'Ook' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:16-Genesis 42:22
- 2.Genesis 42:28-Exodus 27:1
- 3.Exodus 27:3-Leviticus 7:10
- 4.Leviticus 7:16-Numberi 17:6
- 5.Numberi 18:2-Jozua 10:41
- 6.Jozua 11:17-1 Samuël 16:9
- 7.1 Samuël 17:41-2 Samuël 19:43
- 8.2 Samuël 20:14-2 Koningen 9:22
- 9.2 Koningen 9:27-2 Kronieken 1:11
- 10.2 Kronieken 2:3-Ezra 3:7
- 11.Ezra 4:2-Job 30:2
- 12.Job 31:15-Spreuken 16:4
- 13.Spreuken 16:7-Jesaja 22:24
- 14.Jesaja 23:4-Jeremia 26:19
- 15.Jeremia 26:20-Ezechiël 23:43
- 16.Ezechiël 24:3-Joël 2:12
- 17.Joël 2:29-Mattheüs 20:7
- 18.Mattheüs 20:10-Lukas 4:6
- 19.Lukas 4:23-Lukas 21:2
- 20.Lukas 21:11-Johannes 17:21
- 21.Johannes 17:24-Handelingen 26:12
- 22.Handelingen 26:26-1 Corinthiërs 5:12
- 23.1 Corinthiërs 6:5-2 Corinthiër 8:11
- 24.2 Corinthiër 8:14-Colossenzen 1:29
- 25.Colossenzen 2:11-Hebreeën 12:26
- 26.Hebreeën 13:3-Openbaring 17:11
Heeft Hij niet, Die mij in den buik maakte, hem ook gemaakt en Een ons in de baarmoeder bereid?)
Dat ware ook een misdaad bij den rechter; want ik zou den God van boven verzaakt hebben.
(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).
Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden.
Daarom zeg ik: Hoor naar mij; ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
Ik zal mijn deel ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;
Ook waarlijk, God handelt niet goddelooslijk, en de Almachtige verkeert het recht niet.
Zou hij ook, die het recht haat, den gewonde verbinden, en zoudt gij den zeer Rechtvaardige verdoemen?
Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.
Alzo zou Hij ook u afgekeerd hebben van den mond des angstes tot de ruimte, onder dewelke geen benauwing zou geweest zijn; en het gerecht uwer tafel zou vol vettigheid geweest zijn.
Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.
Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?
Daarvan verkondigt Zijn geklater, en het vee; ook van den opgaanden damp
Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats.
Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.
Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]
Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?
Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.
Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters? [ (Job 40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden? ] [ (Job 40:26) Zult gij zijn huid met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd? ] [ (Job 40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer. ] [ (Job 40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden? ]
Ook kwamen tot hem al zijn broeders, en al zijn zusters, en allen, die hem te voren gekend hadden, en aten brood met hem in zijn huis, en beklaagden hem, en vertroostten hem over al het kwaad, dat de HEERE over hem gebracht had; en zij gaven hem een iegelijk een stuk gelds, een iegelijk ook een gouden voorhoofdsiersel.
Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een.
Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.
Ook hebt Gij mij het schild Uws heils gegeven, en Uw rechterhand heeft mij ondersteund, en Uw zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt.
Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon.
Houd Uw knecht ook terug van trotsheden; laat ze niet over mij heersen; dan zal ik oprecht zijn en rein van grote overtreding.
Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offeranden des geklanks offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen den HEERE.
Vanwege al mijn wederpartijders ben ik, ook mijn naburen, grotelijks tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien, vlieden van mij weg.
Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood.
Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij.
De HEERE zal hem bewaren, en zal hem bij het leven behouden; hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over in zijner vijanden begeerte.
Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.
God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.
Een ieder van hen is teruggekeerd, te zamen zijn zij stinkende geworden, er is niemand, die goed doet, ook niet een.
[ (Psalms 56:14) Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood; ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor Gods aangezicht te wandelen in het licht der levenden? ]
[ (Psalms 65:14) De velden zijn bekleed met kudden, en de dalen zijn bedekt met koren; zij juichen, ook zingen zij. ]
Daverde de aarde, ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinai, voor het aanschijn Gods, des Gods van Israel.
Waarom springt gij op, gij bultige bergen? Deze berg heeft God begeerd tot Zijn woning; ook zal er de HEERE wonen in eeuwigheid.
Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!
Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.
Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte; Gij, Die grote dingen gedaan hebt; o God! wie is U gelijk?
Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!
Ook zal mijn tong Uw gerechtigheid den gansen dag uitspreken, want zij zijn beschaamd, want zij zijn schaamrood geworden, die mijn kwaad zoeken.
De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.
Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen.
Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid.
De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.
De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.
Ziet, Hij heeft den rotssteen geslagen, dat er wateren uitvloeiden, en beken overvloediglijk uitbraken, zou Hij ook brood kunnen geven? Zou Hij Zijn volke vlees toebereiden?
Daarom hoorde de HEERE, en werd verbolgen; en een vuur werd ontstoken tegen Jakob, en toorn ging ook op tegen Israel;
Ook gaf Hij hun vee den hagel over, en hun beesten aan de vurige kolen.
Ook heeft hij hen geweid naar de oprechtheid zijns harten, en heeft hen geleid met een zeer verstandig beleid zijner handen.
Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des HEEREN; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot den levenden God.
Als zij door het dal der moerbezienbomen doorgaan, stellen zij Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken.
Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven.
Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen.
De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond.
Met welken Mijn hand vast blijven zal; ook zal hem Mijn arm versterken.
Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.
Gij hebt ook de scherpte zijns zwaards omgekeerd, en hebt hem niet staande gehouden in den strijd.
De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.
Wiens ook de zee is, want Hij heeft ze gemaakt; en Zijn handen hebben het droge geformeerd.
Waar Mij uw vaders verzochten, Mij beproefden, ook Mijn werk zagen.
Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden; Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid.
Wanneer de volken samen zullen vergaderd worden, ook de koninkrijken, om den HEERE te dienen.
Welken Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israel tot een eeuwig verbond,
Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:
Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf des broods.
Hij versloeg ook alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen al hunner krachten.
Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet.
Ook hebben zij zich gekoppeld aan Baal-Peor, en zij hebben de offeranden der doden gegeten.
Zij maakten Hem ook zeer toornig aan het twistwater, en het ging Mozes kwalijk om hunnentwil.
Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.
Een lied, een psalm van David. (1a) O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer.
Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.
Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.
Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.
Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
Indien uw zonen Mijn verbond zullen houden, en Mijn getuigenissen, die Ik hun leren zal; zo zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid op uw troon zitten.
Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.
Oren hebben zij, maar horen niet; ook is er geen adem in hun mond.
Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion.
Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.
Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.
Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.
De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.
Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!
Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.
De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.
Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.
Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.
De zegenende ziel zal vet gemaakt worden; en die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden.
Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid.
Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.
De HEERE heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; ja, ook den goddeloze tot den dag des kwaads.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:16-Genesis 42:22
- 2.Genesis 42:28-Exodus 27:1
- 3.Exodus 27:3-Leviticus 7:10
- 4.Leviticus 7:16-Numberi 17:6
- 5.Numberi 18:2-Jozua 10:41
- 6.Jozua 11:17-1 Samuël 16:9
- 7.1 Samuël 17:41-2 Samuël 19:43
- 8.2 Samuël 20:14-2 Koningen 9:22
- 9.2 Koningen 9:27-2 Kronieken 1:11
- 10.2 Kronieken 2:3-Ezra 3:7
- 11.Ezra 4:2-Job 30:2
- 12.Job 31:15-Spreuken 16:4
- 13.Spreuken 16:7-Jesaja 22:24
- 14.Jesaja 23:4-Jeremia 26:19
- 15.Jeremia 26:20-Ezechiël 23:43
- 16.Ezechiël 24:3-Joël 2:12
- 17.Joël 2:29-Mattheüs 20:7
- 18.Mattheüs 20:10-Lukas 4:6
- 19.Lukas 4:23-Lukas 21:2
- 20.Lukas 21:11-Johannes 17:21
- 21.Johannes 17:24-Handelingen 26:12
- 22.Handelingen 26:26-1 Corinthiërs 5:12
- 23.1 Corinthiërs 6:5-2 Corinthiër 8:11
- 24.2 Corinthiër 8:14-Colossenzen 1:29
- 25.Colossenzen 2:11-Hebreeën 12:26
- 26.Hebreeën 13:3-Openbaring 17:11