'Tegen' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:8-Numberi 11:33
- 2.Numberi 12:1-Deuteronomium 29:27
- 3.Deuteronomium 30:19-Richteren 7:1
- 4.Richteren 7:2-1 Samuël 28:18
- 5.1 Samuël 29:8-2 Koningen 10:33
- 6.2 Koningen 11:6-2 Kronieken 14:6
- 7.2 Kronieken 14:9-Esther 8:13
- 8.Esther 9:24-Psalmen 68:20
- 9.Psalmen 71:13-Jesaja 27:4
- 10.Jesaja 29:3-Jeremia 36:7
- 11.Jeremia 36:16-Ezechiël 17:15
- 12.Ezechiël 17:20-Daniël 11:40
- 13.Hosea 2:1-Mattheüs 27:13
- 14.Mattheüs 27:60-Handelingen 25:15
- 15.Handelingen 25:19-Openbaring 22:3
Laat hen beschaamd worden, laat hen verteerd worden, die mijn ziel tegen zijn; laat hen met smaad en schande overdekt worden, die mijn kwaad zoeken.
Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde.
Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?
Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan, klimt geduriglijk op.
Nog voeren zij wijders voort tegen Hem te zondigen, verbitterende den Allerhoogste in de dorre wildernis.
En zij spraken tegen God, zij zeiden: Zou God een tafel kunnen toerichten in de woestijn?
Daarom hoorde de HEERE, en werd verbolgen; en een vuur werd ontstoken tegen Jakob, en toorn ging ook op tegen Israel;
Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israel nedervelde.
En Hij leverde Zijn volk over ten zwaarde, en werd verbolgen tegen Zijn erfenis.
O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?
Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;
In kort zou Ik hun vijanden gedempt hebben, en Mijn hand gewend hebben tegen hun wederpartijders.
Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?
O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.
Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?
Maar Gij hebt hem verstoten en verworpen; Gij zijt verbolgen geworden tegen Uw gezalfde.
Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde.
En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan.
Wie zal voor mij staan tegen de boosdoeners? Wie zal zich voor mij stellen tegen de werkers der ongerechtigheid?
Zij rotten zich samen tegen de ziel des rechtvaardigen, en zij verdoemen onschuldig bloed.
Mijn vijanden smaden mij al den dag; die tegen mij razen, zweren bij mij.
Dies hief Hij tegen hen Zijn hand op, zwerende dat Hij hen nedervellen zou in de woestijn;
Dies is de toorn des HEEREN ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft een gruwel gehad aan Zijn erfdeel.
Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.
Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.
Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.
Dit zij het werkloon mijner tegenstanders van den HEERE, en dergenen, die kwaad spreken tegen mijn ziel.
Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.
De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, als de mensen tegen ons opstonden;
Toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak.
Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten.
Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.
Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?
Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;
En deze loeren op hun eigen bloed, en versteken zich tegen hun zielen.
Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont.
Totdat hem de pijl zijn lever doorsneed; gelijk een vogel zich haast naar den strik, en niet weet, dat dezelve tegen zijn leven is.
Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen, die Mij haten, hebben den dood lief.
Zekerlijk, de wederspannige zoekt het kwaad; maar een wrede bode zal tegen hem gezonden worden.
De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.
De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.
Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.
Want hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten.
Wees niet zonder oorzaak getuige tegen uw naaste; want zoudt gij verleiden met uw lip?
Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.
Gelijk in het water het aangezicht is tegen het aangezicht, alzo is des mensen hart tegen den mens.
Die de wet verlaten, prijzen de goddelozen; maar die de wet bewaren, mengen zich in strijd tegen hen.
Een windhond van goede lenden, of een bok; en een koning, die niet tegen te staan is.
En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.
Er was een kleine stad, en weinig lieden waren daarin; en een groot koning kwam tegen haar, en hij omsingelde ze, en hij bouwde grote vastigheden tegen haar.
Als de geest des heersers tegen u oprijst, verlaat uw plaats niet; want het is medicijn, het stilt grote zonden.
Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed.
Uw hals is als een elpenbenen toren, uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; uw neus is als de toren van Libanon, die tegen Damaskus ziet.
Hoort, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde! want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd; maar zij hebben tegen Mij overtreden.
En Ik zal Mijn hand tegen u keren, en Ik zal uw schuim op het allerreinste afzuiveren, en Ik zal al uw tin wegnemen.
En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.
Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde;
En tegen alle hoge en verhevene cederen van Libanon, en tegen alle eiken van Basan;
En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen.
En het volk zal gedrongen worden, de een zal zijn tegen den ander, en een iegelijk tegen zijn naaste; de jongeling zal stout zijn tegen den oude, de verachte tegen den eerlijke.
Want Jeruzalem heeft aangestoten, en Juda is gevallen, dewijl hun tong en handelingen tegen den HEERE zijn, om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren.
Het gelaat huns aangezichts getuigt tegen hen, en hun zonden spreken zij vrij uit, gelijk Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunlieder ziel; want zij doen zichzelven kwaad.
De HEERE komt ten gerichte tegen de oudsten Zijns volks en deszelfs vorsten, want gijlieden hebt dezen wijngaard verteerd; de roof des ellendigen is in uwe huizen.
En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.
Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft tegen hetzelve Zijn hand uitgestrekt, en Hij heeft het geslagen, zodat de bergen hebben gebeefd, en hun dode lichamen zijn geworden als drek in het midden der straten. Om dit alles keert zich Zijn toorn niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
En zij zullen tegen hetzelve te dien dage bruisen, als het bruisen der zee. Dan zal men de aarde aanzien, maar ziet, er zal duisternis en benauwdheid zijn, en het licht zal verduisterd worden in hun verwoestingen.
Het geschiedde nu in de dagen van Achaz, den zoon van Jotham, den zoon van Uzzia, den koning van Juda, dat Rezin, de koning van Syrie, en Pekah, de zoon van Remalia, de koning van Israel, optoog naar Jeruzalem, ten oorlog tegen haar; maar hij vermocht met strijden niet tegen haar.
Omdat de Syrier kwaad tegen u beraadslaagd heeft, met Efraim en den zoon van Remalia, zeggende:
Laat ons optrekken tegen Juda, en het verdriet aandoen, en het onder ons delen, en den zoon van Tabeal koning maken in het midden van hen.
Want de HEERE zal Rezins tegenpartijders tegen hem verheffen, en Hij zal zijn vijanden samen vermengen:
Manasse Efraim, en Efraim Manasse, en zij zullen te zamen tegen Juda zijn. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
Ik zal hem zenden tegen een huichelachtig volk, en Ik zal hem bevel geven tegen het volk Mijner verbolgenheid; opdat hij den roof rove, en plundere de plundering, en stelle het ter vertreding, gelijk het slijk der straten.
Zal een bijl zich beroemen tegen dien, die daarmede houwt? Zal een zaag pochen tegen dien, die ze trekt? Alsof een staf bewoog degenen, die hem opheffen? Als men een stok opheft, is het geen hout?
Daarom zegt de Heere HEERE der heirscharen alzo: Vreest niet, gij Mijn volk, dat te Sion woont! voor Assur, als hij u met de roede zal slaan, en hij zijn staf tegen u zal opheffen, naar de wijze der Egyptenaren;
Want de HEERE der heirscharen zal tegen hem een gesel verwekken, gelijk de slachting van Midian was aan de rots van Oreb; en gelijk Zijn staf over de zee was, denwelken Hij verheffen zal, naar de wijze der Egyptenaren.
Nog een dag blijft hij te Nob; hij zal zijn hand bewegen tegen den berg der dochter van Sion, den heuvel van Jeruzalem.
Maar zij zullen den Filistijnen op den schouder vliegen tegen het westen, en zij zullen te zamen die van het oosten beroven; aan Edom en Moab zullen zij hun handen slaan, en de kinderen Ammons zullen hun gehoorzaam zijn.
Ook zal de HEERE den inham der zee van Egypte verbannen, en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte Zijns winds; en Hij zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal maken, dat men met schoenen daardoor zal gaan.
Ziet, Ik zal de Meden tegen hen verwekken, die het zilver niet zullen achten, en aan het goud zullen zij geen lust hebben.
Dan zult gij deze spreuk opnemen tegen den koning van Babel, en zeggen: Hoe houdt de drijver op? Hoe houdt de goudene op?
Ook verheugen zich de dennen over u, en de cederen van Libanon, zeggende: Sinds dat gij daar nederligt, komt niemand tegen ons op, die ons afhouwe.
Want Ik zal tegen hen opstaan, spreekt de HEERE der heirscharen, en Ik zal van Babel uitroeien den naam en het overblijfsel, en den zoon en den zoonszoon, spreekt de HEERE.
Dit is het woord, dat de HEERE tegen Moab gesproken heeft, van toen af.
Want Ik zal de Egyptenaren tegen de Egyptenaren verwarren, dat zij zullen strijden een iegelijk tegen zijn broeder, en een iegelijk tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk.
Waar zijn nu uw wijzen? Dat zij u nu te kennen geven of vernemen, wat de HEERE der heirscharen beraadslaagd heeft tegen Egypte.
Te dien dage zullen de Egyptenaars zijn als de vrouwen; en zij zullen beven en vrezen vanwege de beweging van de hand des HEEREN der heirscharen, welke Hij tegen hen bewegen zal.
En het land van Juda zal den Egyptenaren tot een schrik zijn; zo wie het vermelden zal, die zal in zichzelven bevreesd wezen vanwege den raad des HEEREN der heirscharen, dien Hij tegen hen beraadslaagd heeft.
In het jaar, toen Tartan naar Asdod kwam, als hem Sargon, de koning van Assyrie gezonden had, toen hij krijg voerde tegen Asdod, en het innam;
En zie nu, daar komt een wagen mannen, en een paar ruiters! Toen antwoordde hij, en zeide: Babel is gevallen, zij is gevallen! en al de gesneden beelden harer goden heeft Hij verbroken tegen de aarde.
De last tegen Arabie. In het woud van Arabie zult gijlieden vernachten, o gij reizende gezelschappen van Dedanieten!
Hij heeft Zijn hand uitgestrekt over de zee, Hij heeft de koninkrijken beroerd; de HEERE heeft bevel gegeven tegen Kanaan, om haar sterkten te verdelgen.
Want Gij zijt den arme een Sterkte geweest, een Sterkte den nooddruftige, als hem bange was; een Toevlucht tegen den vloed, een Schaduw tegen de hitte; want het blazen der tirannen is als een vloed tegen een wand.
Grimmigheid is bij Mij niet; wie zou Mij als een doorn en distel in oorlog stellen, dat Ik tegen hem zou aanvallen, en hem te gelijk verbranden zou?
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:8-Numberi 11:33
- 2.Numberi 12:1-Deuteronomium 29:27
- 3.Deuteronomium 30:19-Richteren 7:1
- 4.Richteren 7:2-1 Samuël 28:18
- 5.1 Samuël 29:8-2 Koningen 10:33
- 6.2 Koningen 11:6-2 Kronieken 14:6
- 7.2 Kronieken 14:9-Esther 8:13
- 8.Esther 9:24-Psalmen 68:20
- 9.Psalmen 71:13-Jesaja 27:4
- 10.Jesaja 29:3-Jeremia 36:7
- 11.Jeremia 36:16-Ezechiël 17:15
- 12.Ezechiël 17:20-Daniël 11:40
- 13.Hosea 2:1-Mattheüs 27:13
- 14.Mattheüs 27:60-Handelingen 25:15
- 15.Handelingen 25:19-Openbaring 22:3
Verwante onderwerpen
- Anoniemen Mensen Kwaad Tegen Anderen
- Bescherming Tegen Gevaar
- Bescherming Tegen Vijanden
- Beschuldigingen Tegen Christus
- Beschuldigingen Tegen De Vroege Christenen
- Bewijs Tegen Atheïsme
- Bezwaren Tegen Afgoderij
- Christelijke Houding Tegenover Valse Leerstellingen
- Dankbaarheid Tegenover Anderen
- De Aard Van Opstand Tegen God
- De Activiteiten Van De Vader Tegenover Christus
- De Alomtegenwoordigheid Van Jezus Christus
- De Dwaas Zijn Houding Tegenover God
- De Heilige Geest Is Tegen
- De Houding Van De Mens Tegenover God
- De Houding Van Farizeeën Tegenover Christus
- De Houding Van Geloven Tegenover Martelaarschap
- De Houding Van God Tegenover Wreedheid
- De Houding Van Jezus Christus Tegenover De Wet
- De Plicht Van Ouders Tegenover Kinderen
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Relatie Van Christus Tegenover Onrechtvaardigheid
- De Relatie Van Gelovigen Tegenover Onrechtvaardigheid
- De Relatie Van God Tegenover Onrechtvaardigheid
- Dierenoffers Tegen Overtreding
- Dierenoffers Tegen Zonde
- Doel Van Tegenslag
- Engelen Die Tegen God Zijn
- Gastvrijheid Tegenover Christus
- Getuigen Tegen Zichzelf
- God Tegen
- God Tegen Afgoderij
- God Tegen De Hoogmoedigen
- Gods Alomtegenwoordigheid
- Gods Handen Bij Tegenstand
- Gods Houding Tegenover Onderdrukking
- Gods Onverdraagzaamheid Tegen Het Kwaad
- Gods Remedie Tegen Zonde
- Gods Tegenwoordigheid Verlaten
- Godslastering Tegen De Heilige Geest
- Godslastering Tegen God
- Het Vermijden Van Tegenwerking
- Houding Tegenover Het Vlees
- Houding Tegenover Jouw Moeder
- Houding Tegenover Kleding
- Houdingen Tegenover Andere Mensen
- Houdingen Tegenover Armoede
- Houdingen Tegenover Geld
- Houdingen Tegenover Kinderen
- Houdingen Tegenover Koningen
- Houdingen Tegenover Onvruchtbaarheid
- Houdingen Tegenover Vervolging
- Houdingen Tegenover Vreemdelingen
- Houdingen Van Christenen Tegenover De Wereld
- Ijver En Luiheid Tegenover Elkaar
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Kinderen, Houding Tegenover Ouders
- Legers Tegen Israël
- Leven Ondanks Gods Tegenwoordigheid
- Menselijke Verantwoordelijkheden Tegenover De Schepping
- Mensen Tegen
- Misbruik Van Macht, Waarschuwingen Tegen
- Moed Tegenover De Vijand
- Mopperen Tegen Mensen
- Obsceniteit Tegen God
- Ondankbaarheid Tegenover God
- Ongelovige Kinderen Tegenover Hun Ouders
- Ontrouw Tegenover De Mens
- Ontrouw Tegenover God
- Oplossingen Tegen Onzekerheid
- Opstand Tegen God
- Opstand Tegen God
- Opstand Tegen God Getoond In
- Opstand Tegen Menselijke Autoriteit
- Overlast Tegenover God
- Overlast Tegenover Mensen
- Overtredingen Tegen De Heilige Geest
- Plicht Tegenover De Armen
- Plicht Tegenover De Vijand
- Plicht Tegenover Getroffenen
- Plicht Van De Mens Tegenover God
- Plichten Tegenover Buren
- Plichten Van Meesters Tegenover Dienaars
- Remedies Tegen Armoede
- Remedies Tegen Slapeloosheid
- Remedies Tegen Wanhoop
- Satan Tegen Het Woord Van God
- Slechte Reacties Tegenover De Armen
- Tegen De Mens Keren
- Tegen Te Waarheid
- Tegenbeeld
- Tegengestelde Kanten
- Tegenkanting Tegen Christus Van Schriftgeleerden
- Tegenkanting Tegen Zonden En Kwaad
- Tegenslag Overwinnen
- Tegenspreken
- Tegensslag
- Tegenstrijdigheid
- Tegenstrijdigheid
- Toelating Tot Gods Tegenwoordigheid
- Uitsluiting Van Gods Tegenwoordigheid
- Verantwoordelijkheid Tegenover God
- Verdeling, In Tegenstelling Tot
- Vijanden Van Israël En Juda
- Waarschuwing Tegen Bedrog
- Waarschuwing Tegen Het Kwaad
- Waarschuwing Tegen Kwaadaardig Verbond
- Waarschuwingen Tegen Afvalligheid
- Waarschuwingen Tegen Onboetvaardigheid
- Waarschuwingen Tegen Slaap
- Weerstand Tegen Satan
- Wereld Tegen God
- Woede Tegen Christus
- Woede Tegen God
- Wolken, Gods Tegenwoordigheid
- Wreedheid Tegen Dieren
- Wrok Tegenover God
- Wrok Tegenover Mensen
- Zij Tegen De Waarheid
- Zonde Tegen De Heilige Geest