6 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Hoed' in de Bijbel

Dit nu zijn de klederen, die zij maken zullen: een borstlap, en een efod, en een mantel, en een rok vol oogjes, een hoed en een gordel; zij zullen dan voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, en voor zijn zonen, om Mij het priesterambt te bedienen.

VersbegrippenAaron, Als HogepriesterEphodsHoofdbedekkingHogepriesters In OTGewadenJurkVlechtenTulband En Petten

En gij zult dezelve aanhechten met een hemelsblauw snoer, alzo dat zij aan den hoed zij; aan de voorste zijde des hoeds zal zij zijn.

VersbegrippenDingen VerbindenTouwenBlauwe TouwenTulband En Petten

Gij zult ook een rok vol oogjes maken, van fijn linnen; gij zult ook den hoed van fijn linnen maken; maar den gordel zult gij van geborduurd werk maken.

VersbegrippenBorduurwerkLinnenVaardigheidSpinnen En WevenVlechtenLinnen VoorwerpenTulband En Petten

En gij zult den hoed op zijn hoofd zetten; de kroon der heiligheid zult gij aan den hoed zetten.

VersbegrippenHoofdbedekkingTulband En Petten

En den hoed van fijn linnen, en de sierlijke mutsen van fijn linnen, en de linnen onderbroeken van fijn getweernd linnen;

VersbegrippenJurkLinnen VoorwerpenTulband En PettenOnderkleding

En zij hechtten een snoer van hemelsblauw daaraan, om aan den hoed van boven te hechten, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.

VersbegrippenDingen VerbindenTouwenBlauwe Touwen

Public domain