'Wat' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:31-Exodus 9:19
- 2.Exodus 9:25-Numberi 1:50
- 3.Numberi 1:54-Deuteronomium 24:8
- 4.Deuteronomium 24:9-1 Samuël 3:17
- 5.1 Samuël 3:18-2 Samuël 21:4
- 6.2 Samuël 21:11-2 Koningen 13:8
- 7.2 Koningen 13:12-Nehemia 2:4
- 8.Nehemia 2:10-Psalmen 103:1
- 9.Psalmen 103:14-Jesaja 59:14
- 10.Jesaja 63:7-Daniël 7:28
- 11.Daniël 8:19-Mattheüs 19:21
- 12.Mattheüs 19:27-Lukas 1:66
- 13.Lukas 2:20-Johannes 5:4
- 14.Johannes 5:14-Handelingen 21:13
- 15.Handelingen 21:19-Jakobus 2:14
- 16.Jakobus 2:16-Openbaring 18:18
En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?
Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.
Want wat lof is het, indien gij verdraagt, als gij zondigt, en daarover geslagen wordt? Maar indien gij verdraagt, als gij weldoet, en daarover lijdt, dat is genade bij God.
Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid, en de Geest van God rust op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt.
Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;
Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.
Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
Niet gelijk Kain, die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en van zijn broeder rechtvaardig.
En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.
Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.
En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.
Dewelke het woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft.
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, zal van den tweeden dood niet beschadigd worden.
Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u komen zal.
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.
En de vrucht der begeerlijkheid uwer ziel is van u weggegaan; en al wat lekker en wat heerlijk was, is van u weggegaan; en gij zult hetzelve niet meer vinden.
En riepen, ziende den rook van haar brand, en zeggende: Wat stad was deze grote stad gelijk?
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:31-Exodus 9:19
- 2.Exodus 9:25-Numberi 1:50
- 3.Numberi 1:54-Deuteronomium 24:8
- 4.Deuteronomium 24:9-1 Samuël 3:17
- 5.1 Samuël 3:18-2 Samuël 21:4
- 6.2 Samuël 21:11-2 Koningen 13:8
- 7.2 Koningen 13:12-Nehemia 2:4
- 8.Nehemia 2:10-Psalmen 103:1
- 9.Psalmen 103:14-Jesaja 59:14
- 10.Jesaja 63:7-Daniël 7:28
- 11.Daniël 8:19-Mattheüs 19:21
- 12.Mattheüs 19:27-Lukas 1:66
- 13.Lukas 2:20-Johannes 5:4
- 14.Johannes 5:14-Handelingen 21:13
- 15.Handelingen 21:19-Jakobus 2:14
- 16.Jakobus 2:16-Openbaring 18:18
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (90)
- Exodus (66)
- Leviticus (40)
- Numberi (56)
- Deuteronomium (55)
- Jozua (43)
- Richteren (35)
- Ruth (10)
- 1 Samuël (64)
- 2 Samuël (46)
- 1 Koningen (65)
- 2 Koningen (72)
- 1 Kronieken (23)
- 2 Kronieken (25)
- Ezra (9)
- Nehemia (12)
- Esther (22)
- Job (46)
- Psalmen (35)
- Spreuken (11)
- Prediker (33)
- Hooglied (5)
- Jesaja (39)
- Jeremia (55)
- Klaagliederen (5)
- Ezechiël (29)
- Daniël (12)
- Hosea (6)
- Joël (2)
- Amos (5)
- Jona (6)
- Micha (6)
- Nahum (1)
- Habakuk (3)
- Zefanja (1)
- Zacharia (15)
- Maleachi (4)
- Mattheüs (82)
- Markus (65)
- Lukas (88)
- Johannes (71)
- Handelingen (61)
- Romeinen (28)
- 1 Corinthiërs (17)
- 2 Corinthiër (6)
- Galaten (3)
- Efeziërs (6)
- Filippenzen (3)
- Colossenzen (4)
- 1 Thessalonicenzen (2)
- 2 Thessalonicenzen (2)
- 1 Timotheüs (1)
- Titus (1)
- Hebreeën (7)
- Jakobus (3)
- 1 Petrus (2)
- 2 Petrus (1)
- 1 Johannes (7)
- Openbaring (12)