'Niet' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:5-Genesis 28:16
- 2.Genesis 28:17-Genesis 45:20
- 3.Genesis 45:24-Exodus 14:5
- 4.Exodus 14:12-Exodus 34:15
- 5.Exodus 34:20-Leviticus 19:9
- 6.Leviticus 19:10-Numberi 8:25
- 7.Numberi 8:26-Numberi 31:23
- 8.Numberi 31:49-Deuteronomium 12:9
- 9.Deuteronomium 12:13-Deuteronomium 23:2
- 10.Deuteronomium 23:3-Jozua 2:4
- 11.Jozua 2:5-Richteren 5:30
- 12.Richteren 6:5-Ruth 3:11
- 13.Ruth 3:13-1 Samuël 17:47
- 14.1 Samuël 17:55-2 Samuël 11:3
- 15.2 Samuël 11:9-1 Koningen 1:18
- 16.1 Koningen 1:19-1 Koningen 20:9
- 17.1 Koningen 20:11-2 Koningen 14:6
- 18.2 Koningen 14:11-1 Kronieken 21:13
- 19.1 Kronieken 21:17-2 Kronieken 28:20
- 20.2 Kronieken 28:21-Nehemia 9:34
- 21.Nehemia 9:35-Job 9:24
- 22.Job 9:25-Job 27:5
- 23.Job 27:6-Job 42:7
- 24.Job 42:8-Psalmen 37:7
- 25.Psalmen 37:8-Psalmen 71:9
- 26.Psalmen 71:12-Psalmen 112:8
- 27.Psalmen 115:1-Spreuken 4:13
- 28.Spreuken 4:14-Spreuken 23:22
- 29.Spreuken 23:23-Prediker 7:18
- 30.Prediker 7:20-Jesaja 17:10
- 31.Jesaja 17:14-Jesaja 42:3
- 32.Jesaja 42:4-Jesaja 57:20
- 33.Jesaja 58:1-Jeremia 5:29
- 34.Jeremia 6:8-Jeremia 16:17
- 35.Jeremia 17:4-Jeremia 30:10
- 36.Jeremia 30:11-Jeremia 48:11
- 37.Jeremia 48:27-Ezechiël 10:16
- 38.Ezechiël 11:11-Ezechiël 24:8
- 39.Ezechiël 24:12-Daniël 3:6
- 40.Daniël 3:11-Hosea 11:9
- 41.Hosea 14:4-Nahum 1:9
- 42.Nahum 1:12-Mattheüs 5:34
- 43.Mattheüs 5:36-Mattheüs 16:9
- 44.Mattheüs 16:11-Mattheüs 26:74
- 45.Mattheüs 27:6-Markus 11:31
- 46.Markus 11:33-Lukas 7:45
- 47.Lukas 7:46-Lukas 15:8
- 48.Lukas 15:13-Johannes 1:33
- 49.Johannes 2:4-Johannes 8:16
- 50.Johannes 8:20-Johannes 14:11
- 51.Johannes 14:17-Handelingen 5:40
- 52.Handelingen 5:42-Handelingen 25:6
- 53.Handelingen 25:7-Romeinen 9:10
- 54.Romeinen 9:11-1 Corinthiërs 5:11
- 55.1 Corinthiërs 5:12-1 Corinthiërs 14:17
- 56.1 Corinthiërs 14:21-2 Corinthiër 10:9
- 57.2 Corinthiër 10:12-Efeziërs 4:28
- 58.Efeziërs 4:30-1 Timotheüs 5:8
- 59.1 Timotheüs 5:9-Hebreeën 11:5
- 60.Hebreeën 11:7-2 Petrus 2:10
- 61.2 Petrus 2:12-Openbaring 16:11
- 62.Openbaring 16:15-Openbaring 22:17
O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.
Mijn mond zal Uw gerechtigheid vertellen, den gansen dag Uw heil; hoewel ik de getallen niet weet.
Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.
In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien, en de veelheid van vrede, totdat de maan niet meer zij.
Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.
Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!
Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang.
Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet den hoop Uwer ellendigen niet in eeuwigheid.
Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.
Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan, klimt geduriglijk op.
Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.
Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.
Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;
Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.
Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.
Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn?
Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend.
Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.
En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
Zij hielden Gods verbond niet, en weigerden te wandelen in Zijn wet.
Omdat zij in God niet geloofden, en op Zijn heil niet vertrouwden.
Zij waren nog niet vervreemd van hun lust; hun spijs was nog in hun mond,
Boven dit alles zondigden zij nog, en geloofden niet, door Zijn wonderen.
Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.
Doch Hij, barmhartig zijnde, verzoende de ongerechtigheid, en verdierf hen niet; maar wendde dikwijls Zijn toorn af, en wekte Zijn ganse grimmigheid niet op.
En Hij dacht, dat zij vlees waren, een wind, die henengaat en niet wederkeert.
Zij dachten niet aan Zijn hand, aan den dag, toen Hij hen van den wederpartijder verloste;
En hun vloeden in bloed veranderde, en hun stromen, opdat zij niet zouden drinken.
Hij woog een pad voor Zijn toorn; Hij onttrok hun ziel niet van den dood; en hun gedierte gaf Hij aan de pestilentie over.
Ja, Hij leidde hen zeker, zodat zij niet vreesden; want de zee had hun vijanden overdekt.
Maar zij verzochten en verbitterden God, den Allerhoogste, en onderhielden Zijn getuigenissen niet.
Het vuur verteerde hun jongelingen, en hun jonge dochters werden niet geprezen.
Hun priesters vielen door het zwaard, en hun weduwen weenden niet.
Doch Hij verwierp de tent van Jozef, en den stam van Efraim verkoos Hij niet.
Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.
Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.
Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen.
Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;
Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israel heeft Mijner niet gewild.
Zij weten niet, en verstaan niet; zij wandelen steeds in duisternis; dies wankelen alle fondamenten der aarde.
Een lied, een psalm van Asaf. (1a) O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!
Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
Want God, de HEERE, is een Zon en Schild; de HEERE zal genade en eer geven; Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid wandelen.
Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons.
Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?
Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken; maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren.
O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.
Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand.
Mijn bekenden hebt Gij verre van mij gedaan, Gij hebt mij hun tot een groten gruwel gesteld; ik ben besloten, en kan niet uitkomen.
De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken.
Indien zijn kinderen Mijn wet verlaten, en in Mijn rechten niet wandelen;
Indien zij Mijn inzettingen ontheiligen, en Mijn geboden niet houden;
Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen.
Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde.
Gij hebt ook de scherpte zijns zwaards omgekeerd, en hebt hem niet staande gehouden in den strijd.
Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.
Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;
Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tien duizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.
Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;
De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.
En zeggen: De HEERE ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.
Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? zou Hij, Die het oog formeert, niet aanschouwen?
Zou Hij, Die de heidenen tuchtigt, niet straffen, Hij, Die den mens wetenschap leert?
Want de HEERE zal Zijn volk niet begeven, en Hij zal Zijn erve niet verlaten.
Verhardt uw hart niet, gelijk te Meriba, gelijk ten dage van Massa in de woestijn;
Veertig jaren heb Ik verdriet gehad aan dit geslacht, en heb gezegd: Zij zijn een volk, dwalende van hart, en zij kennen Mijn wegen niet.
Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden; Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid.
Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.
Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.
Die zijn naaste in het heimelijke achterklapt; dien zal ik verdelgen; die hoog van ogen is, en trots van hart, die zal ik niet vermogen.
Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugenen spreekt, zal voor mijn ogen niet bevestigd worden.
Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dagen als ik roep, verhoor mij haastelijk.
Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;
Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.
Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden.
Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden.
Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.
Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.
Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.
De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!
Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.
Hij zond duisternis, en maakte het duister; en zij waren Zijn woord niet wederspannig.
Onze vaders in Egypte hebben niet gelet op Uw wonderen; zij zijn der menigte Uwer goedertierenheid niet gedachtig geweest; maar zij waren wederspannig aan de zee, bij de Schelfzee.
En de wateren overdekten hun wederpartijders; niet een van hen bleef over.
Doch zij vergaten haast Zijn werken, zij verbeidden naar Zijn raad niet.
Dies Hij zeide, dat Hij hen verdelgen zou, ten ware Mozes, Zijn uitverkorene, in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had, om Zijn grimmigheid af te keren, dat Hij hen niet verdierf.
Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet.
Maar zij murmureerden in hun tenten; naar de stem des HEEREN hoorden zij niet.
Zij hebben die volken niet verdelgd, die de HEERE hun gezegd had;
En Hij zegent hen, zodat zij zeer vermenigvuldigen, en hun vee vermindert Hij niet.
Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?
Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.
De ongerechtigheid zijner vaderen worde gedacht bij den HEERE, en de zonde zijner moeder worde niet uitgedelgd.
Omdat hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft den ellendigen en den nooddruftigen man vervolgd, en den verslagene van hart, om hem te doden.
De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.
Caph. Zekerlijk, hij zal in der eeuwigheid niet wankelen; Lamed. de rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn.
Samech. Zijn hart, wel ondersteund zijnde, zal niet vrezen; Ain. totdat hij op zijn wederpartijen zie.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:5-Genesis 28:16
- 2.Genesis 28:17-Genesis 45:20
- 3.Genesis 45:24-Exodus 14:5
- 4.Exodus 14:12-Exodus 34:15
- 5.Exodus 34:20-Leviticus 19:9
- 6.Leviticus 19:10-Numberi 8:25
- 7.Numberi 8:26-Numberi 31:23
- 8.Numberi 31:49-Deuteronomium 12:9
- 9.Deuteronomium 12:13-Deuteronomium 23:2
- 10.Deuteronomium 23:3-Jozua 2:4
- 11.Jozua 2:5-Richteren 5:30
- 12.Richteren 6:5-Ruth 3:11
- 13.Ruth 3:13-1 Samuël 17:47
- 14.1 Samuël 17:55-2 Samuël 11:3
- 15.2 Samuël 11:9-1 Koningen 1:18
- 16.1 Koningen 1:19-1 Koningen 20:9
- 17.1 Koningen 20:11-2 Koningen 14:6
- 18.2 Koningen 14:11-1 Kronieken 21:13
- 19.1 Kronieken 21:17-2 Kronieken 28:20
- 20.2 Kronieken 28:21-Nehemia 9:34
- 21.Nehemia 9:35-Job 9:24
- 22.Job 9:25-Job 27:5
- 23.Job 27:6-Job 42:7
- 24.Job 42:8-Psalmen 37:7
- 25.Psalmen 37:8-Psalmen 71:9
- 26.Psalmen 71:12-Psalmen 112:8
- 27.Psalmen 115:1-Spreuken 4:13
- 28.Spreuken 4:14-Spreuken 23:22
- 29.Spreuken 23:23-Prediker 7:18
- 30.Prediker 7:20-Jesaja 17:10
- 31.Jesaja 17:14-Jesaja 42:3
- 32.Jesaja 42:4-Jesaja 57:20
- 33.Jesaja 58:1-Jeremia 5:29
- 34.Jeremia 6:8-Jeremia 16:17
- 35.Jeremia 17:4-Jeremia 30:10
- 36.Jeremia 30:11-Jeremia 48:11
- 37.Jeremia 48:27-Ezechiël 10:16
- 38.Ezechiël 11:11-Ezechiël 24:8
- 39.Ezechiël 24:12-Daniël 3:6
- 40.Daniël 3:11-Hosea 11:9
- 41.Hosea 14:4-Nahum 1:9
- 42.Nahum 1:12-Mattheüs 5:34
- 43.Mattheüs 5:36-Mattheüs 16:9
- 44.Mattheüs 16:11-Mattheüs 26:74
- 45.Mattheüs 27:6-Markus 11:31
- 46.Markus 11:33-Lukas 7:45
- 47.Lukas 7:46-Lukas 15:8
- 48.Lukas 15:13-Johannes 1:33
- 49.Johannes 2:4-Johannes 8:16
- 50.Johannes 8:20-Johannes 14:11
- 51.Johannes 14:17-Handelingen 5:40
- 52.Handelingen 5:42-Handelingen 25:6
- 53.Handelingen 25:7-Romeinen 9:10
- 54.Romeinen 9:11-1 Corinthiërs 5:11
- 55.1 Corinthiërs 5:12-1 Corinthiërs 14:17
- 56.1 Corinthiërs 14:21-2 Corinthiër 10:9
- 57.2 Corinthiër 10:12-Efeziërs 4:28
- 58.Efeziërs 4:30-1 Timotheüs 5:8
- 59.1 Timotheüs 5:9-Hebreeën 11:5
- 60.Hebreeën 11:7-2 Petrus 2:10
- 61.2 Petrus 2:12-Openbaring 16:11
- 62.Openbaring 16:15-Openbaring 22:17
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (217)
- Exodus (191)
- Leviticus (173)
- Numberi (135)
- Deuteronomium (278)
- Jozua (73)
- Richteren (118)
- Ruth (23)
- 1 Samuël (162)
- 2 Samuël (123)
- 1 Koningen (129)
- 2 Koningen (153)
- 1 Kronieken (36)
- 2 Kronieken (125)
- Ezra (22)
- Nehemia (55)
- Esther (28)
- Job (261)
- Psalmen (371)
- Spreuken (191)
- Prediker (62)
- Hooglied (11)
- Jesaja (310)
- Jeremia (382)
- Klaagliederen (35)
- Ezechiël (225)
- Daniël (68)
- Hosea (44)
- Joël (13)
- Amos (52)
- Obadja (4)
- Jona (9)
- Micha (19)
- Nahum (7)
- Habakuk (13)
- Zefanja (9)
- Zacharia (38)
- Maleachi (16)
- Mattheüs (230)
- Markus (137)
- Lukas (240)
- Johannes (288)
- Handelingen (146)
- Romeinen (139)
- 1 Corinthiërs (168)
- 2 Corinthiër (106)
- Galaten (52)
- Efeziërs (24)
- Filippenzen (17)
- Colossenzen (16)
- 1 Thessalonicenzen (24)
- 2 Thessalonicenzen (17)
- 1 Timotheüs (28)
- 2 Timotheüs (16)
- Titus (11)
- Filémon (3)
- Hebreeën (90)
- Jakobus (38)
- 1 Petrus (21)
- 2 Petrus (14)
- 1 Johannes (38)
- 2 Johannes (7)
- 3 Johannes (4)
- Judas (4)
- Openbaring (67)
Verwante onderwerpen
- Aard En Gevolgen Van Ongeloof
- Afkeer
- Afwijzing
- Afwijzing Van God
- Alcohol
- Alwetende God
- Andere Goden
- Andere Vertrouwen
- Anderen Die Niet Antwoorden
- Angst En Schrik
- Angst En Zorgen
- Antwoord
- Bang Zijn
- Bang Zijn
- Bedrog
- Begrip
- Beweringen
- Bijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk
- Christus Die De Waarheid Spreekt
- De Aard Van Onderdrukking
- De Aard Van Zonde
- De Handelingen Van Anderen Beoordelen
- De Openbaring Van God
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Vader
- De Waarheid Vertellen
- De Wereld
- Discipline Kind
- Dood Van Een Kind
- Eenzaamheid
- Eigen Wil
- Examens
- Geen Mensenkennis Hebben
- Geen Zorgen
- Geld Aan De Kerk Geven
- Geloven In Jezelf
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevechten
- God Die Niet Verzaakt
- God Vertrouwen En Geen Zorgen Maken
- Gods Hand
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Wil Kennen
- Haat
- Hand Van God
- Hebzucht
- Hebzucht
- Het Juiste Doen
- Historische Boeken
- Homohuwelijk
- Horen
- Houden Van Kinderen
- Huwelijk Kjv
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Je Lichaam Verzorgen
- Karakter Van Het Kwaad
- Koppige Individuen
- Korte Tijd Tot Het Einde
- Korte Tijd Voor Actie
- Luisteren
- Luisteren Naar God
- Misbruik
- Misbruik Van Liefde
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Niet Alleen Zijn
- Niet Geloven In Jezus
- Niet Geloven In Mensen
- Niet Horen
- Niet Mogelijk Om Andere Dingen Te Doen
- Niet Spaarzaam Zijn
- Niet Sterven
- Niet Vinden
- Nooit Opgeven
- Oneerbiedigheid
- Ongeloof Als Antwoord Tot God
- Ontrouw Aan God
- Ontvankelijkheid
- Onverschrokken
- Onvriendelijk
- Onwetendheid
- Onwetendheid Over Christus
- Onwetendheid Van Feiten
- Onwillige Mensen
- Oordeel
- Opscheppen
- Opstand
- Ouders Die Fout Zijn
- Persoonlijke Ethiek
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rivieren
- Sex
- Slavernij
- Sterk Blijven En Niet Opgeven
- Stilte
- Straf
- Tekort Aan Andere Dingen Dan Voedsel
- Teleurstelling
- Terughoudendheid
- Testen
- Tevreden Zijn
- Twijfelen Aan God
- Vals Vertrouwen
- Valse Religie
- Verantwoordelijkheid
- Verboden Voedsel
- Verenigingen Van Kwaad
- Vergissingen Maken
- Verlatenheid
- Verloren Zijn
- Veroordeling
- Verrassingen
- Verwezenlijkingen
- Vijanden In Spirituele Oorlog
- Vlees Eten
- Voeten
- Vol Onbebrip Zijn
- Voorspelling
- Voorspellingen Over Christus
- Voortdurend
- Vreemdelingen
- Wedstrijd
- Wees Niet Bang Van Mensen
- Wees Niet Bang Want God Zal Helpen
- Weigeren Om Te Horen
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Winst
- Woord Van God
- Worsteling
- Ze Hielden Zich Niet Aan De Geboden
- Zich Zorgen Maken
- Zich Zorgen Maken Over De Toekomst
- Zij Die Niets Zeggen
- Zorgen
- Zorgen En Stress