sexuele Immoraliteit
- Sociale Ethiek
- Soorten Muziekinstrumenten
- Spiritueel Licht
- Spirituele Armoede
- Staan
- Stad
- Stemmen
- Sterk Blijven En Niet Opgeven
- Sterk Eindigen
- Stilte
- Stof
- Straf
- Strijdwagens
- Succes En Hard Werk
- Symbolen
- Taal
- Tafels
- Tekenen En Wonderen Van Het Evangelie
- Tekenen Van De Tijd
- Tekenen Van Het Einde Der Tijden
- Tekort Aan Andere Dingen Dan Voedsel
- Tenten
- Testen
- Theofanie
- Tien Dingen
- Tien Mensen
- Tienden En Offers
- Tijd Van Vrede
- Toekomst
- Trompet
- Troon
- Trouw Tot God
- Types
- Types Van Christus
- Types Van Heilige Geest
- Uitpikken
- Vals Vertrouwen
- Valse Goden
- Vanuit Het Noorden
- Vennootschap
- Verandering En Groei
- Verbintenis Tot God
- Verboden Voedsel
- Verbond
- Verdergaan
- Verdriet
- Verjonging
- Verkennen
- Verlies
- Verlies Van Een Geliefde
- Verloren Zijn
- Verspreiden
- Versterkingen
- Vertrouw In Relaties
- Vervulling
- Verwezenlijkingen
- Verzoening
- Verzoening
- Verzoening
- Vet Van Offers
- Viering
- Vijanden Van Israël En Juda
- Vis
- Visie
- Vlees Eten
- Vleesoffers
- Vleugels
- Voedsel
- Voedsel Voor Priesters Beschreven
- Voeten
- Vogels
- Volg De Geboden
- Voorbeelden Van Aanmoediging
- Voorbeelden Van Geloof
- Voorbij Jordanië
- Voorbode
- Voorspelling Eindtijd
- Voorspellingen Over Christus
- Voortdurend
- Vreemdelingen
- Vrije Wil
- Vroeg Opstaan
- Vruchtbaar Zijn
- Vuur
- Waarde
- Waardigheid
- Wedstrijd
- Weed
- Wegen
- Weken
- Werken Voor De Heer
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Winst
- Woord Van God
- Wormen
- Zaad Zaaien
- Zaaien
- Zaden
- Zaden Planten
- Zand En Grind
- Zee
- Zegeningen En Voorspoed
- Zeilen
- Zelfbeeld
- Zeuren
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Zich Verloren Voelen
- Ziektes
- Zij Die Van Israël Moeten Worden Afgesneden
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zilver
- Zitten
- Zon
- Zonde Veroorzaakt Dood
- Zorgen
- Zwaarden