2751 gebeurtenissen

'Hun' in de Bijbel

En Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven voor hun honger, en hun water uit de steenrots voortgebracht voor hun dorst; en Gij hebt tot hen gezegd, dat zij zouden ingaan om te erven het land, waarover Gij Uw hand ophieft, dat Gij het hun zoudt geven.

VersbegrippenSoorten BroodHand Van GodMannaDorstGod Voorziet WaterGod Gaf Het Land

Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hun nek verhard, en niet gehoord naar Uw geboden;

VersbegrippenGod VergetenNekGevolgen Van TrotsZelfverantwoordingKoppigheidOngeloof Als Antwoord Tot GodEigen WilTrotse MensenGods Wet Breken

En zij hebben geweigerd te horen, en niet gedacht aan Uw wonderen, die Gij bij hen gedaan hadt, en hebben hun nek verhard, en in hun wederspannigheid een hoofd gesteld, om weder te keren tot hun dienstbaarheid. Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig, en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten.

VersbegrippenHet Medeleven Van GodWoedeAgressieBeschrijving Van De Toorn Van GodLuisterenTerughoudendheidZonde En De Aard Van GodDe Liefdevolle Vriendelijkheid Van GodEigen WilGod Die Niet VerzaaktSlaven MakenEen Vergevingsgezinde GodSnelheid Van Gods WoedeWoede En Vergiffenis

Alzo hebt Gij hen veertig jaren onderhouden in de woestijn; zij hebben geen gebrek gehad; hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten niet gezwollen.

VersbegrippenKledingNummer Veertig40 Tot 50 jaarDingen Die VerslijtenGod Voorziet

Voorts hebt Gij hun koninkrijken en volken gegeven, en hebt hen verdeeld in hoeken. Alzo hebben zij erfelijk bezeten het land van Sihon, te weten, het land des konings van Hesbon, en het land van Og, koning van Basan.

VersbegrippenKoninkrijkenGod Stelt Grenzen

Gij hebt ook hun kinderen vermenigvuldigd, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen hadt gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten.

VersbegrippenZegeningen Aan AbrahamSterren

Alzo zijn de kinderen daarin gekomen, en hebben dat land erfelijk ingenomen; en Gij hebt de inwoners des lands, de Kanaanieten, voor hun aangezicht ten ondergebracht, en hebt hen in hun hand gegeven, mitsgaders hun koningen en de volken des lands, om daarmede te doen naar hun welgevallen.

VersbegrippenVoorbeelden Van OorlogZij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven

Maar zij zijn wederspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uw wet achter hun rug geworpen, en Uw profeten gedood die tegen hen betuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren gedaan.

VersbegrippenVoorbeelden Van AanmoedigingRespectloosUitdagingenOndankbaarheidVoorbeelden Van MartelaarschapRedenen Voor MartelaarschapOntrouw Tegenover GodKarakter Van Het KwaadDe Aard Van Opstand Tegen GodOpstand Tegen God Getoond InProfeten DodenGods Wet Breken

Daarom hebt Gij hen gegeven in de hand hunner benauwers, die hen benauwd hebben; maar als zij in den tijd hunner benauwdheid tot U riepen, hebt Gij van den hemel gehoord, en hun naar Uw grote barmhartigheden verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten.

VersbegrippenDe Houding Van God Tegenover WreedheidBeantwoord GebedReddingVerlossersGod Redt Van De VijandenGod Besteedde Aandacht Aan HenGod Beantwoordde Gebed

En Gij hebt tegen hen betuigd, om hen te doen wederkeren tot Uw wet; maar zij hebben trotselijk gehandeld, en niet gehoord naar Uw geboden, en tegen Uw rechten, tegen dezelve hebben zij gezondigd, door dewelke een mens, die ze doet, leven zal; en zij hebben hun schouder teruggetogen, en hun nek verhard, en niet gehoord.

VersbegrippenDe Aard Van ZondeStijfkoppige MensenLeven Door Zich Aan De Wet Te HoudenWerk Van De WetTrotse Mensen

Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven hadt; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken.

VersbegrippenGod Niet Dienen

En het vermenigvuldigt zijn inkomste voor den koningen, die Gij over ons gesteld hebt, om onzer zonden wil; en zij heersen over onze lichamen en over onze beesten, naar hun welgevallen; alzo zijn wij in grote benauwdheid.

VersbegrippenLichaamHerfstOngeschikte Regel

En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

En het overige des volks, de priesteren, de Levieten, de poortiers, de zangers, de Nethinim, en al wie zich van de volken der landen had afgescheiden tot Gods wet, hun vrouwen, hun zonen en hun dochteren, al wie wetenschap en verstand had;

VersbegrippenScheiden Van Slechte MensenZangersMensen Met KennisTempelassistenten

Die hielden zich aan hun broederen, hun voortreffelijken, en kwamen in den vloek en in den eed, dat zij zouden wandelen in de wet Gods, die gegeven is door de hand van den knecht Gods, Mozes; en dat zij zouden houden, en dat zij zouden doen al de geboden des HEEREN, onzes Heeren, en Zijn rechten en Zijn inzettingen;

VersbegrippenVerbintenis Tot GodMenselijke BeloftesDienaren Van De HeerDe Vloek Van De WetLatere Verbonden Met GodMensen Die Gebonden Zijn Aan Een EedDe Wet Gegeven Door Mozes

En dat wij onze dochteren niet zouden geven aan de volken des lands, noch hun dochteren nemen voor onze zonen.

VersbegrippenExclusiviteitBeperkingen Omtrent Het HuwelijkDeelname In ZondeGemengde Huwelijken

En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).

VersbegrippenSteden in IsraëlTempelassistenten

En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

En de poortiers: Akkub, Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig.

VersbegrippenPoortwachtersPoortenPortiersHonderd En Enkelen

In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;

Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de dagen van Jesua.

En Bakbukja, en Unni, hun broederen, waren tegen hen over in de wachten.

De hoofden dan der Levieten waren Hasabja, Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiel, en hun broederen tegen hen over, om te prijzen en te danken, naar het gebod van David, den man Gods, wacht tegen wacht.

VersbegrippenDeelname In ChristusAntwoordLof Moet Aangeboden Worden Voor

In de inwijding nu van Jeruzalems muur, zochten zij de Levieten uit al hun plaatsen, dat zij hen te Jeruzalem brachten, om de inwijding te doen met vreugde, en met dankzeggingen, en met gezang, cimbalen, luiten, en met harpen.

VersbegrippenBaby ToewijdingHarpenVreugde Van IsraëlLierMuziekSoorten MuziekinstrumentenOrkestenCymbalenDe Muren Van Jeruzalem Bouwen

En zijn broeders, Semaja, en Azareel, Milalai, Gilalai, Maai, Nethaneel, en Juda, Hanani, met muziekinstrumenten van David, den man Gods; en Ezra, de schriftgeleerde, ging voor hun aangezicht heen.

VersbegrippenMan Van God

Ook vernam ik, dat der Levieten deel hun niet gegeven was; zodat de Levieten en de zangers, die het werk deden, gevloden waren, een iegelijk naar zijn akker.

VersbegrippenVerzuimKorenTiendenLandbouwTienden En OffersLandbouw

En ik twistte met de overheden, en zeide: Waarom is het huis Gods verlaten? Doch ik vergaderde hen, en herstelde ze in hun stand.

VersbegrippenAchtergelaten WordenVerzuimGeschillenGods Dingen Verzaken

En ik stelde tot schatmeesters over de schatten, Selemja, den priester, en Zadok, den schrijver, en Pedaja, uit de Levieten; en aan hun hand Hanan, den zoon van Zakkur, den zoon van Matthanja; want zij werden getrouw geacht, en hun werd opgelegd aan hun broederen uit te delen.

VersbegrippenGoede DienarenTrouwSchatkistenWinkels Voor Eten

En hun kinderen spraken half Asdodisch, en zij konden geen Joods spreken, maar naar de taal eens iegelijken volks.

VersbegrippenBreuken, Een HalfToespraak

Zo twistte ik met hen, en vloekte hen, en sloeg sommige mannen van hen, en plukte hun het haar uit; en ik deed hen zweren bij God: Indien gij uw dochteren hun zonen zult geven, en indien gij van hun dochteren voor uw zonen of voor u zult nemen!

VersbegrippenMenselijke VloekenGeselingHarenGeschillenHaar PlukkenDe Goddeloze VervloekenMensen Die Gebonden Zijn Aan Een EedVloekenInterraciaal

Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.

VersbegrippenVertellen Over Situaties Van Mensen

Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven.

VersbegrippenVoorbeelden Van OmkoperijAndere LeringenMenselijke Wetten BrekenDe wet Gegeven Aan Israël

De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.

VersbegrippenMaand 12Israëlieten Doden

En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings.

VersbegrippenTentoonstellenPromotieHoe Meer Kinderen Hoe BeterEer ZoekenRijke Mensen

Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.

VersbegrippenAfrikaMaand 3Honderd En EnkelenAlfabet

Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan, om te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hun buit te roven;

VersbegrippenPurimfeestRegels Over De Buit

De inhoud van dit schrift was: dat een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden.

VersbegrippenKopieën Van DocumentenMan Die Wraak Neemt

In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.

VersbegrippenMaand 12Joden Onder DreigingMensen Haten

Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.

VersbegrippenAngst Voor Andere Mensen

De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.

De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof.

VersbegrippenTien Mensen

En de Joden, die te Susan waren, vergaderden ook op den veertienden dag der maand Adar, en zij doodden te Susan driehonderd mannen; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdMaand 12Driehonderd En MeerAantal Vreemdelingen Gedood

De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig DuizendJoden Onder DreigingMensen HatenAantal Vreemdelingen Gedood

Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen.

VersbegrippenVijanden OverwinnenMensen Die Zorgen Voor VoedselVreugde In Gods Werk

Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar;

VersbegrippenPurimfeest

Dat deze dagen gedacht zouden worden en onderhouden, in alle en elk geslacht, elk huisgezin, elk landschap en elke stad; en dat deze dagen van Purim niet zouden overtreden worden onder de Joden, en dat de gedachtenis derzelve geen einde nemen zou bij hun zaad.

VersbegrippenHerdenking

Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.

VersbegrippenHoe Te Vasten

En zijn zonen gingen, en maakten maaltijden in ieders huis op zijn dag; en zij zonden henen, en nodigden hun drie zusteren, om met hen te eten en te drinken.

VersbegrippenFeestenBanketten, activiteitenUitnodigingenVrijetijd En VrijetijdsbestedingVermaakVieringVieren

Het geschiedde dan, als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond, en hen heiligde en des morgens vroeg opstond, en brandofferen offerde naar hun aller getal; want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen.

VersbegrippenGewoonteSlechte OudersDe Gebeden Van Ouders Voor Hun KinderenVoorbeelden Van Vroeg OpstaanVoorbeelden Van FamiliesGodsvrucht 's OchtendsVerbrand OfferOfferandesZonenWereldlijk Plezier Leidt TotDe Plicht Van Ouders Tegenover KinderenVroeg OpstaanZij Die Vroeg OpstondenGod VervloekenMensen Heilig MakenVroeg OpstaanOfferKinderenRozen

Er was nu een dag, als zijn zonen en zijn dochteren aten, en wijn dronken in het huis van hun broeder, den eerstgeborene.

VersbegrippenGod Is Heilig

Dat een bode tot Job kwam, en zeide: De runderen waren ploegende, en de ezelinnen weidende aan hun zijden.

VersbegrippenLandbouw, VoorwaardenBoodschapperPloegenDe Aarde BewerkenHet Eten Van Dieren

Als deze nog sprak, zo kwam een ander, en zeide: Uw zonen en uw dochteren aten, en dronken wijn, in het huis van hun broeder, den eerstgeborene;

VersbegrippenTerwijl We Praten

En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.

VersbegrippenStof, Figuurlijk GebruiktGewadenBesprenkelenScheuren Van KledingHuilenVanop Een Afstand BekijkenStof Op Het HoofdGeen Mensen HerkennenZij Die Kledij Verscheurden

Dat hem vervloeken de vervloekers des dags, die bereid zijn hun rouw te verwekken;

VersbegrippenLeviathanNamen En Titels Voor SatanDingen Vervloeken

Of met de vorsten, die goud hadden, die hun huizen met zilver vervulden.

VersbegrippenGoud

Verreist niet hun uitnemendheid met hen? Zij sterven, maar niet in wijsheid.

VersbegrippenTentenDwaasheid Van De Mens

Wiens oogst de hongerige verteerde, dien hij ook tot uit de doornen gehaald had; de struikrover slokte hun vermogen in.

VersbegrippenHerfstNiet Oogsten Wat Je ZaaideHindernissen Overwinnen

Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten.

VersbegrippenNood Aan Gods BegeleidingToestellen Van KwaadDwalingFrustratieTeleurstellingSucces En Hard Werk

Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.

VersbegrippenGods Houding Tegenover OnderdrukkingBoksenGod Redt Van De VijandenGod Helpt De Armen

Zullen die u niet leren, tot u spreken, en uit hun hart redenen voortbrengen?

Den band der koningen maakt Hij los, en Hij bindt den gordel aan hun lenden.

VersbegrippenGod Bevrijdt Gevangenen

Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.

VersbegrippenDe Eindigheid Van De DoodDood Is DefinitiefOntwaken

Hetwelk de wijzen verkondigd hebben, en men voor hun vaderen niet verborgen heeft;

VersbegrippenVertellen Over Wat Mensen Gezegd Hebben

Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

VersbegrippenVergankelijke RijkdomNadelen Van Rijkdom

Zijn ontvangen moeite, en baren ijdelheid, en hun buik richt bedrog aan.

VersbegrippenBedrog In De Gevallen Menselijke NatuurOndeugd

Zij gapen met hun mond tegen mij; zij slaan met smaadheid op mijn kinnebakken; zij vervullen zich te zamen aan mij.

VersbegrippenKakenVoorwerp Van SpotGeslagen WangenDe Rechtvaardigen Slaan

Want hun hart hebt Gij van kloek verstand verborgen; daarom zult Gij hen niet verhogen.

VersbegrippenDwaasheid Van De Mens

Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen.

VersbegrippenGastenBeschouwd Worden Als Vreemdelingen

Hun zaad is bestendig met hen voor hun aangezicht, en hun spruiten zijn voor hun ogen.

VersbegrippenGezegende Kinderen

Hun huizen hebben vrede zonder vreze, en de roede Gods is op hen niet.

VersbegrippenZij Die Niet Vrezen

Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen.

VersbegrippenDansenVrijetijd En VrijetijdsbestedingTijdverdrijf Van KinderenOntspanning

In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf.

VersbegrippenDood Van De GoddelozenPlotselinge DoodDe Goddelozen GedijenRijkdom En Voorspoed

Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.

VersbegrippenRaadgeversDe Raad Van De Mens

Hoe dikwijls geschiedt het, dat de lamp der goddelozen uitgeblust wordt, en hun verderf hun overkomt; dat God hun smarten uitdeelt in Zijn toorn!

VersbegrippenLampenKwellingen Van De GoddelozenVoorspoed Van Het Kwaad

Hebt gijlieden niet gevraagd de voorbijgaanden op den weg, en kent gij hun tekenen niet?

VersbegrippenReizigers

Die rimpelachtig gemaakt zijn, als het de tijd niet was; een vloed is over hun grond uitgestort;

VersbegrippenChaosDe ZondvloedVroege Dood

Die zeiden tot God: Wijk van ons! En wat had de Almachtige hun gedaan?

VersbegrippenOntrouw Aan GodGods Macht In Vraag Stellen

Hij had immers hun huizen met goed gevuld; daarom is de raad der goddelozen verre van mij.

VersbegrippenGoede Dingen GevenDe Raad Van De Mens

Dewijl onze stand niet verdelgd is, maar het vuur hun overblijfsel verteerd heeft.

VersbegrippenMaterialisme Als Een Aspect Van Zonde

Ziet, zij zijn woudezels in de woestijn; zij gaan uit tot hun werk, makende zich vroeg op ten roof; het vlakke veld is hem tot spijs, en den jongeren.

VersbegrippenVoedsel ZoekenWilde Ezels

Tussen hun muren persen zij olie uit, treden de wijnpersen, en zijn dorstig.

VersbegrippenVerpletterenOlieWijnpersDruiven VertrappelenVerplettert

Want de morgenstond is hun te zamen de schaduw des doods; als men hen kent, zijn zij in de strikken van des doods schaduw.

VersbegrippenDuisternis Van Het Kwaad

Hij is licht op het vlakke der wateren; vervloekt is hun deel op de aarde; hij wendt zich niet tot den weg der wijngaarden.

VersbegrippenStromend WaterVagevuur

Stelt hem God in gerustigheid, zo steunt hij daarop; nochtans zijn Zijn ogen op hun wegen.

VersbegrippenAlwetende GodGods MensenkennisZonde, Bekend Bij GodGod Ziet Alle Mensen

De doden zullen geboren worden van onder de wateren, en hun inwoners.

VersbegrippenDoodsangst, DoodStaat Van De Doden

De oversten hielden de woorden in, en leiden de hand op hun mond.

VersbegrippenIndividuen Die Niet Spreken

De stem der vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.

VersbegrippenIndividuen Die Niet Spreken

Want zij wachtten naar mij, gelijk naar den regen, en sperden hun mond open, als naar den spaden regen.

VersbegrippenRegenBronWeer Zoals In Gods OordeelLicht Van Gods Mensen

Lachte ik hun toe, zij geloofden het niet; en het licht mijns aangezichts deden zij niet nedervallen.

VersbegrippenGlimlachenSereniteit

Verkoos ik hun weg, zo zat ik bovenaan, en woonde als een koning onder de benden, als een, die treurigen vertroost.

VersbegrippenPlicht Tegenover GetroffenenOp de Juiste Wijze LerenMenselijk ComfortDe Aard Van Koningen

Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.

VersbegrippenSpreekwoordSpotLiederenGrappen Maken

Ter rechterhand staat de jeugd op, stoten mijn voeten uit, en banen tegen mij hun verderfelijke wegen.

VersbegrippenJuiste Kant

Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding;

VersbegrippenHet Vermogen Tot HorenBeweging

Hij vermorzelt de geweldigen, dat men het niet doorzoeken kan, en stelt anderen in hun plaats.

VersbegrippenWisselen Van LeidersAfzetten

Daarom dat Hij hun werken kent, zo keert Hij hen des nachts om, en zij worden verbrijzeld.

VersbegrippenAlwetende God

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain