7585 gebeurtenissen

'Tot' in de Bijbel

En zij zullen zwerven van zee tot zee, en van het noorden tot het oosten; zij zullen omlopen om het woord des HEEREN te zoeken, maar zullen het niet vinden.

VersbegrippenNoordenRusteloosheidKompassenZwerversUitgestrektheid Van De ZeeNiet VindenHet Ontvangen Van Gods WoordHet Einde Van De WereldHet Woord Van GodNiet Alleen ZijnEindtijdAfleidingKruistochtenZoekenZwerven

Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in den hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen.

VersbegrippenKlimmenHand Van GodAstronautenGods HandUitgravingMensen Naar Beneden HalenVerlangen Naar De DoodGods Handen Bij TegenstandOntsnappen Aan GodStijgen

Alle zondaars Mijns volks zullen door het zwaard sterven; die daar zeggen: Het kwaad zal tot ons niet genaken, noch ons voorkomen.

VersbegrippenVals VertrouwenZondaarsValse VeiligheidGedood Worden Door Het Zwaard

Zo er dieven, zo er nachtrovers tot u gekomen waren (hoe zijt gij uitgeroeid!), zouden zij niet gestolen hebben zoveel hun genoeg ware? Zo er wijnlezers tot u gekomen waren, zouden zij niet een nalezing hebben overgelaten?

VersbegrippenMensen Die Vreemde Naties VernietigenLuciferDieven

Al uw bondgenoten hebben u tot aan de landpale uitgeleid; uw vredegenoten hebben u bedrogen, zij hebben u overmocht; die uw brood eten zullen een gezwel onder u zetten, er is geen verstand in hem.

VersbegrippenTrouwFalende VriendschapTroepen Die Weggestuurd WordenMannen Van VredeVriendschap En Vertrouwen

Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als de uitlanders zijn heir gevangen voerden, en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, waart gij ook als een van hen.

En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene zal hebben; want de HEERE heeft het gesproken.

VersbegrippenHereniging

En de gevankelijk weggevoerden van dit heir der kinderen Israels, hetgeen der Kanaanieten was, tot Zarfath toe; en de gevankelijk weggevoerden van Jeruzalem, hetgeen in Sefarad is, zij zullen de steden van het zuiden erfelijk bezitten.

En het woord des HEEREN geschiedde tot Jona, den zoon van Amitthai, zeggende:

VersbegrippenVoorspelling, Inspiratie In OTLevens Van ProfetenWoord Van GodJona

Toen vreesden de zeelieden, en riepen een iegelijk tot zijn god, en wierpen de vaten, die in het schip waren, in de zee, om het van dezelve te verlichten; maar Jona was nedergegaan aan de zijden van het schip, en lag neder, en was met een diepen slaap bevangen.

VersbegrippenMariniersOorzaken Van DepressieAngst Veroorzaakt DoorHandelswaarOpgewektheidAngst Voor Andere DingenVerkeerd BiddenZijn Eigen Goden DienenZenuwachtigheidZeilenJona

En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.

VersbegrippenKapiteinenNiet StervenDe Dood AfgewendZal God Aandacht Besteden?Zijn Eigen Goden Dienen

Voorts zeiden zij, een ieder tot zijn metgezel: Komt, en laat ons loten werpen, opdat wij mogen weten, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Alzo wierpen zij loten, en het lot viel op Jona.

VersbegrippenOntvangen Van Gods BegeleidingLoten UitschrijvenWie Is De Uitverkorene?Waarom Gebeurt Dit?

Toen zeiden zij tot hem: Verklaar ons nu, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Wat is uw werk en van waar komt gij? Welk is uw land en van welk volk zijt gij?

VersbegrippenWie Is De Uitverkorene?Waar Vandaan?Waarom Gebeurt Dit?Jona

En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreer; en ik vreze den HEERE, den God des hemels, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

VersbegrippenNatuurSchepping Van De ZeeënSchepping Van De AardeIndividuen Die God VrezenJona

Toen vreesden die mannen met grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.

VersbegrippenLafheidAngst Voor Het OnbekendeVluchten Van GodWat Doe Jij?De Feiten KennenBang ZijnDe Aanwezigheid Van GodZeilenJona

Voorts zeiden zij tot hem: Wat zullen wij u doen, opdat de zee stil worde van ons? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger.

VersbegrippenStilleggenZijn/Haar Werk DoenDe Zee Gekalmeerd

En hij zeide tot hen: Neemt mij op, en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van ulieden; want ik weet, dat deze grote storm ulieden om mijnentwil over komt.

VersbegrippenFoutenStilleggenMensen WerpenIn Het Hart Van De ZeeMensen Die Levende Mensen DragenWaarom Het GebeurdeSpringenJona

Toen riepen zij tot den HEERE, en zeiden: Och HEERE! laat ons toch niet vergaan om dezes mans ziel, en leg geen onschuldig bloed op ons; want Gij, HEERE! hebt gedaan, gelijk als het U heeft behaagd.

VersbegrippenLeren Over OnschuldOnschuldig BloedNiet StervenDe Dood AfgewendLeven En DoodJona

En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwdheid tot den HEERE, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.

VersbegrippenGod AanroepenDe DodenBedelaarsSheolStressNabijheid Van De DoodGod BeantwoordtOm Hulp RoepenDe Dood NadertGod Besteedde Aandacht Aan MijJona

De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden.

VersbegrippenHoofdenWater Van VerdrukkingOverstroomdWeedJona

Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!

VersbegrippenPuttenWortelsGered Van De PutMan Die TenondergaatGod Verheft De MensNiet StervenBasis Van DingenDood VermedenPutten Als Woord Voor Graven

Als mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan den HEERE, en mijn gebed kwam tot U, in den tempel Uwer heiligheid.

VersbegrippenGedenkenVoorbeelden Van Getroffen HeiligenFlauw VallenDe Tempel In De HemelGod Beantwoordde Gebed

De HEERE nu sprak tot den vis; en hij spuwde Jona uit op het droge.

VersbegrippenGeboden in OTReddingBrakenIndigestieGods BevelenVisJona

En het woord des HEEREN geschiedde ten anderen male tot Jona, zeggende:

VersbegrippenHet Geduld Van GodLevens Van ProfetenZaken Twee Keer DoenJona

Maak u op, ga naar de grote stad Nineve; en predik tegen haar de prediking, die Ik tot u spreek.

VersbegrippenMissie Van IsraëlVoorbeelden Van Werk Van MissionarissenVoorbeelden Van MissionarissenJona

En de lieden van Nineve geloofden aan God; en zij riepen een vasten uit, en bekleedden zich met zakken, van hun grootste af tot hun kleinste toe.

VersbegrippenOnthouding Als Een DisciplineReligieVoorbeelden Van BerouwGroot En KleinGeloven In GodAnderen Die In God GelovenVastenVasten En BiddenJona

Want dit woord geraakte tot den koning van Nineve, en hij stond op van zijn troon, en deed zijn heerlijk overkleed van zich; en hij bedekte zich met een zak, en zat neder in de as.

VersbegrippenBedektAsGewadenTroonBuitenkledijMensen Die StrippenAs Van VernederingJona

Maar mens en beest zullen met zakken bedekt zijn, en zullen sterk tot God roepen; en zij zullen zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg, en van het geweld, dat in hun handen is.

VersbegrippenOverlast Tegenover GodVermijden GeweldZowel Mens Als Dier GetroffenJona

En hij bad tot den HEERE, en zeide: Och HEERE! was dit mijn woord niet, als ik nog in mijn land was? Daarom kwam ik het voor, vluchtende naar Tarsis; want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwaad.

VersbegrippenHet Geduld Van GodBekering Van GodDe Aard Van God KennenOntvankelijkheidTerughoudendheidGod Is OnveranderlijkGod Verandert Van GedachtenHaastige ActieDezelfde Dingen ZeggenHerhaaldelijk ZeggenEen Vergevingsgezinde GodGod Zag Ervan Af Hen Kwaad Te DoenGods Aard KennenWoede En VergiffenisJona

Toen zeide God tot Jona: Is uw toorn billijk ontstoken over den wonderboom? En hij zeide: Billijk is mijn toorn ontstoken ter dood toe.

VersbegrippenOntslag Tot De DoodWoede Tegen God

Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.

VersbegrippenVisioenenProfetische VisioenenTijden Van MensenKoningen Van Juda

Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.

VersbegrippenHorenLuisterenDe Getuige Van GodDe Tempel In De Hemel

Daarom zal Ik Samaria stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fundamenten ontdekken.

VersbegrippenFunderingenWijngaarden PlantenVernietiging Van LandenHet PlattelandStichting Van NatiesDingen Die Gestript WordenBouwstenen Afwijzen

En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.

VersbegrippenProstitutieProstitueesVernietiging Van Satans WerkSalaris Van Een ProstitueeVerlaten Van Afgoden

Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem.

VersbegrippenZiektesVervorming Van ZondeGeen Genezing

Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.

VersbegrippenNiets GoedsGod Schaadde Hen

Daarom geef geschenken aan Morescheth-Gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen van Israel tot een leugen zijn.

VersbegrippenZij Die Bedrogen

Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israels.

VersbegrippenBezit Nemen

Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.

VersbegrippenGewadenMensen Strippen MensenVijanden Van God

Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, doch Hij zal hen niet verhoren; maar zal Zijn aangezicht te dier tijd voor hen verbergen, gelijk als zij hun handelingen kwaad gemaakt hebben.

VersbegrippenGezicht Van GodStimulansen Tot EthiekDe Openbaring Van GodAdvies Voor Effectief GebedHet Gevolg Van De Afwijzing Van GodHet Effect Van ZondeGod Die Niet AntwoordtGod VerschuiltZonde Scheidt Af Van GodGod Beantwoordde GebedenAntwoorden

Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wouds.

VersbegrippenZion Als Een SymboolArcheologieVernietiging Van JeruzalemMetaforisch PloegenHoge DingenWaarom Het Gebeurde

Maar in het laatste der dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien.

VersbegrippenLaatste DagenDe Laatste Dagen Des TijdsOpenbaring Van De ToekomstGod In De HogeTot God KomenDe Tempel In De HemelHet Eeuwig Koninkrijk, Christus Herstelt IsraëlEinde Van Dagen

En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.

VersbegrippenGods Wegen KennenDeelname In ChristusPelgrimstochtHeropleving Van BedrijvenWoord Van GodGod Als Een LeraarIn De Bergen TrekkenGod Die LeertWandelen In De Wegen Van GodHet Evangelie Voor De NatiesDe Tempel In De HemelDe wet Gegeven Aan IsraëlPaden

En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren.

VersbegrippenGod Als RechterSnoeienOntwapeningSperenGereedschapAard Van OorlogWapensTegenstrijdigheidTakken SnoeienDe Aarde BewerkenVruchteloos LerenVer Van HierGod Schept VredeGod Redt Van Zonde En Dood

En Ik zal haar, die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die verre henen verstoten was, tot een machtig volk; en de HEERE zal Koning over hen zijn op den berg Sions, van nu aan tot in eeuwigheid.

VersbegrippenKleine OverblijfselenGod Die Heerst Voor AltijdMensen VerbannenJeruzalem In Het Duizendjarig KoninkrijkZonsverduistering

En gij Schaapstoren, gij Ofel der dochter Sions! tot u zal komen, ja, daar zal komen de vorige heerschappij, het koninkrijk der dochteren van Jeruzalem.

VersbegrippenDochtersDag Van De HEERHerstelWachterZion Als Een SymboolMensen Van Het KoninkrijkBijhouden VoorraadJeruzalemZionOverheersing

Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter Sions! als een barende vrouw; want nu zult gij wel uit de stad henen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, maar aldaar zult gij gered worden; aldaar zal u de HEERE verlossen uit de hand uwer vijanden.

VersbegrippenGod Als VerlosserDoodsangst, Gods OordeelBabylon, Israël Verbannen NaarHand Van GodWeeënHet PlattelandVerbanning In Voouitzicht

Maar zij weten de gedachten des HEEREN niet, en verstaan Zijn raadslag niet; dat Hij hen vergaderd heeft als garven tot den dorsvloer.

VersbegrippenMaïs SamenbindenGebrek Aan OnderscheidingsvermogenSikkelsDorsvloerSaaiheidSpirituele OnwetendheidGods GedachtenGods Zaken Niet Begrijpen

En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van den Naam des HEEREN, Zijns Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde.

VersbegrippenBevallingWerkenWeeënOverlevenden Van IsraëlHereniging

Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat gij de gerechtigheden des HEEREN kent.

VersbegrippenDe Ezel Van BalaamDe Gerechtigheid Van GodGeschiedenisHet VerledenMensen BeantwoordenGod Doet Het JuisteJuist DoenDe Raad Van De Mens

Want de inzettingen van Omri worden onderhouden, en het ganse werk van het huis van Achab; en gij wandelt in derzelver raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot aanfluiting; alzo zult gij de smaadheid Mijns volks dragen.

VersbegrippenDe Aard Van SpotTraditiesSlecht GezelschapVerenigingen Van KwaadVernietigende GodJe Woord HoudenStandbeelden

En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.

VersbegrippenOntrouw Aan GodGod Die Niet BestaatMensen VertrappelenVijanden OverwinnenWaar Is God?

Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.

VersbegrippenFortenUitgestrektheid Van De ZeeZo Ver Als De Eufraat

Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de vrucht hunner handelingen.

VersbegrippenVruchten Van ZondeHet Land Dat Leeg WordtBetaald Zetten Voor DadenZonde Veroorzaakt Verarming

Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor U vrezen.

VersbegrippenSlangenMagenSchuldige AngstBevende TroepenDingen Zoals SlangenNiets Wat Dieren EtenVerdergaanDe Aarde VerzorgenStofWormen

En Ik zal verfoeilijke dingen op u werpen, en u tot schande maken, en Ik zal u als een spiegel stellen.

VersbegrippenVuilnisSlachtafvalSpektakelMensen Die Verontreinigd Worden

Morenland en Egypte waren haar macht, en er was geen einde; Put en Lybea waren tot uw hulp.

VersbegrippenHelpende TroepenHaar Kracht

Ziet, uw volk zal in het midden van u tot vrouwen worden; de poorten uws lands zullen uw vijanden wijd geopend worden; het vuur zal uw grendelen verteren.

VersbegrippenZwakteMachteloosheidVerwijfdheidDe Daad Van OpenenPoorten OpenenZwakke VrouwenSloten En StavenDe kracht Van Vrouwen

Het zal geheellijk tot geweld komen, wat zij inslorpen zullen met hun aangezichten, zullen zij brengen naar het oosten; en het zal de gevangenen verzamelen als zand.

VersbegrippenGevangenenWindOmgaan Met Vele MensenGeweld NavolgenZand En Grind

Zijt Gij niet van ouds af de HEERE, mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet sterven; o HEERE! tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en o Rots! om te straffen, hebt Gij hem gegrondvest.

VersbegrippenGod, De EeuwigeGod, De RotsImmoraliteit In OTVoorzienigheidToevluchtsoordRotsenNiet StervenDe Dood Afgewend

Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.

VersbegrippenDe Trouw Van GodHet Geduld Van GodBestemmingSeizoenen Van Het LevenWachtenOp Tijd KomenGod Die Niet UitsteltDe Afgesproken TijdVoorspelling EindtijdToekomstige PlannenGods TimingGods TimingGods Timing En PlanWachten Op Gods Timing

En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn, een trots man is, en in zijn woning niet blijft; die zijn ziel wijd opendoet als het graf, en gelijk de dood is, die niet zat wordt, en tot zich verzamelt al de heidenen, en vergadert tot zich alle volken.

VersbegrippenVerbod Van BegeerteOntevredenheidWaarschuwingen In Verband Met AmbitieHet GrafTevredenheidWereldlijke AmbitieDe Aard Van HebzuchtGebruik Van AlcoholGevolgen Van WijnOmgaan Met De NatiesHet Feit Van De Dood

Zullen niet onvoorziens opstaan, die u bijten zullen, en ontwaken, die u zullen bewegen, en zult gij hun niet tot plundering worden?

VersbegrippenPlotselingOntwaken

Gij zult ook verzadigd worden met schande, voor eer; drinkt gij ook, en ontbloot de voorhuid; de beker der rechterhand des HEEREN zal zich tot u wenden, en er zal een schandelijk uitbraaksel over uw heerlijkheid zijn.

VersbegrippenEen Kop Met Gods GramschapDrinkenHand Van GodDe Rechterhand Van GodLijden Van De OnschuldigenNaakte SchaamteGod Maakt DronkenDe Eer Verliezen

Wee dien, die tot het hout zegt: Word wakker! en: Ontwaak! tot den zwijgenden steen. Zou het leren? Ziet, het is met goud en zilver overtrokken, en er is gans geen geest in het midden van hetzelve.

VersbegrippenGoudNood Aan Gods BegeleidingBezwaren Tegen AfgoderijSpirituele SlaapStenenHoutOmhuld In GoudOmhuld In ZilverGeen Adem KrijgenSprakeloosheidStomNiet Mogelijk Om Op Te StaanOntwaak!Wee De GoddelozenBegeleidingOntwakenAdem

Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela.

VersbegrippenHoofdenDijenGod Die De Mensen StriptDe Gezalfde Van De HeerGod Redt De BehoeftigenPsalmen InterjectiesGod OverwintBlindheid

Het woord des HEEREN, hetwelk geschied is tot Zefanja, den zoon van Cuschi, den zoon van Gedalja, den zoon van Amarja, den zoon van Hizkia; in de dagen van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda.

Daarom zal hun vermogen ten roof worden, en hun huizen tot verwoesting; zij bouwen wel huizen, maar zij zullen ze niet bewonen; en zij planten wijngaarden, maar zij zullen derzelver wijn niet drinken.

VersbegrippenWijngaardenWijngaarden PlantenVernietiging Van HuizenIn Huizen WonenGeen Wijn DrinkenNadelen Van RijkdomHuizen Onder Aanval

En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.

VersbegrippenKustDe Kudde Hoeden

Daarom, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Moab zal zekerlijk zijn als Sodom, en de kinderen Ammons als Gomorra, een netelheide, en een zoutgroeve, en een verwoesting tot in eeuwigheid! De overigen Mijns volks zullen ze beroven, en het overige Mijns volks zal ze erfelijk bezitten.

VersbegrippenPlunderenZoutOnkruidAmmonietenOverlevenden BevoordeeldZuurheidHuisdieren

Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het Noorden, en Hij zal Assur verdoen; en Hij zal Nineve stellen tot een verwoesting, droog als een woestijn.

VersbegrippenNoordenGods HandDroge PlaatsenGods Uitgestrekte Handen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenVals VertrouwenVoorbeelden Van TrotsDe Aard Van SpotBestaan Van ArrogantieVernedering, Voorbeelden VanSissendUnieke NatiesWoningen Van WezensAndere Woonplaatsen Van Wezens

Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.

VersbegrippenDichtbij God KomenWantrouwenZonder GebedNiet Dicht Bij God KomenKoppige IndividuenTwijfelen Aan God

Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen.

VersbegrippenLeeuwenWolvenIn De Ochtend

Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden.

VersbegrippenArmageddonDag Van De HEERGod Als RechterGods VerontwaardigingIjver Van GodJaloezieKoninkrijkenWachtenApocalypseSamenkomst Andere NatiesVernietiging Van De WereldVuur Van Gods WoedeDe Getuige Van GodGod Kwaad Op De Naties

Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.

VersbegrippenSchoudersGod AanroepenHet Doel Van HeiligheidMorele En Spirituele ZuiverheidKameraadschapTaalZuiverheidToespraakMensen

Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.

VersbegrippenGeen Kracht Meer Om Het Hoofd Te Bieden

Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.

VersbegrippenHandicapsSchaamte EliminerenGod GeneestGeen TransactiesMensen Die Eer HebbenOnzekerheid

Te dier tijd zal Ik ulieden herwaarts brengen, ten tijde namelijk, als Ik u verzamelen zal; zekerlijk Ik zal ulieden zetten tot een naam en tot een lof, onder alle volken der aarde, als Ik uw gevangenissen voor uw ogen wenden zal, zegt de HEERE.

VersbegrippenThuisVoorspelling, Methodes In OTSamenkomen IsraëlMensen Die Eer HebbenSpecifieke Mensen PrijzenTeruggeven

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenBestuurdersMaandGraadMaand 6Genoemde Profeten Van De HeerHomohuwelijk

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenZelfgenoegzaamheidLauwheidTijdloosheidDe Tweede TempelNiet De TijdWederopbouw

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenEigendom, HuizenZelfingenomenTijdloosheidVernietiging Van De TempelHuizen BouwenJuiste Tijd Voor De MensenNiet De TijdWederopbouw

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenWegen Van De MensGedachtJuist Denken

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenTassenPortemonneesHerfstZaaien En OogstenSchatSalarissenGebruik Van AlcoholVeel VerzamelenWeinig VoedselGatenZichzelf KledenKoud WeerGeen VoedselGeldboxGeldmiddelenGeld SparenZaaien

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenWegen Van De MensGod BehagenJuist Denken

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenDe Vreugde Van GodBouwenDe Tweede TempelIn De Bergen TrekkenWederopbouw

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenOorzaken Van ArmoedeWinstOnbetrouwbaarheidVeel VerzamelenWeinig VoedselVernietiging Van De TempelGods WoningHuizen BouwenKatastrofische GebeurtenissenLandbouwGeldmiddelenFamilie Problemen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenDauwGebrek Aan Regen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenDroogte, FysiekOlieTekort Aan WijnProvisie Van OlieZowel Mens Als Dier GetroffenZijn/Haar Werk Doen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenVerbintenis Tot GodIndividuen Die God VrezenGenoemde Profeten Van De HeerHomohuwelijk

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenGod, De HeerHet HedenGod Met Jouhomosexuelen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenEnthousiasmeBeginPersoonlijke HeroplevingHet Emotionele Aspect Van GeestDe Tweede Tempel

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenMaand 6

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenHerfstMaand 7Genoemde Profeten Van De Heer

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenBestuurders

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain