3098 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Zeide' in de Bijbel

En hij zeide tot hen: Neen, maar gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.

VersbegrippenOnbewaaktKwetsbaarheid

Toen zeide Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb, zeggende: Gij zijt verspieders!

VersbegrippenSpioneren

En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!

VersbegrippenBloed Als Symbool Van SchoolOordeel Over MoordenaarsAndere Mensen Kwaad BerokkenenBoekhouden

En hij zeide tot zijn broederen: Mijn geld is wedergekeerd; daartoe ook, ziet, het is in mijn zak! Toen ontging hun het hart, en zij verschrikten, de een tot den ander zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft?

VersbegrippenMenselijk HartMenselijke EmotieIndividuen Die BevenWat Doet God?Onbepaalde Sommen GeldAndere Verdrietige Mensen

En die man, de heer van dat land, zeide tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gijlieden vroom zijt; laat een uwer broederen bij mij, en neemt voor den honger uwer huizen, en trekt heen.

VersbegrippenMensen Die Mensen Verlaten

Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!

VersbegrippenMensen TegenIndividuen Die OverlijdenVerlies

Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.

VersbegrippenMeemaken Van VerliesHet GrafLiefde En De WereldVerdrietOuderlijke LiefdeGetroffen Door De DoodGrijsEnige OverlevendenDood Van Anonieme Individuen

Zo geschiedde het, als zij den leeftocht, dien zij uit Egypte gebracht hadden, opgegeten hadden, dat hun vader tot hen zeide: Keert wederom, koopt ons een weinig spijze.

VersbegrippenEten KopenEinde Van Activiteiten

En Israel zeide: Waarom hebt gij zo kwalijk aan mij gedaan, dat gij dien man te kennen gaaft, of gij nog een broeder hadt?

VersbegrippenMensen Die Kwaad Berokkenen

Toen zeide Juda tot Israel, zijn vader: Zend den jongeling met mij, zo zullen wij ons opmaken en reizen, opdat wij leven en niet sterven, noch wij, noch gij, noch onze kinderkens.

VersbegrippenSamengaanDoor De Mens In Leven Gehouden Worden

Toen zeide Israel, hun vader, tot hen: Is het nu alzo, zo doet dit; neemt van het loffelijkste dezes lands in uwe vaten, en brengt dien man een geschenk henen af: een weinig balsem, en een weinig honig, specerijen en mirre, terpentijnnoten en amandelen.

VersbegrippenVoedselAmandelenBalsemsKruiden En SpecerijenMirreHoningAmandelbomen

Als Jozef Benjamin met hen zag, zo zeide hij tot dengene, die over zijn huis was: Breng deze mannen naar het huis toe, en slacht slachtvee, en maak het gereed; want deze mannen zullen te middag met mij eten.

VersbegrippenUurMaaltijdenMiddagRentmeesterschapAvondmaalHuisdieren DodenMensen Zien

En hij zeide: Vrede zij ulieden, vreest niet! Uw God en de God uws vaders heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld is tot mij gekomen. En hij bracht Simeon tot hen uit.

VersbegrippenMensen Die Bevrijd Worden Door MensenGod Geeft Rijkdom

En hij vraagde hun naar hun welstand, en zeide: Is het wel met uw vader, den oude, waarvan gij zeidet? Leeft hij nog?

VersbegrippenVerder Leven

En hij hief zijn ogen op, en zag Benjamin, zijn broeder, den zoon zijner moeder, en zeide: Is dit uw kleinste broeder, waarvan gij tot mij zeidet? Daarna zeide hij: Mijn zoon! God zij u genadig!

VersbegrippenHoffelijkheidGoddelijke GunstGroetenHet Jongste KindMensen ZienMoeders En Zonen

Daarna wies hij zijn aangezicht en kwam uit; en hij bedwong zichzelven, en zeide: Zet brood op.

VersbegrippenReine Gezichten

Zij zijn ter stad uitgegaan; zij waren niet verre gekomen, als Jozef tot dengene, die over zijn huis was, zeide: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden?

VersbegrippenOndankbaarheidMensen Die Niet Ver Weg ZijnHet Kwaad Voorgoed Betaald Zetten

En hij zeide: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Bij wien hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gijlieden zult onschuldig zijn.

VersbegrippenSlaven MakenVrijgesteld

En Jozef zeide tot hen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Weet gij niet, dat zulk een man als ik dat zekerlijk waarnemen zoude?

VersbegrippenWat Doe Jij?

Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.

VersbegrippenOntdekt WordenVrijspreken Van De Rechtvaardigen

Maar hij zeide: Het zij verre van mij zulks te doen! de man, in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gijlieden op in vrede tot uw vader.

VersbegrippenOntdekt WordenVrijgesteldVerre Van Dit!

Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!

VersbegrippenGelijkwaardige Mensen

Toen zeide uw knecht, mijn vader, tot ons: Gijlieden weet, dat mijn huisvrouw er mij twee gebaard heeft.

VersbegrippenTwee Zonen

En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik ben Jozef! leeft mijn vader nog? En zijn broeders konden hem niet antwoorden; want zij waren verschrikt voor zijn aangezicht.

VersbegrippenEmotionele Aspecten Van LijdenSchuldige AngstDat Ben IkVerder LevenAnderen Die Niet AntwoordenAngst Van IndividuenIdentiteit

En Jozef zeide tot zijn broederen: Nadert toch tot mij! En zij naderden. Toen zeide hij: Ik ben Jozef, uw broeder, dien gij naar Egypte verkocht hebt.

VersbegrippenDat Ben IkIdentiteit

Als dit gerucht in het huis van Farao gehoord werd, dat men zeide: Jozefs broeders zijn gekomen! was het goed in de ogen van Farao, en in de ogen van zijn knechten.

VersbegrippenRoemNieuws

En Farao zeide tot Jozef: Zeg tot uw broederen: Doet dit, laadt uw beesten, en trekt heen, gaat naar het land Kanaan;

En hij zond zijn broeders heen; en zij vertrokken; en hij zeide tot hen: Verstoort u niet op den weg.

VersbegrippenDe Aard Van FamiliesBroers En Zussen

En Israel zeide: Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog! ik zal gaan, en hem zien, eer ik sterve!

VersbegrippenVoor De DoodVerder Leven

En Hij zeide: Ik ben die God, uws vaders God; vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten.

VersbegrippenAbrahamIk Ben GodWees Niet Bang Want God Zal Helpen

En Israel zeide tot Jozef: Dat ik nu sterve, nadat ik uw aangezicht gezien heb, dat gij nog leeft!

VersbegrippenParaatheidOuderlijke LiefdeOntslag Tot De DoodVerder LevenMensen Zien

Daarna zeide Jozef tot zijn broederen, en tot zijns vaders huis: Ik zal optrekken en Farao boodschappen, en tot hem zeggen: Mijn broeders en het huis mijns vaders, die in het land Kanaan waren, zijn tot mij gekomen.

VersbegrippenVertellen Over Bewegingen

Toen kwam Jozef en boodschapte Farao, en zeide: Mijn vader en mijn broeders, en hun schapen, en hun runderen, met alles wat zij hebben, zijn gekomen uit het land Kanaan, en zie, zij zijn in het land Gosen.

VersbegrippenVertellen Over Bewegingen

Toen zeide Farao tot zijn broederen: Wat is uw hantering? En zij zeiden tot Farao: Uw knechten zijn schaapherders, zo wij als onze vaders.

VersbegrippenBeroepenZij Die Voorraad Hadden

En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens!

En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen.

VersbegrippenLeeftijd, LevensduurHet Lichamelijke LevenPelgrimstochtVoorbeelden Van PelgrimsFamilie Problemen

En Jozef zeide: Geeft uw vee, zo zal ik het u geven voor uw vee, indien het geld ontbreekt.

VersbegrippenOnbepaalde Sommen GeldTekort Aan Andere Dingen Dan Voedsel

Toen zeide Jozef tot het volk: Ziet, ik heb heden u en uw land gekocht voor Farao; ziet, daar is zaad voor u, opdat gij het land bezaait.

VersbegrippenTeeltLetterlijk PlantenZaden PlantenZadenZaad ZaaienZaaien

Als nu de dagen van Israel naderden, dat hij sterven zou, zo riep hij zijn zoon Jozef, en zeide tot hem: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, zo leg toch uw hand onder mijn heup, en doe weldadigheid en trouw aan mij, en begraaf mij toch niet in Egypte;

VersbegrippenVriendelijkheidTrouwTijd Om Te StervenDijenNabijheid Van De DoodDood Komt BinnenkortImmigranten

Maar dat ik bij mijn vaderen ligge; hierom zult gij mij uit Egypte voeren, en mij in hun graf begraven. En hij zeide: Ik zal doen naar uw woord!

VersbegrippenGoede KinderenDode Lichamen DragenDe Grot Van MachpelaVerzameld Door Zijn Volk

En hij zeide: Zweer mij! en hij zwoer hem. En Israel boog zich ten hoofde van het bed.

VersbegrippenMenselijke BeloftesPersoneelBedden

Het geschiedde nu na deze dingen, dat men Jozef zeide: Zie, uw vader is krank! Toen nam hij zijn twee zonen met zich, Manasse en Efraim!

VersbegrippenDoodsbeddenOorzaken Van LijdenDe Aard Van LijdenSamengaanZieke Individuen

En men boodschapte Jakob, en men zeide: Zie, uw zoon Jozef komt tot u! Zo versterkte zich Israel, en zat op het bed.

VersbegrippenBeddenHomohuwelijk

Daarna zeide Jakob tot Jozef: God de Almachtige, is mij verschenen te Luz, in het land Kanaan, en Hij heeft mij gezegend;

VersbegrippenGod VerschijntGezegend Door God

En Israel zag de zonen van Jozef, en zeide: Wiens zijn deze?

VersbegrippenWie Is Dit?

En Jozef zeide tot zijn vader: Zij zijn mijn zonen, die mij God hier gegeven heeft. En hij zeide: Breng hen toch tot mij, dat ik hen zegene!

VersbegrippenHoudingen Tegenover KinderenHeiligheid Van Het LevenKinderen, Een Geschenk Van GodMensen Die Anderen Zegenen

En Israel zeide tot Jozef: Ik had niet gemeend uw aangezicht te zien; maar zie, God heeft mij ook uw zaad doen zien!

VersbegrippenBereiken Van Hoge LeeftijdMensen Zien

En Jozef zeide tot zijn vader: Niet alzo, mijn vader! want deze is de eerstgeborene; leg uw rechterhand op zijn hoofd.

VersbegrippenEerstgeboren ZonenHanden Op HoofdenHandoplegging Voor GenezingAfwijkendZegeningen Voor De Rechterhand

Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden.

VersbegrippenHet Jongste KindMensen Met Algemene KennisRegels Over Jonge Mensen

Daarna zeide Israel tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen.

VersbegrippenNabijheid Van De DoodGod Zal Met Jou ZijnTerugkeren Naar Hun LandDood Komt Binnenkort

Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u verkondigen, hetgeen u in de navolgende dagen wedervaren zal.

VersbegrippenDe Toekomst VoorspellenAnderen Die OproepenSamenhorigheid

Daarna gebood hij hun, en zeide tot hen: Ik word verzameld tot mijn volk: begraaft mij bij mijn vaders, in de spelonk, die is in den akker van Efron, den Hethiet;

VersbegrippenSoorten GenegenheidLiefde En De WereldNabijheid Van De DoodDood Komt BinnenkortDe Grot Van MachpelaLeefregels Van De MensVerzameld Door Zijn VolkGrootvaders

En Farao zeide: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren.

En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?

VersbegrippenMannen Als Goden

En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.

VersbegrippenDe Basis Van ZekerheidEigendom, LandHet Beloofde LandGod Die BezoektNabijheid Van De DoodDood Komt BinnenkortNaderende Dood

Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israels is veel, ja, machtiger dan wij.

VersbegrippenVelen In Israël

En zeide: Wanneer gij de Hebreinnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!

VersbegrippenKinderenDe Aard Van LijdenKindermoordDoor De Mens In Leven Gehouden WordenDood Van Alle MannenGeboorteIsraëlieten Doden

Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen, en zeide tot haar: Waarom hebt gij deze zaak gedaan, dat gij de knechtjes in het leven behouden hebt?

VersbegrippenDoor De Mens In Leven Gehouden WordenOntbiedende KoningenWaarom Doe Je Dit?

Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!

VersbegrippenVoorbeelden Van MededogenBaby'sDe Daad Van OpenenContainers OpenenAnderen Die RouwdenMensen Die Genade TonenEmpathie

Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?

VersbegrippenVerpleegkundigenGenoemde Zusters

En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.

VersbegrippenAnderen Die Oproepen

Toen zeide Farao's dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.

VersbegrippenVerpleegkundigenBaby

En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.

VersbegrippenDe Aard Van AdoptieHet Leven Van MozesZonenOpgroeienAdoptieMensen Uit Andere Plaatsen HalenMensen Met Toepasselijke Namen

Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?

VersbegrippenElkaar BevechtenTwee Andere Mannen

Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!

VersbegrippenHeersersPogingen Om Mij Te DodenDingen Die Onthuld Worden

En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.

VersbegrippenVoorbeelden Van GastvrijheidUitnodigingenGastvrijheidReizigersWaar Zijn Mensen?

Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.

VersbegrippenVerblijvenBeschouwd Worden Als VreemdelingenMensen Met Toepasselijke Namen

En Mozes zeide: Ik zal mij nu daarheen wenden, en bezien dat grote gezicht, waarom het braambos niet verbrandt.

VersbegrippenNiet VernietigdSituaties Zien

Toen de HEERE zag, dat hij zich daarheen wendde, om te bezien, zo riep God tot hem uit het midden van het braambos, en zeide: Mozes, Mozes! En hij zeide: Zie, hier ben ik!

VersbegrippenDe Roeping Van IndividuenWoorden DuplicerenDat Ben Ik

Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien.

VersbegrippenGebarenAbraham, Familie En NakomelingenGod Van De VadersJacob De PatriarchEerbied En GehoorzaamheidAngst Veroorzaakt DoorGod Niet ZienZich Verbergen Voor GodIk Ben GodZij Bang Van GodVaderschap

En de HEERE zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, hetwelk in Egypte is, en heb hun geschrei gehoord, vanwege hun drijvers; want Ik heb hun smarten bekend.

VersbegrippenHet Lijden Van GodHorenOntvankelijkheidGevoeligheidOpzienersAlwetende GodGod Ziet Hun EllendeKreten Van Ellende Tot GodGod Besteedde Aandacht Aan HenGod Stuurde Zijn ZoonKwellingen

Toen zeide Mozes tot God: Zie, wanneer ik kom tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De God uwer vaderen heeft mij tot ulieden gezonden; en zij mij zeggen: Hoe is Zijn naam? wat zal ik tot hen zeggen?

VersbegrippenHet Leven Van MozesIk Ben De HeerGod Stuurde ProfetenWat Is De Naam Van God?

Toen zeide God verder tot Mozes: Aldus zult gij tot de kinderen Israels zeggen: De HEERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob, heeft mij tot ulieden gezonden; dat is Mijn Naam eeuwiglijk, en dat is Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht.

VersbegrippenGeneratiesIk Ben De HeerGod Stuurde ProfetenAndere Verwijzingen Naar Gods Naam

Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen!

VersbegrippenTwijfelaarsAarzelingHet Leven Van MozesOngeloof Als Antwoord Tot GodGod VerschijntNiet Geloven In Mensen

En de HEERE zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.

VersbegrippenKleine Dingen Die God GebruiktWat Is Dit?

En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.

VersbegrippenSlangenDe Wonderen Van Mozes En AäronAnderen Die Gevlucht ZijnDingen NeerzettenDingen Veranderen

Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.

VersbegrippenDe Wonderen Van Mozes En AäronStaartenInhaligDingen Veranderen

En de HEERE zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw.

VersbegrippenSneeuwDe Wonderen Van Mozes En AäronWitte Vlekken

En Hij zeide: Steek uw hand wederom in uw boezem. En hij stak zijn hand wederom in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weder als zijn ander vlees.

VersbegrippenLichaamDe Wonderen Van Mozes En Aäron

Toen zeide Mozes tot de HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.

VersbegrippenExcuusWelsprekendheidDe Betekenis Van MozesStomheidVoorbeelden Van NederigheidZelfvernederingSpraakbeperkingenZenuwachtigheidToespraak

En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?

VersbegrippenDoofheidHandicapsStomheidNatuurVisieGod VerblindtSprakeloosheidWie Is God?StomMet De Mond SprekenHet Vermogen Tot ZichtBlindheid

Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.

VersbegrippenBesluiteloosheidAaron, PositieAndere PersonenGod Stuurde Profeten

Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes, en Hij zeide: is niet Aaron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.

VersbegrippenDe Ezel Van BalaamMenselijke GelegenheidMenselijk HartAaron, KarakterMensen OntmoetenGod Kwaad Op IndividuenVreugde In Gods Werk

Toen ging Mozes heen, en keerde weder tot Jethro, zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik wederkere tot mijn broederen, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven. Jethro dan zeide tot Mozes: Ga in vrede!

VersbegrippenSchoonvadersTerugkeren Naar Hun LandVerder LevenSchoonbroersVriendinnetjes

Ook zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten.

VersbegrippenPoging Tot Doden

En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.

VersbegrippenVrijheid Van De WilGepantserde HartenGod Hardt De MensGevallen En Verlost HartMenselijke MachtAndere Wonderen

Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!

VersbegrippenVuursteenVoorhuidenMessenScherpteBedekt Met BloedScheiden Van LichaamsdelenZorg Voor VoetenHout En Steen

En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de besnijdenis.

VersbegrippenBedekt Met Bloed

De HEERE zeide ook tot Aaron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem.

VersbegrippenMensen Die KussenKussendKussenIsraël In De WildernisMensen Ontmoeten

Toen zeide de koning van Egypte tot hen: Gij, Mozes en Aaron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Gaat heen tot uw lasten.

VersbegrippenZijn/Haar Werk DoenAfleiding

Verder zeide Farao: Ziet, het volk des lands is alreeds te veel; en zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?

VersbegrippenVelen In Israël

En de ambtlieden der kinderen Israels, die Farao's aandrijvers over hen gesteld hadden, werden geslagen, en men zeide: Waarom hebt gijlieden uw gezette werk niet voleindigd, in het maken der tichelstenen, gelijk te voren, alzo ook gisteren en heden?

VersbegrippenAaron, PrivilegesGeselingOnvolledige Werken

Public domain