7585 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Tot' in de Bijbel

Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.

VersbegrippenAfwerpenMensen Die Zichzelf VerontreinigenSchuldig BevondenVeroordeeld Als Moordenaars

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.

VersbegrippenKoperAfvalIjzerTinOngelovigen Beschreven AlsOvensDingen Zoals ZilverNutteloze Mensen

Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.

VersbegrippenVerzameld Door God

Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.

VersbegrippenWeer Zoals In Gods OordeelGebrek Aan RegenHongersnood

Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,

VersbegrippenPortrettenGroei Van Het KwaadSpirituele Hoererij

Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.

De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.

VersbegrippenBeddenMensen Die Verontreinigd WordenSpirituele HoererijSex Tussen Naties

Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.

VersbegrippenDe Aard Van SpotDiepe Dingen

En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.

VersbegrippenZonde Bekend Gemaakt

Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.

VersbegrippenKindofferVoedsel Voor Andere GodenVoedsel Aangeboden Aan AfgodenZonen En Dochters Doden

Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;

VersbegrippenBaden Voor VerfrissingOrnamentenCosmeticaVerzorgde OgenJuwelen DragenKattenJuwelenOpmaak

Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.

VersbegrippenMenigtesArmbandenKronen, Gedragen DoorJuwelen Dragen

En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.

VersbegrippenSex Tussen Naties

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:

VersbegrippenDag 10Maand 10

En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.

VersbegrippenOpstand Van IsraëlWater Drinken

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.

VersbegrippenKwellingen Van MinistersDood Van Anonieme Individuen

En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?

VersbegrippenBetekenis

En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:

Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.

VersbegrippenVestingenGedood Worden Door Het ZwaardLijdende KinderenVerontreinigen Heilige Plaatsen

Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

VersbegrippenAnderen NabootsenMensen Als TekenenAlles Gebeurt Voor Een Reden

Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?

VersbegrippenVluchtelingen

Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenMensen Als TekenenSprakeloosheidStom

En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;

VersbegrippenBallingschap van Juda naar BabylonVerontreinigen Heilige PlaatsenVreugde In Het Kwaad

Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.

VersbegrippenMelkNomadenVoedsel Zoeken

En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;

VersbegrippenSteden Onder Vuur

Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.

VersbegrippenKracht Van GodZowel Mens Als Dier Gedood

En het gebeurde in het elfde jaar, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!

Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken.

VersbegrippenVersterkingenTorensMurenLege StedenDingen Die Gestript Worden

Zij zal in het midden der zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE; en zij zal den heidenen ten roof worden.

VersbegrippenNettenVerspreidenVissen

Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; gij zult zijn tot uitspreiding der netten, gij zult niet meer gebouwd worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenVerspreidenNooitLege StedenDingen Die Gestript WordenVissen

Alzo zegt de Heere HEERE tot Tyrus: Zullen niet de eilanden van het geluid uws vals beven, als de dodelijk verwonde zal kermen, wanneer men in het midden van u schrikkelijk zal moorden?

VersbegrippenDingen Die Dooreen Geschud WordenWondesDoden Zal Gebeuren

En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen: Hoe zijt gij uit de zeeen vergaan, gij welbewoonde, gij beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hunlieder schrik gaven aan allen, die in haar woonden!

VersbegrippenMariniersAngst Voor Andere Mensen

Want alzo zegt de Heere HEERE: Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een afgrond over u zal doen opkomen, en de grote wateren u zullen overdekken,

VersbegrippenDe Aarde BedekkenLege StedenIn Het Hart Van De Zee

Dan zal Ik u doen nederdalen met degenen die in den kuil nederdalen tot het oude volk, en zal u doen nederliggen in de onderste plaatsen der aarde, in de woeste plaatsen, die van ouds geweest zijn, met degenen, die in den kuil nederdalen, opdat gij niet bewoond wordt; en Ik zal het sieraad herstellen in het land der levenden.

VersbegrippenPuttenArcheologieLege StedenAfzakken In De KuilMensen VernederenPutten Als Woord Voor Graven

Maar u zal Ik tot een groten schrik stellen, en gij zult er niet meer zijn; als gij gezocht wordt, zo zult gij niet meer gevonden worden in eeuwigheid, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenEindeMensen Die OverlijdenNooitNiet VindenTerrorisme

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.

VersbegrippenOverdrijvingenSteden BinnengaanZeevaardersMensen Perfect Gemaakt

Fijn linnen met stiksel uit Egypte was uw uitbreidsel, dat het u tot een zeil ware; hemelsblauw en purper, uit de eilanden van Elisa, was uw deksel.

VersbegrippenBaniers, Letterlijk GebruikBorduurwerkLinnenKleuren, BlauwBlauwe DoekPaarse StofVlaggenZeilen

De kinderen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de koophandel uwer hand; hoornen van elpenbeen en ebbenhout gaven zij u weder tot een verering.

VersbegrippenIvoorHandel

Dedan handelde met u met kostelijk gewand tot wagens.

VersbegrippenHandelReis Voorbereiden

De handelaars onder de volken fluiten u aan; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.

VersbegrippenMensen Die OverlijdenSissend

Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Mensenkind! hef een klaaglied op over den koning van Tyrus, en zeg tot hem: Zo zegt de Heere HEERE: Gij verzegelaar der som, vol van wijsheid en volmaakt in schoonheid!

VersbegrippenLiederenMensen Perfect GemaaktDe Schoonheid Van De Natuur

Vanwege de veelheid uwer ongerechtigheden, door het onrecht uws koophandels, hebt gij uw heiligdommen ontheiligd; daarom heb Ik een vuur uit het midden van u doen voortkomen, dat u heeft verteerd, en Ik heb u gemaakt tot as op de aarde, voor de ogen van al degenen, die u zien.

VersbegrippenAsRentmeesterschap Over GeldHeiligdomHandelBetrouwbaarheidVuur Van Oordeel

Allen, die u kennen onder de volken, zijn over u ontzet; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.

VersbegrippenMensen KennenIndividuen Die OverlijdenMensen Die Versteld Staan

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

VersbegrippenMaand 10

En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.

VersbegrippenHet Land Dat Leeg WordtMensen Die Vreemde Naties VernietigenMensen Die Andere Dingen Bezitten

Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.

VersbegrippenGrenzenEthiopiëAfrikaHet Land Dat Leeg WordtMensen Die Vreemde Naties Vernietigen

Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.

VersbegrippenDe Mensen Verspreiden

En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

VersbegrippenOptimismeHerinneringenAndere Mensen VertrouwenGods Volk ZondigdeGod Niet Zoeken

Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.

VersbegrippenDroogteHet Land Dat Leeg WordtWaters Die OpdrogenGod Droogt De DingenHet Lijden Van VreemdelingenHongersnood

Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

VersbegrippenDe Zevende Dag Van De WeekDag 7

Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

VersbegrippenMaandMaand 3

Mensenkind! zeg tot Farao, den koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wien zijt gij gelijk in uw grootheid?

VersbegrippenUnieke Naties

De wateren maakten hem groot, de afgrond maakte hem hoog; die ging met zijn stromen rondom zijn planting, en zond zijn waterleidingen uit tot alle bomen des velds.

VersbegrippenWater Voor PlantenGroeiende PlantenGroeiend

Opdat zich geen waterrijke bomen verheffen over hun stam, en hun top niet opsteken boven het midden der dichte takken, en geen bomen, die water drinken, op zichzelven staan vanwege hun hoogte; want zij zijn allen overgegeven ter dood, tot het onderste der aarde, in het midden der mensenkinderen, tot degenen, die in den kuil nederdalen.

VersbegrippenPuttenZoon Van De MensAfzakken In De KuilHoe Dood Onontkoombaar IsHoge DingenWaarom Het Gebeurde

Diezelve daalden ook met hem neder ter helle, tot de verslagenen van het zwaard; en die zijn arm geweest waren, die onder zijn schaduw in het midden der heidenen gezeten hadden.

VersbegrippenDood Van Alle WezensMetaforische Bomen

Wien zijt gij alzo gelijk in heerlijkheid en grootheid, onder de bomen van Eden? Ja, gij zult nedergevoerd worden met de bomen van Eden, tot het onderste der aarde; in het midden der onbesnedenen zult gij liggen, met de verslagenen door het zwaard. Dat is Farao, en zijn ganse menigte, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenNiet Besneden ZijnDood Van Alle WezensDingen Zoals MensenSterven Met De OnbesnedenenDingen Neerzetten

Het gebeurde ook in het twaalfde jaar, in de twaalfde maand op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

VersbegrippenMaand 12

Mensenkind! hef een klaaglied op over Farao, den koning van Egypte, en zeg tot hem: Gij waart een jongen leeuw onder de heidenen gelijk; en gij waart als een zeedraak in de zeeen, en braakt voort in uw rivieren, en beroerdet het water met uw voeten, en vermodderdet hunlieder rivieren.

VersbegrippenWalvissenKosmische WezensZoals Wezen

En Ik zal het land, waarin gij zwemt, van uw bloed drenken tot aan de bergen; en de stromen zullen van u vervuld worden.

VersbegrippenMenselijk Bloedvergieten

Als Ik Egypteland zal hebben gesteld tot een verwoesting, en het land van zijn volheid zal woest zijn geworden, als Ik geslagen zal hebben allen, die daarin wonen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenVernietiging Van Landen

Voorts gebeurde het in het twaalfde jaar, op den vijftienden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

VersbegrippenDag 15

Daar is Elam met haar ganse menigte rondom haar graf; zij zijn allen verslagen, de gevallenen door het zwaard, die onbesneden zijn nedergedaald tot de onderste plaatsen der aarde, die hun schrik hadden gegeven in het land der levenden; nu dragen zij hun schande met degenen, die in den kuil zijn nedergedaald.

VersbegrippenDiepteSterven Met De OnbesnedenenAngst Voor Andere MensenLeven En DoodSchaamte Is Aangekomen

En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;

VersbegrippenZwaardenWachter

Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.

VersbegrippenDe Aard Van BestraffingIndividuen WaarschuwenVerantwoordelijk Om Te WaarschuwenDe Goddelozen Zullen VerdwijnenVerantwoording

Daarom, gij mensenkind! zeg tot het huis Israels: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Dewijl onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelve versmachten, hoe zouden wij dan leven?

VersbegrippenOvertredingOverleving

Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?

VersbegrippenGods Eis Tot BekeringDe Wil Van GodGod BehagenPlezierGod Niet BehagenBekeer, Tenzij Je SterftDoodBestraffing Van Het KwaadDruk

Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt.

VersbegrippenMensen In RechtvaardigheidDingen Die Niet Kunnen Redden

Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij zekerlijk leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven.

VersbegrippenWantrouwenGebrek Aan VertrouwenJezelf VertrouwenVergetende God

Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;

En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.

VersbegrippenAanvallenDe Vijfde Dag Van De WeekMaand 10Vernietiging Van JeruzalemOntsnappen Aan Het KwaadDag 5

Nu was de hand des HEEREN op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom.

VersbegrippenHand Van GodGods HandSprakeloosheidGods Handen Op MensenStom

Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Mensenkind! de inwoners van die woeste plaatsen in het land Israels spreken, zeggende: Abraham was een enig man, en bezat dit land erfelijk; maar onzer zijn velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting.

VersbegrippenArcheologieEnkel 1 PersoonVelen In Israël

Daarom zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Gij eet vlees met het bloed, en heft uw ogen op tot uw drekgoden, en vergiet bloed; en zoudt gij het land erfelijk bezitten?

VersbegrippenAfwerpenMensen Die Bloed DrinkenIdoolaanbiddingVeroordeeld Als MoordenaarsVlees Eten

Alzo zult gij tot hen zeggen: De Heere HEERE zegt alzo: Zo waarachtig als Ik leef, indien niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet dien, die in het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven!

VersbegrippenDe Religiueuse Rol Van DierenGrottenPlagenMensen In GrottenMensenetende DierenGedood Worden Door Het ZwaardWilde Dieren Die VerslindenGrotten Als Schuilplaats

Want Ik zal het land tot een verwoesting en een schrik stellen, en de hovaardij zijner sterkte zal ophouden; en de bergen Israels zullen woest zijn, dat er niemand overga.

VersbegrippenVernietiging Van LandenHet Land Dat Leeg WordtDe Bergen Van IsraëlDe Trotsen Zullen Vernederd WordenHaar Kracht

Dan zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben.

VersbegrippenVernietiging Van LandenKatastrofische Gebeurtenissen

En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israels, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?

VersbegrippenEdelenDieren VoedenVoorspelling!Wee Israël en JeruzalemMisbruik

Alzo zijn zij verstrooid, omdat er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte des velds tot spijze geworden, dewijl zij verstrooid waren.

VersbegrippenOntoereikende HerdersVerspreid Zoals SchapenMensenetende Dieren

Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet;

VersbegrippenEgoïsmeMensenetende DierenDieren VoedenGeen Mensen OpzoekenNiemand Beschikbaar

Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn.

VersbegrippenChristus En Zijn SchapenBeëindigingGod Redt De BehoeftigenAndere Mensen Nemen

Public domain