6465 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Zij' in de Bijbel

Zo zegt de HEERE der heirscharen: Die brede muur van Babel zal ten enenmale ontbloot worden, en haar hoge poorten zullen met vuur aangestoken worden; zodat de volken tevergeefs, en de natien ten vure zullen gearbeid hebben, dat zij mat worden.

VersbegrippenFultiliteitStadWijdsheidPoorten Van De StadVuur Van OordeelBrandende StedenNutteloze ArbeidTevergeefs Zwoegen

En gij zult zeggen: O HEERE, Gij hebt over deze plaats gesproken, dat Gij ze zult uitroeien, zodat er geen inwoner in zij, van den mens tot op het beest, maar dat zij worden zal tot eeuwige woestheden.

VersbegrippenLege StedenZowel Mens Als Dier Getroffen

En zult zeggen: Alzo zal Babel zinken, en niet weder opkomen, vanwege het kwaad, dat Ik over haar zal brengen, en zij zullen mat worden. Tot hiertoe zijn de woorden van Jeremia.

VersbegrippenLaatste WoordenZinken

En het geschiedde in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand, op den tienden der maand, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn ganse heir, en zij legerden zich tegen haar, en zij bouwden tegen haar sterkten rondom.

VersbegrippenInvasiesLegers Tegen IsraëlMaand 10Jaren Van Zedekia

Toen werd de stad doorgebroken, en al de krijgslieden vloden, en trokken uit des nachts, uit de stad, door den weg der poort tussen de twee muren, die aan des konings hof waren (de Chaldeen nu waren tegen de stad rondom), en zij togen door den weg des vlakken velds.

VersbegrippenStormrammenTuinbouwKomt TussenPoorten Van De StadIsraël Op De Vlucht

Doch het heir der Chaldeen jaagde den koning na, en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho; en al zijn heir werd van bij hem verstrooid.

VersbegrippenInhalen

Zij dan grepen den koning, en voerden hem opwaarts tot den koning van Babel naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem.

VersbegrippenHet Oordeel Van Babylon

Verder braken de Chaldeen de koperen pilaren, die in het huis des HEEREN waren, en de stellingen, en de koperen zee, die in het huis des HEEREN was; en zij voerden al het koper daarvan naar Babel.

VersbegrippenBezittingen Naar Babylon BrengenPijlers Voor De Tempel Van Salomo

Ook namen zij de potten en de schoffelen, en de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en al de koperen vaten, waar men den dienst mede deed.

Aleph. Hoe zit die stad zo eenzaam, die vol volks was, zij is als een weduwe geworden, zij, die groot was onder de heidenen, een vorstin onder de landschappen, is cijnsbaar geworden.

VersbegrippenWeeklagenKoninginnenPlaatsen VullenWeduwesLege StedenBijzondere DingenLuciferEenzaamheid

Beth. Zij weent steeds des nachts, en haar tranen lopen over haar kinnebakken; zij heeft geen trooster onder al haar liefhebbers; al haar vrienden hebben trouwelooslijk met haar gehandeld, zij zijn haar tot vijanden geworden.

VersbegrippenKakenVerraadNachtGevoelens Van Afwijzing Door GodHuilenTroost Tijdens SmartMensen OverhandigenFalende VriendschapGeen ComfortMensen Die Rouwen Om Catastrofe

Gimel. Juda is in gevangenis gegaan vanwege de ellende, en vanwege de veelheid der dienstbaarheid; zij woont onder de heidenen, zij vindt geen rust; al haar vervolgers achterhalen ze tussen de engten.

VersbegrippenMensen NavolgenZorgBallingschap van Juda naar BabylonInhalen

Daleth. De wegen Sions treuren, omdat niemand op het feest komt; al haar poorten zijn woest, haar priesters zuchten: haar jonkvrouwen zijn bedroefd, en zij zelve is in bitterheid.

VersbegrippenZuchtenPelgrimstochtWegenTragedie Op De StratenVeronachtzaamde FeestenRouwen Over Een CatastrofeNiemand Te Vinden

Vau. En van de dochter Sions is al haar sieraad weggegaan; haar vorsten zijn als de herten, die geen weide vinden, en zij gaan krachteloos henen voor het aangezicht des vervolgers.

VersbegrippenLichamelijke ZwakteIsraël Op De VluchtGeen VoedselGeen Kracht Meer Om Het Hoofd Te BiedenHerten Enz.De Eer VerliezenHert

Zain. Jeruzalem is, in de dagen harer ellende en harer veelvuldige ballingschap, indachtig aan al haar gewenste dingen, die zij van oude dagen af gehad heeft; dewijl haar volk door de hand des tegenpartijders valt, en zij geen helper heeft; de tegenpartijders zien haar aan, zij spotten met haar rustdagen.

VersbegrippenOntrouw Aan GodZwerversMensen Die HerinnerenGeschiedenis Van NatiesGeen HulpSpotters

Cheth. Jeruzalem heeft zwaarlijk gezondigd, daarom is zij als een afgezonderde vrouw geworden; allen, die haar eerden, achten haar onwaard, dewijl zij haar naaktheid gezien hebben; zij zucht ook, en zij is achterwaarts gekeerd.

VersbegrippenNaaktheidHet Effect Van ZondeOmdraaienDe Eer VerliezenGods Volk ZondigdeKatastrofische Gebeurtenissen

Teth. Haar onreinheid is in haar zomen, zij heeft niet gedacht aan haar uiterste, daarom is zij wonderbaarlijk omlaag gedaald; zij heeft geen trooster. HEERE, zie mijn ellende aan, want de vijand maakt zich groot.

VersbegrippenAfwezigheid Van DenkenBoord Van KledijOndergang van IsraëlMensen Die Onrein ZijnIk LijdtGeen ComfortEer Zoeken

Jod. De tegenpartijder heeft zijn hand aan al haar gewenste dingen uitgebreid; immers heeft zij aangezien, dat de heidenen in haar heiligdom gingen, waarvan Gij geboden hadt, dat zij in Uw gemeente niet komen zouden.

VersbegrippenHeidenenOntwijdingDe Tempel BinnengaanVreemdelingen In Heilige PlaatsenBezit Nemen

Caph. Al haar volk zucht, brood zoekende, zij hebben hun gewenste dingen voor spijs gegeven, om de ziel te verkwikken. Zie, HEERE, en aanschouw, dat ik onwaard geworden ben.

VersbegrippenRuilenMinderwaardigheidZoekenVoedsel ZoekenZoeken Voor Concrete Dingen

Lamed. Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de HEERE mij bedroefd heeft ten dage der hittigheid Zijns toorns.

VersbegrippenPasserenEmotionele Aspecten Van LijdenHarteloosheidUnieke GebeurtenissenIk LijdtGod Die Verontrust

Nun. Het juk mijner overtredingen is aangebonden door Zijn hand, zij zijn samengevlochten, zij zijn op mijn hals geklommen; Hij heeft mijn kracht doen vervallen; de HEERE heeft mij in hun handen gegeven, ik kan niet opstaan.

VersbegrippenZware Last

Koph. Ik riep tot mijn liefhebbers, maar zij hebben mij bedrogen; mijn priesters en mijn oudsten hebben in de stad den geest gegeven, als zij spijze voor zich zochten, opdat zij hun ziel mochten verkwikken.

VersbegrippenAlliantiesValVoedsel ZoekenOordeel Over Oude MensenDood Van AmbtsdragersAfgezette PriestersZij Die BedrogenKinderen Misleiden

Schin. Zij horen, dat ik zucht, maar ik heb geen trooster; al mijn vijanden horen mijn kwaad; en zij zijn vrolijk, dat Gij het gedaan hebt; als Gij den dag zult voortgebracht hebben, dien Gij uitgeroepen hebt, zo zullen zij zijn, gelijk ik ben.

VersbegrippenTroosteloze LevensDe Dag Des OordeelsMannen BehagenZoals De NatiesIk LijdtGeen ComfortWat Doet God?

Beth. De Heere heeft al de woningen Jakobs verslonden, en heeft ze niet verschoond; Hij heeft de vastigheden der dochter van Juda afgebroken in Zijn verbolgenheid, Hij heeft gemaakt, dat zij de aarde raken; Hij heeft het koninkrijk en deszelfs vorsten ontheiligd.

VersbegrippenDe Houding Van God Tegenover WreedheidVersterkingenVestingenDe Gevolgen Van De Toorn Van GodJacob De PatriarchVernietiging Van bolwerkenSlikkenMensen Die Verontreinigd WordenNiet Spaarzaam Zijn

Zain. De Heere heeft Zijn altaar verstoten. Hij heeft Zijn heiligdom te niet gedaan, Hij heeft de muren harer paleizen in des vijands hand overgegeven; zij hebben in het huis des HEEREN een stem verheven als op den dag eens gezetten hoogtijds.

VersbegrippenVerlatenheidDingen AfwijzenHet Gevolg Van De Afwijzing Van GodHeiligdomMurenVernietiging Van De Muur Van JeruzalemJuichen Naar De HeerVeronachtzaamde Feesten

Cheth. De HEERE heeft gedacht te verderven den muur der dochter Sions; Hij heeft het richtsnoer daarover getogen, Hij heeft Zijn hand niet afgewend, dat Hij ze niet verslonde; en Hij heeft den voormuur en den muur te zamen treurig gemaakt, zij zijn verzwakt.

VersbegrippenSchietloodMurenVernietigende GodVernietiging Van De Muur Van JeruzalemRouwen Over Een Catastrofe

Jod. De oudsten der dochter Sions zitten op de aarde, zij zwijgen stil, zij werpen stof op hun hoofd, zij hebben zakken aangegord; de jonge dochters van Jeruzalem laten haar hoofd ter aarde hangen.

VersbegrippenDochtersStof, Figuurlijk GebruiktBuigenHoofdenJute En AsBesprenkelenZichzelf KledenHet Hoofd Buigen Voor GodIn Neerslachtigheid VerzinkenStof Op Het HoofdIndividuen Die Niet Spreken

Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten der stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in den schoot hunner moeders.

VersbegrippenFysieke EetlustLichamelijke HongerWijnVoedsel ZoekenVroege DoodFlauw VallenWondesMoederschap

Nun. Uw profeten hebben u ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden, maar zij hebben voor u gezien ijdele lasten en uitstotingen.

VersbegrippenFultiliteitOrakelsVisioenenValse VisioenenZonde Bekend GemaaktMannen Die MisleidenAanklagen Van Valse ProfetenWelke Zonde?Vrede En VeiligheidValse Vrienden

Samech. Allen, die over weg gaan, klappen met de handen over u, zij fluiten en schudden hun hoofd over de dochter Jeruzalems, zeggende: Is dit die stad, waar men van zeide, dat zij volkomen van schoonheid was, een vreugde der ganse aarde?

VersbegrippenMooiKlappenSchoonheid Van JeruzalemNamen Voor JeruzalemApplausHet Hoofd SchuddenSissendToeschouwersMensen Perfect Gemaakt

Pe. Al uw vijanden sperren hun mond op over u, zij fluiten en knersen met de tanden, zij zeggen: Wij hebben haar verslonden; dit is immers de dag, dien wij verwacht hebben, wij hebben hem gevonden, wij hebben hem gezien.

VersbegrippenBijtenTandenKnarsetandenSissendMensen Die WachtenMet De Mond Spreken

Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.

VersbegrippenMensen Die HerinnerenIk Ben TriestDepressie

Tsade. Zij hebben mijn leven in een kuil uitgeroeid, en zij hebben een steen op mij geworpen.

VersbegrippenKerkersIsraëlieten Doden

Thau. Geef hun een deksel des harten; Uw vloek zij over hen!

VersbegrippenSluiersGod Hardt De MensVloekende God

Beth. De kostelijke kinderen Sions, tegen fijn goud geschat, hoe zijn zij nu gelijk gerekend aan de aarden flessen, het werk van de handen eens pottenbakkers!

VersbegrippenKleiPottenbakkerDingen Zoals GoudGoede MensenPrijs Van De MensenWelke Waarde Heeft De Mens?WaardeGewicht

Gimel. Zelfs laten de zeekalveren de borsten neder, zij zogen hun welpen; maar de dochter mijns volks is als een wrede geworden, gelijk de struisen in de woestijn.

VersbegrippenBorsten, Zogende MoedersVerpleegkundigenSoorten VogelsZogende DierenStruisvogelsStriktheidWoestijen, Figuurlijk gebruik

Zain. Haar bijzondersten waren reiner dan de sneeuw, zij waren witter dan melk; zij waren roder van lichaam dan robijnen, gladder dan een saffier.

VersbegrippenEdelstenenMelkSneeuwWitKoraalKoud WeerRode LichamenPure Mensen

Cheth. Maar nu is hun gedaante verduisterd van zwartigheid, men kent hen niet op de straten; hun huid kleeft aan hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als een hout.

VersbegrippenHuidStokkenMenselijke HuidRoetMensen Die Verdord ZijnGeen Mensen HerkennenZwarte MensenBeperkingen

Jod. De handen der barmhartige vrouwen hebben haar kinderen gekookt; zij zijn haar tot spijze geworden in de verbreking der dochter mijns volks.

VersbegrippenKannibalismeMoederschapKokenTederheid

Samech. Zij riepen tot hen: Wijkt, hier is een onreine wijkt, wijkt, roert niet aan! Zekerlijk, zij zijn weggevlogen, ja, weggezworven; zij zeiden onder de heidenen: Zij zullen er niet langer wonen.

VersbegrippenRusteloosheidMensen Die Afscheid NemenZwerversNiet AanrakenIsraël Op De VluchtLaat Ons Met Rust

Pe. Des HEEREN aangezicht heeft ze verdeeld. Hij zal ze voortaan niet meer aanzien; zij hebben het aangezicht der priesteren niet geeerd, zij hebben den ouden geen genade bewezen.

VersbegrippenDe VerspreidingGods Oordeel Over ZondeGod Die Israël VerstrooitGod Die Niet ZietAfgezette PriestersDe Eer VerliezenOuderen

Tsade. Zij hebben onze gangen nagespeurd, dat wij op onze straten niet gaan konden; ons einde is genaderd, onze dagen zijn vervuld, ja, ons einde is gekomen.

VersbegrippenStratenMensen EindigdenMensen Die Mensen Volgen

Koph. Onze vervolgers zijn sneller geweest dan de arenden des hemels; zij hebben ons op de bergen hittiglijk vervolgd, in de woestijn hebben zij ons lagen gelegd.

VersbegrippenMensen NavolgenLuchtSnelheidArendenHinderlaagMeedogenloos

Zij hebben de vrouwen te Sion verkracht, en de jonge dochters in de steden van Juda.

Zij hebben de jongelingen weggenomen, om te malen, en de jongens struikelen onder het hout.

VersbegrippenZware ArbeidWankelendVoedsel VermalenBrandhoutJonge Mensen Die Lijden

En uit het midden daarvan kwam de gelijkenis van vier dieren; en dit was hun gedaante: zij hadden de gelijkenis van een mens;

VersbegrippenZoals Mannen

Hun vleugelen waren samengevoegd, de een aan den ander; zij keerden zich niet om, als zij gingen; zij gingen elkeen recht uit voor zijn aangezicht henen.

VersbegrippenNiet Opzij DraaienEngelenvleugelsVoorwaarts GaanHeilige Dingen Aanraken

De gelijkenis nu van hun aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het aangezicht eens leeuws hadden zij vier aan de rechterzijde; en ter linkerzijde hadden die vier eens ossen aangezicht; ook hadden die vier eens arends aangezicht.

VersbegrippenHemelse GezichtenJuiste KantArendenWezens Als LeeuwenZoals MannenAan De Linkerkant

En zij gingen elkeen rechtuit voor zijn aangezicht henen; waarhenen de geest was om te gaan, gingen zij; zij keerden zich niet om, als zij gingen.

VersbegrippenVoorwaarts GaanNiet Opzij DraaienVoorwaarts Gaan

Als zij gingen, zij gingen op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen.

VersbegrippenVier HoekenNiet Opzij DraaienNoord, Zuid, Oost En WestVier ZijdenRichting

En hun velgen, die waren zo hoog, dat zij vreselijk waren; en hun velgen waren vol ogen rondom aan die vier raderen.

VersbegrippenOgen In ProfetieAngst Voor Andere Dingen

Waarhenen de geest was om te gaan, gingen zij, waarhenen de geest was om te gaan; en de raderen werden tegenover hen opgeheven; want de geest der dieren was in de raderen.

VersbegrippenPersonen Met DingenDe Geest Van WezensHet Gebruikelijke UitvoerenRichting

Als die gingen, gingen deze; en als die stonden, stonden zij; en als die van de aarde opgeheven werden, werden de raderen tegenover hen opgeheven; want de geest der dieren was in de raderen.

VersbegrippenOnbeweeglijkheidTot Rust KomenPersonen Met DingenKlimmende WezensAndere Wezens Die Omhoog GaanDe Geest Van Wezens

En als zij gingen, hoorde ik een geruis hunner vleugelen, als het geruis van vele wateren, als de stem des Almachtigen, als de stem eens geroeps, als het gedreun eens heirlegers; als zij stonden, zo lieten zij hun vleugelen neder.

VersbegrippenDe Menselijke Beschrijvingen Van GodLawaaiDe AlmachtigeEngelenvleugelsDingen Zoals WaterGeluidGods StemZoals WaterDingen Neerzetten

En er geschiedde een stem van boven het uitspansel, hetwelk boven hun hoofden was, als zij stonden, en hun vleugelen nedergelaten hadden.

VersbegrippenDe UitgestrektheidEngelenvleugelsGods StemUitspansel [Firmament]Dingen Neerzetten

En Hij zeide tot mij: Mensenkind! Ik zend u tot de kinderen Israels, tot de rebellerende volken, die tegen Mij gerebelleerd hebben; zij en hun vaderen hebben overtreden tegen Mij tot op dezen zelven huidigen dag.

VersbegrippenHoudingen Van RebellieRoeping Van MissionarissenZoon Van De MensVooroudersValse Religie Tot VandaagGod Stuurde ProfetenZondigende LeidersVerdeeldheidOpstand

En zij, hetzij dat zij het horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen (want zij zijn een wederspannig huis), zo zullen zij weten, dat een profeet in het midden van hen geweest is.

VersbegrippenAandacht Aan Mensen Besteden

En gij, mensenkind! vrees niet voor hen, en vrees niet voor hun woorden, hoewel wederwilligen en doornen bij u zijn, en gij bij schorpioenen woont; vrees voor hun woorden niet, en ontzet u niet voor hun aangezicht, want zij zijn een wederspannig huis.

VersbegrippenPijpDoornenHoe Predikanten Zich Moeten GedragenOngelovigen Beschreven AlsSchorpioenenWees Niet Bang Van Mensen

Maar gij zult Mijn woorden tot hen spreken, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen; want zij zijn wederspannig.

VersbegrippenAandacht Aan Mensen BestedenHet Woord Spreken Dat God Geschonken HeeftInspiratie Uit Het Oude TestamentOpstand

En Hij spreidde die voor mijn aangezicht uit; en zij was beschreven voor en achter; en daarin waren geschreven klaagliederen, en zuchting, en wee.

VersbegrippenBoeken In ProfetieVoor- En Achterkant

Niet tot vele volken, diep van spraak en zwaar van tong, welker woorden gij niet kunt verstaan; zouden zij niet, zo Ik u tot hen gezonden had, naar u gehoord hebben?

VersbegrippenOnintelligentieGeen Taal Begrijpen

Maar het huis Israels wil naar u niet horen, omdat zij naar Mij niet willen horen; want het ganse huis Israels is stijf van voorhoofd, en hard van hart zijn zij.

VersbegrippenDwazen, In De Leer Van Jezus ChristusKenmerken Van DwazenOnverschilligheidLuisterenKarakter Van Het KwaadDe Aard Van Het HartGeldig Als God

Uw voorhoofd heb Ik gemaakt als een diamant, harder dan een rots; vrees hen niet, en ontzet u niet voor hun aangezichten, omdat zij een wederspannig huis zijn.

VersbegrippenVoorhoofdenVuursteenMineralenOpstand Van IsraëlHardheidGod Hardt De MensItems In SteenWees Niet Bang Van Mensen

En ga henen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen.

VersbegrippenMenselijke En Goddelijke HeerschappijMensen VerbannenAandacht Aan Mensen BestedenSpreken Als Van God

Toen nam de Geest mij op, en ik hoorde achter mij een stem van grote ruising, zeggende: Geloofd zij de heerlijkheid des HEEREN uit Zijn plaats!

VersbegrippenGod Staat OpGod Verheft De MensGeluid

En ik kwam tot de weggevoerden te Tel-Abib, die aan de rivier Chebar woonden, en ik bleef daar zij woonden; ja, ik bleef daar verbaasd in het midden van hen zeven dagen.

VersbegrippenRivieren En StromenWekenMensen Die Versteld StaanRivieren Als Plaatsen Van Gebed

Want u aangaande, mensenkind, ziet, zij zouden dikke touwen aan u leggen, en zij zouden u daarmede binden; daarom zult gij niet uitgaan in het midden van hen.

VersbegrippenVastbinden

En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een wederspannig huis.

VersbegrippenStomheidTaalSprakeloosheidVerbonden Met Vlees En BeenderenStom

Maar als Ik met u spreken zal, zal Ik uw mond opendoen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE, wie hoort, die hore, en wie het laat, die late het; want zij zijn een wederspannig huis.

VersbegrippenOnwillige MensenMet De Mond SprekenHet Woord Spreken Dat God Geschonken HeeftLuisteren Naar GodOpstand

Verder, neem gij u een ijzeren pan, en stel ze tot een ijzeren muur tussen u en tussen die stad; en richt uw aangezicht tegen haar, dat zij in belegering kome, en gij zult ze belegeren. Dit zij den huize Israels een teken.

VersbegrippenIjzerTekenen Van GodScheiden Van GodBordenIjzeren VoorwerpenVoorspelde Aanvallen Op Jeruzalem

Daarna zeide Hij tot mij: Gij mensenkind, zie, Ik breek den staf des broods in Jeruzalem, en zij zullen het brood met gewicht en met kommer eten, en het water met zekere maat en met verbaasdheid drinken;

VersbegrippenStokken BrekenWater DrinkenKomende HongersnoodAngst Zal KomenMensen Die Versteld StaanHongersnood Zal KomenAngst En SchrikWanhoopGewicht

Opdat zij des broods en des waters gebrek hebben, en de een met den ander verbaasd worden, en in hun ongerechtigheid uitteren.

VersbegrippenAfvalKomende HongersnoodGeen Water Voor MensenZonde Veroorzaakt ZiekteHongersnood Zal Komen

Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.

VersbegrippenHoudingen Van AfwijzingDingen AfwijzenAfwijzing Van GodGroei Van Het KwaadZe Hielden Zich Niet Aan De Geboden

Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.

VersbegrippenEmoties Getoond Door GodWoedeAfnemende WoedeLuchten

Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelven hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben.

VersbegrippenGods Eis Tot BekeringAfvalligheid IN OTHet Gevolg Van De Afwijzing Van GodHet Hart Van De Niet-WedergeborenenHedonismeGod VerzakenOntsnappen Aan Het KwaadIdoolaanbiddingIndividuen HatenGebroken Hart

En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; Ik heb niet tevergeefs gesproken, van hun dit kwaad aan te doen.

VersbegrippenNutteloze ArbeidGod Kan Mensen Schaden

Zo zegt de Heere HEERE: Sla met uw hand, en stamp met uw voet, en zeg: Ach, over alle gruwelen der boosheden van het huis Israels; want zij zullen door het zwaard, door den honger en door de pestilentie vallen.

VersbegrippenVoetenPestStempelenKlappenHongersnood Doodt

Dan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als hun verslagenen in het midden hunner drekgoden rondom hun altaren wezen zullen op alle hoge heuvelen, op alle toppen der bergen, en onder allen groenen boom, en onder alle dichte eiken, de plaats, alwaar zij al hun drekgoden liefelijken reuk maakten.

VersbegrippenKennis Over GodHeiligdommenEikenIdoolaanbiddingLot Van AfgodendienaarsAanbidden Aan Bomen

Daarom zal Ik Mijn hand over hen uitstrekken, en zal het land woest maken, ja, woester dan de woestijn naar Diblath henen, in al hun woningen; en zij zullen bevinden, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenHand Van GodGods HandVernietiging Van LandenGods Uitgestrekte Handen

De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blijde, en de verkoper bedrijve geen rouw; want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land.

VersbegrippenKopen En VerkopenDe Dag Des OordeelsRouw NietGebrek Aan Vreugde

Zij hebben met de trompet getrompet, en hebben alles bereid, maar niemand trekt ten strijde; want Mijn brandende toorn is over de gehele menigte van het land.

VersbegrippenTrompetDesertieTrompetten Voor De StrijdActie VoorbereidenGeen Oorlog

En hun ontkomenden zullen wel ontkomen, maar zij zullen op de bergen zijn, zij allen zullen zijn gelijk duiven der dalen, kermende, een ieder om zijn ongerechtigheid.

VersbegrippenDuivenOntsnappen Aan Het KwaadAnderen Die Rouwden

Ook zullen zij zakken aangorden, gruwen zal ze bedekken, en over alle aangezichten zal schaamte wezen, en op al hun hoofden kaalheid.

VersbegrippenKaalheidHoofdenMessenRouwenScherenVieze KledijSchaamte Zal Aankomen

Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen; want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn.

VersbegrippenVermogen Om Te BezorgenOntevredenheidGoudWeggooienTevredenheidMagenStruikelenSchatRedding, Niet Door De WerkenDingen WegsturenDe Aantocht Van ZondeDingen Die Niet Kunnen ReddenGods Werk VerhinderenDe Terkortkomingen Van GeldGeld Sparen

En Hij heeft de schoonheid Zijns sieraads ter overtreffelijkheid gezet; maar zij hebben daarin beelden hunner gruwelen en hunner verfoeiselen gemaakt; daarom heb Ik dat hun tot onreinigheid gesteld.

VersbegrippenSchatAfgoderij Die Afkeer BetekentSchoonheid Van DingenJuwelen

En Ik zal het in de hand der vreemden overgeven ten roof, en den goddelozen der aarde ten buit, en zij zullen het ontheiligen.

VersbegrippenVreemdelingenHet Lijden Van VreemdelingenVoorspoed Van Het Kwaad

Ook zal Ik Mijn aangezicht van hen omwenden, en zij zullen Mijn verborgen plaats ontheiligen; want inbrekers zullen daar inkomen en die ontheiligen.

VersbegrippenGezicht Van GodHemelse GezichtenDe Tempel BinnengaanGod Verandert Van GedachtenVerontreinigen Heilige PlaatsenIndringers In De Tempel

De ondergang komt; en zij zullen den vrede zoeken, maar hij zal er niet zijn.

VersbegrippenVrede In Het KwaadOnrustDe Goddelozen LijdenGeen Vrede

Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een profeet zoeken; maar de wet zal vergaan van den priester, en de raad van de oudsten.

VersbegrippenSpirituele ArmoedeDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTDe Rol Van ProfetenGeruchtenVisioenenRampenOmwentelingSpirituele BestemmingGeen VisioenenAfgewezen VoorspellingGeruchten

De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk des lands zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hun weg, en met hun rechten zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenBekleed Met Slechte DingenBevende TroepenMensen Die Betrokken Zijn Bij Het OordeelMensen Die Versteld StaanMensen Die Rouwen Om Catastrofe

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ziet gij wel, wat zij doen, de grote gruwelen, die het huis Israels hier doet, opdat Ik van Mijn heiligdom verre wegga? Doch gij zult nog wederom grote gruwelen zien.

VersbegrippenHeiligdomHet Effect Van ZondeGroei Van Het KwaadGod Ver WegAfkeer

Toen zeide Hij tot mij: Ga in, en zie de boze gruwelen, die zij hier doen.

VersbegrippenKijken En Zien

Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij gezien, mensenkind, wat de oudsten van het huis Israels doen in de duisternis, een ieder in zijn gebeelde binnenkameren? want zij zeggen: De HEERE ziet ons niet, de HEERE heeft het land verlaten.

VersbegrippenVals VertrouwenHeiligdommenGeheime ZondenVerborgenheid Van ZondeGod Die Niet ZietIn Het Geheim HandelenKijken En ZienSpottersOuderen

En Hij zeide tot mij: Gij zult nog wederom grote gruwelen zien, die zij doen.

VersbegrippenGroei Van Het Kwaad

Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij, mensenkind, dat gezien? Is er iets lichter geacht bij het huis van Juda, dan deze gruwelen te doen, die zij hier doen? Als zij het land met geweld vervuld hebben, zo keren zij zich, om Mij te vertoornen; want zie, zij steken de wijnranken aan hun neus.

VersbegrippenGeweld Op AardeHet Lijden Van GodGod TergenEen WeinigHerhalenKijken En ZienVerontrustende Individuen

Daarom zal Ik ook handelen in grimmigheid, Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; hoewel zij voor Mijn oren met luider stem roepen, nochtans zal Ik hen niet horen.

VersbegrippenHorenKreten Van Ellende Tot GodGod Zonder GenadeNiet Spaarzaam ZijnWoede En VergiffenisMedelijden

En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar.

VersbegrippenZes MensenTot De Poorten KomenGericht Naar Het NoordenOp Voorwerpen SchrijvenWapens Voor GodHet Bronzen Altaar OpzettenDoodstraf Voor Moorden

Public domain