4152 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Uw' in de Bijbel

Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!

VersbegrippenLeven En Karakter Van JacobMensen DienenGroetenZegen Door Gods VolkIsraël Vervloeken

Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.

VersbegrippenSmakelijkMensen Die ZegenenHertKoken

En Izak, zijn vader, zeide tot hem: Wie zijt gij? En hij zeide: Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau.

VersbegrippenEerstgeboren ZonenWie Is Dit?Dat Ben Ik

En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.

VersbegrippenVoorbeelden Van OnrechtMensen Die ZegenenZij Die Bedrogen

Toen antwoordde zijn vader Izak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn.

VersbegrippenDauwGebrek Aan Regen

En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.

VersbegrippenNekRusteloosheidJukAfhankelijkheidIndividuen DienenMensen Die Anderen VrijlatenOverheersing

Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.

VersbegrippenPogingen Om Bepaalde Mensen Te DodenVertellen Over Wat Mensen Gezegd Hebben

En Hij geve u den zegen van Abraham; aan u, en uw zaad met u, opdat gij erfelijk bezit het land uwer vreemdelingschappen, hetwelk God aan Abraham gegeven heeft.

VersbegrippenZegen Door Gods VolkGod Gaf Het Land

En ziet, de HEERE stond op dezelve en zeide: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop gij ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad.

VersbegrippenLand Als Goddelijk GeschenkIk Ben GodGrootvaders

En uw zaad zal wezen als het stof der aarde, en gij zult uitbreken in menigte, westwaarts en oostwaarts, en noordwaarts en zuidwaarts; en in u, en in uw zaad zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.

VersbegrippenSamenhangOostNoordenNageslachtVerspreidenZuidenNoord, Zuid, Oost En WestWijdverbreid Als StofZegen Door Gods VolkZegeningen Voor Joden En Heidenen

Daarna zeide Laban tot Jakob: Omdat gij mijn broeder zijt, zoudt gij mij derhalve om niet dienen? verklaar mij, wat zal uw loon zijn?

VersbegrippenEerlijk ZijnOnderhandelingWerkomstandigheden Van DienarenSalarissenGratis

Toen zeide Laban tot hem: Zo ik nu genade gevonden heb in uw ogen; ik heb waargenomen, dat de HEERE mij om uwentwil gezegend heeft.

VersbegrippenLerenZegen Door Gods Volk

Hij zeide dan: Noem mij uitdrukkelijk uw loon, dat ik geven zal.

Toen zeide hij tot hem: Gij weet, hoe ik u gediend heb, en hoe uw vee bij mij geweest is.

VersbegrippenMensen Met Algemene KennisIndividuen DienenZij Die Voorraad Hadden

En hij zeide: Wat zal ik u geven? Toen zeide Jakob: Gij zult mij niet met al geven, indien gij mij deze zaak doen zult; ik zal wederom uw kudden weiden, en bewaren.

VersbegrippenDieren VoedenWat Is Dit?Niet OntvangenZij Die Voorraad Hadden

Ik zal heden door uw ganse kudde gaan, daarvan afzonderende al het gespikkelde en geplekte vee, en al het bruine vee onder de lammeren, en het geplekte en gespikkelde onder de geiten; en zulks zal mijn loon zijn.

VersbegrippenGeitenLammerenOnderhandelingZwarte DierenOnzuivere WezensZwart En WitKleur

Zo zal mijn gerechtigheid op den dag van morgen met mij getuigen, als gij komen zult over mijn loon, voor uw aangezicht; al wat niet gespikkeld en geplekt is onder de geiten en bruin onder de lammeren, dat zij bij mij gestolen.

VersbegrippenEerlijkheidZwarte DierenOnzuivere WezensZwart En Wit

Toen zeide Laban: Zie, och ja, het zij naar uw woord!

VersbegrippenInstemmen Voor Het Goede

En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.

VersbegrippenGod Is OveralGoddelijke RichtingGod Zal Met Jou ZijnTerugkeren Naar Hun LandFamilie EerstGrootvadersLand

Wanneer hij aldus zeide: De gespikkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zeide: De gesprenkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gesprenkelde.

VersbegrippenOnzuivere WezensZwart En Wit

En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.

VersbegrippenGod Ziet Hun EllendeOnzuivere WezensZwart En WitGod Stuurde Zijn Zoon

Toen antwoordde Jakob, en zeide tot Laban: Omdat ik vreesde; want ik zeide: Opdat gij niet misschien uw dochteren mij ontweldigdet!

VersbegrippenAndere Mensen NemenAngst Van Individuen

Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.

VersbegrippenGoedkeuring Om Te DodenGod OvervallenIn De Tegenwoordigheid Van De Mens

En zij zeide tot haar vader: Dat de toorn niet ontsteke in mijns heren ogen, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan; want het gaat mij naar der vrouwen wijze; en hij doorzocht; maar hij vond de terafim niet.

VersbegrippenMenstruatieBloedenZoeken Voor Concrete DingenNiet VindenNiet Mogelijk Om Op Te StaanHet Vrouw Zijn

Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.

VersbegrippenNiet VindenIn De Tegenwoordigheid Van De Mens

Deze twintig jaren ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.

VersbegrippenZwangerschapRammen20 Tot 30 JaarMiskraam Dieren

Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.

VersbegrippenBruidschatVoorbeelden Van HebzuchtVoorbeelden Van OneerlijkheidNummer VeertienTien KeerZes JaarTien Tot Veertien Jaar20 Tot 30 JaarVeranderingIndividuen Dienen

En hij gebood hun, zeggende: Zo zult gij zeggen tot mijn heer, tot Ezau: Zo zegt Jakob, uw knecht: Ik heb als vreemdeling gewoond bij Laban, en heb er tot nu toe vertoefd;

VersbegrippenDienstbaarheid In De MaatschappijVerblijven

En ik heb ossen en ezelen, schapen en knechten en maagden; en ik heb gezonden om mijn heer aan te zeggen, opdat ik genade vinde in uw ogen.

VersbegrippenGeitenKoeienVee HoudenGroepen Van SlavenMassa's EzelsSchapen BezittenRijke Mensen

En de boden kwamen weder tot Jakob, zeggende: Wij zijn gekomen tot uw broeder, tot Ezau; en ook trekt hij u tegemoet, en vierhonderd mannen met hem.

VersbegrippenUitgestuurde BoodschappersVier- Tot VijfhonderdMensen OntmoetenVier- En Vijfhonderd

Voorts zeide Jakob: O, God mijns vaders Abrahams, en God mijns vaders Izaks, o HEERE! Die tot mij gezegd hebt: Keer weder tot uw land, en tot uw maagschap, en Ik zal wel bij u doen!

VersbegrippenGod Doet GoedTerugkeren Naar Hun LandGenoemde Personen Die BadenGrootvaders

Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt; want ik ben met mijn staf over deze Jordaan gegaan, en nu ben ik tot twee heiren geworden!

VersbegrippenVriendelijkheidNederigheidPersoneelVoorbeelden Van NederigheidTwee GroepenRivier OverstekenWandelen Met Een StafGod Toonde Zijn Liefdevolle Vriendelijkheid

Gij hebt immers gezegd: Ik zal gewisselijk bij u weldoen, en Ik zal uw zaad stellen als het zand der zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden!

VersbegrippenOntelbaarOnmogelijk Voor MensenGod Doet GoedZand En Grind

En hij gebood de eerste, zeggende: Wanneer Ezau, mijn broeder, u ontmoeten zal, en u vragen, zeggende: Wiens zijt gij? en waarheen gaat gij? en wiens zijn deze voor uw aangezicht?

VersbegrippenVragenWie Is Dit?Waarheen?

Zo zult gij zeggen: Dat is een geschenk van uw knecht Jakob, gezonden tot mijn heer, tot Ezau, en zie, hij zelf is ook achter ons!

En gij zult ook zeggen: Zie, uw knecht Jakob is achter ons! Want hij zeide: Ik zal zijn aangezicht verzoenen met dit geschenk, dat voor mijn aangezicht gaat, en daarna zal ik zijn aangezicht zien; misschien zal hij mijn aangezicht aannemen.

En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob.

VersbegrippenDrievuldigheid

Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.

VersbegrippenTypes Van ChristusVeranderde NamenGod Noemt MensenGod Hernoemt MensenDe Menselijke Natuur OverstijgenWorstelingen

En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar.

VersbegrippenWaarom Doe Je Dit?Wat Is De Naam Van God?Gezegend Door God

Daarna hief hij zijn ogen op, en zag die vrouwen en die kinderen, en zeide: Wie zijn deze bij u? En hij zeide: De kinderen, die God aan uw knecht genadiglijk verleend heeft.

VersbegrippenSlechte OudersHoudingen Tegenover KinderenHeiligheid Van Het LevenKinderen, Een Geschenk Van GodWie Is Dit?Geschenken Van GodAndere Geschenken Van GodMensen Zien

Toen zeide Jakob: Och neen! indien ik nu genade in uw ogen gevonden heb, zo neem mijn geschenk van mijn hand; daarom, omdat ik uw aangezicht gezien heb, als had ik Gods aangezicht gezien, en gij welgevallen aan mij genomen hebt.

VersbegrippenHemelse GezichtenGlimlachen

En verzwagert u met ons; geeft ons uw dochteren; en neemt voor u onze dochteren;

En woont met ons; en het land zal voor uw aangezicht zijn; woont, en handelt daarin, en stelt u tot bezitters daarin.

VersbegrippenHandelIn Het Land LevenEigendom

En Sichem zeide tot haar vader, en tot haar broederen: Laat mij genade vinden in uw ogen; en wat gij tot mij zeggen zult, zal ik geven.

Dan zullen wij u onze dochteren geven, en uw dochteren zullen wij ons nemen, en wij zullen met u wonen, en wij zullen tot een volk zijn.

VersbegrippenVerenigde MensenIn Het Land Leven

Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau.

VersbegrippenVluchtelingenOptreden Van God In OTHerdenkingGoddelijke SpraakPlaatsen Van AanbiddingAltaren BouwenGod VerschijntBethel Het Huis Van GodIn Het Land Leven

Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen;

VersbegrippenVoorbeelden Van FamiliesHoofden Van De FamilieRein, Spiritueel GebruikHervormingAfgodenWerkgevers, Goede VoorbeeldenVreemde DingenVeranderen KledijReine KledijAndere Goden VerzakenJezelf Veranderen

En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israel zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israel.

VersbegrippenGod Hernoemt Mensen

Voorts zeide God tot hem: Ik ben God de Almachtige! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, een hoop der volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen.

VersbegrippenNatuurlijke VruchtbaarheidZegeningen Aan AbrahamLichaamDe Kracht Van GodVoortplantingIk Ben GodVruchtbaarheid

En dit land, dat Ik aan Abraham en Izak gegeven heb, dat zal Ik u geven; en aan uw zaad na u zal Ik dit land geven.

VersbegrippenLand Als Goddelijk GeschenkGod Gaf Het Land

En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.

VersbegrippenLandbouw, VoorwaardenMaïs SamenbindenGraanDingen VerbindenBuigen Voor JozefOogstenMensen Die OpstaanKwetsbaarheid

En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?

VersbegrippenGroetenBuigen Voor JozefWat Is Dit?Immigranten

Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!

VersbegrippenSchapenZie Mij!Mensen Die Mensen Sturen

En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.

VersbegrippenZorgZorg, MensMensen Die Mensen Sturen

En men gaf Thamar te kennen, zeggende: Zie, uw schoonvader gaat op naar Timna, om zijn schapen te scheren.

VersbegrippenSchapen ScherenVertellen Over Bewegingen

Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.

VersbegrippenZegelsPersoneelOpvattingTouwen

En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!

VersbegrippenProstitutieDe Legale Aspecten Van BestraffingDe Aard Van Sexuele ZondeTwee Tot Vier MaandenMensen VerbrandenDoodstraf Voor Sexuele ZondeVertellen Over Situaties Van Mensen

En het geschiedde, als zijn heer de woorden zijner huisvrouw hoorde, die zij tot hem sprak, zeggende: Naar deze zelfde woorden heeft mij uw knecht gedaan, zo ontstak zijn toorn.

VersbegrippenGevangenenVertellen Wat Mensen DedenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

Toen vraagde hij de hovelingen van Farao, die bij hem waren in hechtenis van het huis zijns heren, zeggende: Waarom zijn uw aangezichten heden kwalijk gesteld?

VersbegrippenStellen Van Bepaalde VragenAndere Verdrietige Mensen

Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen, en zal u in uw staat herstellen; en gij zult Farao's beker in zijn hand geven, naar de vorige wijze, toen gij zijn schenker waart.

VersbegrippenHerstelHerstellingHoofden OpheffenHerstel Van Mensen

Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen van boven u, en hij zal u aan een hout hangen, en het gevogelte zal uw vlees van boven u eten.

VersbegrippenDoodstrafHoofdenOnthoofdenMensenetende DierenHoofden OpheffenLijken EtenVogels EtenMensen Die Opgehangen Worden

Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.

VersbegrippenPaleizenTroonPromotieRelatieve GrootsheidRespect Voor Mensen

En zij zeiden tot hem: Neen, mijn heer! maar uw knechten zijn gekomen, om spijze te kopen.

VersbegrippenEten KopenKwetsbaarheid

Wij allen zijn eens mans zonen; wij zijn vroom; uw knechten zijn geen verspieders.

VersbegrippenSpionerenKwetsbaarheid

En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, eens mans zonen, in het land Kanaan; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.

VersbegrippenHet Jongste KindIndividuen Die OverlijdenTwaalf WezensOverlijdenKwetsbaarheid

Hierin zult gij beproefd worden: zo waarlijk als Farao leeft! indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn!

VersbegrippenHet Jongste Kind

Zendt een uit u, die uw broeder hale; maar weest gijlieden gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!

VersbegrippenGevangenenSpionerenMensen Die Mensen Sturen

En brengt uw kleinsten broeder tot mij, zo zullen uw woorden waargemaakt worden; en gij zult niet sterven. En zij deden alzo.

VersbegrippenHet Jongste Kind

En brengt uw kleinsten broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder zal ik u wedergeven, en gij zult in dit land handelen.

VersbegrippenHandelHet Jongste KindSpionerenHerstel Van Mensen

Toen sprak Juda tot hem, zeggende: Die man heeft ons op het hoogste betuigd, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat uw broeder met u is.

VersbegrippenNiet Met Mensen

Maar indien gij hem niet zendt, wij zullen niet aftrekken; want die man heeft tot ons gezegd: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat uw broeder met u is.

VersbegrippenNiet Met Mensen

En zij zeiden: Die man vraagde zeer nauw naar ons, en naar onze maagschap, zeggende: Leeft uw vader nog; hebt gij nog een broeder? Zo gaven wij het hem te kennen, volgens diezelfde woorden; hebben wij juist geweten, dat hij zeggen zou: Brengt uw broeder af?

VersbegrippenStellen Van Bepaalde VragenMensen BeantwoordenDe Toekomst Niet KennenVerder Leven

Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!

VersbegrippenVeiligheidEeuwig Kwaad

En neemt dubbel geld in uw hand; en brengt het geld, hetwelk in den mond uwer zakken wedergekeerd is, weder in uw hand; misschien is het een feil.

VersbegrippenEerlijkheidFoutenDubbel GeldOnbepaalde Sommen Geld

Neemt ook uw broeder mede, en maakt u op, keert weder tot dien man.

VersbegrippenSamengaan

En God, de Almachtige, geve u barmhartigheid voor het aangezicht van dien man, dat hij uw anderen broeder en Benjamin met u late gaan! En mij aangaande, als ik van kinderen beroofd ben, zo ben ik beroofd!

VersbegrippenDe Kracht Van GodVerliesMensen Die Genade TonenMensen Die Anderen Vrijlaten

En hij zeide: Vrede zij ulieden, vreest niet! Uw God en de God uws vaders heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld is tot mij gekomen. En hij bracht Simeon tot hen uit.

VersbegrippenMensen Die Bevrijd Worden Door MensenGod Geeft Rijkdom

En hij vraagde hun naar hun welstand, en zeide: Is het wel met uw vader, den oude, waarvan gij zeidet? Leeft hij nog?

VersbegrippenVerder Leven

En zij zeiden: Het is wel met uw knecht, onzen vader, hij leeft nog; en zij neigden het hoofd en bogen zich neder.

VersbegrippenBuigen Voor JozefVerder Leven

En hij hief zijn ogen op, en zag Benjamin, zijn broeder, den zoon zijner moeder, en zeide: Is dit uw kleinste broeder, waarvan gij tot mij zeidet? Daarna zeide hij: Mijn zoon! God zij u genadig!

VersbegrippenHoffelijkheidGoddelijke GunstGroetenHet Jongste KindMensen ZienMoeders En Zonen

En zij zeiden tot hem: Waarom spreekt mijn heer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zodanig ding doen zouden.

VersbegrippenVerre Van Dit!

Bij wien van uw knechten hij gevonden zal worden, dat hij sterve; en ook zullen wij mijn heer tot slaven zijn!

VersbegrippenGoedkeuring Om Te Doden

En hij zeide: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Bij wien hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gijlieden zult onschuldig zijn.

VersbegrippenSlaven MakenVrijgesteld

Maar hij zeide: Het zij verre van mij zulks te doen! de man, in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gijlieden op in vrede tot uw vader.

VersbegrippenOntdekt WordenVrijgesteldVerre Van Dit!

Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!

VersbegrippenGelijkwaardige Mensen

Toen zeidet gij tot uw knechten: Brengt hem af tot mij, dat ik mijn oog op hem sla.

VersbegrippenMensen Zien

Toen zeidet gij tot uw knechten: Indien uw kleinste broeder met u niet afkomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.

VersbegrippenNiet Met Mensen

En het is geschied, als wij tot uw knecht, mijn vader, opgetrokken zijn, en wij hem de woorden mijns heren verhaald hebben;

VersbegrippenVertellen Over Wat Mensen Gezegd Hebben

Toen zeide uw knecht, mijn vader, tot ons: Gijlieden weet, dat mijn huisvrouw er mij twee gebaard heeft.

VersbegrippenTwee Zonen

Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kome, en de jongeling is niet bij ons (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is),

VersbegrippenNergens Te VindenZij Die Liefhadden

Zo zal het geschieden, als hij ziet, dat de jongeling er niet is, dat hij sterven zal; en uw knechten zullen de grauwe haren van uw knecht, onzen vader, met droefenis ten grave doen nederdalen.

VersbegrippenGetroffen Door De DoodGrijsNergens Te Vinden

Want uw knecht is voor dezen jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben!

VersbegrippenGarantieVeiligheidEeuwig Kwaad

Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!

VersbegrippenPlaatsvervangingHalfbroers

En Jozef zeide tot zijn broederen: Nadert toch tot mij! En zij naderden. Toen zeide hij: Ik ben Jozef, uw broeder, dien gij naar Egypte verkocht hebt.

VersbegrippenDat Ben IkIdentiteit

Maar nu, weest niet bekommerd, en de toorn ontsteke niet in uw ogen, omdat gij mij hierheen verkocht hebt; want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens.

VersbegrippenVoorbeelden Van Getroffen HeiligenDoor God In Leven Gehouden WordenIndividuen Die Anderen ReddenIdentiteitBehoud

Public domain