'Zijn' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:7-Genesis 13:10
- 2.Genesis 13:17-Genesis 25:19
- 3.Genesis 25:21-Genesis 32:6
- 4.Genesis 32:13-Genesis 38:25
- 5.Genesis 38:28-Genesis 46:1
- 6.Genesis 46:4-Exodus 5:13
- 7.Exodus 5:19-Exodus 18:1
- 8.Exodus 18:5-Exodus 27:1
- 9.Exodus 27:2-Exodus 32:29
- 10.Exodus 33:4-Leviticus 4:33
- 11.Leviticus 4:34-Leviticus 11:37
- 12.Leviticus 11:38-Leviticus 16:17
- 13.Leviticus 16:19-Leviticus 25:2
- 14.Leviticus 25:4-Numberi 2:23
- 15.Numberi 2:25-Numberi 8:8
- 16.Numberi 8:11-Numberi 19:18
- 17.Numberi 19:19-Numberi 28:31
- 18.Numberi 29:1-Deuteronomium 4:6
- 19.Deuteronomium 4:7-Deuteronomium 14:29
- 20.Deuteronomium 15:2-Deuteronomium 25:10
- 21.Deuteronomium 25:11-Deuteronomium 33:6
- 22.Deuteronomium 33:7-Jozua 17:18
- 23.Jozua 18:5-Richteren 8:20
- 24.Richteren 8:21-Richteren 18:30
- 25.Richteren 19:2-1 Samuël 7:1
- 26.1 Samuël 7:17-1 Samuël 17:40
- 27.1 Samuël 17:41-1 Samuël 25:30
- 28.1 Samuël 25:31-2 Samuël 5:21
- 29.2 Samuël 6:6-2 Samuël 15:35
- 30.2 Samuël 15:36-1 Koningen 1:23
- 31.1 Koningen 1:24-1 Koningen 9:22
- 32.1 Koningen 9:27-1 Koningen 18:46
- 33.1 Koningen 19:3-2 Koningen 5:22
- 34.2 Koningen 5:23-2 Koningen 15:15
- 35.2 Koningen 15:18-1 Kronieken 1:29
- 36.1 Kronieken 1:31-1 Kronieken 8:39
- 37.1 Kronieken 9:1-1 Kronieken 22:9
- 38.1 Kronieken 22:10-2 Kronieken 4:22
- 39.2 Kronieken 5:1-2 Kronieken 20:21
- 40.2 Kronieken 20:25-2 Kronieken 32:30
- 41.2 Kronieken 32:31-Nehemia 1:3
- 42.Nehemia 1:5-Esther 5:1
- 43.Esther 5:2-Job 10:8
- 44.Job 10:17-Job 21:20
- 45.Job 21:21-Job 35:8
- 46.Job 35:14-Psalmen 10:6
- 47.Psalmen 10:7-Psalmen 35:14
- 48.Psalmen 35:19-Psalmen 62:3
- 49.Psalmen 62:4-Psalmen 83:8
- 50.Psalmen 83:10-Psalmen 105:2
- 51.Psalmen 105:4-Psalmen 119:82
- 52.Psalmen 119:84-Psalmen 145:3
- 53.Psalmen 145:9-Spreuken 12:8
- 54.Spreuken 12:10-Spreuken 20:17
- 55.Spreuken 20:19-Spreuken 30:24
- 56.Spreuken 30:25-Hooglied 4:1
- 57.Hooglied 4:2-Jesaja 9:16
- 58.Jesaja 9:18-Jesaja 24:23
- 59.Jesaja 25:1-Jesaja 37:3
- 60.Jesaja 37:4-Jesaja 53:7
- 61.Jesaja 53:8-Jeremia 3:22
- 62.Jeremia 3:25-Jeremia 15:18
- 63.Jeremia 15:19-Jeremia 30:22
- 64.Jeremia 31:1-Jeremia 46:10
- 65.Jeremia 46:12-Klaagliederen 1:10
- 66.Klaagliederen 1:14-Ezechiël 12:3
- 67.Ezechiël 12:12-Ezechiël 23:23
- 68.Ezechiël 23:34-Ezechiël 34:5
- 69.Ezechiël 34:6-Ezechiël 45:16
- 70.Ezechiël 45:21-Daniël 5:7
- 71.Daniël 5:9-Hosea 1:9
- 72.Hosea 1:10-Amos 4:13
- 73.Amos 5:8-Nahum 3:12
- 74.Nahum 3:16-Zacharia 4:2
- 75.Zacharia 4:4-Mattheüs 2:21
- 76.Mattheüs 2:22-Mattheüs 12:1
- 77.Mattheüs 12:5-Mattheüs 21:37
- 78.Mattheüs 21:38-Markus 1:28
- 79.Markus 1:36-Markus 10:10
- 80.Markus 10:11-Lukas 2:49
- 81.Lukas 2:51-Lukas 11:21
- 82.Lukas 11:22-Lukas 20:33
- 83.Lukas 20:35-Johannes 6:22
- 84.Johannes 6:24-Johannes 18:2
- 85.Johannes 18:10-Handelingen 10:17
- 86.Handelingen 10:24-Romeinen 1:21
- 87.Romeinen 1:22-Romeinen 14:5
- 88.Romeinen 14:8-1 Corinthiërs 12:22
- 89.1 Corinthiërs 12:23-2 Corinthiër 13:7
- 90.2 Corinthiër 13:9-Colossenzen 1:20
- 91.Colossenzen 1:24-2 Timotheüs 2:26
- 92.2 Timotheüs 3:2-Hebreeën 11:29
- 93.Hebreeën 11:30-1 Johannes 3:10
- 94.1 Johannes 3:12-Openbaring 9:20
- 95.Openbaring 10:1-Openbaring 22:6
- 96.Openbaring 22:12-Openbaring 22:19
Uw tanden zijn als een kudde schapen, die geschoren zijn, die uit de wasstede opkomen; die al te zamen tweelingen voortbrengen, en geen onder hen is jongeloos.
Uw lippen zijn als een scharlaken snoer, en uw spraak is liefelijk; de slaap uws hoofds is als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
Uw twee borsten zijn gelijk twee welpen, tweelingen van een ree, die onder de lelien weiden.
Uw scheuten zijn een paradijs van granaatappelen, met edele vruchten, cyprus met nardus;
Ontwaak, noordenwind! en kom, Gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten!
Mijn Liefste trok Zijn hand van het gat der deur; en mijn ingewand werd ontroerd om Zijnentwil.
Ik deed mijn Liefste open, maar mijn Liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet, ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet.
Zijn hoofd is van het fijnste goud, van het dichtste goud; Zijn haarlokken zijn gekruld, zwart als een raaf.
Zijn ogen zijn als der duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes der ringen.
Zijn wangen zijn als een bed van specerijen, als welriekende torentjes; Zijn lippen zijn als lelien, druppende van vloeiende mirre.
Zijn handen zijn als gouden ringen, gevuld met turkoois; Zijn buik is als blinkend elpenbeen, overtogen met saffieren.
Zijn schenkelen zijn als marmeren pilaren, gegrond op voeten van het dichtste goud; Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen.
Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!
Mijn Liefste is afgegaan in Zijn hof, tot de specerijbedden, om te weiden in de hoven, en om de lelien te verzamelen.
Uw tanden zijn als een kudde schapen, die uit de wasstede opkomen, die al te zamen tweelingen voortbrengen, en onder dezelve is geen jongeloos.
Uw wangen zijn als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijwijven, en maagden zonder getal.
Hoe schoon zijn uw gangen in de schoenen, gij prinsendochter! de omdraaiingen uwer heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens kunstenaars.
Uw twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van een ree.
Uw hals is als een elpenbenen toren, uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; uw neus is als de toren van Libanon, die tegen Damaskus ziet.
Ik zeide: Ik zal op den palmboom klimmen, ik zal zijn takken grijpen; zo zullen dan uw borsten zijn als druif trossen aan den wijnstok, en de reuk van uw neus als appelen.
Ik ben mijns Liefsten, en Zijn genegenheid is tot mij.
De dudaim geven reuk, en aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude; o mijn Liefste! die heb ik voor U weggelegd.
Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.
Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN.
Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten.
Ik ben een muur en mijn borsten zijn als torens. Toen was ik in Zijn ogen als een, die vrede vindt.
Mijn wijngaard, dien ik heb, is voor mijn aangezicht; de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo! maar tweehonderd zijn voor de hoeders van deszelfs vrucht.
Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israel heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet.
Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht.
Uw aardrijk is een verwoesting, uw steden zijn met het vuur verbrand; uw land verteren de vreemden in uw tegenwoordigheid, en een verwoesting is er, als een omkering door de vreemden.
Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden.
Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken.
Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen.
En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed.
Uw vorsten zijn afvalligen, en metgezellen der dieven, een ieder van hen heeft de geschenken lief, en zij jagen de vergeldingen na; den wezen doen zij geen recht, en de twistzaak der weduwen komt voor hen niet.
Maar er zal verbreking zijn der overtreders, en der zondaars te zamen; en die den HEERE verlaten, zullen omkomen.
Want gij zult zijn als een eik, welks bladeren afvallen, en als een hof, die geen water heeft.
En de sterke zal wezen tot grof vlas, en zijn werkmeester tot een vonk, en zij zullen beiden te zamen branden, en er zal geen uitblusser wezen.
En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien.
En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
Maar Gij hebt Uw volk, het huis van Jakob, verlaten, want zij zijn vervuld met goddeloosheid, meer dan het oosten, en zij zijn guichelaars gelijk de Filistijnen, en aan de kinderen der vreemden tonen zij hun behagen.
De hoge ogen de mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn.
Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde;
En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.
In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen;
Laat gijlieden dan af van den mens, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten?
En het volk zal gedrongen worden, de een zal zijn tegen den ander, en een iegelijk tegen zijn naaste; de jongeling zal stout zijn tegen den oude, de verachte tegen den eerlijke.
Wanneer iemand zijn broeder uit het huis zijns vaders zal aangrijpen, zeggende: Gij hebt een kleed, wees ons ten overste, laat toch dezen aanstoot onder uw hand wezen;
Zo zal hij in dien dag zijn hand opheffen, zeggende: Ik kan geen heelmeester wezen; er is ook geen brood en geen kleed in mijn huis; zet mij niet tot een overste des volks.
Want Jeruzalem heeft aangestoten, en Juda is gevallen, dewijl hun tong en handelingen tegen den HEERE zijn, om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren.
De drijvers Mijns volks zijn kinderen, en vrouwen heersen over hetzelve. O Mijn volk! die u leiden, verleiden u, en den weg uwer paden slokken zij in.
En het zal geschieden, dat er voor specerij stank zal zijn, en lossigheid voor een gordel, en kaalheid in plaats van haarvlechten, en omgording eens zaks in plaats van een wijden rok, en verbranding in plaats van schoonheid.
En te dien dage zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg.
Te dien dage zal des HEEREN SPRUIT zijn tot sieraad en tot heerlijkheid, en de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering dengenen, die het ontkomen zullen in Israel.
En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.
Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel.
Nu dan, Ik zal ulieden nu bekend maken, wat Ik Mijn wijngaard doen zal; Ik zal zijn tuin wegnemen, opdat hij zij tot afweiding; zijn muur zal Ik verscheuren, opdat hij zij tot vertreding.
Want de wijngaard van den HEERE der heirscharen is het huis van Israel, en de mannen van Juda zijn een plant Zijner verlustigingen; en Hij heeft gewacht naar recht, maar ziet, het is schurftheid, naar gerechtigheid, maar ziet, het is geschreeuw.
En harpen en luiten, trommelen en pijpen, en wijn zijn in hun maaltijden; maar zij aanschouwen het werk des HEEREN niet, en zij zien niet op het maaksel Zijner handen.
Daarom zal het graf zichzelf wijd opensperren, en zijn mond opendoen, zonder maat; opdat nederdale haar heerlijkheid, en haar menigte, met haar gedruis, en die in haar van vreugde opspringt.
Die daar zeggen: Dat Hij haaste, dat Hij Zijn werk bespoedige, opdat wij het zien; en laat naderen en komen den raadslag des Heiligen van Israel, dat wij het vernemen!
Wee dengenen, die in hun ogen wijs, en bij zichzelven verstandig zijn!
Wee dengenen, die helden zijn om wijn te drinken, en die kloeke mannen zijn om sterken drank te mengen!
Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft tegen hetzelve Zijn hand uitgestrekt, en Hij heeft het geslagen, zodat de bergen hebben gebeefd, en hun dode lichamen zijn geworden als drek in het midden der straten. Om dit alles keert zich Zijn toorn niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hunner paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind.
Hun gebrul zal zijn als van een ouden leeuw, en zij zullen brullen als de jonge leeuwen, en zij zullen briesen, en den roof aangrijpen en wegvoeren; en er zal geen verlosser zijn.
En zij zullen tegen hetzelve te dien dage bruisen, als het bruisen der zee. Dan zal men de aarde aanzien, maar ziet, er zal duisternis en benauwdheid zijn, en het licht zal verduisterd worden in hun verwoestingen.
In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel.
De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!
Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had.
Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.
Doch nog een tiende deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren, en zijn om af te weiden; maar gelijk de eik, en gelijk de haageik, in dewelke na de afwerping der bladeren nog steunsel is, alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn.
Als men den huize Davids boodschapte, zeggende: De Syriers rusten op Efraim, zo bewoog zich zijn hart en het hart zijns volks, gelijk de bomen des wouds bewogen worden van den wind.
Maar Damaskus zal het hoofd van Syrie zijn, en Rezin het hoofd van Damaskus; en in nog vijf en zestig jaren zal Efraim verbroken worden, dat het geen volk zij.
Ondertussen zal Samaria Efraims hoofd zijn, en de zoon van Remalia het hoofd van Samaria. Indien gijlieden niet gelooft, zekerlijk, gij zult niet bevestigd worden.
Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.
Zekerlijk, eer dit Knechtje weet te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede, zal dat land, waarover gij verdrietig zijt, verlaten zijn van zijn twee koningen.
Doch de HEERE zal over u, en over uw volk, en over uws vaders huis, dagen doen komen, hoedanige niet gekomen zijn van dien dag af, dat Efraim van Juda is afgeweken, door den koning van Assyrie.
Want het zal te dien dage geschieden, dat de HEERE zal toesissen de vliegen, die aan het einde der rivieren van Egypte zijn, en de bijen die in het land van Assur zijn.
En het zal geschieden, dat hij vanwege de veelheid der melk, die zij geven zullen, boter zal eten; ja, een ieder, die overgebleven zal zijn in het midden des lands, die zal boter en honig eten.
Ook zal het te dienzelfden dage geschieden, dat iedere plaats, alwaar duizend wijnstokken geweest zijn, van duizend zilverlingen, tot doornen en distelen zal zijn;
Dat men met pijlen en met den boog aldaar zal moeten gaan; want het ganse land zal doornen en distelen zijn.
En ik was tot de profetesse genaderd, die werd zwanger, en baarde een zoon; en de HEERE zeide tot mij: Noem zijn naam MAHER-SCHALAL, CHAZ-BAZ.
Daarom ziet, zo zal de Heere over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren der rivier, den koning van Assyrie en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen, en gaan over al zijn oevers;
Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israel, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.
Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten.
Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israel, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont.
Wanneer zij dan tot ulieden zeggen zullen: Vraagt waarzeggers en duivelskunstenaars, die daar piepen, en binnensmonds mompelen; zo zegt: Zal niet een volk zijn God vragen? zal men voor de levenden de doden vragen?
Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.
En een ieder van hen zal daar doorgaan, hard gedrukt en hongerig; en het zal geschieden, wanneer hem hongert, en hij zeer toornig zal zijn, dan zal hij vloeken op zijn koning en op zijn God, als hij opwaarts zal zien;
Als hij de aarde aanschouwen zal, ziet, er zal benauwdheid en duisternis zijn; hij zal verduisterd zijn door angst, en voortgedreven door donkerheid. [ (Isaiah 8:23) Maar het land, dat beangstigd was, zal niet gans verduisterd worden; gelijk als Hij het in den eersten tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar den weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen. ]
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;
Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.
De tichelstenen zijn gevallen, maar met uitgehouwen stenen zullen wij wederom bouwen; de wilde vijgebomen zijn afgehouwen, maar wij zullen ze in cederen veranderen;
Want de HEERE zal Rezins tegenpartijders tegen hem verheffen, en Hij zal zijn vijanden samen vermengen:
De Syriers van voren, en de Filistijnen van achteren, dat zij Israel opeten met vollen mond. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
Want de leiders dezes volks zijn verleiders, en die van hen geleid worden, worden ingeslokt.
Daarom zal zich de Heere niet verblijden over hun jongelingen, en hunner wezen en hunner weduwen zal Hij zich niet ontfermen, want zij zijn allen te zamen huichelaars en boosdoeners, en alle mond spreekt dwaasheid. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:7-Genesis 13:10
- 2.Genesis 13:17-Genesis 25:19
- 3.Genesis 25:21-Genesis 32:6
- 4.Genesis 32:13-Genesis 38:25
- 5.Genesis 38:28-Genesis 46:1
- 6.Genesis 46:4-Exodus 5:13
- 7.Exodus 5:19-Exodus 18:1
- 8.Exodus 18:5-Exodus 27:1
- 9.Exodus 27:2-Exodus 32:29
- 10.Exodus 33:4-Leviticus 4:33
- 11.Leviticus 4:34-Leviticus 11:37
- 12.Leviticus 11:38-Leviticus 16:17
- 13.Leviticus 16:19-Leviticus 25:2
- 14.Leviticus 25:4-Numberi 2:23
- 15.Numberi 2:25-Numberi 8:8
- 16.Numberi 8:11-Numberi 19:18
- 17.Numberi 19:19-Numberi 28:31
- 18.Numberi 29:1-Deuteronomium 4:6
- 19.Deuteronomium 4:7-Deuteronomium 14:29
- 20.Deuteronomium 15:2-Deuteronomium 25:10
- 21.Deuteronomium 25:11-Deuteronomium 33:6
- 22.Deuteronomium 33:7-Jozua 17:18
- 23.Jozua 18:5-Richteren 8:20
- 24.Richteren 8:21-Richteren 18:30
- 25.Richteren 19:2-1 Samuël 7:1
- 26.1 Samuël 7:17-1 Samuël 17:40
- 27.1 Samuël 17:41-1 Samuël 25:30
- 28.1 Samuël 25:31-2 Samuël 5:21
- 29.2 Samuël 6:6-2 Samuël 15:35
- 30.2 Samuël 15:36-1 Koningen 1:23
- 31.1 Koningen 1:24-1 Koningen 9:22
- 32.1 Koningen 9:27-1 Koningen 18:46
- 33.1 Koningen 19:3-2 Koningen 5:22
- 34.2 Koningen 5:23-2 Koningen 15:15
- 35.2 Koningen 15:18-1 Kronieken 1:29
- 36.1 Kronieken 1:31-1 Kronieken 8:39
- 37.1 Kronieken 9:1-1 Kronieken 22:9
- 38.1 Kronieken 22:10-2 Kronieken 4:22
- 39.2 Kronieken 5:1-2 Kronieken 20:21
- 40.2 Kronieken 20:25-2 Kronieken 32:30
- 41.2 Kronieken 32:31-Nehemia 1:3
- 42.Nehemia 1:5-Esther 5:1
- 43.Esther 5:2-Job 10:8
- 44.Job 10:17-Job 21:20
- 45.Job 21:21-Job 35:8
- 46.Job 35:14-Psalmen 10:6
- 47.Psalmen 10:7-Psalmen 35:14
- 48.Psalmen 35:19-Psalmen 62:3
- 49.Psalmen 62:4-Psalmen 83:8
- 50.Psalmen 83:10-Psalmen 105:2
- 51.Psalmen 105:4-Psalmen 119:82
- 52.Psalmen 119:84-Psalmen 145:3
- 53.Psalmen 145:9-Spreuken 12:8
- 54.Spreuken 12:10-Spreuken 20:17
- 55.Spreuken 20:19-Spreuken 30:24
- 56.Spreuken 30:25-Hooglied 4:1
- 57.Hooglied 4:2-Jesaja 9:16
- 58.Jesaja 9:18-Jesaja 24:23
- 59.Jesaja 25:1-Jesaja 37:3
- 60.Jesaja 37:4-Jesaja 53:7
- 61.Jesaja 53:8-Jeremia 3:22
- 62.Jeremia 3:25-Jeremia 15:18
- 63.Jeremia 15:19-Jeremia 30:22
- 64.Jeremia 31:1-Jeremia 46:10
- 65.Jeremia 46:12-Klaagliederen 1:10
- 66.Klaagliederen 1:14-Ezechiël 12:3
- 67.Ezechiël 12:12-Ezechiël 23:23
- 68.Ezechiël 23:34-Ezechiël 34:5
- 69.Ezechiël 34:6-Ezechiël 45:16
- 70.Ezechiël 45:21-Daniël 5:7
- 71.Daniël 5:9-Hosea 1:9
- 72.Hosea 1:10-Amos 4:13
- 73.Amos 5:8-Nahum 3:12
- 74.Nahum 3:16-Zacharia 4:2
- 75.Zacharia 4:4-Mattheüs 2:21
- 76.Mattheüs 2:22-Mattheüs 12:1
- 77.Mattheüs 12:5-Mattheüs 21:37
- 78.Mattheüs 21:38-Markus 1:28
- 79.Markus 1:36-Markus 10:10
- 80.Markus 10:11-Lukas 2:49
- 81.Lukas 2:51-Lukas 11:21
- 82.Lukas 11:22-Lukas 20:33
- 83.Lukas 20:35-Johannes 6:22
- 84.Johannes 6:24-Johannes 18:2
- 85.Johannes 18:10-Handelingen 10:17
- 86.Handelingen 10:24-Romeinen 1:21
- 87.Romeinen 1:22-Romeinen 14:5
- 88.Romeinen 14:8-1 Corinthiërs 12:22
- 89.1 Corinthiërs 12:23-2 Corinthiër 13:7
- 90.2 Corinthiër 13:9-Colossenzen 1:20
- 91.Colossenzen 1:24-2 Timotheüs 2:26
- 92.2 Timotheüs 3:2-Hebreeën 11:29
- 93.Hebreeën 11:30-1 Johannes 3:10
- 94.1 Johannes 3:12-Openbaring 9:20
- 95.Openbaring 10:1-Openbaring 22:6
- 96.Openbaring 22:12-Openbaring 22:19
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (568)
- Exodus (387)
- Leviticus (418)
- Numberi (401)
- Deuteronomium (343)
- Jozua (126)
- Richteren (189)
- Ruth (24)
- 1 Samuël (294)
- 2 Samuël (239)
- 1 Koningen (263)
- 2 Koningen (243)
- 1 Kronieken (284)
- 2 Kronieken (266)
- Ezra (54)
- Nehemia (79)
- Esther (46)
- Job (348)
- Psalmen (652)
- Spreuken (283)
- Prediker (77)
- Hooglied (44)
- Jesaja (458)
- Jeremia (409)
- Klaagliederen (56)
- Ezechiël (394)
- Daniël (153)
- Hosea (65)
- Joël (23)
- Amos (38)
- Obadja (11)
- Jona (8)
- Micha (41)
- Nahum (18)
- Habakuk (23)
- Zefanja (20)
- Haggaï (38)
- Zacharia (81)
- Maleachi (19)
- Mattheüs (308)
- Markus (165)
- Lukas (290)
- Johannes (183)
- Handelingen (165)
- Romeinen (124)
- 1 Corinthiërs (116)
- 2 Corinthiër (68)
- Galaten (34)
- Efeziërs (29)
- Filippenzen (29)
- Colossenzen (25)
- 1 Thessalonicenzen (32)
- 2 Thessalonicenzen (6)
- 1 Timotheüs (30)
- 2 Timotheüs (21)
- Titus (23)
- Filémon (2)
- Hebreeën (83)
- Jakobus (23)
- 1 Petrus (19)
- 2 Petrus (26)
- 1 Johannes (48)
- 2 Johannes (5)
- 3 Johannes (4)
- Judas (11)
- Openbaring (153)
Verwante onderwerpen
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Afkeer
- Alcohol
- Alles Gebeurt Voor Een Reden
- Alwetende God
- Astronomie
- Babylon
- Balans
- Begin
- Begrip
- Bereiken Van Hoge Leeftijd
- Bestraffing Door God
- Bewaarders
- Bewegingen Van Discipelen
- Beweringen
- Bezittingen
- Bijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk
- Blij Zijn En Van Het Leven Genieten
- Bloed
- Broers En Zussen
- Buigen
- Buitenaardse Wezens
- Christelijke Liefde
- Confirmatie Van Het Evangelie
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Doden
- De Eerste Tempel
- De Functie Van Priesters In De Tijd Van OT
- De Gerechtigheid Van God
- De Goedheid Van God
- De Groei Van Gelovigen In Heiligheid
- De Grootheid Van God
- De Kracht Van God
- De Kracht Van Woorden
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- De Namen Voor Christus
- De Ouders Verlaten Voor De Echtgenoot
- De Regenboog
- De Rijken
- De Wederkomst
- De Zon
- Deelname In Christus
- Dienaren Van De Heer
- Dienend Leiderschap
- Discipelschap
- Dochters
- Dood
- Dood Van Een Familielid
- Dwazen
- Een Baby Verwachten
- Een Goede Man
- Een Nieuwe Start
- Eenheid Is Het Doel Van God
- Eerstgeboren Zonen
- Eerstgeborene
- Einde Van Dagen
- Erfgenamen
- Ethiek En Gratie
- Familie Eerst
- Familie Problemen
- Fouten
- Fultiliteit
- Funderingen
- Gebaren
- Geboden in OT
- Gehoorzaamheid
- Generaties
- Genoemde Individuen Doden
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevolgen Van Dwaasheid
- Gewaden
- Gewoonten In Verband Met Het Huwelijk
- Gezicht Van God
- God Als Rechter
- God Behagen
- God Dodend
- God Gehoorzamen
- God Met Specifieke Mensen
- God, De Eeuwige
- God, De Schepper
- Goddelijk Hart
- Goddelijke Beloning
- Gods Hand
- Gods Liefde Voor Ons
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Plan Voor Ons
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Schepping
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Waarheid
- Gods Wil Kennen
- Gods Woord Is Rechtvaardig
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Graad
- Grappen Maken
- Haar
- Haat
- Hand Van God
- Handicaps
- Haren
- Heersers
- Heiligen
- Heiligheid, Afzonderlijk Voor God
- Helden
- Hemel, Bevrijdde Gemeenschap
- Herder Als Beroep
- Het Doel Van God
- Het Graf
- Het Instituut Priesters In De Tijd Van OT
- Het Karakter Van Christus
- Het Kruis
- Historische Boeken
- Hoe Zal De Hemel Eruit Zien?
- Hoofden
- Huizen
- Huwelijk Tussen Man En Vrouw
- Ik Zal Hun God Zijn
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Insecten
- Karakter Van Heiligen
- Karakter Van Het Kwaad
- Kenmerken Van Dwazen
- Kleding
- Koningen Van Heel Israël Of Juda
- Korte Tijd Tot Het Einde
- Korte Tijd Voor Actie
- Kwellingen
- Laatste Dingen
- Lichaam
- Lijders
- Lijst van koningen van Israël
- Lippen
- Littekens
- Lof
- Menselijk Belang Van Wijsheid
- Menselijk Hart
- Menselijke Macht
- Mensen Met Toepasselijke Namen
- Mensenetende Dieren
- Messiaanse Profetieën
- Misbruik Van Liefde
- Moeders
- Monden
- Morele En Spirituele Zuiverheid
- Muren
- Nabijheid Van De Dood
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Nederlaag
- Ochtend
- Olie
- Olie Op Offers
- Oneerbiedigheid
- Ongelovigen Beschreven Als
- Onmogelijk
- Onrein Tot De Avond
- Onreine Zaken Aanraken
- Ontrouw Aan God
- Onzekerheid
- Ouders Die Fout Zijn
- Over De Discipelen Van Christus Zullen Lijden
- Overweldigd
- Overweldigd Zijn
- Overwinning Op Het Kwaad
- Paarden
- Passie
- Perfecte Offers
- Persoonlijke Ethiek
- Pijn En Verraad
- Plannen
- Plezier
- Poorten
- Priesters Die Verzoenen
- Regenboog
- Reine Kledij
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rest
- Richting
- Rivieren
- Samenwerken
- Schaamte Zal Aankomen
- Schapen
- Schat
- Sexuele Immoraliteit
- Slaven Van God
- Spirituele Adoptie
- Strijdwagens
- Succes En Hard Werk
- Taal
- Tanden
- Tenten
- Toekomst
- Troon
- Trots
- Trouw
- Trouw Tot God
- Types
- Types Van Christus
- Uit Zichzelf Geven
- Uitrekken
- Vaders
- Vals Vertrouwen
- Valse Goden
- Veiligheid
- Verantwoordelijkheid
- Verbintenis Tot God
- Verlossing
- Verwezenlijkingen
- Verzoening
- Viering
- Vijanden Van Israël En Juda
- Vingers
- Visie
- Vleugels
- Voeten
- Volg De Geboden
- Volg De Geboden Van Christus
- Voorspellingen Over Christus
- Vreemdelingen
- Vriendelijkheid
- Vrienden
- Waardigheid
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Woord Van God
- Zaden
- Zee
- Zegeningen Van God
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Ziektes
- Zij Die Kledij Verscheurden
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zilver
- Zitten
- Zonde En De Aard Van God
- Zonen
- Homosexuelen