7585 gebeurtenissen

'Tot' in de Bijbel

Want de knechten van den koning van Syrie hadden tot hem gezegd: Hun goden zijn berggoden, daarom zijn zij sterker geweest dan wij; maar zeker, laat ons tegen hen op het effen veld strijden, zo wij niet sterker zijn dan zij!

VersbegrippenReligieBijgeloofZijn Eigen Goden DienenSyrië

En de man Gods trad toe, en sprak tot den koning van Israel, en zeide: Zo zegt de HEERE: Daarom dat de Syriers gezegd hebben: De HEERE is een God der bergen, en Hij is niet een God der laagten; zo zal Ik al deze grote menigte in uw hand geven, opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenBijgeloofOntrouw Aan GodAnonieme Profeten Van De HeerMan Van GodZij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven

Toen zeiden de knechten tot hem: Zie toch, wij hebben gehoord, dat de koningen van het huis Israels goedertierene koningen zijn; laat ons toch zakken om onze lenden leggen, en koorden om onze hoofden, en uitgaan tot den koning van Israel; mogelijk zal hij uw ziel in het leven behouden.

VersbegrippenTouwenJute En AsMensen Die Genade TonenHumor

Toen gordden zij zakken om hun lenden, en koorden om hun hoofden, en kwamen tot den koning van Israel, en zeiden: Uw knecht Benhadad zegt: Laat toch mijn ziel leven. En hij zeide: Leeft hij dan nog? Hij is mijn broeder.

VersbegrippenTaillesFamilieledenVerder Leven

De mannen nu namen naarstiglijk waar, en vatten het haastelijk, of het van hem ware, en zeiden: Uw broeder Benhadad leeft. En hij zeide: Komt, brengt hem. Toen kwam Benhadad tot hem uit, en hij deed hem op den wagen klimmen.

VersbegrippenStrijdwagens

En hij zeide tot hem: De steden, die mijn vader van uw vader genomen heeft, zal ik wedergeven, en maak u straten in Damaskus, gelijk mijn vader in Samaria gemaakt heeft. En ik, antwoordde Achab, zal u met dit verbond dan laten gaan. Zo maakte hij een verbond met hem, en liet hem gaan.

VersbegrippenVerbondsrelatiesWettelijke OvereenkomstenVerbrekers Van VerbondTrouw In Menselijke RelatiesMarktenTeruggaveHandelVerdragSteden in Israël

Toen zeide een man uit de zonen der profeten tot zijn naaste, door het woord des HEEREN: Sla mij toch. En de man weigerde hem te slaan.

VersbegrippenZonen Van De Profeten

En hij zeide tot hem: Daarom dat gij de stem des HEEREN niet gehoorzaam zijt geweest, zie, als gij van mij weggegaan zijt, zo zal u een leeuw slaan. En als hij van bij hem weggegaan was, zo vond hem een leeuw, die hem sloeg.

VersbegrippenLeeuwenHet Doden Van DierenIn Gevaar Van De LeeuwenOngehoorzaamheid

En het geschiedde, als de koning voorbijging, dat hij tot den koning riep, en zeide: Uw knecht was uitgegaan in het midden des strijds; en zie, een man was afgeweken, en bracht tot mij een man, en zeide: Bewaar dezen man, indien hij enigszins gemist wordt, zo zal uw ziel in de plaats zijner ziel zijn, of gij zult een talent zilvers opwegen.

VersbegrippenMunstelselGelijke StrafBoete Als StrafIemand MissenTalenten

Het geschiedde nu, als uw knecht hier en daar doende was, dat hij er niet was. Toen zeide de koning van Israel tot hem: Zo is uw oordeel; gij hebt zelf het geveld.

VersbegrippenDrukteNergens Te Vinden

En hij zeide tot hem: Zo zegt de HEERE: Omdat gij den man, dien Ik verbannen heb, uit de hand hebt laten gaan, zo zal uw ziel in de plaats van zijn ziel zijn, en uw volk in de plaats van zijn volk.

VersbegrippenDe Rol Van ProfetenVervangingVoorbestemde PersonenVernietigingGelijke StrafMensen Die Bevrijd Worden Door Mensen

Dat Achab sprak tot Naboth, zeggende: Geef mij uw wijngaard, opdat hij mij zij tot een kruidhof, dewijl hij nabij mijn huis is; en ik zal u daarvoor geven een wijngaard, die beter is dan die; of, zo het goed in uw ogen is, zal ik u in geld deszelfs waarde geven.

VersbegrippenNatuurlijke TuinTuinbouwVoorbeelden Van Hebzucht

Maar Naboth zeide tot Achab: Dat late de HEERE verre van mij zijn, dat ik u de erve mijner vaderen geven zou!

VersbegrippenGezag Van Menselijke InstellingenErfgenamenLand Als Goddelijke VerantwoordelijkheidJubileumjaarVerre Van Dit!

Toen kwam Achab in zijn huis, gemelijk en toornig over het woord, dat Naboth, de Jizreeliet, tot hem gesproken had, en gezegd: Ik zal de erve mijner vaderen niet geven. En hij legde zich neder op zijn bed, en keerde zijn aangezicht om, en at geen brood.

VersbegrippenWrok Tegenover GodVerdrietTemperenVerdrietWoede, Zondige VoorbeeldenNeerliggen Om Te RustenWoedende Mensen

Maar Izebel, zijn huisvrouw, kwam tot hem, en sprak tot hem: Wat is dit, dat uw geest dus gemelijk is, en dat gij geen brood eet?

VersbegrippenGenoemde VrouwenJezebel

En hij sprak tot haar: Omdat ik tot Naboth, den Jizreeliet, gesproken en hem gezegd heb: Geef mij uw wijngaard om geld, of, zo het u behaagt, zal ik u een wijngaard in zijn plaats geven; maar hij heeft gezegd: Ik zal u mijn wijngaard niet geven.

Toen zeide Izebel, zijn huisvrouw, tot hem: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israel regeren? Sta op, eet brood, en uw hart zij vrolijk; ik zal u den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, geven.

VersbegrippenVoorbeelden Van OneerlijkheidVerleidsterEten, Drinken En VierenOefeningJezebel

Zij dan schreef brieven in den naam van Achab, en verzegelde ze met zijn signet; en zond de brieven tot de oudsten en tot de edelen, die in zijn stad waren, wonende met Naboth.

VersbegrippenBrievenEdelenZegelsJezebel

En de mannen zijner stad, die oudsten en die edelen, die in zijn stad woonden, deden gelijk als Izebel tot hen gezonden had; gelijk als geschreven was in de brieven, die zij tot hen gezonden had.

VersbegrippenJezebel

Daarna zonden zij tot Izebel, zeggende: Naboth is gestenigd en is dood.

VersbegrippenGenoemde Individuen DodenJezebel

Het geschiedde nu, toen Izebel hoorde, dat Naboth gestenigd en dood was, dat Izebel tot Achab zeide: Sta op, bezit den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, erfelijk, dien hij u weigerde om geld te geven; want Naboth leeft niet, maar is dood.

VersbegrippenLijden Van Jezus ChristusJezebel

Doch het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, den Thisbiet, zeggende:

VersbegrippenJezebel

En gij zult tot hem spreken, zeggende: Alzo zegt de HEERE: Hebt gij doodgeslagen, en ook een erfelijke bezitting ingenomen? Daartoe zult gij tot hem spreken, zeggende: Alzo zegt de HEERE: In plaats dat de honden het bloed van Naboth gelekt hebben, zullen de honden uw bloed lekken, ja het uwe!

VersbegrippenHondenGod Haat OnrechtDe Aard Van LijdenTaalGoddelijke RichtingMensenetende DierenBloed DrinkenKlaar Om Te DodenBezittingen NemenJezebel

En Achab zeide tot Elia: Hebt gij mij gevonden, o, mijn vijand? En hij zeide: Ik heb u gevonden, overmits gij uzelven verkocht hebt, om te doen dat kwaad is in de ogen des HEEREN.

VersbegrippenKopen En VerkopenWrokKarakter Van Het KwaadVoorbeelden Van MoedMensen Vinden

En het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, den Thisbiet, zeggende:

Maar het geschiedde in het derde jaar, als Josafat, de koning van Juda, tot den koning van Israel afgekomen was,

VersbegrippenBezoeken

Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.

Daarna zeide hij tot Josafat: Zult gij met mij trekken in den strijd naar Ramoth in Gilead? En Josafat zeide tot den koning van Israel: Zo zal ik zijn gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.

VersbegrippenNationalismeSamen VechtenMensen Zijn Allemaal GelijkVerwerven Van PaardenLijst van koningen van IsraëlDe Naties Aangevallen

Verder zeide Josafat tot den koning van Israel: Vraag toch als heden naar het woord des HEEREN.

VersbegrippenRaadgeversOntvangen Van Gods Advies

Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.

VersbegrippenSchool Van ProfetenVier- Tot VijfhonderdVier- En VijfhonderdDoor Iemand Bij De Hand Genomen WordenOorlogStrijdValse VriendenIsraëlProfetenSamenkomst

Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!

VersbegrippenWrokHaatVormen Van VervolgingIndividuen HatenGenoemde Profeten Van De HeerValse Vrienden

De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.

VersbegrippenBoodschapperSlechte Mensen NabootstenGoede Woorden

Doch Micha zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, hetgeen de HEERE tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken.

VersbegrippenVoorkennisVoorbeelden Van MoedHet Woord Spreken Dat God Geschonken Heeft

Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.

VersbegrippenDoor Iemand Bij De Hand Genomen Worden

En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?

VersbegrippenBezweringGods Woord Is Waar

Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goed, maar kwaads profeteren?

Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden. En de HEERE zeide tot hem: Waarmede?

VersbegrippenGeestwezensVerleidelijk

De koning van Israel nu zeide: Neem Micha, en breng hem weder tot Amon, den overste der stad, en tot Joas, den zoon des konings;

VersbegrippenHeersers

En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen; maar gij, trek uw klederen aan. Alzo verstelde zich de koning van Israel, en kwam in den strijd.

VersbegrippenGewadenVermommingenOnderscheidende Kleding

Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.

VersbegrippenBorstplaatGebruik Van Bogen En PijlenHarnasVoorbeelden Van Dood Van De GoddelozenMannen Getroffen Door BoogschuttersKansWapenuitrustingLongen

Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet.

VersbegrippenSlaap En DoodBegraven In De Stad Van DavidKoningen Van Heel Israël Of Juda

En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.

VersbegrippenHandicapsBeëlzebubHelenHuizenOorzaken Van LijdenMensen Die Van Een Hoogte VallenDe Bovenste Kamers

Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?

VersbegrippenBoodschapperGoddelijke Richting

Zo kwamen de boden weder tot hem; en hij zeide tot hen: Wat is dit, dat gij wederkomt?

VersbegrippenWaarom Doe Je Dit?

En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.

VersbegrippenVervulde Voorspelling In OTWoord Van GodNabijheid Van De DoodDood Komt Binnenkort

En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?

En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.

VersbegrippenLederKledingRiemenHarenDierenhuidenHarige MensenHaardoekHaarbedekking

En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af.

VersbegrippenDe Jaren VijftigMan Die TenondergaatMan Van GodOrganisatie

Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.

VersbegrippenDe Jaren VijftigDood Door De Aanwezigheid Van GodVuur Van De HemelMan Van God

En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Kom haastelijk af.

VersbegrippenDe Jaren VijftigMan Die TenondergaatAnderen OpjagenMan Van God

En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen.

VersbegrippenDe Jaren VijftigDood Door De Aanwezigheid Van GodVuur Van De HemelMan Van GodHumor

En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!

VersbegrippenBedelaarsKnielenBedelenDe Jaren VijftigDoor De Mens In Leven Gehouden WordenDerde PersoonMan Van God

Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.

VersbegrippenMan Die TenondergaatWees Niet Bang Van MensenEngelenactiviteiten Onder Gelovigen

En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God in Israel is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.

VersbegrippenZonder GebedNabijheid Van De DoodDood Komt Binnenkort

En Elia zeide tot Elisa: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Beth-El gezonden. Maar Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft ik zal u niet verlaten! Alzo gingen zij af naar Beth-El.

VersbegrippenGoede VriendenBeste VriendIntimiteitVoorbeelden Van VriendschapKameraadschapOnbeweeglijkheidTerplaatse Blijven

Toen gingen de zonen der profeten, die te Beth-El waren, tot Elisa uit, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.

VersbegrippenVragenSchool Van ProfetenStilteScholenZonen Van De ProfetenVandaagMensen Met Algemene KennisAndere Mensen NemenAssertiviteit

En Elia zeide tot hem: Elisa, blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo kwamen zij te Jericho.

VersbegrippenKameraadschap

Toen traden de zonen der profeten, die te Jericho waren, naar Elisa toe, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.

VersbegrippenScholenZonen Van De ProfetenVandaagMensen Met Algemene KennisAndere Mensen NemenSchool

En Elia zeide tot hem: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! En zij beiden gingen henen.

VersbegrippenKameraadschapSamengaanOnbeweeglijkheidTerplaatse Blijven

Het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn!

VersbegrippenUitrusting, SpiritueelDubbele PortieVerdubbeld

En zij zeiden tot hem: Zie nu, er zijn bij uw knechten vijftig dappere mannen; laat hen toch heengaan, en uw heer zoeken, of niet misschien de Geest des HEEREN hem opgenomen, en op een der bergen, of in een der dalen hem geworpen heeft. Doch hij zeide: Zendt niet.

VersbegrippenDe Geest Van De HeerDe Jaren Vijftig

Maar zij hielden bij hem aan tot schamens toe; en hij zeide: Zendt. En zij zonden vijftig mannen, die drie dagen zochten, doch hem niet vonden.

VersbegrippenVerlegenheidDe Jaren VijftigDrie DagenNiet Vinden

Toen kwamen zij weder tot hem, daar hij te Jericho gebleven was; en hij zeide tot hen: Heb ik tot ulieden niet gezegd: Gaat niet?

En de mannen der stad zeiden tot Elisa: Zie toch, de woning dezer stad is goed, gelijk als mijn heer ziet; maar het water is kwaad, en het land onvruchtbaar.

VersbegrippenSlecht WaterFamilie ProblemenBitterheid

En hij zeide: Brengt mij een nieuwe schaal, en legt er zout in. En zij brachten ze tot hem.

VersbegrippenOngebruikt

Toen ging hij uit tot de waterwel, en wierp het zout daarin, en zeide: Zo zegt de HEERE: Ik heb dit water gezond gemaakt, er zal geen dood noch onvruchtbaarheid meer van worden.

VersbegrippenSlecht WaterDe Dood OverwinnenDingen HerstellenGod Die Het Land GeneestHeling En ComfortOnvruchtbaarheidKookpot

Alzo werd dat water gezond, tot op dezen dag, naar het woord van Elisa, dat hij gesproken had.

VersbegrippenKinderen, Slechte KinderenPlaatsen Tot Op De Dag

En hij ging van daar op naar Beth-El. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem, en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op!

VersbegrippenKaalheidHandicapsOnvolwassenheidWegenStadSpottenVoorbeelden Van Goddeloze KinderenOntrouw Aan GodMinachting Voor De OuderenLeeftijdsdiscriminatieKinderenPlezierHumorLastig Vallen

En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.

VersbegrippenSamen VechtenMensen Zijn Allemaal GelijkVerwerven Van Paarden

En Josafat zeide: Des HEEREN woord is bij hem. Zo togen tot hem af de koning van Israel, en Josafat, en de koning van Edom.

VersbegrippenWoord Van GodVersterking

Maar Elisa zeide tot den koning van Israel: Wat heb ik met u te doen? Ga heen tot de profeten uws vaders, en tot de profeten uwer moeder. Doch de koning van Israel zeide tot hem: Neen, want de HEERE heeft deze drie koningen geroepen, om die in der Moabieten hand te geven.

VersbegrippenDrie MannenWat Hebben We Gemeenschappelijk?In De Hand GegevenGod Zal Nederlaag VeroorzakenProfeten Van Andere Goden

Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.

VersbegrippenZeven- Tot NegenhonderdKwetsbaarheid

En Elisa zeide tot haar: Wat zal ik u doen? Geef mij te kennen, wat gij in het huis hebt. En zij zeide: Uw dienstmaagd heeft niet met al in het huis, dan een kruik met olie.

VersbegrippenWat Is Dit?SchuldHulpKookpotHelpen

En het geschiedde, als die vaten vol waren, dat zij tot haar zoon zeide: Breng mij nog een vat aan; maar hij zeide tot haar: Er is geen vat meer. En de olie stond stil.

VersbegrippenGoddelijke VoorradenBeëindigingDingen Die StoppenSchuldKookpot

Laat ons toch een kleine opperkamer van een wand maken, en laat ons daar voor hem zetten een bed, en tafel, en stoel, en kandelaar; zo zal het geschieden, wanneer hij tot ons komt, dat hij daar inwijke.

VersbegrippenHuizenDakKleinheidTafelsBeddenDe Bovenste KamersRuimteKoppelsPoep

Toen zeide hij tot zijn jongen Gehazi: Roep deze Sunamietische. En als hij ze geroepen had, stond zij voor zijn aangezicht.

VersbegrippenAnderen Die Oproepen

(Want hij had hem gezegd: Zeg nu tot haar: Zie, gij zijt zorgvuldig voor ons geweest, met al deze zorgvuldigheid; wat is er voor u te doen? Is er iets om voor u te spreken tot den koning, of tot den krijgsoverste? En zij had gezegd: Ik woon in het midden mijns volks.

VersbegrippenDankbaarheidFamilieledenZijn/Haar Werk Doen

En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon op dien gezette tijd, omtrent den tijd des levens, dien Elisa tot haar gesproken had.

VersbegrippenTijd Van Het JaarWoorden Van De Mens Die Vervuld Worden

Toen nu het kind groot werd, geschiedde het op een dag, dat het uitging tot zijn vader, tot de maaiers.

VersbegrippenOogsters

En het zeide tot zijn vader: Mijn hoofd, mijn hoofd! Hij dan zeide tot een jongen: Draag hem tot zijn moeder.

VersbegrippenWoorden DuplicerenMensen Die Levende Mensen DragenDood Van Een MoederKwetsen

En hij droeg hem, en bracht hem tot zijn moeder. En hij zat op haar knieen tot aan den middag toe; toen stierf hij.

VersbegrippenMoederliefdeLiefde En De WereldMensen Die NeerzittenDood Van Anonieme IndividuenDood Van Een KindDood Van Een Moeder

En zij riep om haar man, en zeide: Zend mij toch een van de jongens, en een van de ezelinnen, dat ik tot den man Gods lope, en wederkomen.

VersbegrippenMan Van God

En hij zeide: Waarom gaat gij heden tot hem? Het is geen nieuwe maan, noch sabbat. En zij zeide: Het zal wel zijn.

VersbegrippenNieuwe Maan FestivalDe Sabbat In OT

Toen zadelde zij de ezelin, en zeide tot haar jongen: Drijf, en ga voort; houd mij niet op voort te rijden, tenzij dan dat ik het u zegge.

VersbegrippenSnelheidReis VoorbereidenEzels Zadelen

Alzo toog zij heen, en kwam tot den man Gods, tot den berg Karmel. En het geschiedde, als de man Gods haar van tegenover zag, dat hij tot Gehazi, zijn jongen zeide: Zie, daar is de Sunamietische.

VersbegrippenVanop Een Afstand BekijkenMan Van God

Nu loop toch haar tegemoet, en zeg tot haar: Is het wel met u? Is het wel met uw man? Is het wel met uw kind? En zij zeide: Het is wel.

VersbegrippenDood Van Een Kind

Toen zij nu tot den man Gods op den berg kwam, vatte zij zijn voeten. Maar Gehazi trad toe, om haar af te stoten. Doch de man Gods zeide: Laat ze geworden; want haar ziel is in haar bitterlijk bedroefd, en de HEERE heeft het voor mij verborgen, en mij niet verkondigd.

VersbegrippenInhaligLaat Ze Met RustGods Verborgen DingenMan Van God

En hij zeide tot Gehazi: Gord uw lenden, en neem mijn staf in uw hand, en ga henen; zo gij iemand vindt, groet hem niet; en zo u iemand groet, antwoord hem niet; en leg mijn staf op het aangezicht van den jongen.

VersbegrippenRiemenGroetenHaastActie VoorbereidenGroet Niet

Zo ging hij in, en sloot de deur voor hen beiden toe, en bad tot den HEERE.

VersbegrippenDeuren SluitenWaar BiddenBidden Achter Gesloten Deuren

Daarna kwam hij weder, en wandelde in het huis eens herwaarts, en eens derwaarts, en klom weder op, en breidde zich over hem uit; en de jongen niesde tot zevenmaal toe; daarna deed de jongen zijn ogen open.

VersbegrippenNeuzenPersoonlijk ContactZeven KeerNiezenZicht Ontvangen

En hij riep Gehazi, en zeide: Roep deze Sunamietische. En hij riep ze, en zij kwam tot hem; en hij zeide: Neem uw zoon op.

VersbegrippenAnderen Die Oproepen

Als nu Elisa weder te Gilgal kwam, zo was er honger in dat land, en de zonen der profeten zaten voor zijn aangezicht; en hij zeide tot zijn jongen: Zet den groten pot aan, en zied moes voor de zonen der profeten.

VersbegrippenVoorbeelden Van HongersnoodGroepen VoedenScholenZonen Van De Profeten

Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.

VersbegrippenMissie Van IsraëlDe Rol Van ProfetenBehulpzame KinderenLeprozen GenezenGenoemde Profeten Van De HeerMinnares

En hij bracht den brief tot den koning van Israel, zeggende: Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naaman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt van zijn melaatsheid.

VersbegrippenDienstbaarheid In De MaatschappijLeprozen Genezenhomosexuelen

En het geschiedde, als de koning van Israel den brief gelezen had, dat hij zijn klederen scheurde, en zeide: Ben ik dan God, om te doden en levend te maken, dat deze tot mij zendt, om een man van zijn melaatsheid te ontledigen? Want voorwaar, merkt toch, en ziet, dat hij oorzaak tegen mij zoekt.

VersbegrippenGeletterdheidGod Geeft LevenGod DodendZij Die Kledij VerscheurdenGod In Relatie Tot De MensGod DoodtDe Relatie Van De Mens Tot God

Maar het geschiedde, als Elisa, de man Gods, gehoord had, dat de koning van Israel zijn klederen gescheurd had, dat hij tot den koning zond, om te zeggen: Waarom hebt gij uw klederen gescheurd? Laat hem nu tot mij komen, zo zal hij weten, dat er een profeet in Israel is.

VersbegrippenScheuren Van KledingMensen KennenZij Die Kledij VerscheurdenMan Van GodGenoemde Profeten Van De Heer

Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.

VersbegrippenUitgestuurde BoodschappersLichaamMedicijnBoodschapperRivieren En StromenWassenDe Wonderen Van ElishaZeven KeerIn De Jordaan

Toen traden zijn knechten toe, en spraken tot hem, en zeiden: Mijn vader, zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn?

VersbegrippenGoede DienarenGenoemde Profeten Van De Heer

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain