7585 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Tot' in de Bijbel

Dan zullen wij u onze dochteren geven, en uw dochteren zullen wij ons nemen, en wij zullen met u wonen, en wij zullen tot een volk zijn.

VersbegrippenVerenigde MensenIn Het Land Leven

Zo kwam Hemor en Sichem, zijn zoon, tot hunner stadspoort; en zij spraken tot de mannen hunner stad, zeggende:

VersbegrippenZaken Doen Aan De Poort

Deze mannen zijn vreedzaam met ons; daarom laat hen in dit land wonen, en daarin handelen, en het land (ziet het is wijd van begrip) voor hun aangezicht zijn; wij zullen ons hun dochteren tot vrouwen nemen, en wij zullen onze dochteren aan hen geven.

VersbegrippenRentmeesterschap Over GeldIn Het Land LevenMannen Van Vrede

Doch hierin zullen deze mannen ons ter wille zijn, dat zij met ons wonen, om tot een volk te zijn; als al wat mannelijk is onder ons besneden wordt, gelijk als zij besneden zijn.

VersbegrippenVerenigde MensenAls Mensen WordenInstemmingIn Het Land LevenNoodzaak Van Besnijdenis

Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaanieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.

VersbegrippenOorzaken Van ProblemenNeuzenGeurtjesEnkele MensenVerontrustende IndividuenNaties die Israël aanvallenFamilie Problemen

Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau.

VersbegrippenVluchtelingenOptreden Van God In OTHerdenkingGoddelijke SpraakPlaatsen Van AanbiddingAltaren BouwenGod VerschijntBethel Het Huis Van GodIn Het Land Leven

Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen;

VersbegrippenVoorbeelden Van FamiliesHoofden Van De FamilieRein, Spiritueel GebruikHervormingAfgodenWerkgevers, Goede VoorbeeldenVreemde DingenVeranderen KledijReine KledijAndere Goden VerzakenJezelf Veranderen

En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israel zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israel.

VersbegrippenGod Hernoemt Mensen

Voorts zeide God tot hem: Ik ben God de Almachtige! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, een hoop der volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen.

VersbegrippenNatuurlijke VruchtbaarheidZegeningen Aan AbrahamLichaamDe Kracht Van GodVoortplantingIk Ben GodVruchtbaarheid

En zij reisden van Beth-El; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren.

VersbegrippenGewichten En Maten, AfstandenZware Taken

En het geschiedde, als zij het hard had in haar baren, zo zeide de vroedvrouw tot haar: Vrees niet; want deze zoon zult gij ook hebben!

VersbegrippenVroedvrouwVruchtbaar Zijn

En Jakob richtte een gedenkteken op boven haar graf, dit is het gedenkteken van Rachels graf tot op dezen dag.

VersbegrippenGedenkstenenPlaatsen Tot Op De Dag

En Jakob kwam tot Izak, zijn vader, in Mamre, te Kirjath-Arba, hetwelk is Hebron, waar Abraham als vreemdeling had verkeerd, en Izak.

VersbegrippenVerblijven

Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.

VersbegrippenZij Die Voorraad HaddenHalfbroersOuders Die Fout Zijn

En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.

VersbegrippenKwetsbaarheid

Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.

VersbegrippenIndividuen HatenOverheersing

En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?

VersbegrippenGroetenBuigen Voor JozefWat Is Dit?Immigranten

Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!

VersbegrippenSchapenZie Mij!Mensen Die Mensen Sturen

En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.

VersbegrippenZorgZorg, MensMensen Die Mensen Sturen

En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.

VersbegrippenSamenzwerenVanop Een Afstand BekijkenPogingen Om Bepaalde Mensen Te DodenMensen ZienSamenzweringBroers En ZussenAfstand

En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!

Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.

VersbegrippenAfwerpenHerstel Van MensenIndividuen Die Anderen Redden

En het geschiedde, als Jozef tot zijn broederen kwam, zo togen zij Jozef zijn rok uit, den veelvervigen rok, dien hij aanhad.

VersbegrippenFijne KledijMensen Strippen MensenVeelkleurigKleur

Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?

VersbegrippenZondes Verbergen

Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.

VersbegrippenKledingVerscheuren Van KledingScheuren Van KledingZij Die Kledij VerscheurdenNergens Te Vinden

En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?

VersbegrippenNergens Te VindenWaarheen?

En zij zonden den veelvervigen rok, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Dezen hebben wij gevonden; beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet.

VersbegrippenVeelkleurigOnderscheidendDingen VindenKleur

En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.

VersbegrippenMeemaken Van VerliesHet GrafLiefde En De WereldSheolHuilenTroost Van VriendenOuderlijke LiefdeGetroffen Door De DoodGeen Comfort

En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.

VersbegrippenMensen Die BezoekenTerzelfdertijd

En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.

VersbegrippenBeperkingen Omtrent Het HuwelijkSex Binnen Het HuwelijkHuwelijksseks tussen

Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.

VersbegrippenBeperkingen Omtrent Het HuwelijkSpermaNiet GevenMensen Met Algemene KennisSexZadenZaad Op De Grond Verspillen

Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.

VersbegrippenOprechtheidOpgroeienSchoondochtersMogelijke DoodWerkelijke WeduwenBijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk

Als nu vele dagen verlopen waren, stierf de dochter van Sua, de huisvrouw van Juda; daarna troostte zich Juda, en ging op tot zijn schaapscheerders naar Timna toe, hij en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.

VersbegrippenVerdrietSchapen ScherenDood Van Anonieme IndividuenDe Dood Van Anderen Berouwen

En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?

VersbegrippenSchoondochtersGeen Mensen HerkennenSalaris Van Een Prostituee

Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.

VersbegrippenZegelsPersoneelOpvattingTouwen

En hij keerde weder tot Juda, en zeide: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest.

VersbegrippenNergens Te Vinden

Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.

VersbegrippenNergens Te Vinden

Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.

VersbegrippenZegelsOpvattingTouwenWie Is De Uitverkorene?

Maar hij weigerde het, en zeide tot de huisvrouw zijns heren: Zie, mijn heer heeft geen kennis met mij, wat er in het huis is; en al wat hij heeft, dat heeft hij in mijn hand gegeven.

VersbegrippenAan Mensen Toegekend GezagMinnares

Zo riep zij de lieden van haar huis, en sprak tot hen, zeggende: Ziet, hij heeft ons den Hebreeuwsen man ingebracht, om met ons te spotten; hij is tot mij gekomen, om bij mij te liggen, en ik heb geroepen met luider stem;

VersbegrippenGeplande Sexuele BandKinderen Misleiden

Toen sprak zij tot hem naar diezelfde woorden, zeggende: De Hebreeuwse knecht, dien gij ons hebt ingebracht, is tot mij gekomen, om met mij te spotten.

En het geschiedde, als zijn heer de woorden zijner huisvrouw hoorde, die zij tot hem sprak, zeggende: Naar deze zelfde woorden heeft mij uw knecht gedaan, zo ontstak zijn toorn.

VersbegrippenGevangenenVertellen Wat Mensen DedenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

Doch de HEERE was met Jozef, en wende Zijn goedertierenheid tot hem; en gaf hem genade in de ogen van den overste van het gevangenhuis.

VersbegrippenVriendelijkheidGevangenenGoddelijke GunstGod Met Specifieke MensenGod Toonde Zijn Liefdevolle VriendelijkheidGunst

En Jozef kwam des morgens tot hen, en hij zag hen aan, en ziet, zij waren ontsteld.

VersbegrippenAndere Verdrietige Mensen

En zij zeiden tot hem: Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge. En Jozef zeide tot hen: Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.

VersbegrippenDromenNiemand BeschikbaarDromen Vertellen

Toen vertelde de overste der schenkers Jozef zijn droom, en zeide tot hem: In mijn droom, zie, zo was een wijnstok voor mijn aangezicht;

VersbegrippenMetaforische BomenDromen Vertellen

Toen zeide Jozef tot hem: Dit is zijn uitlegging: de drie ranken zijn drie dagen.

VersbegrippenInterpretatie Van DromenDrie DagenDrie Andere Dingen

Toen de overste der bakkers zag, dat hij een goede uitlegging gedaan had, zo zeide hij tot Jozef: Ik was ook in mijn droom, en zie, drie getraliede korven waren op mijn hoofd.

VersbegrippenDrie Andere Dingen

En hij deed den overste der schenkers wederkeren tot zijn schenkambt, zodat hij den beker op Farao's hand gaf.

VersbegrippenSchenkerHerstel Van Mensen

Toen sprak de overste der schenkers tot Farao, zeggende: Ik gedenk heden aan mijn zonden.

VersbegrippenSchenkerHerinneringenButlersHerinneringenPijnlijke HerinneringenHerinneringen Aan Zonde

Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.

VersbegrippenKerkersGevangenenScherenGevangenissenAccomodatiesVeranderen KledijIndividuen Die LopenReine KledijOntbiedende KoningenMensen Die Bevrijd Worden Door MensenEtiquette

En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.

VersbegrippenDe Bron Van Menselijke WijsheidOntdekkingenInterpretatie Van DromenDromen InterpreterenNiemand Beschikbaar

Toen sprak Farao tot Jozef: Zie, in mijn droom stond ik aan den oever der rivier;

VersbegrippenRivieroeversRivier Nijl

Toen zeide Jozef tot Farao: De droom van Farao is een; hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven.

VersbegrippenToekomstDe Aard Van God KennenOpenbaring In OTInterpretatie Van DromenDe Toekomst Voorspellen

Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.

VersbegrippenDe Toekomst Voorspellen

En dat zij alle spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.

VersbegrippenOpslaanDe Aard Van Menselijke AutoriteitZuinigheidVoedsel VerzamelenWinkels Voor EtenMensen Die Bijhouden

Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.

VersbegrippenZuinigheid

Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?

VersbegrippenVindenDe Geest Van GodUnieke IndividuenUitmuntendheid

Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij.

VersbegrippenOnderscheidingsvermogen Van BestuurdersDe Aard Van Menselijke WijsheidUnieke IndividuenGods Onthulde Dingen

En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.

VersbegrippenDat Ben IkAan Mensen Toegekend Gezag

En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.

VersbegrippenBeperkingen Omtrent Het HuwelijkVeranderde NamenMensen Die Mensen Andere Namen GevenAan Mensen Toegekend Gezag

Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.

VersbegrippenVoedsel Vragen

En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.

VersbegrippenKopen En VerkopenGebruik Van Geld

Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?

VersbegrippenAandachtig Naar Mensen KijkenSituaties Zien

Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaan; om spijze te kopen.

VersbegrippenVoorwendselBewustzijnEten KopenMensen HerkennenVermommingenWaar Vandaan?

Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.

VersbegrippenSpionerenMensen Die HerinnerenOnbewaaktKwetsbaarheid

En zij zeiden tot hem: Neen, mijn heer! maar uw knechten zijn gekomen, om spijze te kopen.

VersbegrippenEten KopenKwetsbaarheid

En hij zeide tot hen: Neen, maar gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.

VersbegrippenOnbewaaktKwetsbaarheid

Toen zeide Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb, zeggende: Gij zijt verspieders!

VersbegrippenSpioneren

En brengt uw kleinsten broeder tot mij, zo zullen uw woorden waargemaakt worden; en gij zult niet sterven. En zij deden alzo.

VersbegrippenHet Jongste Kind

Toen zeiden zij de een tot den ander: Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons.

VersbegrippenSchuldig GewetenMenselijke Aspecten Van SchuldVoorbeelden Van Getroffen HeiligenSchuldig BevondenMensen Zonder GenadeWaarom Het GebeurdeMenselijk Besef Van Schuld

En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!

VersbegrippenBloed Als Symbool Van SchoolOordeel Over MoordenaarsAndere Mensen Kwaad BerokkenenBoekhouden

Toen wendde hij zich om, van hen af, en weende; daarna keerde hij weder tot hen, en sprak tot hen, en nam Simeon van hen, en bond hem voor hun ogen.

VersbegrippenEmotionele Aspecten Van LijdenVerdrietVastbinden

En Jozef gebood, dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men hun geld wederkeerde, een iegelijk in zijn zak, en dat men hun teerkost gave tot den weg; en men deed hun alzo.

VersbegrippenUitrusting, FysiekOnbepaalde Sommen GeldMensen Die Zorgen Voor Voedsel

En hij zeide tot zijn broederen: Mijn geld is wedergekeerd; daartoe ook, ziet, het is in mijn zak! Toen ontging hun het hart, en zij verschrikten, de een tot den ander zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft?

VersbegrippenMenselijk HartMenselijke EmotieIndividuen Die BevenWat Doet God?Onbepaalde Sommen GeldAndere Verdrietige Mensen

En zij kwamen in het land Kanaan, tot Jakob, hun vader; en zij gaven hem te kennen al hun wedervaren, zeggende:

VersbegrippenVertellen Over Gebeurtenissen

Maar wij zeiden tot hem: Wij zijn vroom; wij zijn geen verspieders.

VersbegrippenSpioneren

En die man, de heer van dat land, zeide tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gijlieden vroom zijt; laat een uwer broederen bij mij, en neemt voor den honger uwer huizen, en trekt heen.

VersbegrippenMensen Die Mensen Verlaten

En brengt uw kleinsten broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder zal ik u wedergeven, en gij zult in dit land handelen.

VersbegrippenHandelHet Jongste KindSpionerenHerstel Van Mensen

Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!

VersbegrippenMensen TegenIndividuen Die OverlijdenVerlies

Toen sprak Ruben tot zijn vader, zeggende: Dood twee mijner zonen, zo ik hem tot u niet wederbreng; geef hem in mijn hand, en ik zal hem weder tot u brengen!

VersbegrippenTwee Zonen

Zo geschiedde het, als zij den leeftocht, dien zij uit Egypte gebracht hadden, opgegeten hadden, dat hun vader tot hen zeide: Keert wederom, koopt ons een weinig spijze.

VersbegrippenEten KopenEinde Van Activiteiten

Toen sprak Juda tot hem, zeggende: Die man heeft ons op het hoogste betuigd, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat uw broeder met u is.

VersbegrippenNiet Met Mensen

Maar indien gij hem niet zendt, wij zullen niet aftrekken; want die man heeft tot ons gezegd: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat uw broeder met u is.

VersbegrippenNiet Met Mensen

Toen zeide Juda tot Israel, zijn vader: Zend den jongeling met mij, zo zullen wij ons opmaken en reizen, opdat wij leven en niet sterven, noch wij, noch gij, noch onze kinderkens.

VersbegrippenSamengaanDoor De Mens In Leven Gehouden Worden

Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!

VersbegrippenVeiligheidEeuwig Kwaad

Toen zeide Israel, hun vader, tot hen: Is het nu alzo, zo doet dit; neemt van het loffelijkste dezes lands in uwe vaten, en brengt dien man een geschenk henen af: een weinig balsem, en een weinig honig, specerijen en mirre, terpentijnnoten en amandelen.

VersbegrippenVoedselAmandelenBalsemsKruiden En SpecerijenMirreHoningAmandelbomen

Neemt ook uw broeder mede, en maakt u op, keert weder tot dien man.

VersbegrippenSamengaan

Als Jozef Benjamin met hen zag, zo zeide hij tot dengene, die over zijn huis was: Breng deze mannen naar het huis toe, en slacht slachtvee, en maak het gereed; want deze mannen zullen te middag met mij eten.

VersbegrippenUurMaaltijdenMiddagRentmeesterschapAvondmaalHuisdieren DodenMensen Zien

Toen vreesden deze mannen, omdat zij in het huis van Jozef gebracht werden, en zeiden: Ter oorzake van het geld, dat in het begin in onze zakken wedergekeerd is, worden wij ingebracht, opdat hij ons overrompele en ons overvalle, en ons tot slaven neme, met onze ezelen.

VersbegrippenOnbepaalde Sommen GeldVerlies Van EzelsWaarom Mensen Dingen DedenAngst Van Individuen

Daarom naderden zij tot dien man, die over het huis van Jozef was, en zij spraken tot hem aan de deur van het huis.

En hij zeide: Vrede zij ulieden, vreest niet! Uw God en de God uws vaders heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld is tot mij gekomen. En hij bracht Simeon tot hen uit.

VersbegrippenMensen Die Bevrijd Worden Door MensenGod Geeft Rijkdom

En hij hief zijn ogen op, en zag Benjamin, zijn broeder, den zoon zijner moeder, en zeide: Is dit uw kleinste broeder, waarvan gij tot mij zeidet? Daarna zeide hij: Mijn zoon! God zij u genadig!

VersbegrippenHoffelijkheidGoddelijke GunstGroetenHet Jongste KindMensen ZienMoeders En Zonen

Zij zijn ter stad uitgegaan; zij waren niet verre gekomen, als Jozef tot dengene, die over zijn huis was, zeide: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden?

VersbegrippenOndankbaarheidMensen Die Niet Ver Weg ZijnHet Kwaad Voorgoed Betaald Zetten

En hij achterhaalde hen, en sprak tot hen diezelfde woorden.

VersbegrippenInhalen

En zij zeiden tot hem: Waarom spreekt mijn heer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zodanig ding doen zouden.

VersbegrippenVerre Van Dit!

Public domain