'Met' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:21-Genesis 31:25
- 2.Genesis 31:26-Exodus 2:3
- 3.Exodus 2:6-Exodus 28:3
- 4.Exodus 28:11-Leviticus 1:15
- 5.Leviticus 1:16-Leviticus 20:2
- 6.Leviticus 20:10-Numberi 15:36
- 7.Numberi 16:10-Deuteronomium 7:5
- 8.Deuteronomium 7:8-Deuteronomium 33:24
- 9.Deuteronomium 33:26-Richteren 1:7
- 10.Richteren 1:8-Richteren 18:16
- 11.Richteren 18:17-1 Samuël 18:14
- 12.1 Samuël 18:21-2 Samuël 12:17
- 13.2 Samuël 12:30-1 Koningen 1:40
- 14.1 Koningen 1:41-1 Koningen 18:28
- 15.1 Koningen 18:32-2 Koningen 15:16
- 16.2 Koningen 15:19-1 Kronieken 17:6
- 17.1 Kronieken 17:8-2 Kronieken 16:13
- 18.2 Kronieken 16:14-2 Kronieken 34:25
- 19.2 Kronieken 34:28-Nehemia 12:41
- 20.Nehemia 12:42-Job 29:5
- 21.Job 29:14-Psalmen 35:13
- 22.Psalmen 35:16-Psalmen 92:3
- 23.Psalmen 92:4-Spreuken 5:17
- 24.Spreuken 5:22-Prediker 9:10
- 25.Prediker 9:12-Jesaja 28:18
- 26.Jesaja 28:27-Jesaja 59:6
- 27.Jesaja 59:21-Jeremia 22:15
- 28.Jeremia 22:19-Jeremia 52:14
- 29.Jeremia 52:22-Ezechiël 20:36
- 30.Ezechiël 20:39-Ezechiël 36:5
- 31.Ezechiël 36:17-Daniël 12:6
- 32.Daniël 12:7-Habakuk 3:13
- 33.Habakuk 3:14-Mattheüs 15:8
- 34.Mattheüs 15:20-Markus 5:5
- 35.Markus 5:7-Lukas 4:28
- 36.Lukas 4:32-Lukas 22:48
- 37.Lukas 22:49-Handelingen 2:28
- 38.Handelingen 2:30-Handelingen 17:17
- 39.Handelingen 17:18-Romeinen 10:2
- 40.Romeinen 10:9-2 Corinthiër 11:25
- 41.2 Corinthiër 12:7-1 Thessalonicenzen 2:17
- 42.1 Thessalonicenzen 3:13-1 Petrus 4:1
- 43.1 Petrus 4:15-Openbaring 19:17
- 44.Openbaring 19:20-Openbaring 22:21
Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.
Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.
Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.
Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.
Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.
Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen.
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun. (1a) Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.
Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong:
Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.
Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.
Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?
En dat ik inga tot Gods altaar, tot den God der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!
Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (1a) O God! wij hebben het met onze oren gehoord, onze vaders hebben het ons verteld: Gij hebt een werk gewrocht in hun dagen, in de dagen van ouds.
Gij hebt de heidenen met Uw hand uit de bezitting verdreven, maar henlieden geplant; Gij hebt de volken geplaagd, henlieden daarentegen doen voortschieten.
Door U zullen wij onze wederpartijders met hoornen stoten; in Uw Naam zullen wij vertreden, die tegen ons opstaan.
Maar nu hebt Gij ons verstoten en te schande gemaakt, dewijl Gij met onze krijgsheiren niet uittrekt.
Hoewel Gij ons verpletterd hebt in een plaats der draken, en ons met een doodsschaduw bedekt hebt.
Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten.
En de dochter van Tyrus, de rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken.
Zij zullen geleid worden met alle blijdschap en verheuging; zij zullen ingaan in des Konings paleis.
De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.
[ (Psalms 46:12) De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela. ]
Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (1a) Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.
God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.
Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een onderwijzing!
Met een oostenwind verbreekt Gij de schepen van Tharsis.
Want hij zal in zijn sterven niet met al medenemen, zijn eer zal hem niet nadalen.
Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande!
Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers.
Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.
Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, waar geen vervaardheid was; want God heeft de beenderen desgenen, die u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen verworpen.
[ (Psalms 54:8) Ik zal U met vrijwilligheid offeren; ik zal Uw Naam, o HEERE! loven, want Hij is goed. ]
Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest.
Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.
Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.
Opdat zij niet hore naar de stem der belezers, desgenen, die ervaren is met bezweringen om te gaan.
Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?
Een gouden kleinood van David tot lering, voor den opperzangmeester, op Schusan Eduth; (1a) Als hij gevochten had met de Syriers van Mesopotamie, en met de Syriers van Zoba; en Joab wederkwam, en de Edomieten sloeg in het Zoutdal, twaalf duizend. (1b) O God! Gij hadt ons verstoten, Gij hadt ons gescheurd, Gij zijt toornig geweest; keer weder tot ons.
Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.
Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?
Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.
Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
Maar God zal hen haastig met een pijl schieten; hun plagen zijn er.
Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis.
Die de bergen vastzet door Zijn kracht, omgord zijnde met macht.
Zij bedruipen de weiden der woestijn; en de heuvelen zijn aangegord met verheuging.
[ (Psalms 65:14) De velden zijn bekleed met kudden, en de dalen zijn bedekt met koren; zij juichen, ook zingen zij. ]
Hij heerst eeuwiglijk met Zijn macht; Zijn ogen houden wacht over de heidenen; laat de afvalligen niet verhoogd worden. Sela.
Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,
Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela.
Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.
Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.
Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud.
Daar is Benjamin de kleine, die over hen heerste, de vorsten van Juda, met hun vergadering, de vorsten van Zebulon, de vorsten van Nafthali.
Scheld het wild gedierte des riets, de vergadering der stieren met de kalveren der volken; en dien, die zich onderwerpt met stukken zilvers; Hij heeft de volken verstrooid, die lust hebben in oorlogen.
Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.
Ik zal Gods Naam prijzen met gezang, en Hem met dankzegging grootmaken.
Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof, den gansen dag met Uw heerlijkheid.
Laat hen beschaamd worden, laat hen verteerd worden, die mijn ziel tegen zijn; laat hen met smaad en schande overdekt worden, die mijn kwaad zoeken.
Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!
Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht.
De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.
En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.
Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.
Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.
Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.
Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her;
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
En Hij leidde hen des daags met een wolk, en den gansen nacht met een licht des vuurs.
En zij vleiden Hem met hun mond, en logen Hem met hun tong.
Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.
Hij zond onder hen de hittigheid Zijns toorns, verbolgenheid, en verstoordheid, en benauwdheid, met uitzending der boden van veel kwaads.
Ook heeft hij hen geweid naar de oprechtheid zijns harten, en heeft hen geleid met een zeer verstandig beleid zijner handen.
Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.
De bergen zijn met zijn schaduw bedekt geweest, en zijn ranken waren als cederbomen Gods.
Hij is met vuur verbrand; hij is afgehouwen; zij komen om van het schelden Uws aangezichts.
Heft een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.
[ (Psalms 81:17) En Hij zou het gespijsd hebben met het vette der tarwe; ja, Ik zou u verzadigd hebben met honig uit de rotsstenen. ]
Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.
[ (Psalms 83:19) Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde. ]
Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyrier, met den Moor, deze is aldaar geboren.
Ik ben gerekend met degenen, die in de kuil nederdalen; ik ben geworden als een man, die krachteloos is;
Uw grimmigheid ligt op mij; Gij hebt mij nedergedrukt met al Uw baren. Sela.
Een onderwijzing van Ethan, den Ezrahiet. (1a) Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht.
Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen:
Gij hebt Rahab verbrijzeld als een verslagene; Gij hebt Uw vijanden verstrooid met den arm Uwer sterkte.
Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog.
Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd;
Met welken Mijn hand vast blijven zal; ook zal hem Mijn arm versterken.
En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden.
Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen.
Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort; Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela.
Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.
Hij zal u dekken met Zijn vlerken, en onder Zijn vleugelen zult gij betrouwen; Zijn waarheid is een rondas en beukelaar.
Alleenlijk zult gij het met uw ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.
Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.
Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:21-Genesis 31:25
- 2.Genesis 31:26-Exodus 2:3
- 3.Exodus 2:6-Exodus 28:3
- 4.Exodus 28:11-Leviticus 1:15
- 5.Leviticus 1:16-Leviticus 20:2
- 6.Leviticus 20:10-Numberi 15:36
- 7.Numberi 16:10-Deuteronomium 7:5
- 8.Deuteronomium 7:8-Deuteronomium 33:24
- 9.Deuteronomium 33:26-Richteren 1:7
- 10.Richteren 1:8-Richteren 18:16
- 11.Richteren 18:17-1 Samuël 18:14
- 12.1 Samuël 18:21-2 Samuël 12:17
- 13.2 Samuël 12:30-1 Koningen 1:40
- 14.1 Koningen 1:41-1 Koningen 18:28
- 15.1 Koningen 18:32-2 Koningen 15:16
- 16.2 Koningen 15:19-1 Kronieken 17:6
- 17.1 Kronieken 17:8-2 Kronieken 16:13
- 18.2 Kronieken 16:14-2 Kronieken 34:25
- 19.2 Kronieken 34:28-Nehemia 12:41
- 20.Nehemia 12:42-Job 29:5
- 21.Job 29:14-Psalmen 35:13
- 22.Psalmen 35:16-Psalmen 92:3
- 23.Psalmen 92:4-Spreuken 5:17
- 24.Spreuken 5:22-Prediker 9:10
- 25.Prediker 9:12-Jesaja 28:18
- 26.Jesaja 28:27-Jesaja 59:6
- 27.Jesaja 59:21-Jeremia 22:15
- 28.Jeremia 22:19-Jeremia 52:14
- 29.Jeremia 52:22-Ezechiël 20:36
- 30.Ezechiël 20:39-Ezechiël 36:5
- 31.Ezechiël 36:17-Daniël 12:6
- 32.Daniël 12:7-Habakuk 3:13
- 33.Habakuk 3:14-Mattheüs 15:8
- 34.Mattheüs 15:20-Markus 5:5
- 35.Markus 5:7-Lukas 4:28
- 36.Lukas 4:32-Lukas 22:48
- 37.Lukas 22:49-Handelingen 2:28
- 38.Handelingen 2:30-Handelingen 17:17
- 39.Handelingen 17:18-Romeinen 10:2
- 40.Romeinen 10:9-2 Corinthiër 11:25
- 41.2 Corinthiër 12:7-1 Thessalonicenzen 2:17
- 42.1 Thessalonicenzen 3:13-1 Petrus 4:1
- 43.1 Petrus 4:15-Openbaring 19:17
- 44.Openbaring 19:20-Openbaring 22:21
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (194)
- Exodus (203)
- Leviticus (134)
- Numberi (148)
- Deuteronomium (123)
- Jozua (96)
- Richteren (118)
- Ruth (11)
- 1 Samuël (127)
- 2 Samuël (133)
- 1 Koningen (141)
- 2 Koningen (118)
- 1 Kronieken (88)
- 2 Kronieken (177)
- Ezra (53)
- Nehemia (43)
- Esther (28)
- Job (116)
- Psalmen (235)
- Spreuken (95)
- Prediker (21)
- Hooglied (20)
- Jesaja (196)
- Jeremia (184)
- Klaagliederen (18)
- Ezechiël (217)
- Daniël (64)
- Hosea (28)
- Joël (4)
- Amos (22)
- Jona (10)
- Micha (19)
- Nahum (6)
- Habakuk (13)
- Zefanja (10)
- Zacharia (33)
- Maleachi (13)
- Mattheüs (112)
- Markus (101)
- Lukas (155)
- Johannes (62)
- Handelingen (193)
- Romeinen (39)
- 1 Corinthiërs (50)
- 2 Corinthiër (36)
- Galaten (17)
- Efeziërs (31)
- Filippenzen (18)
- Colossenzen (23)
- 1 Thessalonicenzen (13)
- 2 Thessalonicenzen (8)
- 1 Timotheüs (12)
- 2 Timotheüs (11)
- Titus (3)
- Filémon (2)
- Hebreeën (41)
- Jakobus (8)
- 1 Petrus (12)
- 2 Petrus (9)
- 1 Johannes (6)
- 2 Johannes (3)
- 3 Johannes (3)
- Judas (4)
- Openbaring (79)
Verwante onderwerpen
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Brandende Steden
- Christus Met Mensen Op Aarde
- Deelname In Christus
- Doop Van De Heilige Geest
- Engelen Die Gods Werk Doen
- Ephah [Tien Omers]
- Gasten
- Genade Voor Jou
- God Dodend