12200 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Van' in de Bijbel

En staat in het heiligdom, naar de onderscheiding der vaderlijke huizen, voor uw broederen, het volk, en naar de afdeling van de vaderlijke huizen der Levieten;

VersbegrippenVerdeling

En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt dat voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes.

VersbegrippenPaaslam

En Josia gaf voor het volk, van klein vee, lammeren en jonge geitenbokken, die alle tot paasofferen, naar al hetgeen er gevonden werd, in getal dertig duizend; maar van runderen drie duizend; dit was van des konings have.

VersbegrippenDrieduizend En MeerDertigduizend En Meer

Ook gaven zijn vorsten tot een vrijwillig offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkia, en Zacharia, en Jehiel, de oversten van het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend en zeshonderd klein vee, en driehonderd runderen.

VersbegrippenTweeduizendDriehonderd En Meer

En zij namen het brandoffer daar af, opdat zij die naar de verdelingen der vaderlijke huizen, aan het volk geven mochten, om den HEERE te offeren, gelijk geschreven is in het boek van Mozes; en alzo met de runderen.

Daarna bereidden zij ook voor zichzelven en voor de priesteren; want de priesters, de zonen van Aaron, waren tot aan den nacht in het offeren der brandofferen en des vets; daarom bereidden de Levieten voor zichzelven, en voor de priesteren, de zonen van Aaron.

En de zangers, de zonen van Asaf, waren in hun standplaats, naar het gebod van David, en Asaf, en Heman, en Jeduthun, den ziener des konings, mitsgaders de poortiers aan elke poort; zij behoefden niet te wijken van hun dienst, overmits hun broeders, de Levieten, voor hen bereidden.

VersbegrippenPoortwachtersMuziekMuzikantenZangersZienersZingenPortiers

Alzo werd de ganse dienst des HEEREN op denzelfden dag beschikt, om pascha te houden, en brandofferen op het altaar des HEEREN te offeren, naar het gebod van den koning Josia.

VersbegrippenAltaar Van De Heer

Daar was ook geen pascha als dat in Israel gehouden, van de dagen van Samuel, den profeet, af; en geen koningen van Israel hadden zulk een pascha gehouden, gelijk dat Josia hield met de priesters en de Levieten, en gans Juda en Israel, dat er gevonden werd, en de inwoners van Jeruzalem.

In het achttiende jaar van het koninkrijk van Josia, werd dit pascha gehouden.

Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet.

VersbegrippenRijkenRivieren En StromenRivier Eufraat

Toen zond hij boden tot hem, zeggende: Wat heb ik met u te doen, gij, koning van Juda? Wat u aangaat, ik ben heden tegen u niet, maar tegen een huis, dat oorlog voert tegen mij; en God heeft gezegd, dat ik mij haasten zou; houd u af van God, Die met mij is, opdat Hij u niet verderve.

VersbegrippenConfrontatieWeerstandHaastWat Hebben We Gemeenschappelijk?

Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God; maar hij kwam om te strijden in het dal Megiddo.

En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia.

En Jeremia maakte een klaaglied over Josia; desgelijks alle zangers en zangeressen spraken in hun klaagliederen van Josia, tot op dezen dag; want zij gaven ze tot een inzetting in Israel; en ziet, zij zijn geschreven in de klaagliederen.

VersbegrippenUitdrukking Van VerliesWeeklagenLiederenTraditiesSchrijvenBoekenRouwendenVerjaardag

Het overige nu der geschiedenissen van Josia, en zijn goeddadigheden, naar dat geschreven is in de wet des HEEREN;

VersbegrippenVoorbeelden Van TrouwTrouw

Zijn geschiedenissen dan, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en van Juda.

Toen nam het volk des lands Joahaz, den zoon van Josia, en zij maakten hem koning, in zijns vaders plaats, te Jeruzalem.

Want de koning van Egypte zette hem af te Jeruzalem; en hij legde het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds.

VersbegrippenMunstelselVijanden Van Israël En JudaRijkenGoudBelastenTalenten

En de koning van Egypte maakte zijn broeder Eljakim koning over Juda en Jeruzalem, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar zijn broeder Joahaz nam Necho, en bracht hem in Egypte.

Nebukadnezar, de koning van Babel, toog tegen hem op, en bond hem met twee koperen ketenen, om hem te voeren naar Babel.

VersbegrippenBronzen Ketenen

Nebukadnezar bracht ook van de vaten van het huis des HEEREN naar Babel, en stelde ze in zijn tempel te Babel.

Het overige nu van de geschiedenissen van Jojakim, en zijn gruwelen, die hij deed, en wat aan hem gevonden werd, ziet, dat is geschreven in het boek der koningen van Israel en Juda; en Jojachin, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.

En met de wederkomst des jaars zond de koning Nebukadnezar henen, en liet hem naar Babel halen, met de kostelijke vaten van het huis des HEEREN; en hij maakte zijn broeder Zedekia koning over Juda en Jeruzalem.

VersbegrippenHeiligschennis

En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, zijns Gods; hij verootmoedigde zich niet voor het aangezicht van den profeet Jeremia, sprekende uit den mond des HEEREN.

VersbegrippenWoord Van God

En alle vaten van het huis Gods, de grote en de kleine, en de schatten van het huis des HEEREN, en de schatten des konings en zijner vorsten, dit alles voerde hij naar Babel.

VersbegrippenEerbetoonHeilige KommenHeilige Schalen

En zij verbrandden het huis Gods, en zij braken den muur van Jeruzalem af, en al de paleizen daarvan verbrandden zij met vuur, verdervende ook alle kostelijke vaten derzelve.

VersbegrippenVersterkingenStormrammenPaleizenMurenVuurzeeVernietiging Van De Muur Van Jeruzalem

En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot knechten, tot het regeren des koninkrijks van Perzie;

VersbegrippenBabylon, Israël Verbannen NaarBabylonRestReizenBallingschap van Juda naar Babylon

Opdat het woord des HEEREN vervuld wierd, door den mond van Jeremia, totdat het land aan zijn sabbatten een welgevallen had; het rustte al de dagen der verwoesting, totdat de zeventig jaren vervuld waren.

VersbegrippenVervulde Voorspelling In OTZeventig70 Tot 80 Jaar

Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, door den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:

VersbegrippenMenselijke WilMenselijk Hart

Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is; wie is onder ulieden van al Zijn volk? De HEERE, zijn God, zij met hem, en hij trekke op.

VersbegrippenDe Geschiedenis Van JeruzalemKoninkrijkenDe Tweede TempelGod Is Met Jou

In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:

VersbegrippenMenselijke WilBekendmakingenDrangWoorden Aan Individuen VervuldDe Eerste Tempel

Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is.

VersbegrippenKoninkrijkenDe Tweede TempelVerantwoordelijkheid

Wie is onder ulieden van al Zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwe het huis des HEEREN, des Gods van Israel; Hij is de God, Die te Jeruzalem woont.

VersbegrippenGod Is Met Jou

Toen maakten zich op de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, en de priesteren en de Levieten, benevens een iegelijk, wiens geest God verwekte, dat zij optrokken om te bouwen het huis des HEEREN, die te Jeruzalem woont.

VersbegrippenHuis Van GodHet Instituut Priesters In De Tijd Van OTStammen Van IsraëlDrangNaar Een Nieuwe Plek GaanJeruzalem

Ook bracht de koning Kores uit, de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had uitgevoerd, en had gesteld in het huis zijns gods.

VersbegrippenHeilige KommenHeilige SchalenVerwijderd Tempelgereedschap

En Kores, de koning van Perzie, bracht ze uit door de hand van Mithredath, den schatmeester, die ze aan Sesbazar, den vorst van Juda, toetelde.

VersbegrippenBestuurdersPrinsenSchatbewaarder

Alle vaten van goud en van zilver waren vijf duizend en vierhonderd; deze alle voerde Sesbazar op, met degenen, die van de gevangenis opgevoerd werden, van Babel naar Jeruzalem.

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonVijfduizendZij Die Uit Ballingschap Terugkwamen

Dit zijn de kinderen van dat landschap, die optogen uit de gevangenis, van de weggevoerden, die Nebukadnezar, koning van Babel, weggevoerd had naar Babel, die naar Jeruzalem en Juda zijn wedergekeerd, een iegelijk naar zijn stad;

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonJudaïsmeProvinciesBallingschap van Juda naar BabylonZij Die Uit Ballingschap Terugkwamen

Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.

VersbegrippenSamengaan

De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

VersbegrippenTweeduizend

De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En Meer

De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

VersbegrippenTweeduizend

De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig.

Versbegrippen666Zes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

VersbegrippenTweeduizend

De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdVier- En Vijfhonderd

De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

VersbegrippenNummer NegentigNegentig

De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En Meer

De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

VersbegrippenTweehonderd En Meer

De kinderen van Gibbar, vijf en negentig.

VersbegrippenNummer NegentigNegentig

De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Netofa, zes en vijftig.

VersbegrippenDe Jaren Vijftig

De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

VersbegrippenVeertig

De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

VersbegrippenAi, De StadTweehonderd En Meer

De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

VersbegrippenDe Jaren Vijftig

De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En Meer

De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

VersbegrippenDrieduizend En Meer

De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

VersbegrippenDuizenden

De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

VersbegrippenDe Jaren Zeventig

De zangers. De kinderen van Asaf honderd acht en twintig.

VersbegrippenZingenZangersHonderd En Enkelen

De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

VersbegrippenPoortwachtersHonderd En Enkelen

De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

VersbegrippenVersterking

De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;

De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En MeerTempelassistenten

Dezen togen ook op van Tel-melah, Tel-harsa, Cherub, Addan en Immer; doch zij konden hunner vaderen huis en hun zaad niet bewijzen, of zij uit Israel waren.

De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

En van de kinderen der priesteren, de kinderen van Habaja, de kinderen van Koz, de kinderen van Barzillai, die van de dochteren van Barzillai, den Gileadiet, een vrouw genomen had, en naar hun naam genoemd was.

VersbegrippenMensen Die Mensen Andere Namen GevenEen Vrouw Nemen

Dezen zochten hun register, onder degenen, die in het geslachtsregister gesteld waren, maar zij werden niet gevonden; daarom werden zij als onreinen van het priesterdom geweerd.

VersbegrippenAfgezette Priesters

Public domain