'Nochtans' in de Bijbel
Of wanneer een mens enig onrein ding zal aangeroerd hebben, hetzij het dode aas van een wild onrein gedierte, of het dode aas van onrein vee, of het dode aas van onrein kruipend gedierte; al is het voor hem verborgen geweest, nochtans is hij onrein en schuldig.
En indien een mens zal gezondigd hebben, en gedaan tegen een van alle geboden des HEEREN, hetwelk niet zou gedaan worden, al is het dat hij het niet geweten heeft, nochtans is hij schuldig, en zal zijn ongerechtigheid dragen.
Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: de kemel, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;
Dit nochtans zult gij eten van al het kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, hetwelk boven aan zijn voeten schenkelen heeft, om daarmede op de aarde te springen;
Hij zal niet vermangelen, noch hetzelve verwisselen, een goed voor een kwaad, of een kwaad voor een goed; indien hij nochtans een beest voor een beest enigzins verwisselt, zo zal dit, en wat daarvoor verwisseld is, heilig zijn.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (1)
- Exodus (2)
- Leviticus (5)
- Numberi (4)
- Jozua (1)
- Richteren (2)
- 1 Samuël (2)
- 2 Samuël (4)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (5)
- 1 Kronieken (3)
- 2 Kronieken (2)
- Nehemia (1)
- Job (11)
- Psalmen (12)
- Spreuken (3)
- Prediker (5)
- Jesaja (5)
- Jeremia (11)
- Ezechiël (7)
- Daniël (2)
- Hosea (4)
- Amos (5)
- Jona (1)
- Habakuk (1)
- Zacharia (1)
- Maleachi (1)