4366 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Op' in de Bijbel

Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God.

VersbegrippenNatuurlijke Gebruik Van DagenBoek Van De WetLezenSynagogeElementen Van AanbiddenHet Schrift LezenEen Vierde PadBeleden ZondeGod AanbiddenSamen AanbiddenDe Bijbel LezenBiechten

Jesua nu, en Bani, Kadmiel, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Chenani, stonden op het hoge gestoelte der Levieten, en riepen met luider stem tot den HEERE, hun God;

VersbegrippenTrappenJuichen Naar De Heer

En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!

VersbegrippenDe Glorie Van GodLofGod, De EeuwigeImmoraliteit In OTStaanHeerlijkheid Van GodGods Glorie OnthuldEeuwig LofGods Naam VerkondigenZegen De Heer!

En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepten geworpen, als een steen in sterke wateren.

VersbegrippenDoormakenVerdeling Van WaterenDroog LandMensen Als RotsenGod DodendVerdeeld WaterDe Zee GeopendGod Doodde De Mensen

En Gij hebt ze des daags geleid met een wolkkolom, en des nachts met een vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen.

VersbegrippenGoddelijke ManifestatiesNatuurlijk LichtZuilenGedenkstenenGod Verschijnt In VuurLicht In De WereldGedurende De DagGod heeft GeleidNavigatie

En Gij zijt neergedaald op den berg Sinai, en hebt met hen gesproken uit den hemel; en Gij hebt hun gegeven rechtmatige rechten, en getrouwe wetten, goede inzettingen en geboden.

VersbegrippenUitstekende WetGod Spreekt Vanuit De Hemel

Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen.

VersbegrippenVerlatenheidOntvangen Van Gods BegeleidingGedenkstenenGod Verschijnt In VuurLicht In De WereldGod Die Niet VerzaaktGedurende De DagGod heeft Geleid

Nu dan, o onze God, Gij grote, Gij machtige, en Gij vreselijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt; laat voor Uw aangezicht niet gering zijn al de moeite, die ons getroffen heeft, onze koningen, onze vorsten, en onze priesteren; en onze profeten, en onze vaderen, en Uw ganse volk, van de dagen der koningen van Assur af tot op dezen dag.

VersbegrippenKwellingen Tijdens Het GebedOntmoedigingGenade In OTGebed Tijdens TeleurstellingOnderschattingDe MachtigeGod Moet Gevreesd WordenGod Houdt Het VerbondOntbering

Ook als de volken des lands waren en alle koren op den sabbatdag ten verkoop brengen, dat wij op den sabbat, of op een anderen heiligen dag van hen niet zouden nemen; en dat wij het zevende jaar zouden vrij laten, mitsgaders allerhande bezwaarnis.

VersbegrippenPersoonlijke EthiekKopen En VerkopenKredietRespect Voor De OmgevingSabbatjaarDe Sabbat In OTHandelJarenSchuldenarenKwijtschelden Van SchuldAnnuleren SchuldenDe Sabbat RespecterenSchuld

Voorts zetten wij ons geboden op, ons opleggende een derde deel van een sikkel in het jaar, tot den dienst van het huis onzes Gods;

VersbegrippenGewijd BroodSociale EthiekMunstelselBelastingEen DerdeElk JaarBelasting Die Betaald Moet Worden

Ook wierpen wij de loten, onder de priesters, de Levieten en het volk, over het offer van het hout, dat men brengen zou ten huize onzes Gods, naar het huis onzer vaderen, op bestemde tijden, jaar op jaar, om te branden op het altaar des HEEREN, onzes Gods, gelijk het in de wet geschreven is;

VersbegrippenLoten UitschrijvenHoutAltaar Van De HeerBrandhout

Dat wij ook de eerstelingen onzes lands en de eerstelingen van alle vrucht van al het geboomte, jaar op jaar, zouden brengen ten huize des HEEREN;

VersbegrippenBeweringenEerste VruchtenVerantwoordelijkheid

En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).

VersbegrippenSteden in IsraëlTempelassistenten

Want er was een gebod des konings van hen, te weten, een zeker onderhoud voor de zangers, van elk dagelijks op zijn dag.

VersbegrippenZingenMuziek Om Te Vieren

In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;

Toen deed ik de vorsten van Juda opgaan op den muur; en ik stelde twee grote dankkoren en omgangen, een ter rechterhand op den muur, naar de Mistpoort toe.

VersbegrippenDrek En MestAangeboden DankbaarheidKorenJuiste KantGenoemde PoortenZangers

Voorts naar de Fonteinpoort, en tegen hen over, gingen zij op bij de trappen van Davids stad, door den opgang des muurs, boven Davids huis, tot aan de Waterpoort, tegen het oosten.

VersbegrippenTrappenGenoemde PoortenStappen

Het tweede dankkoor nu ging tegenover, en ik achter hetzelve, met de helft des volks, op den muur, van boven den Bakoventoren, tot aan den breden muur;

VersbegrippenOvensOvensAan De Linkerkant

Daarom gaf gans Israel, in de dagen van Zerubbabel, en in de dagen van Nehemia, de delen der zangers en der poortiers, van elk dagelijks op zijn dag; en zij heiligden voor de Levieten, en de Levieten heiligden voor de kinderen van Aaron.

VersbegrippenPoortwachtersKorenToestemming Om Offers Te EtenTijden Van Mensen

In dezelfde dagen zag ik in Juda, die persen traden op den sabbat, en die garven inbrachten, die zij op ezels laadden; als ook wijn, druiven en vijgen, en allen last, dien zij te Jeruzalem inbrachten op den sabbatdag; en ik betuigde tegen hen ten dage, als zij eetwaren verkochten.

VersbegrippenSoorten Van Kunst En AmbachtenVijgenboomLandbouw, VoorwaardenDruivenHervormingFysieke RustWijnpersVijgenDruiven VertrappelenDe Sabbat Overtreden

Daar waren ook Tyriers binnen, die vis aanbrachten, en alle koopwaren, die zij op den sabbat verkochten aan de kinderen van Juda en te Jeruzalem.

VersbegrippenDe Sabbat Overtreden

Het geschiedde nu, als de poorten van Jeruzalem schaduw gaven, voor den sabbat, dat ik bevel gaf, en de deuren werden gesloten; en ik beval, dat zij ze niet zouden opendoen tot na den sabbat; en ik stelde van mijn jongens aan de poorten, opdat er geen last zou inkomen op den sabbatdag.

VersbegrippenSchaduwenStedenPoorten SluitenDuisternis Van De Nacht

Zo betuigde ik tegen hen, en zeide tot hen: Waarom vernacht gijlieden tegenover den muur? Zo gij het weder doet, zal ik de hand aan u slaan. Van dien tijd af kwamen zij niet op den sabbat.

Alzo reinigde ik hen van alle vreemden; en ik bestelde de wachten der priesteren en der Levieten, elk op zijn werk;

VersbegrippenVermijden Van VreemdelingenOpdracht

Ook tot het offer des houts, op bestemde tijden, en tot de eerstelingen. Gedenk mijner, mijn God, ten goede.

VersbegrippenGod BehagenBrandhoutEerste Vruchten

In die dagen, als de koning Ahasveros op den troon zijns koninkrijks zat, die op den burg Susan was;

Toen nu die dagen vervuld waren, maakte de koning een maaltijd al den volke, dat gevonden werd op den burg Susan, van den grootste tot den kleinste, zeven dagen lang, in het voorhof van den hof van het koninklijk paleis.

VersbegrippenAvondmaalZeven Dagen

Er waren witte, groene en hemelsblauwe behangselen, gevat aan fijn linnen en purperen banden, in zilveren ringen, en aan marmeren pilaren; de bedsteden waren van goud en zilver, op een vloer van porfier steen, en van marmer, en albast, en kostelijke stenen.

VersbegrippenBeddenWandtapijtenTouwenWitte KledijPaarse StofBetalingenItems In Steen

Op den zevenden dag, toen des konings hart vrolijk was van den wijn, zeide hij tot Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven kamerlingen, dienende voor het aangezicht van den koning Ahasveros,

VersbegrippenVrolijkheidKamerherenZeven MensenDe Zevende Dag Van De WeekDag 7Dronken Personen

Doch de koningin Vasthi weigerde te komen op het woord des konings, hetwelk door den dienst der kamerlingen haar aangezegd was. Toen werd de koning zeer verbolgen, en zijn grimmigheid ontstak in hem.

VersbegrippenOorzaken Van De Woede Van De MensGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

Er was een Joods man op den burg Susan, wiens naam was Mordechai, een zoon van Jair, den zoon van Simei, den zoon van Kis, een man van Jemini;

Het geschiedde nu, toen het woord des konings en zijn wet ruchtbaar was, en toen vele jonge dochters samenvergaderd werden op den burg Susan, onder de hand van Hegai, werd Esther ook genomen in des konings huis, onder de hand van Hegai, den bewaarder der vrouwen.

En de koning beminde Esther boven alle vrouwen, en zij verkreeg genade en gunst voor zijn aangezicht, boven alle maagden; en hij zette de koninklijke kroon op haar hoofd, en hij maakte haar koningin in de plaats van Vasthi.

VersbegrippenKronen, Gedragen DoorAantrekkingskrachtKroningenWisselen Van LeidersFavoriet Van De MensDe Schoonheid Van VrouwenGunstCompetitieKronenKoningshuis

Toen werden de schrijvers des konings geroepen, in de eerste maand, op den dertienden dag derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders des konings, en aan de landvoogden, die over elk landschap waren, en aan de vorsten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijn spraak; er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld.

VersbegrippenProvinciesHet Bericht VerzegelenAlfabet

De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.

VersbegrippenMaand 12Israëlieten Doden

Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was,

VersbegrippenStadspleinen

Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis.

VersbegrippenDe Derde Dag Van De WeekOnderscheidende KledingKoningshuis

Zo zeide de koning tot Esther op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.

VersbegrippenGebruik Van AlcoholWijn DrinkenHelft Van Districten

Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.

VersbegrippenAan De Poort ZittenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op AnderenVreugde In Succes

Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde.

VersbegrippenSoorten KledingRijke KledingJurkKronen Op WezensOnderscheidende Kleding

En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!

Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.

VersbegrippenHelft Van Districten

En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was.

VersbegrippenTegenstrijdigheidDecadentieLeven ZoekenTuinen Aan PaleizenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.

VersbegrippenBeddenMensen Die Tuimelen

De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.

Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.

VersbegrippenAfrikaMaand 3Honderd En EnkelenAlfabet

En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;

VersbegrippenMuilezelsHet Bericht VerzegelenOp Paarden Rijden

Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand; deze is de maand Adar.

VersbegrippenMaand 12

De lopers, die op snelle kemelen reden en op muildieren, togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burg Susan.

VersbegrippenMuilezels

Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en een iedere stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijn wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen; en velen uit de volken des lands werden Joden, want de vreze der Joden was op hen gevallen.

VersbegrippenAngst Voor Andere MensenVreugde In Gods Werk

In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.

VersbegrippenMaand 12Joden Onder DreigingMensen Haten

Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.

VersbegrippenAngst Voor Andere Mensen

En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen.

VersbegrippenJoden Onder DreigingAngst Van Individuen

De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.

Ten zelfden dage kwam voor den koning het getal der gedoden op den burg Susan.

VersbegrippenInformatie Geven

En de koning zeide tot de koningin Esther: Te Susan op den burg hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman; wat hebben zij in al de andere landschappen des konings gedaan? Wat is nu uw bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden.

VersbegrippenTien MensenVier- Tot VijfhonderdVier- En VijfhonderdAantal Vreemdelingen Gedood

Toen zeide de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan, en men hing de tien zonen van Haman op.

VersbegrippenHangenTien MensenMensen Die Opgehangen Worden

En de Joden, die te Susan waren, vergaderden ook op den veertienden dag der maand Adar, en zij doodden te Susan driehonderd mannen; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdMaand 12Driehonderd En MeerAantal Vreemdelingen Gedood

Dit geschiedde op den dertienden dag der maand Adar; en op de veertienden derzelve rustten zij, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.

VersbegrippenMaand 12

En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden derzelve, en op den veertienden derzelve; en zij rustten op den vijftienden derzelve, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.

VersbegrippenMaand 12

Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen.

VersbegrippenToestellen Van KwaadMensen Die Opgehangen Worden

Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar;

VersbegrippenPurimfeest

Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.

VersbegrippenHoe Te Vasten

Daarna legde de koning Ahasveros schatting op het land, en de eilanden der zee.

VersbegrippenKust

En zijn zonen gingen, en maakten maaltijden in ieders huis op zijn dag; en zij zonden henen, en nodigden hun drie zusteren, om met hen te eten en te drinken.

VersbegrippenFeestenBanketten, activiteitenUitnodigingenVrijetijd En VrijetijdsbestedingVermaakVieringVieren

Toen zeide de HEERE tot den satan; Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanZwerversWaar Vandaan?SatanDe Duivel

En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad.

VersbegrippenGedragGerechtigheid In Het Leven Van GelovigenDienaren Van De HeerNamen En Titels Voor SatanBijvalUnieke IndividuenIndividuen Die God VrezenDienstbaarheidSchuwen

Als deze nog sprak, zo kwam een ander, en zeide: De Chaldeen stelden drie hopen, en vielen op de kemelen aan, en namen ze, en sloegen de jongeren met de scherpte des zwaards; en ik ben maar alleen ontkomen, om het u aan te zeggen.

VersbegrippenKamelenAlleen HandelenDrie GroepenTerwijl We PratenDieren Nemen

En zie, een grote wind kwam van over de woestijn, en stiet aan de vier hoeken van het huis, en het viel op de jongelingen, dat ze stierven; en ik ben maar alleen ontkomen, om het u aan te zeggen.

VersbegrippenStormenAlleen HandelenVier HoekenVernietiging Van HuizenVier ZijdenDood Van Anonieme IndividuenDoodOrkanen

Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanZwerversWaar Vandaan?Zwerven

En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.

VersbegrippenZiektesOpruien Tot KwaadDienaren Van De HeerVoorbeelden Van Angst Van GodUnieke IndividuenIndividuen Die God VrezenSchuwen

En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.

VersbegrippenStof, Figuurlijk GebruiktGewadenBesprenkelenScheuren Van KledingHuilenVanop Een Afstand BekijkenStof Op Het HoofdGeen Mensen HerkennenZij Die Kledij Verscheurden

Alzo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.

VersbegrippenRouwWekenZeven DagenIn Gemeenschap ZittenIndividuen Die Niet SprekenVrienden VerliezenRouwen

Daar houden de bozen op van beroering, en daar rusten de vermoeiden van kracht;

VersbegrippenEeuwige RustRusteloosheidGevolgen Van Dood Van De HeiligenGeen ProblemenRustMoe

Onder de gedachten van de gezichten des nachts, als diepe slaap valt op de mensen;

VersbegrippenNachtTegenslag OverwinnenWatervallen

Hoeveel te min op degenen, die lemen huizen bewonen, welker grondslag in het stof is? Zij worden verbrijzeld voor de motten.

VersbegrippenFunderingenInsectenEigendom, HuizenDe Nietigheid Van De MensMottenMetaforische HuizenWezens Van Stof

Van den morgen tot den avond worden zij vermorzeld; zonder dat men er acht op slaat, vergaan zij in eeuwigheid.

VersbegrippenDood

De gangen haars wegs wenden zich ter zijde af; zij lopen op in het woeste, en vergaan.

VersbegrippenPad Van Het KwaadWoonwagens

De reizigers van Thema zien ze, de wandelaars van Scheba wachten op haar.

VersbegrippenHandelWaterWoonwagens

Ook werpt gij u op een wees; en gij graaft tegen uw vriend.

VersbegrippenWezenGokkenRuilenProfiteren VanFalende Vriendschap

Zou onrecht op mijn tong wezen? Zou mijn gehemelte niet de ellenden te verstaan geven?

VersbegrippenDe Aard Van OnderscheidingsvermogenLippenWelke Zonde?

Het oog desgenen, die mij nu ziet, zal mij niet zien; uw ogen zullen op mij zijn; maar ik zal niet meer zijn.

VersbegrippenIndividuen Die Overlijden

Ik versmaad ze, ik zal toch in der eeuwigheid niet leven; houd op van mij, want mijn dagen zijn ijdelheid.

VersbegrippenMenselijk LevenEenzaamheidIjdelheidLaat Ons Met RustDe Mens Een Zuchtje WindNiet Voor AltijdHet Leven Veracht

Hij zal op zijn huis leunen, maar het zal niet bestaan; hij zal zich daaraan vasthouden, maar het zal niet staande blijven.

VersbegrippenHuizen Onder AanvalStructuur

Er is geen scheidsman tussen ons, die zijn hand op ons beiden leggen mocht.

VersbegrippenArbitrage

Dat Hij van op mij Zijn roede wegdoe, en dat Zijn verschrikking mij niet verbaasd make;

VersbegrippenMensen Aantikken Met Een StafZij Bang Van God

Zijn mijn dagen niet weinig? Houd op, zet van mij af, dat ik mij een weinig verkwikke;

VersbegrippenDe Korte Duur Van Het LevenLaat Ons Met Rust

Ziet, Hij houdt de wateren op, en zij drogen uit; ook laat Hij ze uit, en zij keren de aarde om.

VersbegrippenGod Droogt De DingenOverstromingen

Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

VersbegrippenLippenRationeel Argument

Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

VersbegrippenGods HandGods Handen Bij TegenstandZij Bang Van God

Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.

VersbegrippenDe Eindigheid Van De DoodDood Is DefinitiefOntwaken

Public domain