'Van' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:9-Genesis 10:7
- 2.Genesis 10:14-Genesis 23:3
- 3.Genesis 23:4-Genesis 28:11
- 4.Genesis 28:13-Genesis 36:25
- 5.Genesis 36:26-Genesis 44:9
- 6.Genesis 44:12-Exodus 2:6
- 7.Exodus 2:8-Exodus 12:7
- 8.Exodus 12:12-Exodus 23:28
- 9.Exodus 23:29-Exodus 29:22
- 10.Exodus 29:24-Exodus 37:23
- 11.Exodus 37:25-Leviticus 4:11
- 12.Leviticus 4:13-Leviticus 11:25
- 13.Leviticus 11:32-Leviticus 19:6
- 14.Leviticus 19:9-Numberi 1:2
- 15.Numberi 1:3-Numberi 3:50
- 16.Numberi 4:2-Numberi 7:56
- 17.Numberi 7:59-Numberi 13:15
- 18.Numberi 13:16-Numberi 19:4
- 19.Numberi 19:6-Numberi 26:19
- 20.Numberi 26:20-Numberi 32:29
- 21.Numberi 32:30-Numberi 36:13
- 22.Deuteronomium 1:1-Deuteronomium 9:11
- 23.Deuteronomium 9:12-Deuteronomium 21:13
- 24.Deuteronomium 21:15-Deuteronomium 32:24
- 25.Deuteronomium 32:25-Jozua 7:2
- 26.Jozua 7:4-Jozua 12:16
- 27.Jozua 12:17-Jozua 18:17
- 28.Jozua 18:19-Jozua 23:14
- 29.Jozua 23:15-Richteren 6:18
- 30.Richteren 6:19-Richteren 11:28
- 31.Richteren 11:29-Richteren 19:17
- 32.Richteren 19:18-Ruth 4:18
- 33.1 Samuël 1:1-1 Samuël 10:10
- 34.1 Samuël 10:11-1 Samuël 17:34
- 35.1 Samuël 17:36-1 Samuël 25:12
- 36.1 Samuël 25:14-2 Samuël 2:24
- 37.2 Samuël 2:25-2 Samuël 11:15
- 38.2 Samuël 11:17-2 Samuël 18:27
- 39.2 Samuël 18:31-2 Samuël 24:9
- 40.2 Samuël 24:13-1 Koningen 6:1
- 41.1 Koningen 6:2-1 Koningen 9:15
- 42.1 Koningen 9:16-1 Koningen 15:7
- 43.1 Koningen 15:9-1 Koningen 20:19
- 44.1 Koningen 20:20-2 Koningen 3:5
- 45.2 Koningen 3:7-2 Koningen 9:9
- 46.2 Koningen 9:10-2 Koningen 14:15
- 47.2 Koningen 14:16-2 Koningen 18:17
- 48.2 Koningen 18:18-2 Koningen 23:33
- 49.2 Koningen 23:34-1 Kronieken 2:47
- 50.1 Kronieken 2:49-1 Kronieken 6:49
- 51.1 Kronieken 6:50-1 Kronieken 11:8
- 52.1 Kronieken 11:11-1 Kronieken 18:9
- 53.1 Kronieken 18:11-1 Kronieken 26:27
- 54.1 Kronieken 26:28-2 Kronieken 5:8
- 55.2 Kronieken 5:12-2 Kronieken 14:13
- 56.2 Kronieken 14:15-2 Kronieken 22:5
- 57.2 Kronieken 22:6-2 Kronieken 28:27
- 58.2 Kronieken 29:1-2 Kronieken 35:4
- 59.2 Kronieken 35:5-Ezra 2:62
- 60.Ezra 2:63-Ezra 8:34
- 61.Ezra 9:1-Nehemia 6:18
- 62.Nehemia 7:2-Nehemia 11:4
- 63.Nehemia 11:5-Esther 2:20
- 64.Esther 2:21-Job 7:16
- 65.Job 7:19-Job 31:2
- 66.Job 31:18-Psalmen 16:4
- 67.Psalmen 17:1-Psalmen 38:1
- 68.Psalmen 38:7-Psalmen 65:4
- 69.Psalmen 65:11-Psalmen 83:1
- 70.Psalmen 83:6-Psalmen 109:16
- 71.Psalmen 109:17-Psalmen 137:1
- 72.Psalmen 137:3-Spreuken 11:4
- 73.Spreuken 11:10-Spreuken 25:24
- 74.Spreuken 25:27-Hooglied 1:5
- 75.Hooglied 1:9-Jesaja 7:23
- 76.Jesaja 7:25-Jesaja 19:22
- 77.Jesaja 19:23-Jesaja 33:21
- 78.Jesaja 33:23-Jesaja 44:28
- 79.Jesaja 45:3-Jesaja 60:4
- 80.Jesaja 60:6-Jeremia 6:25
- 81.Jeremia 6:29-Jeremia 17:5
- 82.Jeremia 17:8-Jeremia 26:18
- 83.Jeremia 26:19-Jeremia 33:10
- 84.Jeremia 33:12-Jeremia 40:1
- 85.Jeremia 40:4-Jeremia 48:46
- 86.Jeremia 49:1-Jeremia 52:21
- 87.Jeremia 52:25-Ezechiël 7:14
- 88.Ezechiël 7:15-Ezechiël 17:7
- 89.Ezechiël 17:9-Ezechiël 25:6
- 90.Ezechiël 25:8-Ezechiël 33:14
- 91.Ezechiël 33:18-Ezechiël 41:9
- 92.Ezechiël 41:10-Ezechiël 48:11
- 93.Ezechiël 48:12-Daniël 6:21
- 94.Daniël 6:27-Hosea 7:4
- 95.Hosea 7:5-Amos 5:6
- 96.Amos 5:10-Micha 6:5
- 97.Micha 6:7-Haggaï 2:18
- 98.Haggaï 2:19-Maleachi 3:7
- 99.Maleachi 4:4-Mattheüs 12:22
- 100.Mattheüs 12:23-Mattheüs 20:23
- 101.Mattheüs 20:24-Markus 1:14
- 102.Markus 1:19-Markus 9:25
- 103.Markus 9:30-Lukas 1:70
- 104.Lukas 1:71-Lukas 7:19
- 105.Lukas 7:21-Lukas 13:17
- 106.Lukas 13:22-Lukas 23:27
- 107.Lukas 23:28-Johannes 7:14
- 108.Johannes 7:17-Johannes 16:9
- 109.Johannes 16:10-Handelingen 4:11
- 110.Handelingen 4:13-Handelingen 12:14
- 111.Handelingen 12:19-Handelingen 19:11
- 112.Handelingen 19:12-Handelingen 26:7
- 113.Handelingen 26:9-Romeinen 11:22
- 114.Romeinen 11:24-1 Corinthiërs 10:27
- 115.1 Corinthiërs 10:29-2 Corinthiër 8:19
- 116.2 Corinthiër 8:20-Efeziërs 1:17
- 117.Efeziërs 1:18-1 Thessalonicenzen 2:5
- 118.1 Thessalonicenzen 2:6-Titus 1:6
- 119.Titus 1:10-Hebreeën 12:15
- 120.Hebreeën 12:16-2 Petrus 3:6
- 121.2 Petrus 3:12-Openbaring 7:15
- 122.Openbaring 7:17-Openbaring 22:21
En Joas ontsliep met zijn vaderen, en werd te Samaria begraven bij de koningen van Israel; en zijn zoon Jerobeam werd koning in zijn plaats.
Amazia nu, de zoon van Joas, koning van Juda, leefde na den dood van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israel, vijftien jaren.
Het overige nu der geschiedenissen van Amazia, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
En het ganse volk van Juda nam Azaria (die nu zestien jaren oud was), en maakten hem koning in plaats van zijn vader Amazia.
In het vijftiende jaar van Amazia, den zoon van Joas, den koning van Juda, werd te Samaria koning, Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israel, en regeerde een en veertig jaren.
En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet van alle zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
Hij bracht ook weder de landpale van Israel van den ingang van Hamath, tot aan de zee van het vlakke veld; naar het woord des HEEREN, des Gods van Israel, dat Hij gesproken had door den dienst van Zijn knecht Jona, den zoon van Amitthai, den profeet, die van Gath-hefer was.
Want de HEERE zag, dat de ellende van Israel zeer bitter was, en dat er geen opgeslotenen noch verlatenen waren, en dat Israel geen helper had.
En de HEERE had niet gesproken, dat Hij den naam van Israel van onder den hemel verdelgen zou; maar Hij verloste hen door de hand van Jerobeam, den zoon van Joas.
Het overige nu der geschiedenissen van Jerobeam, en al wat hij gedaan heeft, en zijn macht, hoe hij gekrijgd heeft, en hoe hij Damaskus en Hamath, tot Juda behorende, aan Israel wedergebracht heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
En Jerobeam ontsliep met zijn vaderen, met de koningen van Israel; en zijn zoon Zacharia werd koning in zijn plaats.
In het zeven en twintigste jaar van Jerobeam, den koning van Israel, werd koning Azaria, de zoon van Amazia, den koning van Juda.
Hij was zestien jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde twee en vijftig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jecholia, van Jeruzalem.
Het overige nu der geschiedenissen van Azaria, en al wat hij gedaan heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
In het acht en dertigste jaar van Azaria, den koning van Juda, regeerde Zacharia, de zoon van Jerobeam, over Israel te Samaria, zes maanden.
En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vaderen gedaan hadden; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
En Sallum, de zoon van Jabes, maakte een verbintenis tegen hem, en sloeg hem voor het volk, en doodde hem; en hij werd koning in zijn plaats.
Het overige nu der geschiedenissen van Zacharia, ziet, dat is geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel.
Dit was het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had tot Jehu, zeggende: U zullen zonen van het vierde gelid op den troon van Israel zitten; en het is alzo geschied.
Sallum, de zoon van Jabes, werd koning, in het negen en dertigste jaar van Uzzia, den koning van Juda; en hij regeerde een volle maand te Samaria.
Want Menahem, de zoon van Gadi, toog op van Thirza, en kwam te Samaria, en sloeg Sallum, den zoon van Jabes, te Samaria, en doodde hem, en werd koning in zijn plaats.
Het overige nu der geschiedenissen van Sallum, en zijn verbintenis, die hij maakte, ziet, die zijn geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel.
Toen sloeg Menahem Tifsah, met allen, die daarin waren, ook haar landpalen van Thirza af; omdat men niet voor hem had opengedaan, zo sloeg hij hen; al haar bevruchte vrouwen hieuw hij in stukken.
In het negen en dertigste jaar van Azaria, den koning van Juda, werd Menahem, den zoon van Gadi, koning over Israel, en regeerde tien jaren te Samaria.
En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week al zijn dagen niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
Toen kwam Pul, de koning van Assyrie, tegen het land; en Menahem gaf aan Pul duizend talenten zilvers, opdat zijn hand met hem zoude zijn, om het koninkrijk in zijn hand te sterken.
Menahem nu bracht dit geld op van Israel, van alle geweldigen van vermogen, om den koning van Assyrie te geven, voor elk man vijftig zilveren sikkels; alzo keerde de koning van Assyrie weder, en bleef daar niet in het land.
Het overige nu der geschiedenissen van Menahem, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
In het vijftigste jaar van Azaria, den koning van Juda, werd Pekahia, de zoon van Menahem, koning over Israel, en regeerde twee jaren te Samaria.
En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
En Pekah, de zoon van Remalia, zijn hoofdman, maakte een verbintenis tegen hem, en sloeg hem te Samaria, in het paleis van het huis des konings, met Argob en met Arje, en met hem vijftig mannen van de kinderen der Gileadieten; alzo doodde hij hem, en werd koning in zijn plaats.
Het overige nu der geschiedenissen van Pekahia, en al wat hij gedaan heeft, ziet, dat is geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel.
In het twee en vijftigste jaar van Azaria, den koning van Juda, werd Pekah, de zoon van Remalia, koning over Israel, en regeerde twintig jaren te Samaria.
En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
In de dagen Pekah, den koning van Israel, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrie, en nam Ijon in, en Abel-Beth-maacha, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrie.
En Hosea, de zoon van Ela, maakte een verbintenis tegen Pekah, den zoon van Remalia, en sloeg hem, en doodde hem, en werd koning in zijn plaats; in het twintigste jaar van Jotham, den zoon van Uzzia.
Het overige nu der geschiedenissen van Pekah, en al wat hij gedaan heeft, ziet, dat is geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel.
In het tweede jaar van Pekah, den zoon van Remalia, den koning van Israel, werd Jotham koning, de zoon van Uzzia, den koning van Juda.
Vijf en twintig jaren was hij oud, als hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, de dochter van Zadok.
Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
In die dagen begon de HEERE in Juda te zenden Rezin, den koning van Syrie, en Pekah, den zoon van Remalia.
En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.
In het zeventiende jaar van Pekah, den zoon van Remalia, werd Achaz koning, de zoon van Jotham, den koning van Juda.
Want hij wandelde in den weg der koningen van Israel; ja, hij deed ook zijn zoon door het vuur gaan, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor de kinderen Israels verdreven had.
Toen toog Rezin, de koning van Syrie, op, met Pekah, den zoon van Remalia, den koning van Israel, naar Jeruzalem ten strijde; en zij belegerden Achaz, maar zij vermochten niet met strijden.
Te dierzelfder tijd bracht Rezin, de koning van Syrie, Elath weder aan Syrie, en wierp de Joden uit Elath; en de Syriers kwamen te Elath, en hebben daar gewoond tot op dezen dag.
Achaz nu zond boden tot Tiglath-Pilezer, den koning van Assyrie, zeggende: Ik ben uw knecht en uw zoon; kom op, en verlos mij uit de hand van den koning van Syrie, en uit de hand van den koning van Israel, die zich tegen mij opmaken.
En Achaz nam het zilver en het goud, dat in het huis des HEEREN, en in de schatten van het huis des konings gevonden werd, en hij zond den koning van Assyrie een geschenk.
Zo hoorde de koning van Assyrie naar hem; want de koning van Assyrie toog op tegen Damaskus, en nam haar in, en voerde hen gevankelijk naar Kir, en hij doodde Rezin.
Toen toog de koning Achaz Tiglath-Pilezer, den koning van Assyrie, tegemoet, naar Damaskus; en gezien hebbende een altaar, dat te Damaskus was, zo zond de koning Achaz aan den priester Uria de gelijkenis van het altaar, en zijn afbeelding, naar zijn ganse maaksel.
En Uria, de priester, bouwde een altaar, naar alles, wat de koning Achaz van Damaskus ontboden had; alzo deed de priester Uria, tegen dat de koning Achaz van Damaskus kwam.
Als nu de koning van Damaskus gekomen was, zag de koning het altaar; en de koning naderde tot het altaar, en offerde daarop.
Maar het koperen altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN was, dat bracht hij van het voorste deel van het huis, van tussen zijn altaar, en van tussen het huis des HEEREN, en hij zette het aan de zijde zijns altaars noordwaarts.
En de koning Achaz gebood Uria, den priester, zeggende: Steek op het grote altaar aan het morgenbrandoffer, en het avondspijsoffer, en des konings brandoffer, en zijn spijsoffer, en het brandoffer van al het volk des lands, en hun spijsoffer, en hun drankofferen; en spreng daarop al het bloed des brandoffers, en al het bloed des slachtoffer; maar het koperen altaar zal mij zijn, om te onderzoeken.
En de koning Achaz sneed de lijsten der stellingen af, en nam die van boven het wasvat weg, en deed de zee af van de koperen runderen, die daaronder waren; en hij zette die op een stenen vloer.
Daartoe het deksel des sabbats, dat zij in het huis gebouwd hadden, en den buitensten ingang des konings nam hij weg van het huis des HEEREN, vanwege den koning van Assyrie.
Het overige nu der geschiedenissen van Achaz, wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
In het twaalfde jaar van Achaz, den koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israel te Samaria, en regeerde negen jaren.
En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; evenwel niet, als de koningen van Israel, die voor hem geweest waren.
Tegen hem toog op Salmaneser, koning van Assyrie; en Hosea werd zijn knecht, dat hij hem een geschenk gaf.
Maar de koning van Assyrie bevond een verbintenis in Hosea, dat hij tot So, den koning van Egypte, boden gezonden had, en het geschenk aan den koning van Assyrie niet als te voren van jaar tot jaar opbracht; zo besloot hem de koning van Assyrie, en bond hem in het gevangenhuis.
Want de koning van Assyrie toog op in het ganse land; ja, hij kwam op naar Samaria, en hij belegerde haar drie jaren.
In het negende jaar van Hosea, nam de koning van Assyrie Samaria in, en voerde Israel weg in Assyrie, en deed ze wonen in Halah, en in Habor, aan de rivier Gozan, en in de steden der Meden.
Want het was geschied, dat de kinderen Israels gezondigd hadden tegen den HEERE, hun God, Die hen uit Egypteland opgebracht had, van onder de hand van Farao, den koning van Egypte; en hadden andere goden gevreesd;
En hadden gewandeld in de inzettingen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdreven had, en der koningen van Israel, die ze gemaakt hadden.
En de kinderen Israels hadden de zaken, die niet recht zijn, tegen den HEERE, hun God, bemanteld; en hadden zich hoogten gebouwd in al hun steden, van den wachttoren af tot de vaste steden toe.
En zij hadden daar gerookt op alle hoogten, gelijk de heidenen, die de HEERE van hun aangezichten weggevoerd had; en zij hadden kwade dingen gedaan, om den HEERE tot toorn te verwekken.
Als nu de HEERE tegen Israel en tegen Juda, door den dienst van alle profeten, van alle zieners, betuigd had, zeggende: Bekeert u van uw boze wegen en houdt Mijn geboden, en Mijn inzettingen, naar al de wet, die Ik uw vaderen geboden heb, en die Ik tot u door de hand van Mijn knechten, de profeten, gezonden heb;
Daartoe verwierpen zij Zijn inzettingen, en Zijn verbond, dat Hij met hun vaderen gemaakt had, en Zijn getuigenissen, die Hij tegen hen betuigd had, en wandelden de ijdelheid na, dat zij ijdel werden, en achter de heidenen, die rondom hen waren, van dewelke de HEERE hun geboden had, dat zij niet zouden doen gelijk die.
Daarom vertoornde zich de HEERE zeer over Israel, dat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht; er bleef niets over, behalve de stam van Juda alleen.
Zelfs hield Juda de geboden des HEEREN, huns Gods, niet; maar zij wandelden in de inzettingen van Israel, die zij gemaakt hadden.
Zo verwierp de HEERE het ganse zaad van Israel, en bedrukte hen, en gaf ze in de hand der rovers, totdat Hij hen van Zijn aangezicht weggeworpen had.
Want Hij scheurde Israel van het huis van David af, en zij maakten Jerobeam, den zoon van Nebat, koning; en Jerobeam dreef Israel af van achter den HEERE, en hij deed ze een grote zonde zondigen.
Alzo wandelden de kinderen Israels in alle zonden van Jerobeam die hij gedaan had; zij weken daarvan niet af;
Totdat de HEERE Israel van Zijn aangezicht wegdeed, gelijk als Hij gesproken had door den dienst van al Zijn knechten, de profeten; alzo werd Israel weggevoerd uit zijn land naar Assyrie, tot op dezen dag.
De koning nu van Assyrie bracht volk van Babel, en van Chuta, en van Avva, en van Hamath, en Sefarvaim, en deed hen wonen in de steden van Samaria, in de plaats der kinderen Israels; en zij namen Samaria erfelijk in, en woonden in haar steden.
En het geschiedde in het begin hunner woning aldaar, dat zij den HEERE niet vreesden; zo zond de HEERE leeuwen onder hen, die enigen van hen doodden.
Daarom spraken zij tot den koning van Assyrie, zeggende: De volken, die gij vervoerd hebt, en hebt doen wonen in de steden van Samaria, weten de wijze des Gods van het land niet; daarom heeft Hij leeuwen onder hen gezonden, en ziet, zij doden hen, dewijl zij niet weten de wijze des Gods van het land.
Toen gebood de koning van Assyrie, zeggende: Brengt een der priesteren daarheen, die gijlieden van daar weggevoerd hebt, dat zij henentrekken, en wonen aldaar; en dat hij hun lere de wijze des Gods van het land.
Zo kwam een uit de priesteren, die zij van Samaria weggevoerd hadden, en woonde te Beth-El; en hij leerde hun, hoe zij den HEERE vrezen zouden.
Want de lieden van Babel maakten Sukkoth Benoth, en de lieden van Chut maakten Nergal, en de lieden van Hamath maakten Asima,
En de Avieten maakten Nibhaz en Tartak, en de Sefarvieten verbrandden hun zonen voor Adramelech en Anamelech, de goden van Sefarvaim, met vuur.
Ook vreesden zij den HEERE, en maakten zich van hun geringsten priesteren der hoogten, dewelke voor hen dienst deden in de huizen der hoogten.
Zij vreesden den HEERE, en dienden ook hun goden, naar de wijze der volken, van dewelke zij die weggevoerd hadden.
Tot op dezen dag toe doen die naar de eerste wijzen; zij vrezen den HEERE niet, en zij doen niet naar hun inzettingen, en naar hun rechten, en naar de wet, en naar het gebod, dat de HEERE geboden heeft aan de kinderen van Jakob, dien Hij den naam Israel gaf.
Maar den HEERE, uw God, zult gij vrezen; en Hij zal u redden uit de hand van al uw vijanden.
Het geschiedde nu in het derde jaar van Hosea, den zoon van Ela, den koning van Israel, dat Hizkia koning werd, de zoon van Achaz, koning van Juda.
Vijf en twintig jaren was hij oud, toen hij koning werd, en hij regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem, en de naam zijner moeder was Abi, een dochter van Zacharia.
Hij betrouwde op den HEERE, den God Israels, zodat na hem zijns gelijke niet was onder alle koningen van Juda, noch die voor hem geweest waren.
Want hij kleefde den HEERE aan; hij week niet van Hem na te volgen, en hij hield Zijn geboden, die de HEERE aan Mozes geboden had.
Zo was de HEERE met hem; overal, waar hij henen uittrok, handelde hij kloekelijk; daartoe viel hij af van den koning van Assyrie, dat hij hem niet diende.
Hij sloeg de Filistijnen tot Gaza toe, en haar landpalen, van den wachttoren af tot de vaste steden toe.
Het geschiedde nu in het vierde jaar van den koning Hizkia (hetwelk was het zevende jaar van Hosea, den zoon van Ela, den koning van Israel) dat Salmaneser, de koning van Assyrie, opkwam tegen Samaria, en haar belegerde.
En zij namen haar in ten einde van drie jaren, in het zesde jaar van Hizkia; het was het negende jaar van Hosea, den koning van Israel, als Samaria ingenomen werd.
En de koning van Assyrie voerde Israel weg naar Assyrie, en deed hen leiden in Halah, en in Habor, bij de rivier Gozan, en in de steden der Meden.
Maar in het veertiende jaar van den koning Hizkia kwam Sanherib, de koning van Assyrie, op tegen alle vaste steden van Juda, en nam ze in.
Toen zond Hizkia, de koning van Juda, tot den koning van Assyrie, naar Lachis, zeggende: Ik heb gezondigd, keer af van mij, wat gij mij opleggen zult, zal ik dragen. Toen legde de koning van Assyrie Hizkia, den koning van Juda, driehonderd talenten zilvers, en dertig talenten gouds op.
Alzo gaf Hizkia al het zilver, dat gevonden werd in het huis des HEEREN, en in de schatten van het huis des konings.
Te dier tijd sneed Hizkia het goud af van de deuren van den tempel des HEEREN, en van de posten, die Hizkia, de koning van Juda, had laten overtrekken, en gaf dat aan de koning van Assyrie.
Evenwel zond de koning van Assyrie Tartan, en Rabsaris, en Rabsake, van Lachis tot den koning Hizkia, met een zwaar heir naar Jeruzalem; en zij togen op, en kwamen naar Jeruzalem. En als zij optogen en gekomen waren, bleven zij staan bij den watergang des oppersten vijvers, welke is bij den hogen weg van het veld des vollers.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:9-Genesis 10:7
- 2.Genesis 10:14-Genesis 23:3
- 3.Genesis 23:4-Genesis 28:11
- 4.Genesis 28:13-Genesis 36:25
- 5.Genesis 36:26-Genesis 44:9
- 6.Genesis 44:12-Exodus 2:6
- 7.Exodus 2:8-Exodus 12:7
- 8.Exodus 12:12-Exodus 23:28
- 9.Exodus 23:29-Exodus 29:22
- 10.Exodus 29:24-Exodus 37:23
- 11.Exodus 37:25-Leviticus 4:11
- 12.Leviticus 4:13-Leviticus 11:25
- 13.Leviticus 11:32-Leviticus 19:6
- 14.Leviticus 19:9-Numberi 1:2
- 15.Numberi 1:3-Numberi 3:50
- 16.Numberi 4:2-Numberi 7:56
- 17.Numberi 7:59-Numberi 13:15
- 18.Numberi 13:16-Numberi 19:4
- 19.Numberi 19:6-Numberi 26:19
- 20.Numberi 26:20-Numberi 32:29
- 21.Numberi 32:30-Numberi 36:13
- 22.Deuteronomium 1:1-Deuteronomium 9:11
- 23.Deuteronomium 9:12-Deuteronomium 21:13
- 24.Deuteronomium 21:15-Deuteronomium 32:24
- 25.Deuteronomium 32:25-Jozua 7:2
- 26.Jozua 7:4-Jozua 12:16
- 27.Jozua 12:17-Jozua 18:17
- 28.Jozua 18:19-Jozua 23:14
- 29.Jozua 23:15-Richteren 6:18
- 30.Richteren 6:19-Richteren 11:28
- 31.Richteren 11:29-Richteren 19:17
- 32.Richteren 19:18-Ruth 4:18
- 33.1 Samuël 1:1-1 Samuël 10:10
- 34.1 Samuël 10:11-1 Samuël 17:34
- 35.1 Samuël 17:36-1 Samuël 25:12
- 36.1 Samuël 25:14-2 Samuël 2:24
- 37.2 Samuël 2:25-2 Samuël 11:15
- 38.2 Samuël 11:17-2 Samuël 18:27
- 39.2 Samuël 18:31-2 Samuël 24:9
- 40.2 Samuël 24:13-1 Koningen 6:1
- 41.1 Koningen 6:2-1 Koningen 9:15
- 42.1 Koningen 9:16-1 Koningen 15:7
- 43.1 Koningen 15:9-1 Koningen 20:19
- 44.1 Koningen 20:20-2 Koningen 3:5
- 45.2 Koningen 3:7-2 Koningen 9:9
- 46.2 Koningen 9:10-2 Koningen 14:15
- 47.2 Koningen 14:16-2 Koningen 18:17
- 48.2 Koningen 18:18-2 Koningen 23:33
- 49.2 Koningen 23:34-1 Kronieken 2:47
- 50.1 Kronieken 2:49-1 Kronieken 6:49
- 51.1 Kronieken 6:50-1 Kronieken 11:8
- 52.1 Kronieken 11:11-1 Kronieken 18:9
- 53.1 Kronieken 18:11-1 Kronieken 26:27
- 54.1 Kronieken 26:28-2 Kronieken 5:8
- 55.2 Kronieken 5:12-2 Kronieken 14:13
- 56.2 Kronieken 14:15-2 Kronieken 22:5
- 57.2 Kronieken 22:6-2 Kronieken 28:27
- 58.2 Kronieken 29:1-2 Kronieken 35:4
- 59.2 Kronieken 35:5-Ezra 2:62
- 60.Ezra 2:63-Ezra 8:34
- 61.Ezra 9:1-Nehemia 6:18
- 62.Nehemia 7:2-Nehemia 11:4
- 63.Nehemia 11:5-Esther 2:20
- 64.Esther 2:21-Job 7:16
- 65.Job 7:19-Job 31:2
- 66.Job 31:18-Psalmen 16:4
- 67.Psalmen 17:1-Psalmen 38:1
- 68.Psalmen 38:7-Psalmen 65:4
- 69.Psalmen 65:11-Psalmen 83:1
- 70.Psalmen 83:6-Psalmen 109:16
- 71.Psalmen 109:17-Psalmen 137:1
- 72.Psalmen 137:3-Spreuken 11:4
- 73.Spreuken 11:10-Spreuken 25:24
- 74.Spreuken 25:27-Hooglied 1:5
- 75.Hooglied 1:9-Jesaja 7:23
- 76.Jesaja 7:25-Jesaja 19:22
- 77.Jesaja 19:23-Jesaja 33:21
- 78.Jesaja 33:23-Jesaja 44:28
- 79.Jesaja 45:3-Jesaja 60:4
- 80.Jesaja 60:6-Jeremia 6:25
- 81.Jeremia 6:29-Jeremia 17:5
- 82.Jeremia 17:8-Jeremia 26:18
- 83.Jeremia 26:19-Jeremia 33:10
- 84.Jeremia 33:12-Jeremia 40:1
- 85.Jeremia 40:4-Jeremia 48:46
- 86.Jeremia 49:1-Jeremia 52:21
- 87.Jeremia 52:25-Ezechiël 7:14
- 88.Ezechiël 7:15-Ezechiël 17:7
- 89.Ezechiël 17:9-Ezechiël 25:6
- 90.Ezechiël 25:8-Ezechiël 33:14
- 91.Ezechiël 33:18-Ezechiël 41:9
- 92.Ezechiël 41:10-Ezechiël 48:11
- 93.Ezechiël 48:12-Daniël 6:21
- 94.Daniël 6:27-Hosea 7:4
- 95.Hosea 7:5-Amos 5:6
- 96.Amos 5:10-Micha 6:5
- 97.Micha 6:7-Haggaï 2:18
- 98.Haggaï 2:19-Maleachi 3:7
- 99.Maleachi 4:4-Mattheüs 12:22
- 100.Mattheüs 12:23-Mattheüs 20:23
- 101.Mattheüs 20:24-Markus 1:14
- 102.Markus 1:19-Markus 9:25
- 103.Markus 9:30-Lukas 1:70
- 104.Lukas 1:71-Lukas 7:19
- 105.Lukas 7:21-Lukas 13:17
- 106.Lukas 13:22-Lukas 23:27
- 107.Lukas 23:28-Johannes 7:14
- 108.Johannes 7:17-Johannes 16:9
- 109.Johannes 16:10-Handelingen 4:11
- 110.Handelingen 4:13-Handelingen 12:14
- 111.Handelingen 12:19-Handelingen 19:11
- 112.Handelingen 19:12-Handelingen 26:7
- 113.Handelingen 26:9-Romeinen 11:22
- 114.Romeinen 11:24-1 Corinthiërs 10:27
- 115.1 Corinthiërs 10:29-2 Corinthiër 8:19
- 116.2 Corinthiër 8:20-Efeziërs 1:17
- 117.Efeziërs 1:18-1 Thessalonicenzen 2:5
- 118.1 Thessalonicenzen 2:6-Titus 1:6
- 119.Titus 1:10-Hebreeën 12:15
- 120.Hebreeën 12:16-2 Petrus 3:6
- 121.2 Petrus 3:12-Openbaring 7:15
- 122.Openbaring 7:17-Openbaring 22:21
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (591)
- Exodus (473)
- Leviticus (334)
- Numberi (702)
- Deuteronomium (336)
- Jozua (382)
- Richteren (346)
- Ruth (36)
- 1 Samuël (367)
- 2 Samuël (342)
- 1 Koningen (458)
- 2 Koningen (472)
- 1 Kronieken (520)
- 2 Kronieken (472)
- Ezra (206)
- Nehemia (232)
- Esther (90)
- Job (201)
- Psalmen (581)
- Spreuken (203)
- Prediker (54)
- Hooglied (45)
- Jesaja (494)
- Jeremia (670)
- Klaagliederen (35)
- Ezechiël (576)
- Daniël (159)
- Hosea (62)
- Joël (28)
- Amos (68)
- Obadja (7)
- Jona (23)
- Micha (46)
- Nahum (18)
- Habakuk (12)
- Zefanja (26)
- Haggaï (38)
- Zacharia (81)
- Maleachi (15)
- Mattheüs (294)
- Markus (182)
- Lukas (347)
- Johannes (230)
- Handelingen (384)
- Romeinen (103)
- 1 Corinthiërs (98)
- 2 Corinthiër (104)
- Galaten (48)
- Efeziërs (40)
- Filippenzen (32)
- Colossenzen (29)
- 1 Thessalonicenzen (31)
- 2 Thessalonicenzen (20)
- 1 Timotheüs (24)
- 2 Timotheüs (28)
- Titus (14)
- Filémon (6)
- Hebreeën (89)
- Jakobus (32)
- 1 Petrus (38)
- 2 Petrus (31)
- 1 Johannes (31)
- 2 Johannes (6)
- 3 Johannes (4)
- Judas (10)
- Openbaring (144)
Verwante onderwerpen
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Aard Van Evangelisatie
- Afkeer
- Afmetingen Van Tempelmeubilair
- Afstand
- Afwijzing Van God
- Alcohol
- Altaren Bouwen
- Alwetende God
- Andere Goden
- Babylon
- Bedden
- Begin
- Begrip
- Belasten
- Beleden Zonde
- Bescherming Tegen Vijanden
- Besprenkelen
- Bestuurders
- Bewaarders
- Beweging
- Beweringen
- Beëindiging
- Blauw-paars En Scharlaken
- Blauwe Doek
- Bloed
- Bloed Sprenkelen
- Boekhouden
- Bouwen
- Brieven
- Bronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel
- Buigen
- Buitenaardse Wezens
- Cherubijn
- Christelijke Liefde
- Communicatie
- Confrontatie
- Dag Van De HEER
- Damascus
- De Aanwezigheid Van God
- De Aard Van Bediening
- De Aard Van Bekering
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van God Kennen
- De Betekenis Van Mozes
- De Bron Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Eerste Tempel
- De Functie Van Priesters In De Tijd Van OT
- De Geboorte Van Jezus
- De Glorie Van God
- De Invloed Van God Kennen
- De Jaren Vijftig
- De Jaren Zeventig
- De Ketenen Verbreken
- De Komst Van Het Koninkrijk Van God
- De Kracht Van God
- De Legale Aspecten Van Bestraffing
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- De Namen Voor Christus
- De Oorsprong Van Het Kwaad
- De Openbaring Van God
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Rol Van Profeten
- De Schoonheid Van Vrouwen
- De Vader
- De Wet Van Mozes
- De Zee Bevaren
- De Zon
- Deelname In Christus
- Deelname In Zonde
- Dertig
- Dienaren Van De Heer
- Dienstbaarheid
- Dienstbaarheid In Het Leven Van Gelovigen
- Dochters
- Doelen
- Donder
- Driehonderd En Meer
- Een Gebroken Hart
- Een Nieuwe Start
- Eenheid Is Het Doel Van God
- Eenheid Tussen Gods Mensen
- Eenhoorns
- Eenzaamheid
- Eerherstel
- Eerstgeboren Zonen
- Eerstgeborene
- Eigendom, Huizen
- Einde Van Dagen
- Ephah [Tien Omers]
- Feesten
- Fouten
- Funderingen
- Gasten
- Gebaren
- Geboden In NT
- Gebroken Hart
- Gebroken Harten
- Geesten
- Geheimhouding
- Geld Aan De Kerk Geven
- Geldmiddelen
- Genade Voor Jou
- Generaties
- Genieten Van Het Leven
- Genoemde Individuen Doden
- Genoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen
- Genoemde Poorten
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Geruchten
- Geschenken
- Getuige Zijn Van
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevangenen
- Gewichten Van Goud
- Gezicht Van God
- God Als Verlosser
- God Behagen
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Kennen
- God Redt Van De Vijanden
- God, De Eeuwige
- God, Levend En Zelfvoorzienend
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Waarheid
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Wil
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Graad
- Graan
- Gretigheid
- Grootmoeders
- Haar
- Hand Van God
- Handel
- Handicaps
- Haren
- Hart En De Heilige Geest
- Hebzucht
- Heersers
- Heiligdom
- Heiligdommen
- Heiligen
- Heiliging
- Heiliging, Methodes En Resultaten
- Herder Als Beroep
- Herfst
- Hersteld In Jezus Christus
- Het Belang Van Vertrouwen
- Het Evangelie Verspreiden
- Het Instituut Priesters In De Tijd Van OT
- Het Verleden
- Historische Boeken
- Honderd En Enkelen
- Hoofden
- Hoofden Van Priestelijke Huishoudens
- Huisdieren
- Huizen
- Identiteit
- Identiteit Van Evangelisatie
- Ijzer
- Ijzeren Voorwerpen
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Israël
- Jacob De Patriarch
- Jeruzalem
- Jeugd
- Jezebel
- Jezelf Veranderen
- Jona
- Juiste Maatregelen
- Juk
- Karakter Van Het Kwaad
- Kenmerken Van Dwazen
- Ketenen
- Kleur
- Koningen
- Koningen Dienen
- Koningen Doden
- Koningen Van Juda
- Korte Tijd Voor Actie
- Leeftijd
- Leeftijd Bij Overlijden
- Leeftijd Wanneer Gekroond
- Lichaam
- Liederen
- Liefde En De Wereld
- Liefde Vinden
- Liegen En Bedrog
- Lijst van koningen van Israël
- Linnen
- Lippen
- Lof
- Maand
- Man Van God
- Melk En Honing
- Menigtes
- Menselijk Hart
- Menselijke En Goddelijke Heerschappij
- Menselijke Macht
- Menselijke Natuur
- Menselijke Perfectie
- Mensen Uit Je Leven Verwijderen
- Mensen Van Juda
- Mensen Van Ver Weg
- Messiaanse Profetieën
- Minnares
- Missie Van Israël
- Moeders Van Koningen
- Morele En Spirituele Zuiverheid
- Munstelsel
- Muren
- Muziek
- Nabijheid Van De Dood
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Namen En Titels Voor De Heilige Geest
- Nederlaag
- Niet Sterven
- Ochtend
- Offeringen Doden
- Officieren
- Olie
- Olie Op Offers
- Omhuld In Goud
- Ontrouw Aan God
- Ontvankelijkheid
- Oorzaken Van Lijden
- Oost
- Oost En West
- Opslaan
- Over De Discipelen Van Christus Zullen Lijden
- Overwinning Op Het Kwaad
- Paarse Stof
- Paleizen
- Passie
- Pijn
- Plannen
- Pogingen Om Bepaalde Mensen Te Doden
- Poorten
- Priesters Die Verzoenen
- Prinsen
- Psalmen Interjecties
- Redding
- Regen
- Regenboog
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rest
- Reuzen
- Richting
- Rivieren
- Rivieren En Stromen
- Rood Materiaal
- Saul
- Schapen En Geiten
- School
- Schuwen
- Slaven Van God
- Soorten Muziekinstrumenten
- Spirituele Armoede
- Staan
- Stad
- Stammen Van Israël
- Stemmen
- Sterk Eindigen
- Strijdwagens
- Symbolen
- Syrië
- Taal
- Tafels
- Tekenen En Wonderen Van Het Evangelie
- Tenten
- Terughoudendheid
- Tien Dingen
- Tienden En Offers
- Tijd Van Vrede
- Tijden Van Mensen
- Toekomst
- Troon
- Trouw
- Twaalf Dingen
- Twaalf Wezens
- Twee Dieren
- Twintigduizend En Meer
- Types Van Christus
- Uitgestuurde Boodschappers
- Uitrusting, Fysiek
- Vaardigheid
- Vaklui
- Vals Vertrouwen
- Valse Goden
- Valse Religie
- Valse Vrienden
- Vanaf Het Begin
- Vanuit Het Noorden
- Vee Offeren
- Verboden Voedsel
- Verdergaan
- Verdriet
- Verenigingen Van Kwaad
- Verlatenheid
- Verlossing
- Vernietiging Van Jeruzalem
- Verordeningen
- Versterkingen
- Vertrouwen En Zelfrespect
- Verwezenlijkingen
- Vijanden Van Gelovigen
- Vijanden Van Israël En Juda
- Voedsel
- Voeten
- Voorbij Jordanië
- Voorbode
- Voorspelling Eindtijd
- Voorspellingen Over Christus
- Vormen Van Vervolging
- Vragen
- Vreemdelingen
- Waar Vandaan?
- Waardevolle Stenen
- Weed
- Wegen
- Westen
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Wijn
- Woede En Vergiffenis
- Woord Van God
- Zee
- Zegels
- Zeilen
- Zeloten
- Zes- Tot Zevenhonderd
- Zeshonderd En Meer
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Zeven- Tot Negenhonderd
- Ziekte
- Ziektes
- Zij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zilver
- Zion
- Zonde Veroorzaakt Dood
- Zonde, Bevrijding Van God
- Zonen
- Zorgen