'Niet' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:5-Genesis 28:16
- 2.Genesis 28:17-Genesis 45:20
- 3.Genesis 45:24-Exodus 14:5
- 4.Exodus 14:12-Exodus 34:15
- 5.Exodus 34:20-Leviticus 19:9
- 6.Leviticus 19:10-Numberi 8:25
- 7.Numberi 8:26-Numberi 31:23
- 8.Numberi 31:49-Deuteronomium 12:9
- 9.Deuteronomium 12:13-Deuteronomium 23:2
- 10.Deuteronomium 23:3-Jozua 2:4
- 11.Jozua 2:5-Richteren 5:30
- 12.Richteren 6:5-Ruth 3:11
- 13.Ruth 3:13-1 Samuël 17:47
- 14.1 Samuël 17:55-2 Samuël 11:3
- 15.2 Samuël 11:9-1 Koningen 1:18
- 16.1 Koningen 1:19-1 Koningen 20:9
- 17.1 Koningen 20:11-2 Koningen 14:6
- 18.2 Koningen 14:11-1 Kronieken 21:13
- 19.1 Kronieken 21:17-2 Kronieken 28:20
- 20.2 Kronieken 28:21-Nehemia 9:34
- 21.Nehemia 9:35-Job 9:24
- 22.Job 9:25-Job 27:5
- 23.Job 27:6-Job 42:7
- 24.Job 42:8-Psalmen 37:7
- 25.Psalmen 37:8-Psalmen 71:9
- 26.Psalmen 71:12-Psalmen 112:8
- 27.Psalmen 115:1-Spreuken 4:13
- 28.Spreuken 4:14-Spreuken 23:22
- 29.Spreuken 23:23-Prediker 7:18
- 30.Prediker 7:20-Jesaja 17:10
- 31.Jesaja 17:14-Jesaja 42:3
- 32.Jesaja 42:4-Jesaja 57:20
- 33.Jesaja 58:1-Jeremia 5:29
- 34.Jeremia 6:8-Jeremia 16:17
- 35.Jeremia 17:4-Jeremia 30:10
- 36.Jeremia 30:11-Jeremia 48:11
- 37.Jeremia 48:27-Ezechiël 10:16
- 38.Ezechiël 11:11-Ezechiël 24:8
- 39.Ezechiël 24:12-Daniël 3:6
- 40.Daniël 3:11-Hosea 11:9
- 41.Hosea 14:4-Nahum 1:9
- 42.Nahum 1:12-Mattheüs 5:34
- 43.Mattheüs 5:36-Mattheüs 16:9
- 44.Mattheüs 16:11-Mattheüs 26:74
- 45.Mattheüs 27:6-Markus 11:31
- 46.Markus 11:33-Lukas 7:45
- 47.Lukas 7:46-Lukas 15:8
- 48.Lukas 15:13-Johannes 1:33
- 49.Johannes 2:4-Johannes 8:16
- 50.Johannes 8:20-Johannes 14:11
- 51.Johannes 14:17-Handelingen 5:40
- 52.Handelingen 5:42-Handelingen 25:6
- 53.Handelingen 25:7-Romeinen 9:10
- 54.Romeinen 9:11-1 Corinthiërs 5:11
- 55.1 Corinthiërs 5:12-1 Corinthiërs 14:17
- 56.1 Corinthiërs 14:21-2 Corinthiër 10:9
- 57.2 Corinthiër 10:12-Efeziërs 4:28
- 58.Efeziërs 4:30-1 Timotheüs 5:8
- 59.1 Timotheüs 5:9-Hebreeën 11:5
- 60.Hebreeën 11:7-2 Petrus 2:10
- 61.2 Petrus 2:12-Openbaring 16:11
- 62.Openbaring 16:15-Openbaring 22:17
Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.
Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.
Want zij slapen niet, zo zij geen kwaad gedaan hebben; en hun slaap wordt weggenomen, zo zij niet iemand hebben doen struikelen.
De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen.
Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.
Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!
Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.
Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.
Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?
Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?
Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.
Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.
Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;
Want de man is niet in zijn huis, hij is een verren weg getogen;
Totdat hem de pijl zijn lever doorsneed; gelijk een vogel zich haast naar den strik, en niet weet, dat dezelve tegen zijn leven is.
Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.
Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?
Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.
Want wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken.
Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;
Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld.
Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde;
Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.
Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.
Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.
Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.
De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.
In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.
Gelijk een wervelwind voorbijgaat, alzo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondvest.
De rechtvaardige zal in eeuwigheid niet bewogen worden; maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen.
Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen.
De mens zal niet bevestigd worden door goddeloosheid; maar de wortel der rechtvaardigen zal niet bewogen worden.
De goddelozen worden omgekeerd, dat zij niet meer zijn; maar het huis der rechtvaardigen zal bestaan.
Een bedrieger zal zijn jachtvang niet braden; maar het kostelijk goed des mensen is des vlijtigen.
In het pad der gerechtigheid is het leven; en in den weg van haar voetpad is de dood niet.
Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet.
Er is een, die zichzelven rijk maakt, en niet met al heeft, en een, die zichzelven arm maakt, en heeft veel goed.
Het rantsoen van ieders ziel is zijn rijkdom; maar de arme hoort het schelden niet.
Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.
Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.
Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.
Dwalen zij niet, die kwaad stichten? Maar weldadigheid en trouw is voor degenen, die goed stichten.
De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.
De spotter zal niet liefhebben, die hem bestraft; hij zal niet gaan tot de wijzen.
Al wie hoog is van hart, is den HEERE een gruwel; hand aan hand, zal hij niet onschuldig zijn.
Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht.
Een man des gewelds verlokt zijn naaste, en hij leidt hem in een weg, die niet goed is.
Die den arme bespot, smaadt deszelfs Maker; die zich verblijdt in het verderf, zal niet onschuldig zijn.
Een voortreffelijke lip past een dwaze niet, veelmin een prins een leugenachtige lip.
Dat een beer, die van jongen beroofd is, een man tegemoet kome, maar niet een zot in zijn dwaasheid.
Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.
Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.
Wie een zot genereert, die zal hem tot droefheid zijn; en de vader des dwazen zal zich niet verblijden.
Het is niet goed, den rechtvaardige ook te doen boeten, dat de prinsen iemand slaan zouden om hetgeen recht is.
Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.
Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.
Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.
Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.
De weelde staat een zot niet wel; hoeveel te min een knecht te heersen over vorsten!
Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.
De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.
Een luiaard verbergt de hand in den boezem, en hij zal ze niet weder aan zijn mond brengen.
De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.
Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn.
Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood.
Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt.
Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden.
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.
Tweeerlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.
Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.
Die blijdschap liefheeft, die zal gebrek lijden; die wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.
Den gansen dag begeert hij begeerlijke dingen; maar de rechtvaardige zal geven, en niet inhouden.
Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.
Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?
Beroof den arme niet, omdat hij arm is; en verbrijzel den ellendige niet in de poort.
Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;
Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.
Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.
Zo gij niet hadt om te betalen, waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?
Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben.
Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.
Laat u niet gelusten zijner smakelijke spijzen, want het is een leugenachtig brood.
Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft.
Eet het brood niet desgenen, die boos is van oog, en wees niet belust op zijn smakelijke spijzen;
Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u;
Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.
Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet;
Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.
Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.
Want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters;
Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:5-Genesis 28:16
- 2.Genesis 28:17-Genesis 45:20
- 3.Genesis 45:24-Exodus 14:5
- 4.Exodus 14:12-Exodus 34:15
- 5.Exodus 34:20-Leviticus 19:9
- 6.Leviticus 19:10-Numberi 8:25
- 7.Numberi 8:26-Numberi 31:23
- 8.Numberi 31:49-Deuteronomium 12:9
- 9.Deuteronomium 12:13-Deuteronomium 23:2
- 10.Deuteronomium 23:3-Jozua 2:4
- 11.Jozua 2:5-Richteren 5:30
- 12.Richteren 6:5-Ruth 3:11
- 13.Ruth 3:13-1 Samuël 17:47
- 14.1 Samuël 17:55-2 Samuël 11:3
- 15.2 Samuël 11:9-1 Koningen 1:18
- 16.1 Koningen 1:19-1 Koningen 20:9
- 17.1 Koningen 20:11-2 Koningen 14:6
- 18.2 Koningen 14:11-1 Kronieken 21:13
- 19.1 Kronieken 21:17-2 Kronieken 28:20
- 20.2 Kronieken 28:21-Nehemia 9:34
- 21.Nehemia 9:35-Job 9:24
- 22.Job 9:25-Job 27:5
- 23.Job 27:6-Job 42:7
- 24.Job 42:8-Psalmen 37:7
- 25.Psalmen 37:8-Psalmen 71:9
- 26.Psalmen 71:12-Psalmen 112:8
- 27.Psalmen 115:1-Spreuken 4:13
- 28.Spreuken 4:14-Spreuken 23:22
- 29.Spreuken 23:23-Prediker 7:18
- 30.Prediker 7:20-Jesaja 17:10
- 31.Jesaja 17:14-Jesaja 42:3
- 32.Jesaja 42:4-Jesaja 57:20
- 33.Jesaja 58:1-Jeremia 5:29
- 34.Jeremia 6:8-Jeremia 16:17
- 35.Jeremia 17:4-Jeremia 30:10
- 36.Jeremia 30:11-Jeremia 48:11
- 37.Jeremia 48:27-Ezechiël 10:16
- 38.Ezechiël 11:11-Ezechiël 24:8
- 39.Ezechiël 24:12-Daniël 3:6
- 40.Daniël 3:11-Hosea 11:9
- 41.Hosea 14:4-Nahum 1:9
- 42.Nahum 1:12-Mattheüs 5:34
- 43.Mattheüs 5:36-Mattheüs 16:9
- 44.Mattheüs 16:11-Mattheüs 26:74
- 45.Mattheüs 27:6-Markus 11:31
- 46.Markus 11:33-Lukas 7:45
- 47.Lukas 7:46-Lukas 15:8
- 48.Lukas 15:13-Johannes 1:33
- 49.Johannes 2:4-Johannes 8:16
- 50.Johannes 8:20-Johannes 14:11
- 51.Johannes 14:17-Handelingen 5:40
- 52.Handelingen 5:42-Handelingen 25:6
- 53.Handelingen 25:7-Romeinen 9:10
- 54.Romeinen 9:11-1 Corinthiërs 5:11
- 55.1 Corinthiërs 5:12-1 Corinthiërs 14:17
- 56.1 Corinthiërs 14:21-2 Corinthiër 10:9
- 57.2 Corinthiër 10:12-Efeziërs 4:28
- 58.Efeziërs 4:30-1 Timotheüs 5:8
- 59.1 Timotheüs 5:9-Hebreeën 11:5
- 60.Hebreeën 11:7-2 Petrus 2:10
- 61.2 Petrus 2:12-Openbaring 16:11
- 62.Openbaring 16:15-Openbaring 22:17
Verwante onderwerpen
- Aard En Gevolgen Van Ongeloof
- Afkeer
- Afwijzing
- Afwijzing Van God
- Alcohol
- Alwetende God
- Andere Goden
- Andere Vertrouwen
- Anderen Die Niet Antwoorden
- Angst En Schrik
- Angst En Zorgen
- Antwoord
- Bang Zijn
- Bang Zijn
- Bedrog
- Begrip
- Beweringen
- Bijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk
- Christus Die De Waarheid Spreekt
- De Aard Van Onderdrukking
- De Aard Van Zonde
- De Handelingen Van Anderen Beoordelen
- De Openbaring Van God
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Vader
- De Waarheid Vertellen
- De Wereld
- Discipline Kind
- Dood Van Een Kind
- Eenzaamheid
- Eigen Wil
- Examens
- Geen Mensenkennis Hebben
- Geen Zorgen
- Geld Aan De Kerk Geven
- Geloven In Jezelf
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevechten
- God Die Niet Verzaakt
- God Vertrouwen En Geen Zorgen Maken
- Gods Hand
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Wil Kennen
- Haat
- Hand Van God
- Hebzucht
- Hebzucht
- Het Juiste Doen
- Historische Boeken
- Homohuwelijk
- Horen
- Houden Van Kinderen
- Huwelijk Kjv
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Je Lichaam Verzorgen
- Karakter Van Het Kwaad
- Koppige Individuen
- Korte Tijd Tot Het Einde
- Korte Tijd Voor Actie
- Luisteren
- Luisteren Naar God
- Misbruik
- Misbruik Van Liefde
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Niet Alleen Zijn
- Niet Geloven In Jezus
- Niet Geloven In Mensen
- Niet Horen
- Niet Mogelijk Om Andere Dingen Te Doen
- Niet Spaarzaam Zijn
- Niet Sterven
- Niet Vinden
- Nooit Opgeven
- Oneerbiedigheid
- Ongeloof Als Antwoord Tot God
- Ontrouw Aan God
- Ontvankelijkheid
- Onverschrokken
- Onvriendelijk
- Onwetendheid
- Onwetendheid Over Christus
- Onwetendheid Van Feiten
- Onwillige Mensen
- Oordeel
- Opscheppen
- Opstand
- Ouders Die Fout Zijn
- Persoonlijke Ethiek
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rivieren
- Sex
- Slavernij
- Sterk Blijven En Niet Opgeven
- Stilte
- Straf
- Tekort Aan Andere Dingen Dan Voedsel
- Teleurstelling
- Terughoudendheid
- Testen
- Tevreden Zijn
- Twijfelen Aan God
- Vals Vertrouwen
- Valse Religie
- Verantwoordelijkheid
- Verboden Voedsel
- Verenigingen Van Kwaad
- Vergissingen Maken
- Verlatenheid
- Verloren Zijn
- Veroordeling
- Verrassingen
- Verwezenlijkingen
- Vijanden In Spirituele Oorlog
- Vlees Eten
- Voeten
- Vol Onbebrip Zijn
- Voorspelling
- Voorspellingen Over Christus
- Voortdurend
- Vreemdelingen
- Wedstrijd
- Wees Niet Bang Van Mensen
- Wees Niet Bang Want God Zal Helpen
- Weigeren Om Te Horen
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Winst
- Woord Van God
- Worsteling
- Ze Hielden Zich Niet Aan De Geboden
- Zich Zorgen Maken
- Zich Zorgen Maken Over De Toekomst
- Zij Die Niets Zeggen
- Zorgen
- Zorgen En Stress