'Tot' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:14-Genesis 17:7
- 2.Genesis 17:8-Genesis 26:27
- 3.Genesis 26:33-Genesis 34:14
- 4.Genesis 34:16-Genesis 44:7
- 5.Genesis 44:8-Exodus 3:18
- 6.Exodus 4:2-Exodus 12:14
- 7.Exodus 12:15-Exodus 23:31
- 8.Exodus 23:33-Exodus 36:5
- 9.Exodus 36:7-Leviticus 10:15
- 10.Leviticus 10:19-Leviticus 22:27
- 11.Leviticus 22:30-Numberi 6:4
- 12.Numberi 6:6-Numberi 16:15
- 13.Numberi 16:16-Numberi 23:13
- 14.Numberi 23:14-Numberi 35:11
- 15.Numberi 35:12-Deuteronomium 12:9
- 16.Deuteronomium 12:20-Deuteronomium 31:28
- 17.Deuteronomium 31:29-Jozua 10:4
- 18.Jozua 10:6-Jozua 22:24
- 19.Jozua 22:25-Richteren 7:24
- 20.Richteren 7:25-Richteren 15:11
- 21.Richteren 15:12-Ruth 2:20
- 22.Ruth 2:21-1 Samuël 11:9
- 23.1 Samuël 11:10-1 Samuël 19:11
- 24.1 Samuël 19:15-1 Samuël 28:14
- 25.1 Samuël 28:15-2 Samuël 7:27
- 26.2 Samuël 7:28-2 Samuël 16:4
- 27.2 Samuël 16:5-1 Koningen 1:15
- 28.1 Koningen 1:17-1 Koningen 11:21
- 29.1 Koningen 11:31-1 Koningen 20:22
- 30.1 Koningen 20:23-2 Koningen 5:13
- 31.2 Koningen 5:15-2 Koningen 17:9
- 32.2 Koningen 17:11-1 Kronieken 10:4
- 33.1 Kronieken 10:14-1 Kronieken 24:4
- 34.1 Kronieken 25:1-2 Kronieken 11:5
- 35.2 Kronieken 11:22-2 Kronieken 28:25
- 36.2 Kronieken 29:5-Ezra 9:12
- 37.Ezra 9:14-Nehemia 13:13
- 38.Nehemia 13:17-Job 17:6
- 39.Job 17:14-Psalmen 22:19
- 40.Psalmen 22:24-Psalmen 71:2
- 41.Psalmen 71:3-Psalmen 107:30
- 42.Psalmen 107:33-Spreuken 14:23
- 43.Spreuken 15:12-Jesaja 13:9
- 44.Jesaja 13:20-Jesaja 38:12
- 45.Jesaja 38:13-Jesaja 60:20
- 46.Jesaja 60:22-Jeremia 12:11
- 47.Jeremia 12:12-Jeremia 27:1
- 48.Jeremia 27:2-Jeremia 36:31
- 49.Jeremia 36:32-Jeremia 50:16
- 50.Jeremia 50:19-Ezechiël 9:9
- 51.Ezechiël 10:2-Ezechiël 22:1
- 52.Ezechiël 22:4-Ezechiël 34:10
- 53.Ezechiël 34:20-Ezechiël 45:24
- 54.Ezechiël 46:2-Daniël 9:25
- 55.Daniël 9:26-Amos 8:2
- 56.Amos 8:12-Haggaï 2:2
- 57.Haggaï 2:3-Mattheüs 1:17
- 58.Mattheüs 1:20-Mattheüs 13:37
- 59.Mattheüs 13:51-Mattheüs 21:31
- 60.Mattheüs 21:32-Mattheüs 27:65
- 61.Mattheüs 28:5-Markus 8:32
- 62.Markus 8:34-Markus 14:32
- 63.Markus 14:34-Lukas 6:47
- 64.Lukas 7:3-Lukas 14:12
- 65.Lukas 14:15-Lukas 22:11
- 66.Lukas 22:15-Johannes 4:28
- 67.Johannes 4:30-Johannes 10:7
- 68.Johannes 10:24-Johannes 19:5
- 69.Johannes 19:6-Handelingen 9:1
- 70.Handelingen 9:4-Handelingen 20:7
- 71.Handelingen 20:9-Romeinen 4:11
- 72.Romeinen 4:17-1 Corinthiërs 12:21
- 73.1 Corinthiërs 13:3-Efeziërs 4:13
- 74.Efeziërs 4:14-2 Timotheüs 4:11
- 75.2 Timotheüs 4:18-2 Petrus 2:4
- 76.2 Petrus 2:6-Openbaring 22:18
Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen;
Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde.
Welke, ongevoelig geworden zijnde, zichzelven hebben overgegeven tot ontuchtigheid, om alle onreinigheid gieriglijk te bedrijven.
Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.
En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.
En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.
Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.
En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.
Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen;
Denwelken ik tot datzelfde einde tot u gezonden heb, opdat gij onze zaken zoudt weten, en hij uw harten zou vertroosten.
Over uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe;
Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;
Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus;
Vervuld met vruchten der gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn tot heerlijkheid en prijs van God.
En ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen aan mij is geschied, meer tot bevordering van het Evangelie gekomen is;
Doch dezen uit liefde, dewijl zij weten, dat ik tot verantwoording van het Evangelie gezet ben.
En dit vertrouw en weet ik, dat ik zal blijven, en met u allen zal verblijven tot uw bevordering en blijdschap des geloofs;
En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.
Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid.
Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.
En ik hoop in den Heere Jezus Timotheus haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben.
Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast tot u komen zal.
Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;
En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.
Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden.
Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.
Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.
En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonie vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen.
Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft.
Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening.
Alzo wij van uw geloof in Christus Jezus gehoord hebben, en van de liefde, die gij hebt tot alle heiligen.
Hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van dien dag af dat gij gehoord hebt, en de genade Gods in waarheid bekend hebt.
Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God;
Met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid, tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap;
Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.
Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;
Dewelke wel hebben een schijn rede van wijsheid in eigenwilligen gods dienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees.
En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;
En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.
Denwelken ik tot hetzelfde einde tot u gezonden heb, opdat hij uw zaken wete, en uw harten vertrooste;
U groet Aristarchus, mijn medegevangene; en Markus, de neef van Barnabas, aangaande welken gij bevelen ontvangen hebt; zo hij tot u komt, ontvangt hem;
Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen;
Want gij weet zelven, broeders, onzen ingang tot u, dat die niet ijdel is geweest;
Maar, hoewel wij te voren geleden hadden, en ook ons smaadheid aangedaan was, gelijk gij weet, te Filippi, zo hebben wij nochtans vrijmoedigheid gebruikt in onzen God, om het Evangelie van God tot u te spreken in veel strijds.
Noch zoekende eer uit mensen, noch van u, noch van anderen; hoewel wij u tot last konden zijn als Christus' apostelen;
Alzo wij, tot u zeer genegen zijnde, hebben u gaarne willen mededelen niet alleen het Evangelie van God, maar ook onze eigen zielen, daarom dat gij ons lief geworden waart.
En betuigden, dat gij zoudt wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid.
En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij te allen tijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.
Daarom hebben wij tot u willen komen (immers ik Paulus) eenmaal en andermaal, maar de satanas heeft ons belet.
Maar als Timotheus nu van ulieden tot ons gekomen was, en ons de goede boodschap gebracht had van uw geloof en liefde, en dat gij altijd goede gedachtenis van ons hebt, zeer begerig zijnde om ons te zien, gelijk wij ook om ulieden;
Want wat dankzegging kunnen wij Gode tot vergelding wedergeven voor u, vanwege al de blijdschap, waarmede wij ons om uwentwil verblijden voor onzen God?
Doch onze God en Vader Zelf, en onze Heere Jezus Christus richte onzen weg tot u.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking.
Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid.
Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus;
Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,
En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,
Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid;
Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot verkrijging der heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus.
Doch de Heere richte uw harten tot de liefde van God, en tot de lijdzaamheid van Christus.
Niet, dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot een voorbeeld, om ons na te volgen.
Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke geslachtsrekeningen, welke meer twist vragen voortbrengen dan stichting Gods, die in het geloof is.
Van dewelke sommigen afgeweken zijnde, zich gewend hebben tot ijdelspreking;
Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.
Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.
Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;
Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk.
Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig.
De diakenen insgelijks moeten eerbaar zijn, niet tweetongig, niet die zich tot veel wijns begeven, geen vuil-gewinzoekers;
Deze dingen schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen;
Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,
Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.
Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen; en oefen uzelven tot godzaligheid.
Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens.
Van sommige mensen zijn de zonden te voren openbaar, en gaan voor tot hun veroordeling; en in sommigen ook volgen zij na.
Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.
Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.
Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;
Leggende zichzelven weg tot een schat een goed fondament tegen het toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen.
Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag.
Niemand, die in de krijg dient, wordt ingewikkeld in de handelingen des leeftochts, opdat hij dien moge behagen, die hem tot den krijg aangenomen heeft.
Om hetwelk ik verdrukkingen lijde tot de banden toe, als een kwaaddoener; maar het Woord Gods is niet gebonden.
Breng deze dingen in gedachtenis, en betuig voor den Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, hetwelk tot geen ding nut is, dan tot verkering der toehoorders.
Indien dan iemand zichzelven van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid.
Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid;
En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijn wil.
Zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden,
Vrouwkens, die altijd leren, en nimmermeer tot kennis der waarheid kunnen komen.
Doch de boze mensen en bedriegers zullen tot erger voortgaan, verleidende en wordende verleid.
En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.
Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;
Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.
En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.
Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande.
Lukas is alleen met mij. Neem Markus mede, en breng hem met u; want hij is mij zeer nut tot den dienst.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:14-Genesis 17:7
- 2.Genesis 17:8-Genesis 26:27
- 3.Genesis 26:33-Genesis 34:14
- 4.Genesis 34:16-Genesis 44:7
- 5.Genesis 44:8-Exodus 3:18
- 6.Exodus 4:2-Exodus 12:14
- 7.Exodus 12:15-Exodus 23:31
- 8.Exodus 23:33-Exodus 36:5
- 9.Exodus 36:7-Leviticus 10:15
- 10.Leviticus 10:19-Leviticus 22:27
- 11.Leviticus 22:30-Numberi 6:4
- 12.Numberi 6:6-Numberi 16:15
- 13.Numberi 16:16-Numberi 23:13
- 14.Numberi 23:14-Numberi 35:11
- 15.Numberi 35:12-Deuteronomium 12:9
- 16.Deuteronomium 12:20-Deuteronomium 31:28
- 17.Deuteronomium 31:29-Jozua 10:4
- 18.Jozua 10:6-Jozua 22:24
- 19.Jozua 22:25-Richteren 7:24
- 20.Richteren 7:25-Richteren 15:11
- 21.Richteren 15:12-Ruth 2:20
- 22.Ruth 2:21-1 Samuël 11:9
- 23.1 Samuël 11:10-1 Samuël 19:11
- 24.1 Samuël 19:15-1 Samuël 28:14
- 25.1 Samuël 28:15-2 Samuël 7:27
- 26.2 Samuël 7:28-2 Samuël 16:4
- 27.2 Samuël 16:5-1 Koningen 1:15
- 28.1 Koningen 1:17-1 Koningen 11:21
- 29.1 Koningen 11:31-1 Koningen 20:22
- 30.1 Koningen 20:23-2 Koningen 5:13
- 31.2 Koningen 5:15-2 Koningen 17:9
- 32.2 Koningen 17:11-1 Kronieken 10:4
- 33.1 Kronieken 10:14-1 Kronieken 24:4
- 34.1 Kronieken 25:1-2 Kronieken 11:5
- 35.2 Kronieken 11:22-2 Kronieken 28:25
- 36.2 Kronieken 29:5-Ezra 9:12
- 37.Ezra 9:14-Nehemia 13:13
- 38.Nehemia 13:17-Job 17:6
- 39.Job 17:14-Psalmen 22:19
- 40.Psalmen 22:24-Psalmen 71:2
- 41.Psalmen 71:3-Psalmen 107:30
- 42.Psalmen 107:33-Spreuken 14:23
- 43.Spreuken 15:12-Jesaja 13:9
- 44.Jesaja 13:20-Jesaja 38:12
- 45.Jesaja 38:13-Jesaja 60:20
- 46.Jesaja 60:22-Jeremia 12:11
- 47.Jeremia 12:12-Jeremia 27:1
- 48.Jeremia 27:2-Jeremia 36:31
- 49.Jeremia 36:32-Jeremia 50:16
- 50.Jeremia 50:19-Ezechiël 9:9
- 51.Ezechiël 10:2-Ezechiël 22:1
- 52.Ezechiël 22:4-Ezechiël 34:10
- 53.Ezechiël 34:20-Ezechiël 45:24
- 54.Ezechiël 46:2-Daniël 9:25
- 55.Daniël 9:26-Amos 8:2
- 56.Amos 8:12-Haggaï 2:2
- 57.Haggaï 2:3-Mattheüs 1:17
- 58.Mattheüs 1:20-Mattheüs 13:37
- 59.Mattheüs 13:51-Mattheüs 21:31
- 60.Mattheüs 21:32-Mattheüs 27:65
- 61.Mattheüs 28:5-Markus 8:32
- 62.Markus 8:34-Markus 14:32
- 63.Markus 14:34-Lukas 6:47
- 64.Lukas 7:3-Lukas 14:12
- 65.Lukas 14:15-Lukas 22:11
- 66.Lukas 22:15-Johannes 4:28
- 67.Johannes 4:30-Johannes 10:7
- 68.Johannes 10:24-Johannes 19:5
- 69.Johannes 19:6-Handelingen 9:1
- 70.Handelingen 9:4-Handelingen 20:7
- 71.Handelingen 20:9-Romeinen 4:11
- 72.Romeinen 4:17-1 Corinthiërs 12:21
- 73.1 Corinthiërs 13:3-Efeziërs 4:13
- 74.Efeziërs 4:14-2 Timotheüs 4:11
- 75.2 Timotheüs 4:18-2 Petrus 2:4
- 76.2 Petrus 2:6-Openbaring 22:18
Verwante onderwerpen
- Abraham
- Anderen Die Oproepen
- Anderen Opjagen
- Beantwoorde Beloften
- Bedelaars
- Beroepen
- Bestuurders
- Beweringen
- Bezoeken
- Brood
- De Aard Van Discipelschap
- De Betekenis Van Mozes
- De Namen Voor Christus
- De Openbaring Van God
- De Vader
- Deelname In Christus
- Discipelschap
- Ephah [Tien Omers]
- Generaties
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Geplande Sexuele Band
- Gevangenen
- Gewoonten In Verband Met Het Huwelijk
- Gezicht Van God
- Gideon
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Stuurde Profeten
- God, De Eeuwige
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Stem
- Gods Waarheid
- Gods Werk Verhinderen
- Gretigheid
- Hand Van God
- Handicaps
- Heersers
- Helen
- Herstel
- Het Doel Van God
- Het Einde Van De Wereld
- Het Woord Spreken Dat God Geschonken Heeft
- Hoofden
- Huilen
- Ik Zal Hun God Zijn
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Instructies Over Volgen
- Lichaam
- Man Van God
- Menigtes
- Messiaanse Profetieën
- Missie Van Jezus Christus
- Nabijheid Van De Dood
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Olie
- Onrein Tot De Avond
- Opgefriste God
- Overgave
- Petrus De Leerling
- Poorten
- Reine Kledij
- Rivieren
- Satan
- Sta Op!
- Tekenen Van Bekering
- Teruggeven
- Terugkeren Naar God
- Tot Christus Komen
- Troon
- Uitgestuurde Boodschappers
- Uitrekken
- Vals Vertrouwen
- Verbintenis Tot God
- Verdriet
- Verordeningen
- Voeten
- Voorspellingen Over Christus
- Voorspellingen Uitgesproken Door Jezus
- Waar Vandaan?
- Wat Doe Jij?
- Wie Is Jezus?
- Woord Van God
- Woorden Dupliceren
- Zalving Van Koningen
- Zeven Dagen
- Ziektes
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zitten