'Toe' in de Bijbel
Toen kwam dezelve Sesbazar; hij legde de fondamenten van het huis Gods, Die te Jeruzalem woont; en er is van toen af tot nu toe gebouwd, doch niet volbracht.
Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.
En ik woog hun toe het zilver, en het goud, en de vaten, zijnde de offering van het huis onzes Gods die de koning en zijn raadsheren, en zijn vorsten, en gans Israel, die er gevonden werden, geofferd hadden;
Als nu deze dingen voleind waren, traden de vorsten tot mij toe, zeggende: Het volk Israels, en de priesters, en de Levieten, zijn niet afgezonderd van de volken dezer landen, naar hun gruwelen, namelijk van de Kanaanieten, de Hethieten, de Ferezieten, de Jebusieten, de Ammonieten, de Moabieten, de Egyptenaren en Amorieten.
Zullen wij nu wederkeren, om Uw geboden te vernietigen, en ons te verzwageren met de volken dezer gruwelen? Zoudt Gij niet tegen ons toornen tot verterens toe, dat er geen overblijfsel noch ontkoming zij?
Sta op, want deze zaak komt u toe; en wij zullen met u zijn; wees sterk en doe het.
En de ganse gemeente antwoordde en zeide met luider stem: Naar uw woorden, alzo komt het ons toe te doen.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (40)
- Exodus (16)
- Leviticus (10)
- Numberi (18)
- Deuteronomium (25)
- Jozua (29)
- Richteren (20)
- Ruth (3)
- 1 Samuël (20)
- 2 Samuël (23)
- 1 Koningen (9)
- 2 Koningen (28)
- 1 Kronieken (13)
- 2 Kronieken (30)
- Ezra (7)
- Nehemia (10)
- Esther (6)
- Job (14)
- Psalmen (20)
- Spreuken (7)
- Prediker (8)
- Jesaja (37)
- Jeremia (29)
- Ezechiël (34)
- Daniël (15)
- Hosea (4)
- Amos (1)
- Obadja (1)
- Jona (3)
- Micha (4)
- Habakuk (2)
- Zacharia (2)