12200 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Van' in de Bijbel

Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij tot bezitters gesteld worden in het midden van ulieden in het land Kanaan.

En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden, zeggende: Wat de HEERE tot uw knechten gesproken heeft, zullen wij alzo doen.

Wij zullen toegerust overtrekken voor het aangezicht des HEEREN naar het land Kanaan; en de bezitting onzer erfenis zullen wij hebben aan deze zijde van de Jordaan.

VersbegrippenRivier Oversteken

Alzo gaf Mozes hunlieden, den kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en den halven stam van Manasse, den zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, koning van Bazan; het land met de steden van hetzelve in de landpalen, de steden des lands rondom.

VersbegrippenLand Als Goddelijke VerantwoordelijkheidBreuken, Een HalfReuben Gad en Half Manasse

En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,

En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,

En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.

En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.

Zo gaf Mozes Gilead aan Machir, den zoon van Manasse; en hij woonde daarin.

Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.

VersbegrippenMensen Die Dingen Benoemen

Dit zijn de reizen der kinderen Israels, die uit Egypteland uitgetogen zijn, naar hun heiren, door de hand van Mozes en Aaron.

VersbegrippenEgypte Verlaten

Zij reisden dan van Rameses; in de eerste maand, op den vijftienden dag der eerste maand, des anderen daags van het pascha, togen de kinderen Israels uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren;

VersbegrippenDurf, Voor MensenToeschouwers

Als de kinderen Israels van Rameses verreisd waren, zo legerden zij zich te Sukkoth.

En zij verreisden van Sukkoth, en legerden zich in Etham, hetwelk aan het einde der woestijn is.

En zij verreisden van Etham, en keerden weder naar Pi-hachiroth, dat tegenover Baal-Sefon is, en zij legerden zich voor Migdol.

En zij verreisden van Hachiroth, en gingen over, door het midden van de zee, naar de woestijn, en zij gingen drie dagreizen in de woestijn Etham, en legerden zich in Mara.

VersbegrippenWoestijen, SpecifiekDrie DagenIsraël In De WildernisBijzondere ReizenEen Weg Door De Rode Zee

En zij verreisden van Mara, en kwamen te Elim; in Elim nu waren twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich aldaar.

VersbegrippenNummer TwaalfBomenTwaalf DingenDe Jaren Zeventig

En zij verreisden van Elim, en legerden zich aan de Schelfzee.

En zij verreisden van de Schelfzee, en legerden zich in de woestijn Sin.

En zij verreisden van Dofka, en legerden zich in Aluz.

En zij verreisden van Aluz, en legerden zich in Rafidim; doch daar was geen water voor het volk, om te drinken.

VersbegrippenGeen Water Voor Mensen

En zij verreisden van Rafidim, en legerden zich in de woestijn van Sinai.

En zij verreisden uit de woestijn van Sinai, en legerden zich in Kibroth-Thaava.

En zij verreisden van Kibroth-Thaava, en legerden zich in Hazeroth.

En zij verreisden van Hazeroth, en legerden zich in Rithma.

En zij verreisden van Rithma, en legerden zich in Rimmon-Perez.

En zij verreisden van Rimmon-Perez, en legerden zich in Libna.

En zij verreisden van Libna, en legerden zich in Rissa.

En zij verreisden van Rissa, en legerden zich in Kehelatha.

En zij verreisden van Kehelatha, en legerden zich in het gebergte van Safer.

En zij verreisden van het gebergte Safer, en legerden zich in Harada.

En zij verreisden van Harada, en legerden zich in Makheloth.

En zij verreisden van Makheloth, en legerden zich in Tachath.

En zij verreisden van Tachath, en legerden zich in Tharah.

En zij verreisden van Tharah, en legerden zich in Mithka.

En zij verreisden van Mithka, en legerden zich in Hasmona.

En zij verreisden van Hasmona, en legerden zich in Moseroth.

En zij verreisden van Moseroth, en legerden zich in Bene-Jaakan.

En zij verreisden van Bene-Jaakan, en legerden zich in Hor-Gidgad.

En zij verreisden van Hor-gidgad, en legerden zich in Jotbatha.

En zij verreisden van Jotbatha, en legerden zich in Abrona.

En zij verreisden van Abrona, en legerden zich in Ezeon-Geber.

En zij verreisden van Ezeon-Geber, en legerden zich in de woestijn Zin, dat is Kades.

VersbegrippenWildernis Van Zin

En zij verreisden van Kades, en legerden zich aan den berg Hor, aan het einde des lands van Edom.

VersbegrippenGrenzen

Toen ging de priester Aaron op den berg Hor, naar den mond des HEEREN, en stierf aldaar, in het veertigste jaar na den uittocht van de kinderen Israels uit Egypteland, in de vijfde maand, op den eersten der maand.

VersbegrippenGeboden in OTMaandMaand 5

En de Kanaaniet, de koning van Harad, die in het zuiden woonde in het land Kanaan, hoorde, dat de kinderen Israels aankwamen.

En zij verreisden van den berg Hor, en legerden zich in Zalmona.

En zij verreisden van Zalmona, en legerden zich in Funon.

En zij verreisden van Funon, en legerden zich in Oboth.

En zij verreisden van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim, in de landpale van Moab.

En zij verreisden van de heuvelen van Abarim, en legerden zich in Dibon-Gad.

En zij verreisden van Dibon-Gad, en legerden zich in Almon-Diblathaim.

En zij verreisden van Almon-Diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo.

En zij verreisden van de bergen Abarim, en legerden zich in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.

VersbegrippenDe Regio Jordanië

En zij legerden zich aan de Jordaan van Beth-Jesimoth, tot aan Abel-Sittim, in de vlakke velden der Moabieten.

VersbegrippenDe Regio Jordanië

En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:

VersbegrippenDe Regio Jordanië

Maar indien gij de inwoners des lands niet voor uw aangezicht uit de bezitting zult verdrijven, zo zal het geschieden, dat, die gij van hen zult laten overblijven, tot doornen zullen zijn in uw ogen, en tot prikkelen in uw zijden, en u zullen benauwen op het land, waarin gij woont.

VersbegrippenDoornenOnkruidVerenigingen Van KwaadZe Niet VerdrijvenBeschadigde OgenVerontrustende Groepen Van MensenLastig VallenLandIslam

De zuiderhoek nu zal u zijn van de woestijn Zin, aan de zijden van Edom; en de zuider landpale zal u zijn van het einde der Zoutzee tegen het oosten;

VersbegrippenWildernis Van ZinZuidelijke GrensGrenzen

En deze landpale zal u omgaan van het zuiden naar den opgang van Akrabbim, en doorgaan naar Zin; en haar uitgangen zullen zijn, van het zuiden naar Kades-Barnea; en zij zal uitgaan naar Hazar-Addar, en doorgaan naar Azmon.

Voorts zal deze landpale omgaan van Azmon naar de rivier van Egypte, en haar uitgangen zullen zijn naar de zee.

Aangaande de landpale van het westen, daar zal u de grote zee de landpale zijn; dit zal uw landpale van het westen zijn.

VersbegrippenWestenMiddellandse ZeeDe Westelijke Grenzen

Voorts zal u de landpale van het noorden deze zijn: van de grote zee af zult gij u den berg Hor aftekenen.

Van den berg Hor zult gij aftekenen tot daar men komt te Hamath; en de uitgangen dezer landpale zullen zijn naar Zedad.

Voorts zult gij u tot een landpale tegen het oosten aftekenen van Hazar-Enan naar Sefam.

VersbegrippenGrenzen

En deze landpale zal afgaan van Sefam naar Ribla, tegen het oosten van Ain; daarna zal deze landpale afgaan en strekken langs den oever van de zee Cinnereth oostwaarts.

VersbegrippenZee

En Mozes gebood den kinderen Israels, zeggende: Dit is het land, dat gij door het lot ten erve innemen zult, hetwelk de HEERE aan de negen stammen en den halven stam van Manasse te geven geboden heeft.

VersbegrippenOpdracht

Want de stam van de kinderen der Rubenieten, naar het huis hunner vaderen, en de stam van de kinderen der Gadieten, naar het huis hunner vaderen, hebben ontvangen; mitsgaders de halve stam van Manasse heeft zijn erfenis ontvangen.

VersbegrippenReuben Gad en Half Manasse

Twee stammen en een halve stam hebben hun erfenis ontvangen aan deze zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts tegen den opgang.

VersbegrippenVoorbij Jordanië

Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.

En dit zijn de namen dezer mannen: van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne;

VersbegrippenMensen Van Juda

En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;

Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;

En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;

En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;

En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.

En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:

VersbegrippenDe Regio Jordanië

Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.

En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom.

VersbegrippenMuren

En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden.

VersbegrippenGewichten En Maten, AfstandenNoord, Zuid, Oost En West

De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.

VersbegrippenVolgens MensenEnkele MensenVelen In Israël

Drie dezer vrijsteden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaan; vrijsteden zullen het zijn.

VersbegrippenDrie StedenVoorbij Jordanië

Die zes steden zullen voor de kinderen Israels, en voor den vreemdeling, en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn; opdat daarheen vliede, wie een ziel onvoorziens slaat.

VersbegrippenDoodslagOnbekendenPer Ongeluk VermoordenVreemdelingen Inbegrepen In De WetOnbedoeldBuitenaardse Wezens

En deze dingen zullen ulieden zijn tot een inzetting van recht, bij uw geslachten, in al uw woningen.

VersbegrippenGeneraties

En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels.

En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren.

Wanneer zij een van de zonen der andere stammen van de kinderen Israels tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis onzer vaderen afgetrokken worden, en toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij geworden zouden; alzo zou van het lot onzer erfenis worden afgetrokken.

VersbegrippenGemengde HuwelijkenHuwelijk Tussen Man En Vrouw

Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden.

VersbegrippenJubileumjaar

Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.

VersbegrippenGods Bevelen

Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden.

VersbegrippenOnbeperktVader En Dochter RelatiesVaders En Dochter

Zo zal de erfenis van de kinderen Israels niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van den stam zijner vaderen.

VersbegrippenVastgoed

Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen.

VersbegrippenPersoonlijke EthiekGemengde HuwelijkenVaders En Dochter

Zo zal de erfenis niet omgewend worden van den enen stam tot den anderen; want de stammen der kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis.

Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de dochteren van Zelafead;

Want Machla, Thirza, en Hogla, en Milka, en Noa, dochteren van Zelafead, zijn den zonen harer ooms tot vrouwen geworden.

VersbegrippenNeven En Nichten

Onder de geslachten van de kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, zijn zij tot vrouwen geworden; alzo bleef haar erfenis aan den stam van het geslacht haars vaders.

Dat zijn de geboden en de rechten, die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen Israels geboden heeft, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.

VersbegrippenDe Regio Jordanië

Public domain