'Want' in de Bijbel
- 1.Genesis 2:5-Genesis 41:49
- 2.Genesis 41:51-Exodus 16:3
- 3.Exodus 16:7-Leviticus 21:15
- 4.Leviticus 21:18-Numberi 36:7
- 5.Numberi 36:9-Deuteronomium 28:65
- 6.Deuteronomium 29:16-Richteren 3:22
- 7.Richteren 3:26-1 Samuël 4:18
- 8.1 Samuël 4:19-1 Samuël 27:8
- 9.1 Samuël 28:12-1 Koningen 3:2
- 10.1 Koningen 3:9-2 Koningen 9:34
- 11.2 Koningen 10:10-1 Kronieken 22:8
- 12.1 Kronieken 22:9-2 Kronieken 22:9
- 13.2 Kronieken 22:11-Nehemia 10:39
- 14.Nehemia 11:23-Job 31:28
- 15.Job 32:16-Psalmen 34:9
- 16.Psalmen 35:7-Psalmen 78:16
- 17.Psalmen 78:37-Psalmen 122:5
- 18.Psalmen 123:3-Spreuken 23:9
- 19.Spreuken 23:11-Jesaja 3:9
- 20.Jesaja 3:11-Jesaja 29:11
- 21.Jesaja 29:13-Jesaja 55:7
- 22.Jesaja 55:8-Jeremia 8:22
- 23.Jeremia 9:2-Jeremia 29:11
- 24.Jeremia 29:28-Jeremia 50:9
- 25.Jeremia 50:14-Ezechiël 26:7
- 26.Ezechiël 26:14-Hosea 7:13
- 27.Hosea 8:6-Nahum 2:9
- 28.Nahum 3:19-Mattheüs 6:5
- 29.Mattheüs 6:7-Mattheüs 24:27
- 30.Mattheüs 24:28-Markus 14:56
- 31.Markus 14:70-Lukas 14:28
- 32.Lukas 15:6-Johannes 7:8
- 33.Johannes 7:29-Handelingen 16:3
- 34.Handelingen 16:28-Romeinen 7:18
- 35.Romeinen 7:19-1 Corinthiërs 3:19
- 36.1 Corinthiërs 3:21-2 Corinthiër 3:11
- 37.2 Corinthiër 3:14-Galaten 6:17
- 38.Efeziërs 2:8-2 Timotheüs 4:10
- 39.2 Timotheüs 4:11-Hebreeën 13:16
- 40.Hebreeën 13:17-Openbaring 12:10
- 41.Openbaring 12:12-Openbaring 22:18
Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.
Want zij kwamen alweder, en verzochten God, en stelden den Heilige Israels een perk.
Ja, Hij leidde hen zeker, zodat zij niet vreesden; want de zee had hun vijanden overdekt.
Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.
Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.
Want dit is een inzetting in Israel, een recht van den God Jakobs.
Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.
Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.
Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.
Want God, de HEERE, is een Zon en Schild; de HEERE zal genade en eer geven; Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid wandelen.
Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken; maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren.
Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.
Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.
Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.
Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.
Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.
In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.
Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt.
Want mijn ziel is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf.
Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden; in de hemelen zelve hebt Gij Uw waarheid bevestigd, zeggende:
Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?
Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte; en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden.
Want ons schild is van den HEERE, en onze koning is van den Heilige Israels.
Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.
Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.
Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.
Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.
Want Hij zal u redden van den strik des vogelvangers, van de zeer verderfelijke pestilentie.
Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;
Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.
Dewijl hij Mij zeer bemint, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen; Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam.
Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.
Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden.
Want de HEERE zal Zijn volk niet begeven, en Hij zal Zijn erve niet verlaten.
Want het oordeel zal wederkeren tot de gerechtigheid; en alle oprechten van hart zullen hetzelve navolgen.
Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;
Wiens ook de zee is, want Hij heeft ze gemaakt; en Zijn handen hebben het droge geformeerd.
Want Hij is onze God, en wij zijn het volk Zijner weide, en de schapen Zijner hand. Heden, zo gij Zijn stem hoort,
Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden.
Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.
Voor het aangezicht des HEEREN; want Hij komt, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten met gerechtigheid, en de volken met Zijn waarheid.
Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.
Een psalm. Zingt den HEERE een nieuw lied; want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand, en de arm Zijner heiligheid, heeft Hem heil gegeven.
Voor het aangezicht des HEEREN, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken in alle rechtmatigheid.
Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.
Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.
Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.
Want ik eet as als brood, en vermeng mijn drank met tranen.
Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij weder nedergeworpen.
Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.
Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.
Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen.
Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.
Egypte was blijde, als zij uittrokken, want hun verschrikking was op hen gevallen.
Want Hij dacht aan Zijn heilig woord, aan Abraham, Zijn knecht.
Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Want zij verbitterden zijn geest, zodat hij wat onbedachtelijk voortbracht met zijn lippen.
Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;
Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.
Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid.
Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.
Want ik ben ellendig en nooddruftig, en mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.
Want Hij zal den nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.
Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;
Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.
Mijn ziel! keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan.
Want Gij, HEERE! hebt mijn ziel gered van de dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot.
Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!
Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
De HEERE is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.
Loof den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.
Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.
En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.
Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.
Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.
Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.
Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.
Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.
Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.
Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.
Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.
Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
Want daar zijn de stoelen des gerichts gezet, de stoelen van het huis van David.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 2:5-Genesis 41:49
- 2.Genesis 41:51-Exodus 16:3
- 3.Exodus 16:7-Leviticus 21:15
- 4.Leviticus 21:18-Numberi 36:7
- 5.Numberi 36:9-Deuteronomium 28:65
- 6.Deuteronomium 29:16-Richteren 3:22
- 7.Richteren 3:26-1 Samuël 4:18
- 8.1 Samuël 4:19-1 Samuël 27:8
- 9.1 Samuël 28:12-1 Koningen 3:2
- 10.1 Koningen 3:9-2 Koningen 9:34
- 11.2 Koningen 10:10-1 Kronieken 22:8
- 12.1 Kronieken 22:9-2 Kronieken 22:9
- 13.2 Kronieken 22:11-Nehemia 10:39
- 14.Nehemia 11:23-Job 31:28
- 15.Job 32:16-Psalmen 34:9
- 16.Psalmen 35:7-Psalmen 78:16
- 17.Psalmen 78:37-Psalmen 122:5
- 18.Psalmen 123:3-Spreuken 23:9
- 19.Spreuken 23:11-Jesaja 3:9
- 20.Jesaja 3:11-Jesaja 29:11
- 21.Jesaja 29:13-Jesaja 55:7
- 22.Jesaja 55:8-Jeremia 8:22
- 23.Jeremia 9:2-Jeremia 29:11
- 24.Jeremia 29:28-Jeremia 50:9
- 25.Jeremia 50:14-Ezechiël 26:7
- 26.Ezechiël 26:14-Hosea 7:13
- 27.Hosea 8:6-Nahum 2:9
- 28.Nahum 3:19-Mattheüs 6:5
- 29.Mattheüs 6:7-Mattheüs 24:27
- 30.Mattheüs 24:28-Markus 14:56
- 31.Markus 14:70-Lukas 14:28
- 32.Lukas 15:6-Johannes 7:8
- 33.Johannes 7:29-Handelingen 16:3
- 34.Handelingen 16:28-Romeinen 7:18
- 35.Romeinen 7:19-1 Corinthiërs 3:19
- 36.1 Corinthiërs 3:21-2 Corinthiër 3:11
- 37.2 Corinthiër 3:14-Galaten 6:17
- 38.Efeziërs 2:8-2 Timotheüs 4:10
- 39.2 Timotheüs 4:11-Hebreeën 13:16
- 40.Hebreeën 13:17-Openbaring 12:10
- 41.Openbaring 12:12-Openbaring 22:18
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (143)
- Exodus (108)
- Leviticus (73)
- Numberi (78)
- Deuteronomium (129)
- Jozua (63)
- Richteren (66)
- Ruth (13)
- 1 Samuël (139)
- 2 Samuël (75)
- 1 Koningen (80)
- 2 Koningen (75)
- 1 Kronieken (79)
- 2 Kronieken (139)
- Ezra (18)
- Nehemia (29)
- Esther (26)
- Job (93)
- Psalmen (328)
- Spreuken (70)
- Prediker (55)
- Hooglied (9)
- Jesaja (258)
- Jeremia (281)
- Klaagliederen (9)
- Ezechiël (101)
- Daniël (38)
- Hosea (47)
- Joël (21)
- Amos (20)
- Obadja (3)
- Jona (10)
- Micha (21)
- Nahum (4)
- Habakuk (11)
- Zefanja (9)
- Zacharia (35)
- Maleachi (12)
- Mattheüs (157)
- Markus (79)
- Lukas (150)
- Johannes (99)
- Handelingen (93)
- Romeinen (133)
- 1 Corinthiërs (103)
- 2 Corinthiër (80)
- Galaten (38)
- Efeziërs (16)
- Filippenzen (14)
- Colossenzen (9)
- 1 Thessalonicenzen (28)
- 2 Thessalonicenzen (6)
- 1 Timotheüs (16)
- 2 Timotheüs (13)
- Titus (6)
- Filémon (3)
- Hebreeën (92)
- Jakobus (19)
- 1 Petrus (20)
- 2 Petrus (16)
- 1 Johannes (24)
- 2 Johannes (2)
- 3 Johannes (2)
- Judas (2)
- Openbaring (49)
Verwante onderwerpen
- Alwetende God
- Beweringen
- Blij Zijn En Van Het Leven Genieten
- De Grootheid Van God
- Dood
- Genieten Van Het Leven
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Waarheid
- Hand Van God
- Hebzucht
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Korte Tijd Voor Actie
- Prinsdommen
- Rivieren
- Toekomst
- Verzoening
- Zonde Veroorzaakt Dood