7606 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Hij' in de Bijbel

En hij zeide tot mij: De HEERE, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.

VersbegrippenWandelen Met GodMet Familieleden HuwenEngelen Die Gods Geboden VolgenEen Vrouw NemenSucces Door God

En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.

VersbegrippenPraktische Zaken Omtrent Het Gebed

En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.

VersbegrippenMenselijke VrijgevigheidBruidschatVerlovingGoudGewoonten In Verband Met Het HuwelijkOrnamentenHuwelijk, De BruidCosmeticaGeschenkenMensen Die Kleren GevenJuwelenJuwelen

Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer!

VersbegrippenVrijetijd En VrijetijdsbestedingEten En DrinkenMensen Die Mensen Sturen

Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.

VersbegrippenHinder NietMensen Die Mensen SturenSucces Door God

Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-Roi; en hij woonde in het zuiderland.

En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!

VersbegrippenAvondRelaties Met VriendjesFotografie

En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.

VersbegrippenVertellen Wat Mensen Deden

Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.

VersbegrippenTroepen Die Weggestuurd Worden

Dit nu zijn de dagen der jaren des levens van Abraham, welke hij geleefd heeft, honderd vijf en zeventig jaren.

VersbegrippenLeeftijd Over 100 JaarLeeftijd, LevensduurLeeftijd Bij OverlijdenDood Van Een VaderLeeftijd

En Abraham gaf den geest en stierf, in goede ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld.

VersbegrippenDood, Middelen VanHet HiernamaalsVerouderenVoorbeelden Van Dood Van De HeiligenVerzameld Door Zijn VolkDoodLeeftijd

En dit zijn de jaren des levens van Ismael, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf den geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken.

VersbegrippenLeeftijd Over 100 JaarLeeftijd Bij OverlijdenVerzameld Door Zijn Volk

En zij woonden van Havila tot Sur toe, hetwelk tegenover Egypte is, daar gij gaat naar Assur; hij heeft zich nedergeslagen voor het aangezicht van al zijn broederen.

VersbegrippenTegengestelde Kanten

En Izak was veertig jaren oud, als hij Rebekka, de dochter van Betuel, den Syrier, uit Paddan-Aram, de zuster van Laban, den Syrier, zich ter vrouw nam.

VersbegrippenVeertig JaarGenoemde Zusters

En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau.

VersbegrippenEerst ZijnBuitenkledijHarige MensenRode LichamenTweelingbroersKleurHaar

En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau's verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob. En Izak was zestig jaren oud, als hij hen gewon.

VersbegrippenHakkenInhaligMensen Met Toepasselijke NamenTweelingbroers

Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte.

VersbegrippenMenselijke EedOvergeven Aan Verleiding

En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.

VersbegrippenBrood Als VoedselGroentenZij Die Maaltijden AanbodenLente

En als de mannen van die plaats hem vraagden van zijn huisvrouw, zeide hij: Zij is mijn zuster; want hij vreesde te zeggen, mijn huisvrouw; opdat mij misschien, zeide hij, de mannen dezer plaats niet doden, om Rebekka; want zij was schoon van aangezicht.

VersbegrippenVoorbeelden Van BedrogTwijfelaarsStellen Van Bepaalde VragenOnjuiste VoorstellingAndere EchtgenotesMooie Vrouwen

En het geschiedde, als hij een langen tijd daar geweest was, dat Abimelech, de koning der Filistijnen, ten venster uitkeek, en hij zag, dat, ziet, Izak was jokkende met Rebekka zijn huisvrouw.

VersbegrippenDoor Vensters KijkenNa Een Lange TijdSportenKnuffels

En die man werd groot, ja, hij werd doorgaans groter, totdat hij zeer groot geworden was.

VersbegrippenGroei In RijkdomRijke MensenRijkdom En Voorspoed

En hij had bezitting van schapen, en bezitting van runderen, en groot gezin; zodat hem de Filistijnen benijdden.

VersbegrippenVoorbeeld Van AfgunstVee HoudenZij Die Jaloers WarenSchapen BezittenBezittingen

Toen toog Izak van daar, en hij legerde zich in het dal van Gerar, en woonde aldaar.

VersbegrippenKamp Van IsraëlValleienVertrekkenNaar Een Nieuwe Plek Gaan

Als nu Izak wedergekeerd was, groef hij die waterputten op, die zij ten tijde van Abraham, zijn vader, gegraven, en die de Filistijnen na Abrahams dood toegestopt hadden; en hij noemde derzelver namen naar de namen, waarmede zijn vader die genoemd had.

VersbegrippenBronnen StoppenMensen Die Dingen BenoemenTijden Van Mensen

En de herders van Gerar twistten met Izaks herders, zeggende: Dit water hoort ons toe! Daarom noemde hij de naam van die put Esek, omdat zij met hem gekeven hadden.

VersbegrippenSlechte DienarenVoorbeelden Van OneerlijkheidMensen Die Andere Dingen BezittenMensen Die Dingen BenoemenBijhouden Voorraad

Toen groeven zij een andere put, en daar twistten zij ook over; daarom noemde hij deszelfs naam Sitna.

VersbegrippenUitgravingMensen TegenMensen Die Dingen Benoemen

En hij brak op van daar, en groef een andere put, en zij twistten over dien niet; daarom noemde hij deszelfs naam Rehoboth, en zeide: Want nu heeft ons de HEERE ruimte gemaakt, en wij zijn gewassen in dit land.

VersbegrippenOvervloed, MaterieelUitgravingPotentieel Van FruitRuime PlekMensen Die Dingen BenoemenVrijheidNaar Een Nieuwe Plek GaanRuimteVruchtbaarheidLand

Daarna toog hij van daar op naar Ber-seba.

VersbegrippenBier

Toen bouwde hij daar een altaar, en riep den Naam des HEEREN aan. En hij sloeg aldaar zijn tent op; en Izaks knechten groeven daar een put.

VersbegrippenAltarenGod AanroepenNomadenTentenAltaren Gebouwd DoorAltaren BouwenUitgraving

En hij noemde denzelven Seba; daarom is de naam dier stad Ber-seba, tot op dezen dag.

VersbegrippenVloekenGegeven Namen Tot VandaagMensen Die Dingen Benoemen

Als nu Ezau veertig jaren oud was, nam hij tot een vrouw Judith, de dochter van Beeri, den Hethiet, en Basmath, de dochter van Elon, den Hethiet.

VersbegrippenKinderen, Slechte KinderenPolygamie

En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!

VersbegrippenOorzaken Van BlindheidHandicaps Van OuderdomOgen Aangetast DoorHandicapsBereiken Van Hoge LeeftijdVisieLichamelijke ZwakteVerduisterd ZichtZie Mij!Anderen Die Oproepen

Rebekka nu hoorde toe, als Izak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht.

VersbegrippenLuisteren

Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.

VersbegrippenGeitenSoorten DierenSmakelijkTwee DierenVan Andere Dingen Houden

En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.

VersbegrippenVoedsel VragenVoor De DoodMensen Die Zegenen

Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.

VersbegrippenSmakelijkVan Andere Dingen Houden

En hij kwam tot zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon?

VersbegrippenWie Is Dit?Zie Mij!

Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de HEERE uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.

VersbegrippenMensen OverwinnenWerk Is Binnenkort Gedaan

Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen.

VersbegrippenStemmenContact Met MensenDingen HerkennenValsspelers

Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem.

VersbegrippenHarige MensenGeen Mensen HerkennenMensen Die Anderen Zegenen

En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!

VersbegrippenIs Het Echt?Dat Ben Ik

Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk.

VersbegrippenWijnWijn VerschaffenMensen Die Zegenen

En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft.

VersbegrippenMensen Die KussenNeuzenContact Met MensenGezegend Door GodMensen Die Anderen Zegenen

Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!

VersbegrippenLeven En Karakter Van JacobMensen DienenGroetenZegen Door Gods VolkIsraël Vervloeken

Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.

VersbegrippenSmakelijkMensen Die ZegenenHertKoken

En Izak, zijn vader, zeide tot hem: Wie zijt gij? En hij zeide: Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau.

VersbegrippenEerstgeboren ZonenWie Is Dit?Dat Ben Ik

Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.

VersbegrippenBevenIndividuen Die BevenWie Is Dit?Mensen Die Zegenen

Als Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zo schreeuwde hij met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!

VersbegrippenWrok Tegenover MensenZelfmedelijdenEmotionele Aspecten Van LijdenStemmenBitter ZijnMensen Die ZegenenBitterheid

En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.

VersbegrippenVoorbeelden Van OnrechtMensen Die ZegenenZij Die Bedrogen

Toen zeide hij: Is het niet omdat men zijn naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen? mijn eerstgeboorte heeft hij genomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! Voorts zeide hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden?

VersbegrippenLeven En Karakter Van JacobZaken Twee Keer DoenMensen Die Mensen BenoemenInhaligMensen Die ZegenenAndere Zaken Opslaan

Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.

VersbegrippenPogingen Om Bepaalde Mensen Te DodenVertellen Over Wat Mensen Gezegd Hebben

Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?

VersbegrippenWoede, Zondige VoorbeeldenDingen VergetenAfnemende WoedeVerlies

En Hij geve u den zegen van Abraham; aan u, en uw zaad met u, opdat gij erfelijk bezit het land uwer vreemdelingschappen, hetwelk God aan Abraham gegeven heeft.

VersbegrippenZegen Door Gods VolkGod Gaf Het Land

Alzo zond Izak Jakob weg, dat hij toog naar Paddan-Aram, tot Laban, den zoon van Bethuel, den Syrier, den broeder van Rebekka, Jakobs en Ezau's moeder.

VersbegrippenLeven En Karakter Van Jacob

Als nu Ezau zag, dat Izak Jakob gezegend, en hem naar Paddan-Aram weggezonden had om zich van daar een vrouw te nemen; en als hij hem zegende, dat hij hem geboden had, zeggende: Neem geen vrouw van de dochteren van Kanaan;

VersbegrippenSituaties ZienEen Vrouw NemenMensen Die Anderen Zegenen

En hij geraakte op een plaats, waar hij vernachtte; want de zon was ondergegaan; en hij nam van de stenen dier plaats, en maakte zijn hoofdpeluw, en legde zich te slapen te dierzelver plaats.

VersbegrippenNachtDe ZonBeddenZonsondergangStenen Als Monumenten

Toen nu Jakob van zijn slaap ontwaakte, zeide hij: Gewisselijk is de HEERE aan deze plaats, en ik heb het niet geweten!

VersbegrippenAngst Veroorzaakt DoorVroeg OpstaanGodsvrucht 's OchtendsDe Aanwezigheid Van GodOntwaken

En hij vreesde, en zeide: Hoe vreselijk is deze plaats! Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels!

VersbegrippenPoortenDe Hemel, Gods HuisOntzagVroeg OpstaanGodsvrucht 's OchtendsTerreur Van GodBethel Het Huis Van GodHemelse Visie

Toen stond Jakob des morgens vroeg op, en hij nam dien steen, dien hij tot zijn hoofdpeluw gelegd had, en zette hem tot een opgericht teken, en goot daar olie boven op.

VersbegrippenObjecten ZalvenZalven Met OlieGodsvrucht 's OchtendsOchtendOlieVroeg OpstaanMonumentenGedenkstenenStenen Als MonumentenZij Die Vroeg OpstondenDingen ZalvenZalfolie

En hij noemde den naam dier plaats Beth-El; daar toch de naam dier stad te voren was Luz.

VersbegrippenHuis Van GodMensen Die Dingen Benoemen

En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.

VersbegrippenDrie GroepenGrote DingenBronnen Stoppen

En hij zeide tot hen: Kent gij Laban, den zoon van Nahor? En zij zeiden: Wij kennen hem.

VersbegrippenKleinkinderenMensen KennenImmigranten

Voorts zeide hij tot hen: Is het wel met hem? En zij zeiden: Het is wel; en zie, Rachel, zijn dochter, komt met de schapen.

VersbegrippenZij Die Voorraad Hadden

En hij zeide: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld worde; drenkt de schapen, en gaat heen, weidt dezelve.

VersbegrippenDe ZonSamenkomst Van WezensTijdloosheidDieren VoedenGedurende De DagNiet De Tijd

Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden; want zij was een herderin.

VersbegrippenTerwijl We PratenZij Die Voorraad Hadden

En Jakob kuste Rachel; en hij hief zijn stem op en weende.

VersbegrippenMensen Die KussenKussendKussenVoorhuwelijks

En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.

VersbegrippenRennen Met NieuwsFamilieleden

En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijner zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, en omhelsde hem, en kuste hem, en bracht hem tot zijn huis. En hij vertelde Laban al deze dingen.

VersbegrippenMensen Die KussenWapensKussendIndividuen Die LopenGenoemde Zusters

Toen zeide Laban tot hem: Voorwaar, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees! En hij bleef bij hem een volle maand.

VersbegrippenBenenLichaamEen MaandZelfde Vlees En BonenRuimte

En het geschiedde des avonds, dat hij zijn dochter Lea nam, en bracht haar tot hem; en hij ging tot haar in.

VersbegrippenSex Binnen Het HuwelijkHuwelijksseks tussenOverdaad

En het geschiedde des morgens, en ziet, het was Lea. Daarom zeide hij tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt; heb ik niet bij u gediend om Rachel? waarom hebt gij mij dan bedrogen?

VersbegrippenOchtendWat Doe Jij?Zij Die Bedrogen

En Jakob deed alzo; en hij vervulde de week van deze. Toen gaf hij hem Rachel, zijn dochter, hem tot een vrouw.

VersbegrippenGewoonten In Verband Met Het HuwelijkPolygamieHet Werk Van De Mens Dat Voltooid Is

En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Dewijl de HEERE gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon.

VersbegrippenGod Besteedde Aandacht Aan MijIndividuen HatenMensen Met Toepasselijke Namen

Toen ontstak Jakobs toorn tegen Rachel, en hij zeide: Ben ik dan in plaats van God, Die de vrucht des buiks van u geweerd heeft?

VersbegrippenOnvruchtbare VrouwenRedenen Voor OnvruchtbaarheidMannen Als GodenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

En Ruben ging in de dagen van de tarweoogst, en hij vond Dudaim in het veld, en hij bracht die tot zijn moeder Lea. Toen zeide Rachel tot Lea: Geef mij toch van uws zoons Dudaim.

VersbegrippenTarwe

En zij zeide tot haar: Is het weinig, dat gij mijn man genomen hebt, dat gij ook mijns zoons Dudaim nemen zult? Toen zeide Rachel: Daarom zal hij dezen nacht voor uws zoons Dudaim bij u liggen.

VersbegrippenSex Binnen Het HuwelijkHuwelijksseks tussenAndere Mensen NemenOnbelangrijke Mensen

Als nu Jakob des avonds uit het veld kwam, ging Lea uit hem tegemoet, en zeide: Gij zult tot mij inkomen; want ik heb u om loon zekerlijk gehuurd voor mijns zoons Dudaim; en hij lag dien nacht bij haar.

VersbegrippenHurenSex Binnen Het HuwelijkMensen OntmoetenHuwelijksseks tussen

En Lea zeide: God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift; ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard; en zij noemde zijn naam Zebulon.

VersbegrippenGeschenkenGeschenken Van GodAndere Geschenken Van GodMensen Met Toepasselijke Namen

Hij zeide dan: Noem mij uitdrukkelijk uw loon, dat ik geven zal.

Toen zeide hij tot hem: Gij weet, hoe ik u gediend heb, en hoe uw vee bij mij geweest is.

VersbegrippenMensen Met Algemene KennisIndividuen DienenZij Die Voorraad Hadden

En hij zeide: Wat zal ik u geven? Toen zeide Jakob: Gij zult mij niet met al geven, indien gij mij deze zaak doen zult; ik zal wederom uw kudden weiden, en bewaren.

VersbegrippenDieren VoedenWat Is Dit?Niet OntvangenZij Die Voorraad Hadden

En hij zonderde af ten zelfden dage de gesprenkelde en geplekte bokken en al de gespikkelde en geplekte geiten, al waar wit aan was, en al het bruine onder de lammeren; en hij gaf dezelve in de hand zijner zonen.

VersbegrippenZwarte DierenOnzuivere WezensZwart En WitDieren Nemen

En hij stelde een weg van drie dagen tussen hem, en tussen Jakob; en Jakob weidde de overige kudde van Laban.

VersbegrippenVoedenGewichten En Maten, AfstandenVertrekkenDrie DagenZij Die Voorraad Hadden

Toen nam zich Jakob roeden van groen populierenhout, en van hazelaar, en van kastanjen; en hij schilde daarin witte strepen, ontblotende het wit, hetwelk aan die roeden was.

VersbegrippenAmandelenWitBomenPolenVillenZwart En Wit

En hij legde deze roeden, die hij geschild had, in de goten, en in de drinkbakken van het water, waar de kudde kwam drinken, tegenover de kudde; en zij werden verhit, als zij kwamen om te drinken.

VersbegrippenParende DierenContainer Voor WaterPolenVillen

Toen scheidde Jakob de lammeren, en hij wendde het gezicht der kudde op het gesprenkelde, en al het bruine onder Labans kudde; en hij stelde zijn kudden alleen, en hij zette ze niet bij de kudde van Laban.

VersbegrippenHerder Als BeroepDieren ScheidenZwarte DierenNiet Mengen

Maar als de kudde spade hittig werd, zo stelde hij ze niet, zodat de spadelingen Laban, en de vroegelingen Jakob toekwamen.

VersbegrippenKracht Van DierenZwakke Dieren

En die man brak gans zeer uit in menigte, en hij had vele kudden, en dienstmaagden, en dienstknechten, en kemelen, en ezelen.

VersbegrippenOvervloed, MaterieelGrootsheidSchapenGroei In RijkdomGroepen Van SlavenMassa's EzelsSchapen BezittenRijke MensenRijkdom En Voorspoed

Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.

VersbegrippenVoorbeeld Van AfgunstRijk WordenBezittingen Nemen

En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.

VersbegrippenGod Met Specifieke MensenErgerVerandering

Public domain