12003 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Het' in de Bijbel

En ik hoorde het geluid van der dieren vleugelen, die de een den ander raakten, en het geluid der raderen tegenover hen; en het geluid ener grote ruising.

VersbegrippenVleugelsWielenEngelenvleugelsHeilige Dingen AanrakenGeluid

En ik kwam tot de weggevoerden te Tel-Abib, die aan de rivier Chebar woonden, en ik bleef daar zij woonden; ja, ik bleef daar verbaasd in het midden van hen zeven dagen.

VersbegrippenRivieren En StromenWekenMensen Die Versteld StaanRivieren Als Plaatsen Van Gebed

Het gebeurde nu ten einde van zeven dagen, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

VersbegrippenEinde Van Dagen

Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

VersbegrippenWaakzaamheid Van LeidersWachterRoeping

Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.

VersbegrippenWaakzaamheid Van LeidersVerantwoordelijk Voor BloedvergietenGod Beoordeelt Het KwaadVerantwoordelijk Om Te WaarschuwenBloedBestraffing Van Het KwaadVerantwoordelijkheidJezelf Veranderen

Want u aangaande, mensenkind, ziet, zij zouden dikke touwen aan u leggen, en zij zouden u daarmede binden; daarom zult gij niet uitgaan in het midden van hen.

VersbegrippenVastbinden

Maar als Ik met u spreken zal, zal Ik uw mond opendoen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE, wie hoort, die hore, en wie het laat, die late het; want zij zijn een wederspannig huis.

VersbegrippenOnwillige MensenMet De Mond SprekenHet Woord Spreken Dat God Geschonken HeeftLuisteren Naar GodOpstand

Lig gij ook neder op uw linkerzijde, en leg daarop de ongerechtigheid van het huis Israels, naar het getal der dagen, dat gij daarop zult liggen, zult gij hun ongerechtigheid dragen.

VersbegrippenSchuld OplopenVervangingGods Volk Zondigde

Want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, driehonderd en negentig dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israels dragen zult.

Versbegrippen1 DagEen Jaar100 Jaar En MeerOpdracht

Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde, en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen; Ik heb u gegeven elken dag voor elk jaar.

VersbegrippenVeertig DagenZaken Twee Keer Doen1 DagMeer Dan Een Maand40 Tot 50 jaarZonde DragenAndere Juiste DelenGods Volk Zondigde

En neemt gij voor u tarwe, en gerst, en bonen, en linzen, en gierst, en spelt; en doe die in een vat, en maak die u tot brood; naar het getal der dagen, die gij op uw zijde nederliggen zult, driehonderd en negentig dagen, zult gij dat eten.

VersbegrippenGraanGroentenBonenEen JaarBroodVoeding

Gij zult ook water naar zekere maat drinken, het zesde deel van een hin; van tijd tot tijd zult gij het drinken.

VersbegrippenGewichten En Maten, VloeibaarWater DrinkenGeen Water Voor MensenMeting

Daarna zeide Hij tot mij: Gij mensenkind, zie, Ik breek den staf des broods in Jeruzalem, en zij zullen het brood met gewicht en met kommer eten, en het water met zekere maat en met verbaasdheid drinken;

VersbegrippenStokken BrekenWater DrinkenKomende HongersnoodAngst Zal KomenMensen Die Versteld StaanHongersnood Zal KomenAngst En SchrikWanhoopGewicht

Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

VersbegrippenHet MiddenEen DerdeDingen Die Gestript WordenJeruzalem VerbrandenVoorspelde Aanvallen Op JeruzalemAndere Verwijzingen Naar Haar

En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.

VersbegrippenMensen Verbranden

Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.

VersbegrippenHet MiddenGeschiedenis Van NatiesVoetbalJeruzalem

Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.

VersbegrippenDe Betekenis Van JeruzalemGod TegenDingen Manifesteren

Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.

VersbegrippenKannibalismeGod Die Israël VerstrooitOverlevenden BedreigdVaders En ZonenVadersVaders En Dochter

Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

VersbegrippenPlagenRestPestEen DerdeDingen Die Gestript WordenHongersnood Doodt

Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!

VersbegrippenHorror VeroorzakenDe Naties Voor GodPlezier

Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!

VersbegrippenOorlog Als Gods OordeelHongersnood Komende Van GodVerliesDoden Zal Gebeuren

En zeg: Gij bergen Israels, hoort het woord des Heeren HEEREN! Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de beken en tot de dalen: Ziet, Ik, Ik breng over u het zwaard, en Ik zal uw hoogten verderven.

VersbegrippenOorlog Als Gods Oordeel

Daartoe zullen uw altaren verwoest, en uw zonnebeelden verbroken worden; en Ik zal uw verslagenen nedervellen voor het aangezicht uwer drekgoden.

VersbegrippenVernietiging Van Satans WerkLot Van AfgodendienaarsVooraanPoep

En Ik zal de dode lichamen der kinderen Israels voor het aangezicht hunner drekgoden leggen, en Ik zal uw beenderen rondom uw altaren strooien.

VersbegrippenBenenLot Van AfgodendienaarsVooraan

En de verslagenen zullen in het midden van u liggen, opdat gij weet, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenDe Aard Van God Kennen

Ik zal dan nog een overblijfsel laten, als gij enigen zult hebben, die het zwaard ontkomen onder de heidenen, wanneer gij in de landen zult verstrooid worden.

VersbegrippenOntsnappen Aan Het KwaadOverlevenden Van Israël

Zo zegt de Heere HEERE: Sla met uw hand, en stamp met uw voet, en zeg: Ach, over alle gruwelen der boosheden van het huis Israels; want zij zullen door het zwaard, door den honger en door de pestilentie vallen.

VersbegrippenVoetenPestStempelenKlappenHongersnood Doodt

Die verre af is, zal door de pest sterven, en die nabij is, zal door het zwaard vallen; maar die overgebleven en belegerd is, zal door honger sterven; alzo zal Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbrengen.

VersbegrippenHongersnood Doodt

Dan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als hun verslagenen in het midden hunner drekgoden rondom hun altaren wezen zullen op alle hoge heuvelen, op alle toppen der bergen, en onder allen groenen boom, en onder alle dichte eiken, de plaats, alwaar zij al hun drekgoden liefelijken reuk maakten.

VersbegrippenKennis Over GodHeiligdommenEikenIdoolaanbiddingLot Van AfgodendienaarsAanbidden Aan Bomen

Daarom zal Ik Mijn hand over hen uitstrekken, en zal het land woest maken, ja, woester dan de woestijn naar Diblath henen, in al hun woningen; en zij zullen bevinden, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenHand Van GodGods HandVernietiging Van LandenGods Uitgestrekte Handen

Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

Verder, gij mensenkind, zo zegt de Heere HEERE, van het land Israels: Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands.

VersbegrippenVier HoekenMensen EindigdenVier Zijden

Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen.

En Mijn oog zal u niet verschonen, en Ik zal niet sparen; maar Ik zal uw wegen op u brengen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn, en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenKennis Over GodGoddelijke BeloningDe Beloning Van De GoddelozenGod Zonder GenadeNiet Spaarzaam ZijnMedelijden

Een einde is er gekomen, dat einde is gekomen, het is opgewaakt tegen u; ziet, het kwaad is gekomen!

VersbegrippenMensen Eindigden

En Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uw wegen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben, Die slaat.

VersbegrippenGod Die Mensen SlaatGod Zonder GenadeNiet Spaarzaam ZijnKwaad Met Kwaad BestrijdenMedelijden

Het geweld is opgerezen tot een roede der goddeloosheid; niets van hen zal overblijven, noch van hun menigte, noch van hun gedruis, en geen klage zal over hen zijn.

VersbegrippenDingen Die VerdwijnenVeel VerzamelenGeweld NavolgenGroeiende PlantenArm Worden

De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blijde, en de verkoper bedrijve geen rouw; want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land.

VersbegrippenKopen En VerkopenDe Dag Des OordeelsRouw NietGebrek Aan Vreugde

Want de verkoper zal tot het verkochte niet wederkeren, ofschoon hun leven nog onder de levenden ware; overmits het gezicht, aangaande de gehele menigte van het land, niet zal terugkeren; en niemand zal door zijn ongerechtigheid zijn leven sterken.

VersbegrippenVisioenen Van GodMensen Die Niet Terugkeren

Zij hebben met de trompet getrompet, en hebben alles bereid, maar niemand trekt ten strijde; want Mijn brandende toorn is over de gehele menigte van het land.

VersbegrippenTrompetDesertieTrompetten Voor De StrijdActie VoorbereidenGeen Oorlog

Het zwaard is buiten, en de pest, en de honger van binnen; die op het veld is, zal door het zwaard sterven, en die in de stad is, dien zal de honger en de pest verteren.

VersbegrippenPestBinnen En BuitenKomende HongersnoodHongersnood DoodtHongersnood Zal KomenBuiten Het Huis

Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen; want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn.

VersbegrippenVermogen Om Te BezorgenOntevredenheidGoudWeggooienTevredenheidMagenStruikelenSchatRedding, Niet Door De WerkenDingen WegsturenDe Aantocht Van ZondeDingen Die Niet Kunnen ReddenGods Werk VerhinderenDe Terkortkomingen Van GeldGeld Sparen

En Ik zal het in de hand der vreemden overgeven ten roof, en den goddelozen der aarde ten buit, en zij zullen het ontheiligen.

VersbegrippenVreemdelingenHet Lijden Van VreemdelingenVoorspoed Van Het Kwaad

Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een profeet zoeken; maar de wet zal vergaan van den priester, en de raad van de oudsten.

VersbegrippenSpirituele ArmoedeDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTDe Rol Van ProfetenGeruchtenVisioenenRampenOmwentelingSpirituele BestemmingGeen VisioenenAfgewezen VoorspellingGeruchten

De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk des lands zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hun weg, en met hun rechten zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenBekleed Met Slechte DingenBevende TroepenMensen Die Betrokken Zijn Bij Het OordeelMensen Die Versteld StaanMensen Die Rouwen Om Catastrofe

Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op den vijfden der maand, als ik in mijn huis zat, en de oudsten van Juda voor mijn aangezicht zaten, dat de hand des Heeren HEEREN daar over mij viel.

VersbegrippenOuderen Als GemeenschapsleidersMaandGods HandMaand 6Aan De Voeten ZittenGods Handen Op MensenDe Ouderen Die BijeenkomenDe Ouderen

En Hij stak de gelijkenis ener hand uit, en nam mij bij het haar mijns hoofds; en de Geest voerde mij op tussen de aarde en tussen den hemel, en bracht mij in de gezichten Gods te Jeruzalem, tot de deur der poort van het binnenste voorhof, dewelke ziet naar het noorden, alwaar de zitplaats was van een beeld der ijvering, dat tot ijver verwekt.

VersbegrippenIjver Van GodAstrale ProjectieGods HandToegangswegen Tot De TempelGericht Naar Het NoordenGod Verheft De MensVisioenen Van GodGod Tegen AfgoderijAndere Verwijzingen Naar HaarRechtbanken Van De TempelInnerlijke SchoonheidHaarDreadlocks

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, hef nu uw ogen op naar den weg van het noorden; en ik hief mijn ogen op naar den weg van het noorden, en ziet, tegen het noorden aan de poort van het altaar was dit beeld der ijvering, in den ingang.

VersbegrippenNoordenKompassenToegangswegen Tot De TempelTen Noorden Van Het AltaarGod Tegen Afgoderij

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ziet gij wel, wat zij doen, de grote gruwelen, die het huis Israels hier doet, opdat Ik van Mijn heiligdom verre wegga? Doch gij zult nog wederom grote gruwelen zien.

VersbegrippenHeiligdomHet Effect Van ZondeGroei Van Het KwaadGod Ver WegAfkeer

Zo bracht Hij mij tot de deur van het voorhof. Toen zag ik, en ziet, er was een hol in den wand.

VersbegrippenDe Daad Van OpenenMuren OpenenTot De Poorten KomenRechtbanken Van De TempelDe Ouderen

Zo ging ik in, en ik zag, en ziet, er was alle beeltenis van kruipende dieren en verfoeilijke beesten, en van alle drekgoden van het huis Israels, geheel rondom aan den wand gemaald.

VersbegrippenKunstHuizen

En zeventig mannen uit de oudsten van het huis Israels, met Jaazanja, den zoon van Safan, staande in het midden van hen, stonden voor hun aangezichten; en een ieder had zijn rookvat in zijn hand, en een overvloedige wolk des reukwerks ging op.

VersbegrippenWierookvatenWierook Tijdens De MisDe Jaren Zeventig

Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij gezien, mensenkind, wat de oudsten van het huis Israels doen in de duisternis, een ieder in zijn gebeelde binnenkameren? want zij zeggen: De HEERE ziet ons niet, de HEERE heeft het land verlaten.

VersbegrippenVals VertrouwenHeiligdommenGeheime ZondenVerborgenheid Van ZondeGod Die Niet ZietIn Het Geheim HandelenKijken En ZienSpottersOuderen

En Hij bracht mij tot de deur der poort van het huis des HEEREN, die naar het noorden is, en ziet, daar zaten vrouwen, bewenende den Thammuz.

VersbegrippenValse GodenMaandToegangswegen Tot De TempelNoordelijke PoortenVrouwen Die Verkeerd DoenDe Dood Van Anderen Berouwen

En Hij bracht mij tot het binnenste voorhof van het huis des HEEREN; en ziet, aan de deur van den tempel des HEEREN, tussen het voorhuis en tussen het altaar, waren omtrent vijf en twintig mannen; hun achterste leden waren naar den tempel des HEEREN, en hun aangezichten naar het oosten, en deze bogen zich neder naar het oosten voor de zon.

VersbegrippenValse ReligieBuigenDe ZonVerontreinigingenAnimismeDe Rug ToekerenGericht Naar Het OostenBuigen Voor Valse GodenTwintigtalAanbidden Van De ZonRechtbanken Van De TempelZonGod AanbiddenZonneschijnVoetbalAfvalligheidIslam

Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij, mensenkind, dat gezien? Is er iets lichter geacht bij het huis van Juda, dan deze gruwelen te doen, die zij hier doen? Als zij het land met geweld vervuld hebben, zo keren zij zich, om Mij te vertoornen; want zie, zij steken de wijnranken aan hun neus.

VersbegrippenGeweld Op AardeHet Lijden Van GodGod TergenEen WeinigHerhalenKijken En ZienVerontrustende Individuen

En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar.

VersbegrippenZes MensenTot De Poorten KomenGericht Naar Het NoordenOp Voorwerpen SchrijvenWapens Voor GodHet Bronzen Altaar OpzettenDoodstraf Voor Moorden

En de heerlijkheid des Gods van Israel hief zich op van den cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis; en Hij riep tot den man, die met linnen bekleed was, die de schrijvers-inktkoker aan zijn lenden had.

VersbegrippenDe Glorie Van GodHeerlijkheid, Openbaring VanGoddelijke ManifestatiesFuncties Van CherubijnGods Glorie In IsraëlDe Glorie Van Gods ShekinaGod Verschijnt In De DeuropeningCherubijn

En de HEERE zeide tot hem: Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden der lieden, die zuchten en uitroepen over al deze gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden.

VersbegrippenVoorhoofdenZegelsZorgenVerdrietMarkeringen Op MensenBerouw Over WandadenStress En Moeilijke Tijden

Doodt ouden, jongelingen en maagden, en kinderkens en vrouwen, tot verdervens toe; maar genaakt aan niemand, op denwelken het teken is, en begint van Mijn heiligdom. En zij begonnen van de oude mannen, die voor het huis waren.

VersbegrippenAanrakingBegonnen ActiviteitGod Zal Zijn Mensen DodenKindermishandelingDe Ouderen

En Hij zeide tot hen: Verontreinigt het huis, en vervult de voorhoven met verslagenen; gaat henen uit. En zij gingen henen uit, en zij sloegen in de stad.

VersbegrippenHet Heiligdom VullenBuitengaanGod DodendGod Doodde Zijn MensenRechtbanken Van De Tempel

Het geschiedde nu, als zij hen geslagen hadden, en ik overgebleven was, dat ik op mijn aangezicht viel, en riep, en zeide: Ach, Heere HEERE, zult Gij al het overblijfsel van Israel verderven, met Uw grimmigheid uit te gieten over Jeruzalem?

VersbegrippenGodslastering Tegen GodBuigingRestOverlevenden Vernietigd

Toen zeide Hij tot mij: De ongerechtigheid van het huis van Israel en van Juda is gans zeer groot, en het land is met bloed vervuld, en de stad is vol van afwijking; want zij zeggen: De HEERE heeft het land verlaten, en de HEERE ziet niet.

VersbegrippenOorzaken Van LijdenVerdorvenheidAlwetende GodGod Die Niet ZietVele Mensen DodenGods Volk ZondigdeSpotters

Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.

VersbegrippenKleuren, BlauwEdelstenenTheofanieTroonCherubijn Aan De Troon Van GodWaardevolle StenenDe UitgestrektheidUitspansel [Firmament]

De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.

VersbegrippenHet Heiligdom VullenRechtbanken Van De Tempel

Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.

VersbegrippenHeerlijkheid, Openbaring VanTheofanieDe Heilige Geest In De KerkHet Heiligdom VullenGod Verschijnt In De DeuropeningGod Is LichtRechtbanken Van De TempelCherubijnWolk Van Glorie

En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.

VersbegrippenBeschrijving Van CherubijnEngelenvleugelsGeluidGods StemCherubijn

Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad.

VersbegrippenWielen

Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit.

En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.

VersbegrippenWielenGelijkaardige ZakenOptreden Van

Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.

VersbegrippenVier HoekenNiet Opzij DraaienNoord, Zuid, Oost En WestVier ZijdenRichting

En elkeen had vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.

VersbegrippenHemelse GezichtenArendenWezens Als LeeuwenVier Andere DingenZoals MannenCherubijn

En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.

VersbegrippenDe Glorie Van GodTot De Poorten KomenOnbeweeglijkheidTot Rust KomenEngelenvleugelsOostelijke PoortenPersonen Met DingenKlimmende WezensAndere Wezens Die Omhoog Gaan

Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.

VersbegrippenKosmische WezensMensen Herkennen

En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.

VersbegrippenHemelse GezichtenNiet Opzij Draaien

Toen hief mij de Geest op, en bracht mij tot de Oostpoort van het huis des HEEREN, dewelke ziet oostwaarts; en ziet, aan de deur der poort waren vijf en twintig mannen, en in het midden van hen zag ik Jaazanja, den zoon van Azzur, en Pelatja, den zoon van Benaja, vorsten des volks.

VersbegrippenKompassenToegangswegen Tot De TempelGericht Naar Het OostenGod Verheft De MensTwintigtal

Die zeggen: Men moet geen huizen nabij bouwen; deze stad zou de pot, en wij het vlees zijn.

VersbegrippenKetelsTijdloosheidNiet De TijdPotten Om Te Koken En Te EtenWeedKokenKookpot

Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Uw verslagenen, die gij in het midden derzelve nedergelegd hebt, die zijn dat vlees, en deze stad is de pot; maar ulieden zal Ik uit het midden derzelve doen uitgaan.

VersbegrippenKetelsMensen Uit Andere Plaatsen HalenPotten Om Te Koken En Te EtenIsraëlieten Doden

Gijlieden hebt het zwaard gevreesd; en het zwaard zal Ik over u brengen, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenAngst Voor Andere Dingen

Ook zal Ik ulieden uit het midden derzelve doen uitgaan, en Ik zal u overgeven in de hand der vreemden; en Ik zal recht onder u doen.

VersbegrippenHet Lijden Van VreemdelingenMensen Uit Andere Plaatsen Halen

Gij zult door het zwaard vallen; in de landpale Israels zal Ik u richten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGrenzen

Deze stad zal ulieden niet tot een pot zijn, en gij zult in het midden derzelve niet tot vlees zijn; in de landpale Israels zal Ik u richten.

VersbegrippenKetelsPotten Om Te Koken En Te EtenKokenKookpotGrenzenSluiting

Het geschiedde nu, als ik profeteerde, dat Pelatja, de zoon van Benaja, stierf. Toen viel ik neder op mijn aangezicht, en riep met luider stem; en zeide: Ach, Heere HEERE! zult Gij gans een voleinding maken met het overblijfsel van Israel?

VersbegrippenRestOverlevenden VernietigdKreten Van Ellende Tot God

Toen geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

Mensenkind, het zijn uw broederen, uw broederen, de mannen uwer maagschap, en het ganse huis Israels, ja, dat ganse, tot welke de inwoners van Jeruzalem gezegd hebben: Maakt u verre af van den HEERE, ditzelve land is ons tot een erfbezitting gegeven.

Daarom zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal ulieden vergaderen uit de volken, en Ik zal u verzamelen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israels geven.

VersbegrippenSamenkomen Israël

Maar welker hart het hart hunner verfoeiselen en hunner gruwelen nawandelt, derzelver weg zal Ik op hun hoofd geven, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenGoddelijke BeloningVruchten Van ZondeDe Beloning Van De GoddelozenGod Draait Het Kwaad Terug

En de heerlijkheid des HEEREN rees op van het midden der stad, en stond op den berg, die tegen het oosten der stad is.

VersbegrippenGod Staat Op

Daarna nam mij de Geest op, en bracht mij in gezicht door den Geest Gods in Chaldea tot de gevankelijk weggevoerden; en het gezicht, dat ik gezien had, voer van mij op.

VersbegrippenDe Openbaring Van GodInspiratie Van De Heilige Geest, Middelen VanProfetische VisioenenDe Geest Van GodGod Verheft De MensVisioenen Van God

Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.

VersbegrippenSpiritueel Blind Zijn Bij GelovigenGebrek Aan OnderscheidingsvermogenHorenOnverschilligheidGevoeligheidApathieSaaiheidSpirituele DoofheidGeen Spirituele Dingen ZienNiet HorenOpstand

Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.

VersbegrippenDe Dag GebruikenBaggageVerbanning In VoouitzichtSituaties ZienGods Woord BegrijpenVoorbereidingVerdergaanNaar Een Nieuwe Plek GaanOpstand

Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.

VersbegrippenDe Dag GebruikenUitpikkenBaggageVerbanning In VoouitzichtSituaties Zien

Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.

VersbegrippenDuisternis Van De NachtMensen Als TekenenSituaties ZienAndere Ladingen Dragen

En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.

VersbegrippenDe Dag GebruikenDe Daad Van OpenenMuren OpenenDuisternis Van De NachtBaggageVerbanning In VoouitzichtSituaties ZienAndere Ladingen Dragen

En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

VersbegrippenOchtend

Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?

VersbegrippenWat Doe Jij?

Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.

Public domain