'Tot' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:14-Genesis 17:7
- 2.Genesis 17:8-Genesis 26:27
- 3.Genesis 26:33-Genesis 34:14
- 4.Genesis 34:16-Genesis 44:7
- 5.Genesis 44:8-Exodus 3:18
- 6.Exodus 4:2-Exodus 12:14
- 7.Exodus 12:15-Exodus 23:31
- 8.Exodus 23:33-Exodus 36:5
- 9.Exodus 36:7-Leviticus 10:15
- 10.Leviticus 10:19-Leviticus 22:27
- 11.Leviticus 22:30-Numberi 6:4
- 12.Numberi 6:6-Numberi 16:15
- 13.Numberi 16:16-Numberi 23:13
- 14.Numberi 23:14-Numberi 35:11
- 15.Numberi 35:12-Deuteronomium 12:9
- 16.Deuteronomium 12:20-Deuteronomium 31:28
- 17.Deuteronomium 31:29-Jozua 10:4
- 18.Jozua 10:6-Jozua 22:24
- 19.Jozua 22:25-Richteren 7:24
- 20.Richteren 7:25-Richteren 15:11
- 21.Richteren 15:12-Ruth 2:20
- 22.Ruth 2:21-1 Samuël 11:9
- 23.1 Samuël 11:10-1 Samuël 19:11
- 24.1 Samuël 19:15-1 Samuël 28:14
- 25.1 Samuël 28:15-2 Samuël 7:27
- 26.2 Samuël 7:28-2 Samuël 16:4
- 27.2 Samuël 16:5-1 Koningen 1:15
- 28.1 Koningen 1:17-1 Koningen 11:21
- 29.1 Koningen 11:31-1 Koningen 20:22
- 30.1 Koningen 20:23-2 Koningen 5:13
- 31.2 Koningen 5:15-2 Koningen 17:9
- 32.2 Koningen 17:11-1 Kronieken 10:4
- 33.1 Kronieken 10:14-1 Kronieken 24:4
- 34.1 Kronieken 25:1-2 Kronieken 11:5
- 35.2 Kronieken 11:22-2 Kronieken 28:25
- 36.2 Kronieken 29:5-Ezra 9:12
- 37.Ezra 9:14-Nehemia 13:13
- 38.Nehemia 13:17-Job 17:6
- 39.Job 17:14-Psalmen 22:19
- 40.Psalmen 22:24-Psalmen 71:2
- 41.Psalmen 71:3-Psalmen 107:30
- 42.Psalmen 107:33-Spreuken 14:23
- 43.Spreuken 15:12-Jesaja 13:9
- 44.Jesaja 13:20-Jesaja 38:12
- 45.Jesaja 38:13-Jesaja 60:20
- 46.Jesaja 60:22-Jeremia 12:11
- 47.Jeremia 12:12-Jeremia 27:1
- 48.Jeremia 27:2-Jeremia 36:31
- 49.Jeremia 36:32-Jeremia 50:16
- 50.Jeremia 50:19-Ezechiël 9:9
- 51.Ezechiël 10:2-Ezechiël 22:1
- 52.Ezechiël 22:4-Ezechiël 34:10
- 53.Ezechiël 34:20-Ezechiël 45:24
- 54.Ezechiël 46:2-Daniël 9:25
- 55.Daniël 9:26-Amos 8:2
- 56.Amos 8:12-Haggaï 2:2
- 57.Haggaï 2:3-Mattheüs 1:17
- 58.Mattheüs 1:20-Mattheüs 13:37
- 59.Mattheüs 13:51-Mattheüs 21:31
- 60.Mattheüs 21:32-Mattheüs 27:65
- 61.Mattheüs 28:5-Markus 8:32
- 62.Markus 8:34-Markus 14:32
- 63.Markus 14:34-Lukas 6:47
- 64.Lukas 7:3-Lukas 14:12
- 65.Lukas 14:15-Lukas 22:11
- 66.Lukas 22:15-Johannes 4:28
- 67.Johannes 4:30-Johannes 10:7
- 68.Johannes 10:24-Johannes 19:5
- 69.Johannes 19:6-Handelingen 9:1
- 70.Handelingen 9:4-Handelingen 20:7
- 71.Handelingen 20:9-Romeinen 4:11
- 72.Romeinen 4:17-1 Corinthiërs 12:21
- 73.1 Corinthiërs 13:3-Efeziërs 4:13
- 74.Efeziërs 4:14-2 Timotheüs 4:11
- 75.2 Timotheüs 4:18-2 Petrus 2:4
- 76.2 Petrus 2:6-Openbaring 22:18
Hij stelt de rivieren tot een woestijn, en watertochten tot dorstig land.
Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen.
Hij stelt de woestijn tot een waterpoel, en het dorre land tot watertochten.
Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?
Als hij gericht wordt, zo ga hij schuldig uit, en zijn gebed zij tot zonde.
Dewijl hij den vloek heeft liefgehad, dat die hem overkome, en geen lust gehad heeft tot den zegen, zo zij die verre van hem.
En hij zij bekleed met den vloek, als met zijn kleed, en dat die ga tot in het binnenste van hem als het water, en als de olie in zijn beenderen.
Die zij hem als een kleed, waarmede hij zich bedekt, en tot een gordel, waarmede hij zich steeds omgordt.
Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.
Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.
De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.
Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
Zo werd Juda tot Zijn heiligdom, Israel Zijn volkomene heerschappij.
Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!
Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.
Mijn ziel! keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan.
Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op den mens te vertrouwen.
Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op prinsen te vertrouwen.
Gij hadt mij zeer hard gestoten, tot vallens toe, maar de HEERE heeft mij geholpen.
De HEERE is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.
Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.
De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.
De HEERE is God, Die ons licht gegeven heeft. Bindt het feest offer met touwen tot aan de hoornen van het altaar.
Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.
Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.
Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.
Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.
Uw goedertierenheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan;
Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.
De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.
Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.
Waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis Israels, om den Naam des HEEREN te danken.
Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.
De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof.
Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.
Want de scepter der goddeloosheid zal niet rusten op het lot der rechtvaardigen; opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken tot onrecht.
Maar die zich neigen tot hun kromme wegen, die zal de HEERE weg doen gaan met de werkers der ongerechtigheid. Vrede zal over Israel zijn!
Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
Israel hope op den HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.
Sta op, HEERE! tot Uw rust, Gij en de ark Uwer sterkte!
Indien uw zonen Mijn verbond zullen houden, en Mijn getuigenissen, die Ik hun leren zal; zo zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid op uw troon zitten.
Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende:
Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd.
Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aaron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.
Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.
Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.
Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe.
O HEERE! Uw Naam is in eeuwigheid; HEERE! Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht.
De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe!
Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen.
Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.
Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.
Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was. (1a) Ik riep met mijn stem tot den HEERE; ik smeekte tot den HEERE met mijn stem.
Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.
Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.
Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela.
Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.
Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen.
Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;
De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
De HEERE houdt de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij, tot de aarde toe.
Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.
Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;
Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;
Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weder, en morgen zal ik geven, dewijl het bij u is.
Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.
Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.
Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!
Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;
Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;
Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.
Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;
En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:
Kom, laat ons dronken worden van minnen tot den morgen toe; laat ons ons vrolijk maken in grote liefde.
Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.
Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.
Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.
Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:
Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:
De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddelozen zal verrotten.
Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.
Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek.
Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.
Een ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.
De rechtvaardige eet tot verzadiging zijner ziel toe; maar de buik der goddelozen zal gebrek hebben.
Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.
In allen smartelijke arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:14-Genesis 17:7
- 2.Genesis 17:8-Genesis 26:27
- 3.Genesis 26:33-Genesis 34:14
- 4.Genesis 34:16-Genesis 44:7
- 5.Genesis 44:8-Exodus 3:18
- 6.Exodus 4:2-Exodus 12:14
- 7.Exodus 12:15-Exodus 23:31
- 8.Exodus 23:33-Exodus 36:5
- 9.Exodus 36:7-Leviticus 10:15
- 10.Leviticus 10:19-Leviticus 22:27
- 11.Leviticus 22:30-Numberi 6:4
- 12.Numberi 6:6-Numberi 16:15
- 13.Numberi 16:16-Numberi 23:13
- 14.Numberi 23:14-Numberi 35:11
- 15.Numberi 35:12-Deuteronomium 12:9
- 16.Deuteronomium 12:20-Deuteronomium 31:28
- 17.Deuteronomium 31:29-Jozua 10:4
- 18.Jozua 10:6-Jozua 22:24
- 19.Jozua 22:25-Richteren 7:24
- 20.Richteren 7:25-Richteren 15:11
- 21.Richteren 15:12-Ruth 2:20
- 22.Ruth 2:21-1 Samuël 11:9
- 23.1 Samuël 11:10-1 Samuël 19:11
- 24.1 Samuël 19:15-1 Samuël 28:14
- 25.1 Samuël 28:15-2 Samuël 7:27
- 26.2 Samuël 7:28-2 Samuël 16:4
- 27.2 Samuël 16:5-1 Koningen 1:15
- 28.1 Koningen 1:17-1 Koningen 11:21
- 29.1 Koningen 11:31-1 Koningen 20:22
- 30.1 Koningen 20:23-2 Koningen 5:13
- 31.2 Koningen 5:15-2 Koningen 17:9
- 32.2 Koningen 17:11-1 Kronieken 10:4
- 33.1 Kronieken 10:14-1 Kronieken 24:4
- 34.1 Kronieken 25:1-2 Kronieken 11:5
- 35.2 Kronieken 11:22-2 Kronieken 28:25
- 36.2 Kronieken 29:5-Ezra 9:12
- 37.Ezra 9:14-Nehemia 13:13
- 38.Nehemia 13:17-Job 17:6
- 39.Job 17:14-Psalmen 22:19
- 40.Psalmen 22:24-Psalmen 71:2
- 41.Psalmen 71:3-Psalmen 107:30
- 42.Psalmen 107:33-Spreuken 14:23
- 43.Spreuken 15:12-Jesaja 13:9
- 44.Jesaja 13:20-Jesaja 38:12
- 45.Jesaja 38:13-Jesaja 60:20
- 46.Jesaja 60:22-Jeremia 12:11
- 47.Jeremia 12:12-Jeremia 27:1
- 48.Jeremia 27:2-Jeremia 36:31
- 49.Jeremia 36:32-Jeremia 50:16
- 50.Jeremia 50:19-Ezechiël 9:9
- 51.Ezechiël 10:2-Ezechiël 22:1
- 52.Ezechiël 22:4-Ezechiël 34:10
- 53.Ezechiël 34:20-Ezechiël 45:24
- 54.Ezechiël 46:2-Daniël 9:25
- 55.Daniël 9:26-Amos 8:2
- 56.Amos 8:12-Haggaï 2:2
- 57.Haggaï 2:3-Mattheüs 1:17
- 58.Mattheüs 1:20-Mattheüs 13:37
- 59.Mattheüs 13:51-Mattheüs 21:31
- 60.Mattheüs 21:32-Mattheüs 27:65
- 61.Mattheüs 28:5-Markus 8:32
- 62.Markus 8:34-Markus 14:32
- 63.Markus 14:34-Lukas 6:47
- 64.Lukas 7:3-Lukas 14:12
- 65.Lukas 14:15-Lukas 22:11
- 66.Lukas 22:15-Johannes 4:28
- 67.Johannes 4:30-Johannes 10:7
- 68.Johannes 10:24-Johannes 19:5
- 69.Johannes 19:6-Handelingen 9:1
- 70.Handelingen 9:4-Handelingen 20:7
- 71.Handelingen 20:9-Romeinen 4:11
- 72.Romeinen 4:17-1 Corinthiërs 12:21
- 73.1 Corinthiërs 13:3-Efeziërs 4:13
- 74.Efeziërs 4:14-2 Timotheüs 4:11
- 75.2 Timotheüs 4:18-2 Petrus 2:4
- 76.2 Petrus 2:6-Openbaring 22:18
Verwante onderwerpen
- Abraham
- Anderen Die Oproepen
- Anderen Opjagen
- Beantwoorde Beloften
- Bedelaars
- Beroepen
- Bestuurders
- Beweringen
- Bezoeken
- Brood
- De Aard Van Discipelschap
- De Betekenis Van Mozes
- De Namen Voor Christus
- De Openbaring Van God
- De Vader
- Deelname In Christus
- Discipelschap
- Ephah [Tien Omers]
- Generaties
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Geplande Sexuele Band
- Gevangenen
- Gewoonten In Verband Met Het Huwelijk
- Gezicht Van God
- Gideon
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Stuurde Profeten
- God, De Eeuwige
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Stem
- Gods Waarheid
- Gods Werk Verhinderen
- Gretigheid
- Hand Van God
- Handicaps
- Heersers
- Helen
- Herstel
- Het Doel Van God
- Het Einde Van De Wereld
- Het Woord Spreken Dat God Geschonken Heeft
- Hoofden
- Huilen
- Ik Zal Hun God Zijn
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Instructies Over Volgen
- Lichaam
- Man Van God
- Menigtes
- Messiaanse Profetieën
- Missie Van Jezus Christus
- Nabijheid Van De Dood
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Olie
- Onrein Tot De Avond
- Opgefriste God
- Overgave
- Petrus De Leerling
- Poorten
- Reine Kledij
- Rivieren
- Satan
- Sta Op!
- Tekenen Van Bekering
- Teruggeven
- Terugkeren Naar God
- Tot Christus Komen
- Troon
- Uitgestuurde Boodschappers
- Uitrekken
- Vals Vertrouwen
- Verbintenis Tot God
- Verdriet
- Verordeningen
- Voeten
- Voorspellingen Over Christus
- Voorspellingen Uitgesproken Door Jezus
- Waar Vandaan?
- Wat Doe Jij?
- Wie Is Jezus?
- Woord Van God
- Woorden Dupliceren
- Zalving Van Koningen
- Zeven Dagen
- Ziektes
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zitten