1741 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Koning' in de Bijbel

Toen zwoer de koning, en zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, die mijn ziel uit allen nood verlost heeft;

Voorzeker, gelijk als ik u gezworen heb bij den HEERE, den God Israels, zeggende: Voorzeker zal uw zoon Salomo na mij koning zijn, en zal op mijn troon in mijn plaats zitten; voorzeker, alzo zal ik te dezen zelfden dage doen.

VersbegrippenHet Leven Van Salomo

Toen neigde zich Bathseba met het aangezicht ter aarde, en boog zich neder voor den koning, en zeide: Mijn heer de koning David leve in eeuwigheid!

VersbegrippenBuigen Voor David

En de koning David zeide: Roep mij Zadok, den priester, en Nathan, den profeet, en Benaja, den zoon van Jojada; en zij kwamen voor het aangezicht des konings.

VersbegrippenOntbiedende KoningenGenoemde Profeten Van De Heer

En de koning zeide tot hen: Neemt met u de knechten uws heren, en doet mijn zoon Salomo rijden op de muilezelin, die voor mij is; en voert hem af naar Gihon.

VersbegrippenMuilezelsAchterkantOp Muilezels Rijden

En dat Zadok, de priester, met Nathan, den profeet, hem aldaar tot koning over Israel zalven. Daarna zult gij met de bazuin blazen, en zeggen: De koning Salomo leve!

VersbegrippenTrompetZalving Van KoningenTrompetten Voor De VieringGenoemde Profeten Van De Heer

Dan zult gij achter hem optrekken, en hij zal komen, en zal op mijn troon zitten, en hij zal koning zijn in mijn plaats; want ik heb geboden, dat hij een voorganger zou zijn over Israel en over Juda.

VersbegrippenStammen Van IsraëlKoningen Van Heel Israël Of Juda

Toen antwoordde Benaja, de zoon van Jojada, den koning, en zeide: Amen; alzo zegge de HEERE, de God van mijn heer den koning!

VersbegrippenOvereenkomst Voor GodAmen

Gelijk als de HEERE met mijn heer den koning geweest is, alzo zij Hij met Salomo; en Hij make zijn troon groter dan den troon van mijn heer den koning David!

VersbegrippenGod Met Specifieke MensenHet Koninkrijk Van Salomo

Toen ging Zadok, de priester, af, met Nathan, den profeet, en Benaja, den zoon van Jojada, en de Krethi en de Plethi, en zij deden Salomo rijden op de muilezelin van den koning David, en geleidden hem naar Gihon.

VersbegrippenMuilezelsLijfwachtenOp Muilezels RijdenGenoemde Profeten Van De Heer

En Zadok, de priester, nam den oliehoorn uit de tent, en zalfde Salomo; en zij bliezen met de bazuin, en al het volk zeide: De koning Salomo leve!

VersbegrippenZalving Uitgevoerd OpPlechtighedenGebroken HorensSoorten MuziekinstrumentenOlieSchreeuwenTrompetDe Daad Van ZalvingZalving Van KoningenTrompetten Voor De Viering

En Jonathan antwoordde en zeide tot Adonia: Ja, maar onze heer, de koning David, heeft Salomo tot koning gemaakt.

En de koning heeft met hem gezonden Zadok, den priester, en Nathan, den profeet, en Benaja, den zoon van Jojada, en de Krethi en de Plethi; en zij hebben hem doen rijden op de muilezelin des konings.

VersbegrippenMuilezelsOp Muilezels Rijden

Daartoe hebben hem Zadok, de priester, en Nathan, de profeet, in Gihon tot koning gezalfd, en zijn van daar blijde opgetogen, zodat de stad in roer is; dat is het geroep, dat gij gehoord hebt.

VersbegrippenOpwindingZalving Van Koningen

Zo zijn ook de knechten des konings gekomen, om onzen heer, den koning David, te zegenen, zeggende: Uw God make den naam van Salomo beter dan uw naam, en make zijn troon groter dan uw troon; en de koning heeft aangebeden op de slaapstede.

VersbegrippenBuigenBuigen Voor GodHet Koninkrijk Van Salomo

Ja, ook heeft de koning aldus gezegd: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die heden gegeven heeft een, zittende op mijn troon, dat het mijn ogen gezien hebben!

VersbegrippenSituaties ZienGezegend Zij God!

En men maakte Salomo bekend, zeggende: Zie, Adonia vreest den koning Salomo, want zie, hij heeft de hoornen des altaars gevat, zeggende: Dat de koning Salomo mij als heden zwere, dat hij zijn knecht met het zwaard niet doden zal!

VersbegrippenAngst Van IndividuenMensen Die Gebonden Zijn Aan Een Eed

En de koning Salomo zond heen, en zij deden hem afgaan van het altaar; en hij kwam, en boog zich neder voor den koning Salomo. En Salomo zeide tot hem: Ga heen naar uw huis.

Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.

En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.

VersbegrippenDwaasheidVrouwen Overdragen

En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken.

VersbegrippenWoordvoerders

Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.

VersbegrippenKoninginnenRespect Voor MensenTroonJuiste Kant

Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.

VersbegrippenKleinheid

Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.

VersbegrippenBroersHet Koninkrijk Van Anderen

En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!

VersbegrippenMenselijke Beloftes

En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.

VersbegrippenMoord

En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.

VersbegrippenLijden En OntberingDe Ark In JeruzalemDe Dood Verdienen

En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.

VersbegrippenDoodstraf

En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.

VersbegrippenBuitengaan

En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.

VersbegrippenOnschuldig BloedAfwerpenGenoemde Individuen Doden

En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.

VersbegrippenHet Karakter Van SalomoWisselen Van Leiders

Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.

VersbegrippenHuizen Bouwen

En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen.

VersbegrippenInstemming

Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.

VersbegrippenVluchtelingenSlechte DienarenDrie JaarAnderen Die Gevlucht ZijnTwee Andere Mannen

Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb.

VersbegrippenInstemmingOntbiedende KoningenMensen Die Gebonden Zijn Aan Een Eed

Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.

VersbegrippenMenselijk HartMenselijk IntellectGod Draait Het Kwaad TerugGod Zal Het Eisen

En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.

VersbegrippenGeboden in OTGenoemde Individuen DodenHet Koninkrijk Van Salomo

En Salomo verzwagerde zich met Farao, den koning van Egypte; en nam de dochter van Farao, en bracht ze in de stad Davids totdat hij voleind zou hebben het bouwen van zijn huis en het huis des HEEREN, en den muur van Jeruzalem rondom.

VersbegrippenDochtersVersterkingenAlliantiesStadBouwenDe Geschiedenis Van JeruzalemKoningenPolygamieHet Karakter Van SalomoHet Leven Van SalomoMurenDe Muren Van Jeruzalem BouwenRelaties Opbouwen

En de koning ging naar Gibeon, om aldaar te offeren, omdat die hoogte groot was; duizend brandofferen offerde Salomo op dat altaar.

VersbegrippenMenselijke VrijgevigheidOfferandesPelgrimstochtOffer In OTDuizend DierenOffer Op Het Bronzen Altaar

Nu dan, HEERE, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan.

VersbegrippenOnervarenheidNederigheidVereisten Voor PredikantenJeugdKinderlijkheidDwaze MensenZoals KinderenBuitengaan En BinnenkomenDienend LeiderschapVerantwoordelijkheden Van Vaders

Toen kwamen er twee vrouwen, die hoeren waren, tot den koning; en zij stonden voor zijn aangezicht.

VersbegrippenProstitutieTwee Vrouwen

Toen zeide de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, die leeft, maar uw zoon is het, die dood is; en die zegt: Neen, maar de dode is uw zoon, en de levende mijn zoon.

VersbegrippenTegenspreken

Verder zeide de koning: Haalt mij een zwaard; en zij brachten een zwaard voor het aangezicht des konings.

Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het.

VersbegrippenUiten Van GenegenheidMoederliefdeLiefde En De WereldMenselijke GenadeIngewandenHelft Van LichamenMensen Die Genade TonenDe Liefde Van Moeders Voor Haar KinderenEen Baby VerwachtenBaby

Toen antwoordde de koning, en zeide: Geeft aan die het levende kind, den doodt het geenszins; die is zijn moeder.

VersbegrippenDe Liefde Van Moeders Voor Haar KinderenDood Van Een Moeder

En geheel Israel hoorde dat oordeel, dat de koning geoordeeld had, en vreesde voor het aangezicht des konings; want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen.

VersbegrippenDe Wijsheid Van GodAnderen BeoordelenSlimheidMenselijk Belang Van WijsheidAngst Van Individuen

Alzo was de koning Salomo koning over gans Israel.

VersbegrippenGraad

En Salomo had twaalf bestelmeesters over gans Israel, die den koning en zijn huis verzorgden; voor elk was een maand in het jaar om te verzorgen.

VersbegrippenNummer TwaalfBestuurdersHet Leven Van SalomoOpslaanJarenSpotEen MaandMensen Die ZorgenTwaalf Wezens

Geber, de zoon van Uri, was in het land Gilead, het land van Sihon, den koning der Amorieten, en van Og, den koning van Basan, en hij was de enige bestelmeester, die in dat land was.

VersbegrippenBestuurders

Die bestelmeesters nu, een ieder op zijn maand, verzorgden den koning Salomo, en al degenen, die tot de tafel van den koning Salomo naderden; zij lieten geen ding ontbreken.

VersbegrippenBestuurdersTafels

En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.

VersbegrippenGoede VriendenAfgezantVoorbeelden Van VriendschapZalving Van Koningen

En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.

VersbegrippenDertigduizend En MeerGedwongen Arbeid

Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.

VersbegrippenFunderingenBouwenHuizenFunderingen Van Gebouwen

En dat huis, hetwelk de koning Salomo den HEERE bouwde, was van zestig ellen in zijn lengte, en van twintig in zijn breedte, en van dertig ellen in zijn hoogte.

VersbegrippenBreedteBouwenHoogteAfmetingen Van GebouwenVrijmetselarij

En de koning Salomo zond heen, en liet Hiram van Tyrus halen.

Hij was de zoon ener weduwvrouw, uit den stam van Nafthali, en zijn vader was een man van Tyrus geweest, een koperwerker, die vervuld was met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, om alle werk in het koper te maken; deze kwam tot den koning Salomo, en maakte al zijn werk.

VersbegrippenBronsWerkelijke WeduwenVakmanschap

Daartoe maakte Hiram de wasvaten, en de schoffelen, en de besprengbekkens; en Hiram voleindde al het werk te maken, dat hij voor den koning Salomo maakte voor het huis des HEEREN;

VersbegrippenTalenten GevenBekkensScheppenProvisie Van TempelgereedschapHet Werk Van De Mens Dat Voltooid Is

De potten ook, en de schoffelen, en de besprengbekkens, en al deze vaten, die Hiram voor den koning Salomo tot het huis des HEEREN maakte, alle van gepolijst koper.

VersbegrippenHeilige KommenScheppenHeilige SchalenProvisie Van TempelgereedschapWeedKookpot

In de vlakte van de Jordaan goot ze de koning, in dichte aarde, tussen Sukkoth en tussen Zarthan.

VersbegrippenKleiKlei, Gebruik

Alzo werd al het werk volbracht, dat de koning Salomo aan het huis des HEEREN maakte. Daarna bracht Salomo de geheiligde dingen van zijn vader David; het zilver en het goud, en de vaten legde hij onder de schatten van het huis des HEEREN.

VersbegrippenToewijding In OTZilverOpslaanHet Werk Van De Mens Dat Voltooid IsToewijding

Toen vergaderde Salomo de oudsten van Israel, en al de hoofden der stammen, de oversten der vaderen, onder de kinderen Israels, tot den koning Salomo te Jeruzalem, om de ark des verbonds des HEEREN op te brengen uit de stad Davids, dewelke is Sion.

VersbegrippenOuderen Als GemeenschapsleidersDe Geschiedenis Van JeruzalemGraadSamenkomst LeidersDe Ark In De TempelDe Ouderen Die Bijeenkomen

En alle mannen van Israel verzamelden zich tot den koning Salomo, in de maand Ethanim op het feest; die is de zevende maand.

VersbegrippenMaandHet Nieuwe JaarHerfstMaand 7

De koning Salomo nu en de ganse vergadering van Israel, die bij hem vergaderd waren, waren met hem voor de ark, offerende schapen en runderen, die vanwege de menigte niet konden geteld, noch gerekend worden.

VersbegrippenSchapenOntelbaarVeel WezensEen Kudde Schapen En Geiten Offeren

Daarna wendde de koning zijn aangezicht om, en zegende de ganse gemeente van Israel; en de ganse gemeente van Israel stond.

VersbegrippenMensen Die Anderen Zegenen

En de koning, en gans Israel met hem, offerden slachtofferen voor het aangezicht des HEEREN.

En Salomo offerde ten dankoffer, dat hij den HEERE offerde, twee en twintig duizend runderen, en honderd en twintig duizend schapen. Alzo hebben zij het huis des HEEREN ingewijd, de koning en al de kinderen Israels.

VersbegrippenGeitenMenselijke VrijgevigheidVieringenOffer In OTHet Leven Van SalomoTwintigduizend En MeerHonderdduizend En MeerVredesoffers

Ten zelfden dage heiligde de koning het middelste des voorhofs, dat voor het huis des HEEREN was, omdat hij aldaar het brandoffer en het spijsoffer bereid had, mitsgaders het vet der dankofferen; want het koperen altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN was, was te klein, om de brandofferen, en de spijsofferen, en het vet der dankofferen te vatten.

VersbegrippenBinnenplaatsZwaarlijvigheidGraanKleine DingenOffer Op Het Bronzen AltaarVet Van OffersAanbieden Van Granen En PlengoffersRechtbanken Van De Tempel

Op den achtsten dag liet hij het volk gaan, en zij zegenden den koning; daarna gingen zij naar hun tenten, blijde en goedsmoeds over al het goede, dat de HEERE aan David, Zijn knecht, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had.

VersbegrippenBlijdschapDag 8Vreugde In Gods Werk

(Waartoe Hiram, de koning van Tyrus, Salomo van cederbomen, en van dennenbomen, en van goud, naar al zijn lust opgebracht had), dat alstoen de koning Salomo aan Hiram twintig steden gaf in het land van Galilea.

VersbegrippenCederTwintigCederhoutMensen Die Andere Dingen Geven

En Hiram had den koning gezonden honderd en twintig talenten gouds.

VersbegrippenMunstelselGewichten Van Goud

Dit is nu de oorzaak van het uitschot, dat de koning Salomo deed opkomen, om het huis des HEEREN te bouwen, en zijn huis, en Millo, en den muur van Jeruzalem, mitsgaders Hazor, en Megiddo, en Gezer.

VersbegrippenDienstplichtZware ArbeidDe Muren Van Jeruzalem BouwenGedwongen ArbeidWederopbouw van Jeruzalem

Want Farao, de koning van Egypte, was opgekomen, en had Gezer ingenomen, en haar met vuur verbrand, en de Kanaanieten, die in de stad woonden, gedood, en had haar aan zijn dochter, de huisvrouw van Salomo, tot een geschenk gegeven.

VersbegrippenDochtersBruidschatVerlovingGewoonten In Verband Met Het HuwelijkHuwelijkenVuurzeeBrandende StedenSteden Veroveren

De koning Salomo maakte ook schepen te Ezeon-Geber, dat bij Eloth is, aan den oever der Schelfzee, in het land van Edom.

VersbegrippenDe MarineAccumulerenAndere Verwijzingen Naar De Rode Zee

En zij kwamen te Ofir, en haalden van daar aan goud, vierhonderd en twintig talenten, en brachten het tot den koning Salomo.

VersbegrippenMunstelselHandelGewichten Van GoudTalenten

En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.

VersbegrippenRaadselsMensen Beantwoorden

En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.

VersbegrippenVerwezenlijkingen

Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.

VersbegrippenMensen Van God In OTGod BehagenTroonJoden Als De Uitverkoren Mensen Van GodGezegend Zij God!Gods Liefde Voor Israël

En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen.

VersbegrippenTalentenMunstelselGoudKruiden En SpecerijenGeschenkenJuwelenMensen Die Andere Dingen GevenGewichten Van GoudGeschenken En Talenten

En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.

VersbegrippenHarpenLierZingenMuziekinstrumenten, Gemaakt VanLieren

En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.

VersbegrippenMenselijke VrijgevigheidKoninginnenHet Karakter Van SalomoGeschenkenIndividuen Die Naar Huis GaanMensen Die Andere Dingen Geven

Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.

VersbegrippenNummer TweehonderdGewichten Van Goud

Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.

VersbegrippenBossenDrie- Tot VierhonderdKoninklijke HuizenDriehonderd En MeerGewichten Van Goud

Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.

VersbegrippenKunstIvoorOmhuld In Goud

Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.

VersbegrippenKop, Letterlijk GebruikBossenGoudLuxeZilver

Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.

VersbegrippenGoudIvoorZilverHandelDrie JaarHandelsschepenDriejaarlijksHandel Van MetalenHuisdierenZeilen

Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.

VersbegrippenKoningen En WijsheidRijke MensenRijkdom En Voorspoed

Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.

VersbegrippenVermenigvuldigenStrijdwagensHet Karakter Van SalomoAccumulerenDuizendenElf Tot Negentien Duizend

En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.

VersbegrippenCederZilverEsdoornenBomenCederhoutDe Shephelah

En de koning Salomo had veel vreemde vrouwen lief, en dat benevens de dochter van Farao: Moabietische, Ammonietische, Edomietische, Sidonische, Hethietische;

VersbegrippenKoningenHet Karakter Van SalomoDe Universaliteit Van VerleidingOvergeven Aan VerleidingRelaties Met VreemdelingenMannen En Vrouwen Die LiefhaddenDe Plaats Van De VrouwEerherstel

En zij maakten zich op van Midian, en kwamen tot Paran, en kwamen in Egypte tot Farao, den koning van Egypte, die hem een huis gaf, en hem voeding toezeide, en hem een land gaf.

Ook verwekte God hem een wederpartijder, Rezon, den zoon van Eljada, die gevloden was van zijn heer Hadad-ezer, den koning van Zoba,

Daartoe Jerobeam, de zoon van Nebat, een Efrathiet van Zereda, Salomo's knecht (wiens moeders naam was Zerua, een weduwvrouw), hief ook de hand op tegen den koning.

VersbegrippenWerkelijke Weduwen

Dit is nu de zaak, waarom hij de hand tegen den koning ophief. Salomo bouwde Millo, en sloot de breuk der stad van zijn vader David toe.

VersbegrippenDingen VerzegelenWederopbouw van Jeruzalem

Zo zal Ik u nemen, en gij zult regeren over al wat uw ziel zal begeren; en gij zult koning zijn over Israel.

Daarom zocht Salomo Jerobeam te doden; maar Jerobeam maakte zich op, en vlood in Egypte, tot Sisak, den koning van Egypte, en was in Egypte, totdat Salomo stierf.

VersbegrippenVluchtelingenPogingen Om Bepaalde Mensen Te DodenEerherstel

Daarna ontsliep Salomo met zijn vaderen, en werd begraven in de stad van zijn vader David; en Rehabeam, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.

VersbegrippenErfgenamenSlaap En DoodBegraven In De Stad Van DavidKoningen Van Heel Israël Of Juda

En Rehabeam toog naar Sichem, want het ganse Israel was te Sichem gekomen, om hem koning te maken.

VersbegrippenKroningenKoningen Maken

Het geschiedde nu, als Jerobeam, de zoon van Nebat, dit hoorde, daar hij nog in Egypte was (want hij was van het aangezicht van den koning Salomo gevloden; en Jerobeam woonde in Egypte),

Public domain