'Niet' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:5-Genesis 28:16
- 2.Genesis 28:17-Genesis 45:20
- 3.Genesis 45:24-Exodus 14:5
- 4.Exodus 14:12-Exodus 34:15
- 5.Exodus 34:20-Leviticus 19:9
- 6.Leviticus 19:10-Numberi 8:25
- 7.Numberi 8:26-Numberi 31:23
- 8.Numberi 31:49-Deuteronomium 12:9
- 9.Deuteronomium 12:13-Deuteronomium 23:2
- 10.Deuteronomium 23:3-Jozua 2:4
- 11.Jozua 2:5-Richteren 5:30
- 12.Richteren 6:5-Ruth 3:11
- 13.Ruth 3:13-1 Samuël 17:47
- 14.1 Samuël 17:55-2 Samuël 11:3
- 15.2 Samuël 11:9-1 Koningen 1:18
- 16.1 Koningen 1:19-1 Koningen 20:9
- 17.1 Koningen 20:11-2 Koningen 14:6
- 18.2 Koningen 14:11-1 Kronieken 21:13
- 19.1 Kronieken 21:17-2 Kronieken 28:20
- 20.2 Kronieken 28:21-Nehemia 9:34
- 21.Nehemia 9:35-Job 9:24
- 22.Job 9:25-Job 27:5
- 23.Job 27:6-Job 42:7
- 24.Job 42:8-Psalmen 37:7
- 25.Psalmen 37:8-Psalmen 71:9
- 26.Psalmen 71:12-Psalmen 112:8
- 27.Psalmen 115:1-Spreuken 4:13
- 28.Spreuken 4:14-Spreuken 23:22
- 29.Spreuken 23:23-Prediker 7:18
- 30.Prediker 7:20-Jesaja 17:10
- 31.Jesaja 17:14-Jesaja 42:3
- 32.Jesaja 42:4-Jesaja 57:20
- 33.Jesaja 58:1-Jeremia 5:29
- 34.Jeremia 6:8-Jeremia 16:17
- 35.Jeremia 17:4-Jeremia 30:10
- 36.Jeremia 30:11-Jeremia 48:11
- 37.Jeremia 48:27-Ezechiël 10:16
- 38.Ezechiël 11:11-Ezechiël 24:8
- 39.Ezechiël 24:12-Daniël 3:6
- 40.Daniël 3:11-Hosea 11:9
- 41.Hosea 14:4-Nahum 1:9
- 42.Nahum 1:12-Mattheüs 5:34
- 43.Mattheüs 5:36-Mattheüs 16:9
- 44.Mattheüs 16:11-Mattheüs 26:74
- 45.Mattheüs 27:6-Markus 11:31
- 46.Markus 11:33-Lukas 7:45
- 47.Lukas 7:46-Lukas 15:8
- 48.Lukas 15:13-Johannes 1:33
- 49.Johannes 2:4-Johannes 8:16
- 50.Johannes 8:20-Johannes 14:11
- 51.Johannes 14:17-Handelingen 5:40
- 52.Handelingen 5:42-Handelingen 25:6
- 53.Handelingen 25:7-Romeinen 9:10
- 54.Romeinen 9:11-1 Corinthiërs 5:11
- 55.1 Corinthiërs 5:12-1 Corinthiërs 14:17
- 56.1 Corinthiërs 14:21-2 Corinthiër 10:9
- 57.2 Corinthiër 10:12-Efeziërs 4:28
- 58.Efeziërs 4:30-1 Timotheüs 5:8
- 59.1 Timotheüs 5:9-Hebreeën 11:5
- 60.Hebreeën 11:7-2 Petrus 2:10
- 61.2 Petrus 2:12-Openbaring 16:11
- 62.Openbaring 16:15-Openbaring 22:17
Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal die niet versmaden van mijn dagen.
Ik zal ulieden leren van de hand Gods; wat bij den Almachtige is, zal ik niet verhelen.
Indien zijn kinderen vermenigvuldigen, het is ten zwaarde; en zijn spruiten zullen van brood niet verzadigd worden.
Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.
Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.
En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.
De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.
De jonge hoogmoedige dieren hebben het niet betreden, de felle leeuw is daarover niet heengegaan.
Hij bindt de rivier toe, dat niet een traan uitkomt, en het verborgene brengt hij uit in het licht.
De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden.
De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.
Het gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen.
Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.
Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.
De Ramoth en Gabisch zal niet gedacht worden; want de trek der wijsheid is meerder dan der Robijnen.
Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.
Ik was den nooddruftigen een vader; en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.
Na mijn woord spraken zij niet weder, en mijn rede drupte op hen.
Lachte ik hun toe, zij geloofden het niet; en het licht mijns aangezichts deden zij niet nedervallen.
Zij hebben een gruwel aan mij, zij maken zich verre van mij, ja, zij onthouden het speeksel niet van mijn aangezicht.
Des nachts doorboort Hij mijn beenderen in mij, en mijn polsaderen rusten niet.
Ik schrei tot U, maar Gij antwoordt mij niet; ik sta, maar Gij acht niet op mij.
Maar Hij zal tot een aardhoop de hand niet uitsteken; is er bij henlieden geschrei in zijn verdrukking?
Weende ik niet over hem, die harde dagen had? Was mijn ziel niet beangst over den nooddruftige?
Mijn ingewand ziedt, en is niet stil; de dagen der verdrukking zijn mij voorgekomen.
Ik ga zwart daarheen, niet van de zon; opstaande schreeuw ik in de gemeente.
Is niet het verderf voor den verkeerde, ja, wat vreemds voor de werkers der ongerechtigheid?
Heeft Hij niet, Die mij in den buik maakte, hem ook gemaakt en Een ons in de baarmoeder bereid?)
En mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft;
Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;
Want het verderf Gods was bij mij een schrik, en ik vermocht niet vanwege Zijn hoogheid.
(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).
Zo de lieden mijner tent niet hebben gezegd: Och, of wij van zijn vlees hadden, wij zouden niet verzadigd worden;
De vreemdeling overnachtte niet op de straat; mijn deuren opende ik naar den weg;
Zeker, ik kon wel een grote menigte geweldiglijk onderdrukt hebben; maar de verachtste der huisgezinnen zou mij afgeschrikt hebben; zodat ik gewezen zou hebben, en ter deure niet uitgegaan zijn.
Zou ik het niet op mijn schouder dragen? Ik zou het op mij binden als een kroon.
De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.
Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.
Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.
Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer; zij hebben de woorden van zich verzet.
Ik heb dan gewacht, maar zij spreken niet; want zij staan stil; zij antwoorden niet meer.
Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten.
Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn.
Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.
Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.
Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.
Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.
Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;
Zo zal Hij hem genadig zijn, en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden.
Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;
Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.
Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.
Want hij heeft gezegd: Het baat een man niet, als hij welbehagen heeft aan God.
Ook waarlijk, God handelt niet goddelooslijk, en de Almachtige verkeert het recht niet.
Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk.
Gewisselijk, Hij legt den mens niet te veel op, dat hij tegen God in het gericht zou mogen treden.
Hij vermorzelt de geweldigen, dat men het niet doorzoeken kan, en stelt anderen in hun plaats.
Opdat de huichelachtige mens niet meer regere, en geen strikken des volks zijn.
Zekerlijk heeft hij tot God gezegd: Ik heb Uw straf verdragen, ik zal het niet verderven.
Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.
Zal het van u zijn, hoe Hij iets vergelden zal, dewijl gij Hem versmaadt? Zoudt gij dan verkiezen, en niet ik? Wat weet gij dan? Spreek.
Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.
Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen.
Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.
Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.
Maar nu, dewijl het niets is, dat Zijn toorn Job bezocht heeft, en Hij hem niet zeer in overvloed doorkend heeft;
Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten.
Hij laat den goddeloze niet leven, en het recht der ellendigen beschikt Hij.
Hij onttrekt Zijn ogen niet van den rechtvaardige, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven.
Maar zo zij niet horen, zo gaan zij door het zwaard door, en zij geven den geest zonder kennis.
En die met het hart huichelachtig zijn, leggen toorn op; zij roepen niet, als Hij hen gebonden heeft.
Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.
Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht?
Haak niet naar dien nacht, als de volken van hun plaats opgenomen worden.
Wacht u, wend u niet tot ongerechtigheid; overmits gij ze in dezen verkoren heb, uit oorzake van de ellende.
Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.
Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.
God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.
En nu ziet men het licht niet als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat, en dien zuivert;
Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.
En zeide: Tot hiertoe zult gij komen, en niet verder, en hier zal hij zich stellen tegen den hoogmoed uwer golven.
Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.
Hij belacht het gewoel der stad; het menigerlei getier des drijvers hoort hij niet.
Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de hare niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is.
Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.
Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard.
Met schudding en beroering slokt het de aarde op, en gelooft niet, dat het is het geluid der bazuin.
Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]
Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?
Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.
Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters? [ (Job 40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden? ] [ (Job 40:26) Zult gij zijn huid met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd? ] [ (Job 40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer. ] [ (Job 40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden? ]
Ik zal zijn leden niet verzwijgen, noch het verhaal zijner sterkte, noch de bevalligheid zijner gestaltenis.
Het een is zo na aan het andere, dat de wind daar niet kan tussen komen.
Zij kleven aan elkander, zij vatten zich samen, dat zij zich niet scheiden.
De stukken van zijn vlees kleven samen; elkeen is vast in hem, het wordt niet bewogen.
Raakt hem iemand met het zwaard, dat zal niet bestaan, spies, schicht noch pantsier.
De pijl zal hem niet doen vlieden, de slingerstenen worden hem in stoppelen veranderd.
Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.
Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:5-Genesis 28:16
- 2.Genesis 28:17-Genesis 45:20
- 3.Genesis 45:24-Exodus 14:5
- 4.Exodus 14:12-Exodus 34:15
- 5.Exodus 34:20-Leviticus 19:9
- 6.Leviticus 19:10-Numberi 8:25
- 7.Numberi 8:26-Numberi 31:23
- 8.Numberi 31:49-Deuteronomium 12:9
- 9.Deuteronomium 12:13-Deuteronomium 23:2
- 10.Deuteronomium 23:3-Jozua 2:4
- 11.Jozua 2:5-Richteren 5:30
- 12.Richteren 6:5-Ruth 3:11
- 13.Ruth 3:13-1 Samuël 17:47
- 14.1 Samuël 17:55-2 Samuël 11:3
- 15.2 Samuël 11:9-1 Koningen 1:18
- 16.1 Koningen 1:19-1 Koningen 20:9
- 17.1 Koningen 20:11-2 Koningen 14:6
- 18.2 Koningen 14:11-1 Kronieken 21:13
- 19.1 Kronieken 21:17-2 Kronieken 28:20
- 20.2 Kronieken 28:21-Nehemia 9:34
- 21.Nehemia 9:35-Job 9:24
- 22.Job 9:25-Job 27:5
- 23.Job 27:6-Job 42:7
- 24.Job 42:8-Psalmen 37:7
- 25.Psalmen 37:8-Psalmen 71:9
- 26.Psalmen 71:12-Psalmen 112:8
- 27.Psalmen 115:1-Spreuken 4:13
- 28.Spreuken 4:14-Spreuken 23:22
- 29.Spreuken 23:23-Prediker 7:18
- 30.Prediker 7:20-Jesaja 17:10
- 31.Jesaja 17:14-Jesaja 42:3
- 32.Jesaja 42:4-Jesaja 57:20
- 33.Jesaja 58:1-Jeremia 5:29
- 34.Jeremia 6:8-Jeremia 16:17
- 35.Jeremia 17:4-Jeremia 30:10
- 36.Jeremia 30:11-Jeremia 48:11
- 37.Jeremia 48:27-Ezechiël 10:16
- 38.Ezechiël 11:11-Ezechiël 24:8
- 39.Ezechiël 24:12-Daniël 3:6
- 40.Daniël 3:11-Hosea 11:9
- 41.Hosea 14:4-Nahum 1:9
- 42.Nahum 1:12-Mattheüs 5:34
- 43.Mattheüs 5:36-Mattheüs 16:9
- 44.Mattheüs 16:11-Mattheüs 26:74
- 45.Mattheüs 27:6-Markus 11:31
- 46.Markus 11:33-Lukas 7:45
- 47.Lukas 7:46-Lukas 15:8
- 48.Lukas 15:13-Johannes 1:33
- 49.Johannes 2:4-Johannes 8:16
- 50.Johannes 8:20-Johannes 14:11
- 51.Johannes 14:17-Handelingen 5:40
- 52.Handelingen 5:42-Handelingen 25:6
- 53.Handelingen 25:7-Romeinen 9:10
- 54.Romeinen 9:11-1 Corinthiërs 5:11
- 55.1 Corinthiërs 5:12-1 Corinthiërs 14:17
- 56.1 Corinthiërs 14:21-2 Corinthiër 10:9
- 57.2 Corinthiër 10:12-Efeziërs 4:28
- 58.Efeziërs 4:30-1 Timotheüs 5:8
- 59.1 Timotheüs 5:9-Hebreeën 11:5
- 60.Hebreeën 11:7-2 Petrus 2:10
- 61.2 Petrus 2:12-Openbaring 16:11
- 62.Openbaring 16:15-Openbaring 22:17
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (217)
- Exodus (191)
- Leviticus (173)
- Numberi (135)
- Deuteronomium (278)
- Jozua (73)
- Richteren (118)
- Ruth (23)
- 1 Samuël (162)
- 2 Samuël (123)
- 1 Koningen (129)
- 2 Koningen (153)
- 1 Kronieken (36)
- 2 Kronieken (125)
- Ezra (22)
- Nehemia (55)
- Esther (28)
- Job (261)
- Psalmen (371)
- Spreuken (191)
- Prediker (62)
- Hooglied (11)
- Jesaja (310)
- Jeremia (382)
- Klaagliederen (35)
- Ezechiël (225)
- Daniël (68)
- Hosea (44)
- Joël (13)
- Amos (52)
- Obadja (4)
- Jona (9)
- Micha (19)
- Nahum (7)
- Habakuk (13)
- Zefanja (9)
- Zacharia (38)
- Maleachi (16)
- Mattheüs (230)
- Markus (137)
- Lukas (240)
- Johannes (288)
- Handelingen (146)
- Romeinen (139)
- 1 Corinthiërs (168)
- 2 Corinthiër (106)
- Galaten (52)
- Efeziërs (24)
- Filippenzen (17)
- Colossenzen (16)
- 1 Thessalonicenzen (24)
- 2 Thessalonicenzen (17)
- 1 Timotheüs (28)
- 2 Timotheüs (16)
- Titus (11)
- Filémon (3)
- Hebreeën (90)
- Jakobus (38)
- 1 Petrus (21)
- 2 Petrus (14)
- 1 Johannes (38)
- 2 Johannes (7)
- 3 Johannes (4)
- Judas (4)
- Openbaring (67)
Verwante onderwerpen
- Aard En Gevolgen Van Ongeloof
- Afkeer
- Afwijzing
- Afwijzing Van God
- Alcohol
- Alwetende God
- Andere Goden
- Andere Vertrouwen
- Anderen Die Niet Antwoorden
- Angst En Schrik
- Angst En Zorgen
- Antwoord
- Bang Zijn
- Bang Zijn
- Bedrog
- Begrip
- Beweringen
- Bijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk
- Christus Die De Waarheid Spreekt
- De Aard Van Onderdrukking
- De Aard Van Zonde
- De Handelingen Van Anderen Beoordelen
- De Openbaring Van God
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Vader
- De Waarheid Vertellen
- De Wereld
- Discipline Kind
- Dood Van Een Kind
- Eenzaamheid
- Eigen Wil
- Examens
- Geen Mensenkennis Hebben
- Geen Zorgen
- Geld Aan De Kerk Geven
- Geloven In Jezelf
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevechten
- God Die Niet Verzaakt
- God Vertrouwen En Geen Zorgen Maken
- Gods Hand
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Wil Kennen
- Haat
- Hand Van God
- Hebzucht
- Hebzucht
- Het Juiste Doen
- Historische Boeken
- Homohuwelijk
- Horen
- Houden Van Kinderen
- Huwelijk Kjv
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Je Lichaam Verzorgen
- Karakter Van Het Kwaad
- Koppige Individuen
- Korte Tijd Tot Het Einde
- Korte Tijd Voor Actie
- Luisteren
- Luisteren Naar God
- Misbruik
- Misbruik Van Liefde
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Niet Alleen Zijn
- Niet Geloven In Jezus
- Niet Geloven In Mensen
- Niet Horen
- Niet Mogelijk Om Andere Dingen Te Doen
- Niet Spaarzaam Zijn
- Niet Sterven
- Niet Vinden
- Nooit Opgeven
- Oneerbiedigheid
- Ongeloof Als Antwoord Tot God
- Ontrouw Aan God
- Ontvankelijkheid
- Onverschrokken
- Onvriendelijk
- Onwetendheid
- Onwetendheid Over Christus
- Onwetendheid Van Feiten
- Onwillige Mensen
- Oordeel
- Opscheppen
- Opstand
- Ouders Die Fout Zijn
- Persoonlijke Ethiek
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rivieren
- Sex
- Slavernij
- Sterk Blijven En Niet Opgeven
- Stilte
- Straf
- Tekort Aan Andere Dingen Dan Voedsel
- Teleurstelling
- Terughoudendheid
- Testen
- Tevreden Zijn
- Twijfelen Aan God
- Vals Vertrouwen
- Valse Religie
- Verantwoordelijkheid
- Verboden Voedsel
- Verenigingen Van Kwaad
- Vergissingen Maken
- Verlatenheid
- Verloren Zijn
- Veroordeling
- Verrassingen
- Verwezenlijkingen
- Vijanden In Spirituele Oorlog
- Vlees Eten
- Voeten
- Vol Onbebrip Zijn
- Voorspelling
- Voorspellingen Over Christus
- Voortdurend
- Vreemdelingen
- Wedstrijd
- Wees Niet Bang Van Mensen
- Wees Niet Bang Want God Zal Helpen
- Weigeren Om Te Horen
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Winst
- Woord Van God
- Worsteling
- Ze Hielden Zich Niet Aan De Geboden
- Zich Zorgen Maken
- Zich Zorgen Maken Over De Toekomst
- Zij Die Niets Zeggen
- Zorgen
- Zorgen En Stress